De ontmaskering van zevenvoudig Tourwinnaar Lance Armstrong als dopingzondaar, doet sommigen ook twijfelen aan de rol van sportjournalisten. Zo vroeg NRC-hoofdredacteur Peter Vandermeersch zich op Twitter af: “Is het schandaal rond Armstrong niet dé ultieme kaakslag voor de sportjournalistiek? Zien, horen, zwijgen?” De Nieuwe Reporter legde die vraag voor aan de wielerjournalisten Jeroen Koster (NOS), Renaat Schotte (Sporza), Thijs Zonneveld (NRC), Gio Lippens (NOS Langs De Lijn) en Arie Hut (Wielerrevue).

Is de affaire-Armstrong dé ultieme kaakslag voor wielerjournalisten?

Arie Hut, redacteur Wielerrevue:
“Nee, lijkt me het antwoord. Net zomin als het bestaan van omkoping in het voetbal de kaakslag betekent voor de voetbaljournalistiek, om maar een voorbeeld te noemen.”

Gio Lippens, wielercommentator voor NOS Langs de Lijn:
“Is het onthullen van de bouwfraude dankzij een klokkenluider (en niet dankzij journalistiek graafwerk) dan ook de kaakslag voor de onderzoeksjournalistiek?”

Thijs Zonneveld, wielerjournalist voor NRC en columnist voor NU.nl, NUsport.nl en WielerMagazine:
“De stelling dat Lancegate een kaakslag voor de sportjournalistiek is vind ik overtrokken. Bij de vastgoedaffaire wijs je ook niet met de vinger naar de journalistiek. Dát het dubbelleven van Armstrong en zoveel anderen bekend wordt is mede te danken aan de sportjournalistiek. Een boek als The Secret Race is een belangrijk document om inzicht te bieden in het rotte verleden van het wielrennen.”

Zien, horen, zwijgen?

Renaat Schotte, wielerverslaggever voor Sporza:
“Zien, horen en zwijgen is net het credo van elke zichzelf respecterende journalist. Je vertelt of schrijft best niets dat je niet hard kan bewijzen. Geldt voor wielerjournalisten, politieke journalisten en bij uitbreiding alle journalisten.”

Jeroen Koster, als NOS-verslaggever 10 maal aanwezig in de Tour de France :
“Zien, horen, zwijgen? In één ding heeft NRC-hoofdredacteur Peter Vandermeersch gelijk: Het begint allemaal met ‘zien’ of ‘horen’. Dat klopt. Dan volgen nog ‘bewijzen’ en ‘publiceren’. Maar helaas is dat ‘zien’ zo eenvoudig nog niet in de wielersport. Hoe dichtbij ik tussen 1995 en 2006 soms ook geweest ben. Als verslaggever van eerst RTL en later de NOS was ik in die jaren in teambussen, op hotelkamers – toen dat nog mocht – en ook bij massages. Bij TVM, bij Rabo, maar ook bij buitenlandse ploegen. Ik heb Riis, Ullrich, Pantani en Armstrong vaak gesproken. Maar wat heb ik voor verdachts gezíen?”

Gio Lippens, NOS Langs de Lijn:
“Zwijgen? Ik meen me te herinneren dat er in het verleden nogal wat journalistieke publicaties zijn geweest rond het toen nog vermeende dopinggebruik van Armstrong. Zien, horen, zwijgen is op deze zaak zeker niet van toepassing geweest.”

Maken wielerjournalisten deel uit van de omerta in de wielerwereld?

Edo Sturm, wielerverslaggever voor Trouw:
“Het wielermilieu zou misschien graag zien dat de wielerjournalist deelgenoot is van de omerta. De realiteit is – jammer voor Peter Vandermeersch en sommige anderen – een stuk minder spannend.”

Renaat Schotte, VRT:
“Omerta in de koers? Welke omerta? Ik ken geen enkele andere sport waar de vuile was al decennialang zo uitgebreid op straat ligt.”

Jeroen Koster, NOS:
“Hoezo omerta? Het schild rondom de wielersport is van gewapend beton. Als dat al eens barstjes vertoonde dan stonden we vooraan om verslag te doen. Een 50+ van Dekker in Verona, EPO-vondst bij TVM, het proces in Reims rondom Priem en Moors. Uren heb ik staan posten bij politiebureau’s en hotels in de Festinazaak. Het foutje van Marc Lotz of Thomas Dekker. We waren erbij, maar stuitten altijd op beton. Zelfs Lotsie en Dekker hadden natuurlijk ‘alles alleen gedaan’. Zoals de EPO bij TVM voor een ‘Russisch kinderziekenhuis was’. Het was in die tijd voor Priem en Moors de gewoonste zaak van de wereld om diegenen van wie de gevonden handel EPO écht was te beschermen. Dan maar brommen in een Franse cel.”

Hadden wielerjournalisten alerter moeten zijn in het verleden?

Thijs Zonnveld, NRC:
“Het probleem met doping is dat het altijd stiekem gebeurt. Renners hangen voor de wedstrijd niet publiekelijk aan een bloedzak. Dopinggebruik, en dat kan ik uit eigen ervaring vertellen, wordt vaak zelfs niet gedeeld met collega’s en ploeggenoten.”

Jeroen Koster, NOS:
“Wat je duidelijk zag waren de soms wel erg opvallende resultaten of soms zelfs fysieke veranderingen bij renners. In 1991 staat Bjarne Riis in het eindklassement van de Tour de France maar een paar plaatsen boven Jelle Nijdam en twee jaar later doet hij – inmiddels in dienst van Areostea – mee in de strijd om de podiumplaatsen. Laurent Jalabert is een goed sprinter die redelijk bergop kan rijden.Na zijn vreselijke val in Armentieres in 1994 komt hij herboren terug als ronderenner. Hij wint de ene na de andere kleine ronde en mist net het podium in de Tour dat jaar. Ook Armstrongs fysiek is voor en na zijn ziekte veranderd. Van breedgeschouderde triatleet naar ranke klimmer. Zijn tred is een tiental opwentelingen per minuut gestegen. Toch blijven deze waarnemingen vooral scorebordjournalistiek. Ik zie de ene na de andere renner van de Gewissploeg krankzinnige uitslagen neerzetten of Pantani oneigenlijk hard omhoog rijden. Ik vertrouw het niet, maar ik zie en hoor niets. Ja, collega’s die het ook niet vertrouwen. Maar geen bloedzakken, spuiten of pillen.”

Thijs Zonneveld, NRC:
“Er is de afgelopen jaren door verschillende sportjournalisten – Walsh en Kimmage, maar ook diverse sportjournalisten van Nederlandse kranten en tijdschriften – aandacht besteed aan het dopinggebruik in het peloton. Doping is de afgelopen vijftien jaar veranderd in iets wat bijna charmant was – ‘Ach, die Joop toch…’ – naar iets crimineels. Natuurlijk zijn er altijd journalisten – in de sport én daarbuiten – die zich opstellen als supporters, maar er zijn er meer dan genoeg die kritisch verslag geven.”

Hadden wielerjournalisten meer onderzoek naar doping moeten doen?

Renaat Schotte, Sporza:
“Je maakt best een onderscheid tussen sportverslaggevers en onderzoeksjournalisten. Je kan niet aan de ene kant een prestatie bewieroken, en aan de andere kant een heikel dossier van een sporter uitspitten. Wordt in geen enkele sport aanvaard. Is ook niet geloofwaardig als insteek.”

Arie Hut, Wielerrevue:
“Als publiekstijdschrift zitten we bij Wieler Revue verder van het vuur af dan een krant bijvoorbeeld, die dichter op het nieuws zit. Het ligt dus ook aan het soort medium waar je voor werkt en de budgettaire middelen die je hebt, om eventueel speurwerk te kunnen doen. En bij de zaak-Armstrong zijn er natuurlijk wel degelijk mensen geweest die feiten boven tafel hebben gekregen, zoals David Walsh om een van de belangrijkste te noemen. Alleen zijn hij en anderen die Armstrong aanvielen door hem stelselmatig gekleineerd, om de oren geslagen door zijn juridische team en in de hoek gezet. Bovendien heb je als journalist nooit de slagkracht die een antidopingbureau of justitie wel heeft.”

Jeroen Koster, NOS:
“Het zegt genoeg dat de recente grote dopingzaken pas aan het licht zijn gekomen door inmenging van justitie. De bevoegdheden als huiszoeking en verhoor zijn als beitels op het gewapend beton. Dat was zo bij Festina, bij TVM en nu bij US Postal. Zelf Marc Lotz was de bijvangst in een justitieel onderzoek tegen zijn onderbuurman. Journalisten hebben die mogelijkheden niet. En zwijgen is de enige optie als horen en zien geen overtuigend bewijs opleveren.”

Arie Hut, Wielerrevue:
“Zelfs al zou je continu onderzoeksjournalisten aan het werk zetten om dopinggebruik op te sporen, dan nog blijf je het dopingprobleem houden. Topsport gaat over het opzoeken van de grenzen en je houdt altijd mensen die daar overheen gaan. En je kan simpelweg niet overal de vinger achter krijgen. Moet je het willen, is ook een vraag. Kan je nog renners vertrouwen, als je bij iedereen de vraag moet stellen of hij wel of geen doping gebruikt? Als je tegenwoordig praat met jonge coureurs of andere mensen uit het peloton, hoor je van iedereen hetzelfde. Het is nu echt beter, het peloton is weer gezonder. Maar ja, je weet het nooit zeker. Na de Festina-affaire in 1998 zou ook alles ten goede keren. Niet dus. En dus zou je om het zeker te weten bij alle ploegen moeten gaan speuren. Ondoenlijk. Het rapport van USADA bewijst dat er in de ploeg van Armstrong een superieure dopingorganisatie was, zo simpel als ‘horen, zien en zwijgen’ was het natuurlijk niet. Er werd geen Epo gespoten voor de neus van de pers, die dan maar dacht ‘het zal allemaal wel’.

Is er nog een rol voor de journalistiek in de wielersport?

Arie Hut, Wielerrevue:
“Nu de hele beerput rond Armstrong is geopend, kan de wielerjournalistiek natuurlijk zeker een rol vervullen bij het helpen van de sport. Wie het boek ‘The secret race’ van Tyler Hamilton naast het USADA-rapport legt, ziet hoe kinderlijk eenvoudig de controles van de UCI te omzeilen waren. En dat er bij de UCI totaal niet is geluisterd naar renners die met verhalen over hun dopinggebruik en dat van anderen aanklopten in Zwitserland. De journalistiek moet de bond er op blijven aanspreken dat het anders moet.”

Lees ook
Andere afleveringen in de serie ‘Kaakslag voor de sportjournalistiek?’

Alexander Pleijter

Hoofdredacteur

Alexander Pleijter is hoofdredacteur van De Nieuwe Reporter. Hij werkt als universitair docent Journalistiek en Nieuwe Media aan de …
Profiel-pagina
Al 6 reacties — discussieer mee!