Hij krijgt vrijwel geen kritiek te verduren. Er komt geen lastige vraag zijn kant op. Af en toe wringt hij zich in het gesprek om er niet helemaal verloren bij te staan. Zijn vingers friemelen met een pen. Zijn kiezen vermalen het hompje kauwgom in zijn mond. Zijn wenkbrauwen wringen zich in een frons als iemand uit de zaal een vraag stelt. Maar op het einde van de avond besluit hij dat zijn moment gekomen is. Zijn gezicht kromt zich in een grimas. “Ik zie te weinig nieuwsgierigheid en te weinig gedrevenheid in de journalistiek. Ook op mijn redactie. Journalisten zijn lakse honden.”

Harm Taselaar speelt een thuiswedstrijd. Het RTL Nieuws waar hij hoofdredacteur is, is immers de organisator van het debat tussen hoofdredacteuren in Studio 21 op het Mediapark. In eigen huis wordt het hem niet moeilijk gemaakt. Het zijn met name zijn collega’s Marcel Gelauff (NOS Nieuws), Peter Vandermeersch (NRC Handelsblad) en Philippe Remarque (de Volkskrant) die zich verweren tegen de kritiek die in gang is gezet door columnist Bas Heijne. Zijn NRC-column waarin hij de NOS betichtte van het trivialiseren van serieus nieuws, vormde de aanleiding voor dit debat met de veelzeggende titel ‘Geef ons feiten’. Heijne trapt op dinsdagavond zelf af: “De verkleutering verspreidt zich als een gebroken ei over het nieuws: steeds meer items worden op een kinderachtige manier gebracht, alsof je tegen een 100-jarige praat.”

Grachtengordel

Het is ook Bas Heijne die aan het begin van de avond de spelregels vaststelt: “Dit zijn de verboden woorden in het debat: grachtengordel, quasi-intellectueel en elitair. Ook de jij-bak mag niet. Dus niet: ja maar jij hebt dat toen en toen ook gedaan.” Uitgerekend thuisspeler Taselaar besluit de regels te breken. Als iemand in de zaal zich hardop afvraagt of het wel nodig was om twee uur zendtijd op te offeren aan gespeculeer over het aftreden van koningin Beatrix reageert hij bozig: “Wat is het alternatief? Zwijgen tot 7 uur? Als we die mededeling van de RVD krijgen,dan gaan we daar toch niet 2 uur over zwijgen? Ik weet dat ik het niet mag zeggen, maar wat is dat voor grachtengordelgedachte?”

Zijn reactie is typerend voor de manier waarop de hoofdredacteuren vragen en opmerkingen pareren. Stuk voor stuk worden de kritiekpunten kundig geparkeerd. Als Rick Nieman de knuppel in het hoenderhok probeert te gooien met zijn constatering dat hij zoveel plichtmatige verhalen in de kranten leest (“die reconstructie over de Fyra afgelopen weekend in de Volkskrant was zooo saai opgeschreven, daar was gewoon niet door te komen!”), antwoordt Volkskrant-hoofdredacteur Remarque nietszeggend: “Ik vraag me elke dag af: kunnen we het beter doen? Als je 250 verhalen per dag brengt, dan zullen niet alle verhalen even goed zijn. Dat is zo. Ik lees ook nog te veel verhalen in onze krant die te saai zijn. Ik ben dan ook wel blij trouwens, want dan valt er nog wel wat te doen voor me.”

Taselaars opmerking over lakse honden vergaat het zelfde lot. “Dat herken ik niet”, reageert Remarque, “ik zie bij onze krant genoeg mensen die in verhalen willen duiken en vragen of ze daar tijd in mogen steken. Niet de laksigheid van journalisten, maar de tijd is onze grootste vijand.” Vandermeersch sluit zich daar bij aan: “Ik werp dat ook verre van mij, die opmerking over lakse honden. Dat zou ik nooit willen zeggen over onze journalisten.”

De hyperigheid van de media

De badinerende toon bereikt een hoogtepunt als iemand “de hyperigheid van de media” aan de orde probeert te stellen: “De ene week is er enorme aandacht voor een meisje uit Staphorst dat zelfmoord pleegt, de volgende week zijn alle ogen gericht op een paar schaatsstochten. Media rennen van de ene naar de andere hype. Durf eens andere keuzes te maken.” Remarque veegt de kritiek nonchalant van tafel: “Het geklaag over hypes komt vooral van mensen die te veel media consumeren. Als je in de Kalverstraat allemaal winkels in loopt die spijkerbroeken verkopen, dan denk je ook: mijn god, wat worden er veel spijkerbroeken verkocht.”

Debatleider Pieter Klein (ook RTL Nieuws) probeert er nog een draai aan te geven: “Zo’n antwoord doet geen recht aan de vraag. Denk aan de bultrug, denk aan Haren. Dat is toch een serieuze opmerking over hyperigheid?” Nu is het de beurt aan NOS-hoofdredacteur Gelauff om de kritiek terug te kaatsen: “Er is inderdaad veel kluitjesvoetbal. Bijvoorbeeld na de column van Bas Heijne. Daarna waren er wel achtduizend andere columnisten die met kritiek kwamen op de journalistiek. Daar zit dus veel kluitjesvoetbal, bij critici die de journalistiek becommentariëren.”

De sneeuw

Een ding is duidelijk vanavond: de heren hoofdredacteuren zijn niet van plan om hun eigen koers kritisch onder de loep te nemen. “Waarom moet ik me verantwoorden over een stuk over de sneeuw?”, vraagt Vandermeersch zich af. “We zetten in NRC Handelsblad een groot stuk over Syrië. Maar waarom vinden we het in dit land niks als we ook een stuk over de sneeuw in Nederland publiceren? Ik bestrijd dat de stukken over Syrië in kwaliteit achteruit gaan omdat er ook een stuk over de sneeuw in de krant staat. What is the problem?”

Debatleider Klein tegen Taselaar: “Noem jij eens een voorbeeld van wat RTL Nieuws niet had moeten doen.”
Grote zucht van Taselaar.
Klein probeert hem te helpen: “De sneeuw?”
Taselaar: “Nee, ik vind niet dat we dat niet hadden moeten doen. Veel mensen hadden daar mee te maken, de sneeuw zorgde voor overlast en plezier, dus dat speelde voor mensen.”

Feiten

Bij een debat met als titel ‘Geef ons feiten’ kan je natuurlijk wachten op de vraag naar feiten. Vanavond stelt Vandermeersch hem. “Waar zijn eigenlijk de feiten? Waar zijn de tellingen die bewijzen dat kranten tegenwoordig minder serieus zijn? Laten we dat nu eens onderzoeken als journalisten. We laten ons leiden door emoties over vroeger: vroeger was het zus en zo. Maar is dat ook echt zo?”

Een terechte vraag. Wellicht was het nuttig geweest als de organisatie zich had afgevraagd of er in Nederland wel eens onderzoek is gedaan naar de trivialisering van het nieuws. Koos Nuijten deed bijvoorbeeld onderzoek naar sensationalisering van het Nederlandse televisienieuws. En wellicht had de Nederlandse Nieuwsmonitor nog wat feiten kunnen leveren.

Audiovisuele middelen

Ook opmerkelijk: een debat op het Mediapark, in een televisiestudio, georganiseerd door een omroep, maar geen inzet van audiovisuele middelen. Er werden veel voorbeelden door de zaal gegooid, maar waarom niet gewoon een aantal voorbeelden van nieuwsuitzendingen laten zien en die bediscussiëren? Dat had het debat een stuk concreter en levendiger kunnen maken.

Als Pieter Klein aan het einde van het debat zich hardop afvraagt of de avond voldoende zelfreflectie heeft opgeleverd, klinkt uit de zaal een harde ‘nee’. Harm Taselaar hoort het niet. Hij strekt zijn rug. Zijn gedachten dwalen af naar de dag van morgen. Als hij zijn roedel lakse honden weer aan het werk moet krijgen.

De feiten

  • Waar: Studio 21 op het Mediapark in Hilversum
  • Wanneer: Dinsdag 29 januari 2013
  • Wie: Peter Vandermeersch (NRC Handelsblad), Philippe Remarque (de Volkskrant), Marcel Gelauff (NOS Nieuws) en Harm Taselaar (RTL Nieuws)
  • Debatleider: Pieter Klein

Foto bovenaan: Harm Taselaar tijdens het debat [foto van Bart Brouwers].

Lees ook
Geef ons toch feiten – of is dat een mening? – DodeBomen.nl
Alsof de redactie explodeert – RTL Nieuws-blog

Alexander Pleijter

Hoofdredacteur

Alexander Pleijter is hoofdredacteur van De Nieuwe Reporter. Hij werkt als universitair docent Journalistiek en Nieuwe Media aan de …
Profiel-pagina
Al 20 reacties — discussieer mee!