“Voor al uw klachten over journalistieke activiteiten”, was de lijfspreuk van de Raad voor de Journalistiek (RvdJ). Tot nu toe. “… van media die de Raad erkennen”, moet hier nu aan worden toegevoegd. De werkwijze van de Raad gaat ingrijpend veranderen. Alleen klachten over media die de Raad aanvaarden zullen nog in behandeling worden genomen. Klagen over Het Parool, De Telegraaf, TROS, HP/De Tijd en Elsevier is in de toekomst bij de Raad dus zinloos. Opvallend is dat, op een enkele uitzondering na, over producties van deze weigerende media de afgelopen jaren het vaakst door de RvdJ uitspraak is gedaan.

De veelplegers

Voor dit onderzoek is een geautomatiseerde analyse uitgevoerd van alle uitspraken op de website van de RvdJ in de periode van 2001 tot en met 2011. Per uitspraak is geregistreerd over welk medium is geklaagd, of deze klacht door de Raad gegrond of ongegrond is geoordeeld en waarover is geklaagd. Bij dit laatste punt is de rubricering gehanteerd die de RvdJ ook zelf gebruikt; een verdeling in klachten over onder meer feitelijk onjuiste of onnodig grievende berichtgeving, aantasting van de privacy en de klachten over de journalistieke werkwijze van het medium. Wanneer meerdere media bij een zaak betrokken waren, is de betreffende uitspraak voor ieder medium geteld.

Onderstaande grafieken tonen over welke journalistieke media het vaakst is geklaagd. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen landelijke en regionale dagbladen, tijdschriften en omroepen. Opvallend is het grote aantal uitspraken van de RvdJ over publicaties van De Telegraaf en Het Parool, twee kranten die niet meewerken aan de klachtenbehandeling van de Raad.

Op basis van deze gegevens valt te constateren dat de niet-meewerkende dagbladen niet alleen tot de meest gedaagde media behoren, maar dat ook de klachten over deze media het vaakst (gedeeltelijk) gegrond zijn geoordeeld. Ruim de helft van de klachten over publicaties in De Telegraaf bleek gegrond. Een voorbeeld hiervan is de bekende zaak tegen fotograaf Leo de Deugd, wiens privacy volgens de Raad was aangetast door een publicatie in De Telegraaf. Toen het televisieprogramma Zembla hier later een uitzending aan weidde, werd journalist Martijn Koolhoven ontslagen.

Het Parool heeft een vergelijkbare verhouding tussen het aantal gegronde en ongegronde klachten. In de helft van de zaken werd Het Parool in het ongelijk gesteld, in veertig procent van de gevallen was de klacht ongegrond. Op het Dagblad van het Noorden na, waar de Raad één klacht meer van behandelde en gegrond verklaarde, ligt de verhouding bij de andere regionale dagbladen veel meer in het voordeel van de betreffende media.

Ook bij de tijdschriften en omroepen is een vergelijkbaar beeld waar te nemen. Over HP/De Tijd en de TROS die de RvdJ niet erkennen (op EenVandaag na), is vaker geklaagd dan over producties van collega-media. Enkel Elsevier en RTL Nieuws vormen op dit beeld een uitzondering. Zij erkennen de Raad niet, maar hebben in de onderzochte periode relatief weinig voor het instituut hoeven verschijnen.

De klachten

De Raad voor de Journalistiek beoordeelt of een journalist “zorgvuldig zijn werk heeft gedaan” of dat de “grenzen van journalistieke ethiek zijn overschreden”. Bij het beoordelen van de klachten hanteert de Raad de Leidraad voor de Journalistiek. De punten waarover in het algemeen wordt geklaagd zijn in te delen in vier categorieën, een indeling die de Raad ook zelf hanteert. Allereerst kan de betreffende publicatie of uitzending onjuistheden bevatten of onnodig grievend zijn, waardoor een betrokkene in een kwaad daglicht gesteld wordt.

Naast feitelijk onjuiste berichtgeving is een andere veelvoorkomende klacht dat de privacy van een betrokkene is aangetast. Over het algemeen gaat het dan om het onnodig vermelden van naam en toenaam van een verdachte in een krant, het publiceren van een foto waarop een verdachte herkenbaar is of, bij televisieprogramma’s, het uitzenden van beelden die zijn opgenomen met een verborgen camera.

Een derde categorie klachten draait om de journalistieke werkwijze van een medium. De journalist heeft de betrokkene bijvoorbeeld niet de mogelijkheid gegeven tot wederhoor, heeft afspraken gemaakt die niet zijn nagekomen of heeft een eenzijdig beeld geschetst.

De categorie ‘overige’ bevat tot slot klachten over bijvoorbeeld de wijze waarop een ingezonden brief is behandeld. De verhouding tussen deze categorieën klachten is uiteengezet in onderstaande diagrammen.

De verhouding tussen de klachten in de categorieën ‘feitelijke onjuistheden’, ‘aantasting van de privacy’ en ‘journalistieke werkwijze’ verschillen onderling weinig. Zo ligt het percentage foutieve of onnodig grievende berichtgeving bij vrijwel alle media tussen de dertig en veertig procent. Bij  de cijfers van Trouw, Elsevier en Vrij Nederland moet opgemerkt worden dat het beeld enigszins vertekend is, vanwege het geringe aantal uitspraken (minder dan 10) over deze media.

Louche types & willekeurige mensen

Volgens Ronald Ockhuysen, adjunct-hoofdredacteur van de Het Parool, heeft het stopzetten van de medewerking aan de Raad niets te maken met het aantal gewonnen of verloren zaken. Hij stelt hiervoor op 13 april in de Waan van de Dag twee andere cruciale redenen te hebben. Allereerst zouden “louche types” de Raad misbruiken als opstapje naar een civiele procedure. Volgens Ockhuysen kijken zij hoe de kansen liggen en gebruiken zij een gunstige uitspraak van de Raad om hun betoog bij een latere zaak voor de rechter te ondersteunen. Daarbij doelt hij met name op het vele misdaadnieuws van Het Parool, waarbij beweringen vaak moeilijk zijn te bewijzen. In dat kader is het interessant te constateren dat Het Parool in diagram 5 niet aanzienlijk hoger scoort in de categorie ‘onjuiste berichtgeving’ dan andere media.

De tweede reden voor het stopzetten van de medewerking aan de Raad is volgens Ockhuysen dat uitspraken van onvoldoende kwaliteit zijn, omdat door “leken” wordt geoordeeld. Het gaat volgens Ockhuysen om de mening “van een willekeurig groepje mensen”. De uitspraken zouden daarom onder de maat zijn. De ethische normen die de Raad hanteert zouden bovendien te ruim zijn vergeleken met die van de rechter, die toetst aan de grenzen van de wet. Ook De Telegraaf werkt niet meer de Raad mee omdat die strenger zou zijn dan de rechter. Marnix Kreyns schreef eerder op De Nieuwe Reporter al dat dit een onjuist uitgangspunt is. Uitspraken van de Raad en rechtbank zijn inhoudelijk niet te vergelijken, omdat de instituten oordelen op basis van andere maatstaven.

In dit verband is het interessant om te kijken of de Nederlandse rechtbank anders (coulanter) oordeelt dan de RvdJ over Het Parool. Dat blijkt niet het geval. De media waarover veel bij de Raad is geklaagd, hebben zich in de onderzochte periode ook het vaakst in de rechtbank moeten verantwoorden (zie onderstaande tabellen, het gaat om uitspraken in eerste aanleg, dus hoger beroep in buiten beschouwing gelaten). Zowel bij De Telegraaf als bij Het Parool heeft bovendien meer dan de helft van de rechtszaken tot een veroordeling geleid. Daarmee zijn de percentages gegronde zaken vergelijkbaar met die van de Raad.




De rechter oordeelt op basis van dit kwantitatieve onderzoek dus niet coulanter dan de Raad. Zowel bij de RvdJ als bij de rechter behoren De Telegraaf, Het Parool en de TROS tot de meest gedaagde en veroordeelde journalistieke media. Het niet erkennen van de Raad heeft dan ook alle schijn van wat Hugo Arlman “Wildersachtig gedrag” noemt: “als de Raad niet in het voordeel van de betreffende media oordeelt is het instituut verrot.” Door klachten over media die de RvdJ niet erkennen niet meer te behandelen, geeft het instituut hieraan toe.

Al 4 reacties — discussieer mee!