De mediaparagraaf uit het regeerakkoord is een verzameling visieloze platitudes, waarvoor de nieuwe regering zich dood  moeten schamen. Het begint met het “waarborgen van een onafhankelijk, gevarieerd en hoogwaardig aanbod, toegankelijk voor alle lagen van de bevolking” en vervolgens worden er een aantal besluiten geformuleerd die 100 miljoen extra aan besparingen moeten opleveren.

Zo zullen de regionale omroepen weer, net als vroeger, onder de mediabegroting gaan vallen, het Mediafonds (waarmee culturele programma’s worden gefinancierd) wordt opgedoekt en de levensbeschouwelijke omroepen zullen bij de grote omroeporganisaties worden ondergebracht. En tenslotte moet de publieke omroep zijn eigen inkomsten vergroten. Hoe, dat is nog onduidelijk.

Veranderingen in het medialandschap

Als ik mediaminister zou zijn, dan zou ik een nieuwe mediawet maken die recht doen aan de veranderingen die zich in het medialandschap voltrokken hebben. Ik noem:

  • het al weer lange tijd geleden ontstaan van commerciële omroepen.
  • de nieuwe ontwikkelingen op het gebied van de techniek.
  • het einde van de traditionele journalistiek, met name in de dagbladsector.
  • de economische crisis die tot grote bezuinigingen dwingt.

Je zou al het geld dat beschikbaar is voor het maken van TV, radio, kranten, tijdschriften en online producten op één hoop moeten gooien en dat geld op basis van nieuwe (kwaliteits-)criteria moeten herverdelen. Vooral het garanderen van een pluriform aanbod is van belang.

Het burgerinitiatief ‘Andere Publieke Omroep’ (APO) heeft in een plan laten zien hoe je bij de omroep een nieuw beleid kunt ontwikkelen. (Ga naar de website van Andere Publieke Omroep en teken de petitie.) De cijfers van het plan wordt steeds aan de nieuwe omstandigheden aangepast.

Nieuw mediabeleid

In de geest van zo’n nieuw mediabeleid zou de publieke omroep zich vooral moeten concentreren op de kerntaken informatie en cultuur. Amusement en commerciële sport kan aan de commerciële zenders gegund worden. Die nieuwe benadering kan via twee TV-zenders en zonder STER-reclame. In de cijfermatige onderbouwing laten we zien hoe dat met een beperkter budget op een verantwoorde manier goed te realiseren is.

Opvallend is dat steeds meer politici delen uit het APO-plan overnemen, maar waar wij voor pleiten dat je het hele plan op een consitente manier tot uitvoering brengt en niet door selectief te winkelen. Ik weet dat ik met dit pleidooi in herhaling verval, maar dat doet de regering ook al jaren met het mediabeleid, dat in de praktijk vooral neerkomt op een omroeppolitiek van pappen en nat houden.

De nieuwe staatssecretaris voor media

Een nieuwe staatssceretaris mag op de mediawinkel gaan passen. Hij heet Sander Dekker, was wethouder in Den Haag en is van de VVD. Wat kunnen we van hem verwachten? Niet veel, denk ik. Bijna nooit heeft iemand die de mediaportefeuille krijgt te beheren een actief verleden in de wereld van TV, radio en/of de pers.

Je zou kunnen redeneren dat een nieuwe regering in crisistijd juist zou kunnen scoren met een verrassend nieuw mediabeleid, maar als je die slappe en obligate mediaparagraaf leest, dan weet je genoeg. De VVD wil de publieke omroep kortwieken, terwijl de PvdA geen echt afscheid van de verzuiling durft te nemen. Aan de media gaan ze hun vingers dus niet branden.

Nico’s nieuws

Conclusie: Op een sprankelend mediabeleid hoeft u de komende vier jaar niet te rekenen. Om op dit treurige perspectief af te kicken kunt u mijn nieuwe boek, Nico’s Nieuws, kopen dat half november verschijnt. (uitgeverij Douane Rotterdam). Via een simpele methode pleit ik er in dit boek voor om op zoek te gaan naar je eigen verhaal of onthulling, je eigen bedrijf te beginnen en de wijde wereld in te trekken. De laatste zin van Nico’s Nieuws luidt: “Wat kan mij het schelen of het formatieakkoord in Nederland in zicht is, denk ik, en ik los op in de nacht.”

Al 4 reacties — discussieer mee!