Hoe is het om als buitenlands journalist in Nederland te werken? In de eerste editie van Standplaats Nederland: Matt Steinglass, correspondent voor The Financial Times en The Economist. “De Nederlandse manier van interviewen is agressief. Nederlandse journalisten onderbreken zonder schaamte politici en eisen antwoorden.” 

Aan de Brouwersgracht in Amsterdam bevindt zich het kantoor van de Britse krant The Financial Times. Sinds 2011 werkt de Amerikaan Matt Steinglass als correspondent vanuit de hoofdstad. Behalve de financiële sector verslaat Steinglass ook de Nederlandse politiek en internationale gerechtshoven. Zijn overige uren wijdt hij aan stukken schrijven over de Amerikaanse politiek voor The Economist.

De correspondent laat zijn standplaats bepalen door het werk van zijn vrouw, die een baan heeft in de ontwikkelingssamenwerking. Na in Togo en Vietnam te hebben gewerkt was het de beurt aan Nederland: “In 1982 kwam ik hier voor het eerst. Ik vond het fascinerend; Amsterdam zat nokvol mensen met groen haar en alles was opwindend en spannend.”

Minder spannend is zijn verdieping aan de gracht; de donkere zolder is opvallend ruim voor een eenpersoonswerkplek. Eerder bezetten drie werknemers van de krant het kantoor, maar door evidente bezuinigingen die ook overzees de media aantastten is zijn standplaats teruggebracht tot één correspondent. Ook het Nederlands bedrijfsleven speelt een rol: door fusies van KLM-AirFrance en Shell wordt veel verslaggeving nu vanuit Parijs en Londen gedaan.

Matt Steinglass aan het werk op zijn kantoor aan de Brouwersgracht in Amsterdam

Voor berichtgeving over het Nederlands bedrijfsleven hanteert Matt Steinglass een simpele maatstaf: “zolang het boven de miljard euro uitkomt is het interessant voor de Financial Times”. Ook de financiële crisis doet het goed bij zijn opdrachtgever. “Het verhaal van de eurocrisis verplaatst zich van het ene naar het andere land. In september was Nederland tijdens de verkiezingen de spil van het verhaal.”

Agressief interviewen

“Veel Amerikanen zien Nederland als ‘klein-Duitsland’, zeker in de zakenwereld,” vertelt Steinglass, een grote mok koffie in de hand. “Ik sprak met een medewerker van de investeringsmaatschappij Blackstone; volgens hem zitten Nederlanders en Duitsers vaak met dezelfde problemen of gedachten, maar kunnen of willen de Duitsers dit in tegenstelling tot hun kleine buren niet uitspreken. Nederlanders zijn niet zo diplomatiek.”

Volgens Steinglass geldt dit ook voor de Nederlandse journalistiek. “De Nederlandse manier van interviewen is veel agressiever dan in de Verenigde Staten. Nederlandse journalisten onderbreken zonder schaamte politici en eisen antwoorden, follow-ups… over het algemeen is dat heel goed. Er wordt gespeeld op en met emoties.”

Uitblinkers in dit genre zijn onweerlegbaar GeenStijl en diens nakomeling, PowNed, vindt Steinglass. “Het grappige aan de Nederlandse media is dat ze zich vaak bevinden op het snijvlak van briljante civiele journalistiek en kitsche trash. GeenStijl en PowNews zijn fantastisch smakeloos. Het is een verschrikking voor de maatschappij, maar wel heel goed gedaan.”

Ook publieke vetes op het internet vormen een heimelijk pleziertje van Steinglass. “Ik constateer een ontzettend hoge mate van concurrentie onder Nederlandse journalisten. Er wordt onderling veel afgekat, vooral op Twitter. Dat komt geloof ik vooral voort uit persoonlijke motieven dan dat het te maken heeft met de kwaliteit van een stuk. Ik geniet er van.”

Kwaliteit van de Nederlandse journalistiek

Steinglass schuwt niet een aantal kritische noten te plaatsen bij de Nederlandse journalistiek. Ondanks de grote verscheidenheid aan kranten (“Nederland telt zó veel kranten voor een land van zulks formaat – het is bizar.”) valt de kwaliteit van het journaille tegen. “Ik lees het Financieel Dagblad, de Volkskrant en NRC Handelsblad. Lange tijd vond ik Nederlandse krantenstukken feitelijk slecht onderbouwd. Sommige krantenrubrieken waren net blogs – laatst las ik nog een stuk in de Volkskrant over een vrouw die vertelde over haar persoonlijke ervaringen als zzp’er. Zulke stukken zijn alleen leuk als je ze goed schrijft; de lat ligt erg hoog. Tijdschriften zoals Elsevier en De Groene Amsterdammer waren zo mogelijk nog erger.”

Maar het gaat beter: “Naar mijn idee is dit in het afgelopen jaar veranderd, ik vermoed dat deze verandering is ingezet door de Factcheck-rubriek van nrc.next. Het zette een nieuwe toon in het maatschappelijk debat. Én ze doen het beter dan de Verenigde Staten. Amerikanen wagen zich als kritisch journalist niet te plaatsen in een stuk, waardoor er weinig ruimte overblijft voor commentaar. Zij durven niet lijnrecht een feit te weerleggen wanneer dit niet helemaal waar is. In Nederland durft men sneller iets ‘onwaar’ te noemen.”

Frisse blik

De Financial Times hanteert zoals een aantal Nederlandse media een roulatiesysteem. Dit betekent dat Steinglass na vijf jaar weer van standplaats zou moeten veranderen – maar volgens hem zijn ze niet zo streng. “Lang op één plek blijven kan natuurlijk in je voordeel werken – je bouwt expertise op, en je moet natuurlijk rekening houden met je familiesituatie. En toch, een frisse blik werkt beter. Je vergeet op den duur wat een interessant verhaal is, omdat je het al eerder hebt geschreven. Maar er komen altijd nieuwe lezers bij, en die willen dat verhaal lezen”

In ieder geval acht Steinglass zich nog niet uitgeschreven over Nederland: “Er zijn talloze verhalen die ik nog wil schrijven. Ik heb nog geen fatsoenlijk stuk getikt over de diversiteitsproblematiek in Nederland. En ik ben tot nu toe te weinig de straat op gegaan – maar zoiets kost tijd, en die tijd heb ik nodig om andere financiële en politieke dingen te verslaan. Het voelt nu bijna alsof ik te laat ben, nu Wilders een minder significante rol speelt in de Nederlandse politiek. En zelfs nog voor ik het diversiteitsverhaal heb geschreven ben ik er eigenlijk al klaar mee – ik ben de frisse blik al kwijt.”

Biografie:
Matthew Steinglass (1968) groeide op in Washington D.C. en Israël. Hij studeerde Russische geschiedenis en literatuur aan het prestigieuze Harvard University. Na verschillende carrièreswitches – Steinglass was onder meer schrijver bij Disney en websitebouwer – stapte hij over op de journalistiek. Omstreeks de millenniumwisseling vestigde hij zich voor enkele jaren als freelance journalist in Lomé, Togo. Voordat hij naar Nederland verhuisde was de journalist freelance correspondent in Hanoi, Vietnam. Sinds twee jaar woont Steinglass in Haarlem.
Op Twitter: @mattsteinglass.
Benieuwd naar het werk van Matt Steinglass? Zijn stukken voor The Financial Times lees je hier. De website maakt gebruik van een betaalmuur, maar laat je na registratie 8 artikelen per maand gratis lezen.

[Lees ook de eerdere afleveringen van de serie Standplaats Nederland]

De serie Standplaats Nederland wordt gemaakt door De Buitenlandredactie, een website die zich richt op buitenlandjournalistiek. Dit artikel is derhalve ook gepubliceerd op De Buitenlandredactie.

Al 7 reacties — discussieer mee!