Kunnen de media in Nederland de macht nog wel controleren? Overheid en bedrijven verschuilen zich steeds hardnekkiger achter voorlichters en de media ontberen de middelen voor gedegen onderzoek. Toch hebben onderzoeksjournalisten het tij ook juist mee, stelt Mirjam Prenger. Deel 2: waarom het controleren van de macht makkelijker is geworden.

Twee diametraal verschillende antwoorden zijn mogelijk op de vraag of de media de macht nog controleren. Het ene antwoord (zie ook deel 1) luidt: het wordt steeds moeilijker. Het andere antwoord is: jazeker, want de onderzoeksjournalistiek in Nederland heeft er nog nooit zo goed voorgestaan als nu.

Deels is dat – paradoxaal genoeg – het gevolg van de in deel 1 geschetste ontwikkeling. “Alles in de journalistiek moet steeds goedkoper en sneller en dat leidt tot het rondpompen van inhoudsloze informatie”, aldus Argos-eindredacteur Kees van den Bosch. “Dat vormt een bedreiging voor het vak. Maar tegelijkertijd maakt het onderzoeksjournalistiek nog veel belangrijker dan het al was.”

De reputatie van Argos op dit terrein heeft het werk van de redactie de afgelopen jaren alleen maar eenvoudiger gemaakt, meent hij. “Het is eerder makkelijker dan moeilijker geworden om mensen te spreken te krijgen. Veel mensen hebben slechte ervaringen met de media. Maar wij staan goed bekend: we halen geen streken uit, staan voor een bepaalde journalistieke kwaliteit.”

Spitwerk

Zich nadrukkelijk opwerpen als waakhond is een manier waarmee media zich kunnen profileren en onderscheiden, juist nu de druk groter wordt. Vandaar dat RTL Nieuws een flink onderzoeksteam heeft. Het Algemeen Dagblad, die een paar jaar geleden haar onderzoeksredactie ophief, heeft nu weer een aparte redactie opgericht voor spitwerk van langere adem. Hetzelfde geldt voor Het Parool. En een regionale krant als het Dagblad van het Noorden creëerde in 2011 een onderzoeksteam dat onlangs, in samenwerking met RTV Noord, een veelgeprezen reconstructie van maar liefst acht pagina’s publiceerde over wat er mis ging bij de rellen in Haren.

Die samenwerking komt ook elders steeds meer voor. Zo was de reeks onthullingen over seksueel misbruik in de katholieke kerk een gezamenlijke productie van NRC Handelsblad en de Wereldomroep, kwam de artikelenreeks in de Volkskrant over de Trafigura-affaire tot stand met hulp van de BBC en Noorse media en werkten RTL Nieuws en NRC Handelsblad samen bij het ontcijferen van de Wikileaks-cables in 2011.

Reconstructies

De laatste jaren verschenen daarnaast uitvoerige reconstructies in boekvorm: over de teloorgang van ABN-Amro door Jeroen Smit, over de debacles bij mediaconcern PCM door Joost Ramaer, over alles wat misging bij de Amsterdamse Noord-Zuid lijn door Bas Soetenhorst. Het is maar kleine een greep uit het aanbod. Het boek van Smit, De Prooi, is inmiddels een succesvol toneelstuk en hetzelfde geldt voor het boek van twee journalisten van Het Financieele Dagblad over de vastgoedfraude.

Dit mag allemaal circumstantial evidence lijken dat nog niet zo veel zegt over de omvang van het aantal journalisten dat serieus werk maakt van het controleren van de macht. Maar het vormt wel een indicatie dat er een markt voor lijkt te zijn.

Verhalen delen

Het animo onder journalisten is er in ieder geval. En hun kennis en vaardigheden nemen toe. Tien jaar geleden ging de Vlaams-Nederlandse Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ) van start met een handjevol mensen, inmiddels telt de vereniging zeshonderd leden. De VVOJ organiseert conferenties, reikt prijzen uit, publiceert onderzoeken en verzorgt trainingen.

Het effect van de vereniging heeft Van den Bosch aangenaam verrast. “Bij de start zeiden we: onderzoeksjournalisten gaan nooit hun verhalen delen. Maar dat is wel gebeurd.” Het geeft de journalisten het gevoel dat ze er niet alleen voor staan. Ook beroepsorganisaties als de NVJ en krantenbedrijven als de Persgroep verzorgen inmiddels specialistische cursussen. Dankzij dit soort initiatieven en de publicatie van diverse handboeken wordt er veel ervaring uitgewisseld.

Deze professionalisering betaalt zich langzaam uit. “Het is juist makkelijker geworden om de macht te controleren”, vindt VVOJ-voorzitter Henk van Ess. In vergelijking met vijftien jaar geleden is er minder ruimte voor onderzoeksjournalistiek, maar onderzoeksjournalisten zijn wel steeds beter in staat om door de opgeworpen barrières heen te breken, meent ook André Tak, chef onderzoeksredactie van RTL Nieuws. Ze werken daarbij veel efficiënter, mede dankzij internet en de toepassing van datajournalistiek. De laatste jaren zijn grote hoeveelheden data online gezet die nog maar amper zijn doorzocht op hun journalistieke waarde.

Spindoctors

Ook de recente reeks van publicaties over de relatie tussen voorlichters en journalisten sorteert effect. Weliswaar is er een toename van communicatiemedewerkers en spindoctors, maar dat betekent niet dat journalisten die tegels willen lichten daar meer last van hebben. “Integendeel”, zegt VVOJ-directeur Margo Smit, “we weten nu beter hoe het werkt. En weten beter waar we moeten zoeken, om de voorlichters heen.”

Hetzelfde geldt voor de WOB. Die is nog verre van ideaal, maar steeds meer journalisten maken er gebruik van om aan informatie te komen, ondersteund door de her en der aangeboden spoedcursussen ‘wobben’. Er ligt ook een wetsvoorstel van GroenLinks om de WOB ingrijpend te veranderen, wat sterk in het voordeel van de journalistiek en de openbaarheid zou zijn.

Halfvol

Is nu het glas halfvol of halfleeg? Misschien is het beter om vast te stellen dat het grootste gevaar is dat het glas verder leegloopt, hoe vol of leeg ook. En dat de journalisten die graag willen spitten, te weinig ruimte krijgen.

“Je hebt voor dit werk een bepaald type verslaggever nodig”, aldus Smit. “Eentje met rust in zijn kop, die zich verzet tegen de druk van de redactie om te publiceren terwijl het onderzoek nog niet af is. Die het niet vervelend vindt om vragen te stellen waar niemand op zit te wachten. En die met een helikopterblik naar incidenten kan kijken en zich afvraagt waar ze voor staan.”

Dergelijke journalisten moeten wel de kans krijgen op hun redacties, wat betekent dat hoofdredacties – meer dan tot nu toe – actief werk moeten maken van het stimuleren van onderzoeksjournalistiek en het niet moet laten afhangen van individuele inzet. Het grootste probleem, aldus Smit, is dat aandacht voor het diepgravend onderzoeken van de macht heel erg op individuen hangt. “Dat maakt het broos. Als zo iemand vertrekt bij een redactie, zakt de aandacht voor onderzoeksjournalistiek weer in. Het draagvlak is breekbaar.”

Cultuuromslag

Wat nodig is, is een cultuuromslag, zowel op redacties als bij partijen die zeggen de controlerende rol van media buitengewoon belangrijk te vinden. “Je moet betalen voor de vierde macht, anders verdwijnt die”, zegt Human-hoofdredacteur Marc Josten. Hij bepleit een deltaplan voor de onderzoeksjournalistiek, waarbij publiek én privaat geld wordt geïnvesteerd in journalistieke projecten die misstanden in het maatschappelijk verkeer blootleggen, zowel op landelijk als op regionaal niveau. Vergelijkbaar met wat er in de Verenigde Staten gebeurt, waar particuliere fondsen het bestaan van onderzoeksjournalistieke centra als het gerenommeerde ProPublica mogelijk maken.

“Daarvoor moeten we in Nederland wel de particuliere geldschieters opvoeden”, aldus Josten. “Ze mogen geld beschikbaar stellen voor zoiets belangrijks als onderzoeksjournalistiek, maar moeten snappen dat ze geen enkele invloed op de inhoud mogen uitoefenen.” Inmiddels wordt in enkele provincies nagedacht over een manier om onderzoeksjournalistiek op regionaal niveau te subsidiëren, dus er zijn bewegingen in die richting.

Daarnaast moeten op redacties keuzes worden gemaakt, stelt Smit. “Is het nog nodig om een complete krant te maken? Zit de lezer daar echt op te wachten? Of zijn wij op aarde om de macht te controleren?”

Koningin der Aarde

In dat opzicht kan de toenemende populariteit van internet en het veranderend mediagedrag van het publiek gunstige gevolgen hebben; het dwingt redacties van kwaliteitsmedia na te denken over datgene wat hen onderscheidt van de rest. Terwijl dankzij de mogelijkheden van internet en de grote hoeveelheden data die beschikbaar komen de controlefunctie wordt verbreed.

“Het monopolie op het controleren van de macht ligt allang niet meer bij de Koningin der Aarde”, zegt Van Ess. Veel meer partijen dan alleen de pers houden zich daar mee bezig, zoals bloggers en special interest-groepen. Journalisten moeten daarom anders leren denken: hun onderzoek eindigt niet met een publicatie, maar gaat pas leven als mensen reageren en met aanvullende informatie komen. Misschien ligt daarin wel de grootste cultuuromslag. Van Ess: “Je moet het idee van ‘de media’ als vierde macht loslaten, wil de journalistiek haar functie als vierde macht behouden.”

Dit artikel verscheen eerder in een special over ‘de mediacratie’ van De Groene Amsterdammer.

Lees ook
Het eerste deel van dit tweeluik over de stand van de onderzoeksjournalistiek.

Al 2 reacties — discussieer mee!