Vanuit het niets ging het gerucht in korte tijd de hele wereld over, op 8 maart van dit jaar: ‘De heilige vader, Paus Benedictus XVI, is vanmiddag overleden.’ Afzender was kardinaal Tarcisio Bertone, de rechterhand van de paus, die het nieuws om zeven uur bekendmaakte via Twitter.

Dat de mededeling onjuist was, werd pas de volgende ochtend duidelijk, toen een zegsman van het Vaticaan het bericht tegenover persbureau AFP ontkrachtte en wegzette als ‘ongefundeerd’ en ‘alle aandacht niet waard’. De paus bleek het slachtoffer van een hoax, een vals gerucht, verspreid door de Italiaanse schoolmeester Tommaso De Benedetti met behulp van een nep-Twitteraccount. Eerder had De Benedetti op die manier ook Fidel Castro al ten onrechte doodverklaard.

Kritiek op Twitter

Met de acties wilde de Italiaan een punt maken: laten zien hoe gemakzuchtig journalisten omgaan met de soms moeilijk op waarheid te controleren twitterberichten. ‘Sociale media zijn de meest onverifieerbare bronnen van informatie’, aldus De Benedetti in The Guardian. ‘Toch geloven de journalistieke media ze, vanwege hun drang naar snelheid.’

De Benedetti is zeker niet de enige die kritiek levert op het gebruik van Twitter onder journalisten. Zo werd politiek verslaggever Frits Wester overstelpt door afkeurende reacties op zijn volgens sommigen hijgerige berichtgeving over de zoektocht naar de vermiste Milly Boele. NOS-verslaggever Ferry Mingelen stelde in een interview met de VARA-gids dat zijn Haagse collega te ver ging in zijn Twittergebruik. Wester pareerde die kritiek vervolgens door te stellen dat Mingelen er maar weinig van begreep.

Weerzin tegen Twitter

Twitter mag dan inmiddels ruim zes jaar bestaan en wereldwijd meer dan 500 miljoen gebruikers hebben, veel journalisten voelen nog steeds enige weerzin ten aanzien van het gebruik van de microblog-dienst of andere sociale media. Het dagelijkse bel-, schrijf- of filmwerk is immers al druk genoeg. En waar moeten die tweets dan wel niet over gaan?

Helaas is de recensent een van die journalisten; soms kijkt hij in voetbalstadions vol afgunst naar collega’s die tweet na tweet verzinnen en de wereld insturen en zo een enorme achterban aan volgers hebben opgebouwd. Halverwege een verwoede poging het ooit aangemaakte Twitterprofiel nieuw leven in te blazen, rijst dan bijna altijd de vraag: waarom wil je zo’n achterban? Want wat leveren al die volgers nou op?

Voor dergelijke sceptici, maar ook voor beginners of journalisten die al geregeld gebruik maken van Twitter of andere sociale media, schreef journalist Arjan Dasselaar ‘Social Media Survival; overlevingsgids voor journalisten’. Daarin geeft hij niet alleen een uitgebreid overzicht van een bonte verzameling van sociale media, maar beschrijft hij onder meer ook hoe die media zo effectief mogelijk te gebruiken.

Online omgangsvormen

Dasselaar gaat in zijn boekje – 96 pagina’s; óf in zwart-wit, óf in kleur – dus verder dan Twitter alleen; hij behandelt ook de netwerken Facebook, LinkedIn en Google+ veelvuldig, hoewel de nadruk wel op Twitter ligt. Maar het merendeel van zijn tips en adviezen zijn niet bedoeld voor een specifiek medium en zijn zodoende nagenoeg altijd bruikbaar.

Neem bijvoorbeeld het hoofdstuk over de omgangsvormen op internet, waarin Dasselaar geregeld de parallel trekt naar de ‘gewone’ wereld om zo de online mores te verduidelijken. Zo gaat het vergelijken van de situatie op internet met die in een kroeg in vrijwel alle gevallen op, of je nu contact zoekt met andere twitteraars of iemand als vriend wil toevoegen op Facebook. Dasselaar schrijft daarover:

‘Als iemand na tien pogingen tot contact nooit eens heeft gereageerd, ondanks je nuttige en constructieve berichten, dan is het tijd om je verlies te nemen. Je blijft per slot van rekening in de kroeg ook niet doorpraten tegen die persoon die elke keer wegkijkt als jij je mond opentrekt.’

Sociale media als research tool

Naast gedragsadvies helpt de handzame overlevingsgids de lezer ook via sociale media te zoeken naar nieuws, bronnen en informatie. Denk daarbij aan manieren om een ooggetuige te vinden via Foursquare, een overzicht te krijgen van de deskundigen op een bepaald vakgebied of heel gericht naar nieuws of foto’s te zoeken op Twitter.

Maar zoals het eerder genoemde voorbeeld van de ten onterechte doodverklaarde paus illustreert, is het van groot belang het gevonden nieuws op waarheid te controleren. Dasselaar biedt daarvoor een aantal handige instrumenten die ook de gevorderde twitteraar van pas komen, zoals een fraudeur-check en een manier om te achterhalen op welke locatie een foto is gemaakt.

Het nut van een achterban

Maar het belangrijkste advies voor elke journalist die sociale media professioneel wil gaan gebruiken of dat al doet, is: investeer in je achterban. Te veel journalisten gedragen zich op internet volgens Dasselaar letterlijk als de spreekwoordelijke luis in de pels. Ze melden zich aan op Twitter om daar vervolgens niets anders te doen dan te vragen om hulp bij een verhaal.

Dergelijk parasitair gedrag werkt vaak maar even. Het is daarom van essentieel belang om te bouwen aan een trouwe en behulpzame schare volgers, door die ook iets terug te geven. Dat kan door andere twitteraars te helpen, deel te nemen aan een discussie of simpelweg berichten te versturen die van toegevoegde waarde zijn.

Waar Dasselaar nader op in had kunnen gaan, is hoe je die toegevoegde waarde creëert. Hij geeft weliswaar enkele tips, maar is vrij abstract in zijn bewoording: ‘leg een onverwacht verband’ of ‘biedt context’. Een handvol voorbeelden om deze adviezen te verduidelijken, was vermoedelijk voldoende geweest.

Afgezien daarvan is Social Media Survival een informatief, vermakelijk en doorgaans prettig leesbaar boekje. Het begint op een vrij basaal niveau, waardoor de gids uitermate geschikt is voor beginners. Toch biedt Dasselaar ook de gevorderde online journalist meer dan voldoende nieuwe inzichten en tips om effectiever met sociale media aan het werk te gaan.

Arjan Dasselaar (2012), Social Media Survival. Overlevingsgids voor journalisten. Amsterdam: ISOPEDA. 96 p. Euro 7,90 ISBN 978-90-819584-0-0.

Deze recensie is tot stand gekomen in samenwerking met Persinnovatie.nl.

Nog geen reactie — begin de discussie!