Er was een tijd dat werd gedacht dat internet een enorme democratisering in de journalistiek zou teweeg brengen. Mensen zouden zich ophijsen uit hun comfortabele bankstellen en veranderen van passieve mediaconsumenten in actieve producenten. Ze zouden verslag gaan doen over hun eigen buurten en gaan bloggen over de lokale politiek. Maar er is weinig van terechtgekomen, concludeert Tom Bakker (inmiddels werkzaam bij TNO), die vorige week aan de Universiteit van Amsterdam promoveerde op onderzoek naar de mythe van het actieve internetpubliek. “Bloggers hebben geen journalistieke ambities, ze vinden het vooral fijn om hun persoonlijke mening even van zich af te schrijven.”

Wat was voor jou de reden om hier onderzoek naar te doen?

“Het viel me op er vooral veel aannames waren over de impact die sociale media en burgerjournalistiek zouden hebben op de journalistiek en de politiek. Van alles werd genoemd: verbetering van de kwaliteit van journalistiek, meer en diversere standpunten in het publieke debat, ondergang van de professionele journalistiek en ga zo maar door. Enig bewijs daarvoor was er nauwelijks. Ik begon me af te vragen: hoeveel mensen maken in Nederland politiek gebruik van sociale media, wat voor mensen zijn dat, wat schrijven ze en wat zijn hun motivaties om te participeren?”

Je hebt het internet afgestruind, op zoek naar Nederlanders die bloggen over politiek. Je meer dan 2000 Nederlanders ondervraagd over hun media- en internetgebruik. Met welk doel heb je dat gedaan?

“Ik vind het vooral van belang dat ik een aantal aannames echt hebben kunnen toetsen. Zoals de aanname dat het internet bevolkt is met een enorm leger aan boze en politiek-extreme burgers die weinig ophebben met de huidige politiek en journalistiek. Of de aanname dat talloze groepen burgers uit verschillende lagen van de samenleving zich als burgerjournalisten zijn gaan ontwikkelen, puur en alleen omdat er nu sociale media zijn. Uit mijn resultaten blijkt dat een relatief kleine groep burgers met grote regelmaat blogt, Twittert, comments schrijft of Facebook-updates plaatst over politieke onderwerpen. Bovendien zijn ze niet linkser of rechtser dan burgers die niet meedoen, en ook zijn ze niet de cynischer over de politiek of de media. Persoonlijke redenen, zoals het fijn vinden om je persoonlijke mening even van je af te schrijven, in plaats van journalistieke ambities, zijn voor de meesten het belangrijkst.”

Wat is je boodschap aan de journalistiek: wees gerust, burgerjournalistiek is op geen enkele manier een bedreiging?

“Inderdaad. Ik heb me sowieso altijd nogal verbaasd over de verwachting dat er een grote groep mensen zich vrijwillig en in hun vrije tijd zou gaan manifesteren als politieke ‘burgerjournalist’ en dat journalisten op hun hoede moesten zijn. Natuurlijk, er is een heel aantal politieke bloggers in Nederland dat echt interessante stukken publiceert, ik zie dat men zich op Facebook vaak genoeg over politieke zaken uitlaat en Twitter is voor politici en journalisten onmisbaar. Maar ik denk dat journalisten juist in hun handjes mogen knijpen dat ze uit die verschillende bronnen kunnen putten voor hun verslaggeving. Dat nieuwsmedia, en dan met name kranten, het zwaar hebben heeft eerder te maken met teruglopende advertentie-inkomsten en de voortdurende zoektocht naar werkende business-modellen voor hun verschillende digitale platforms.”

Heb je eigenlijk voorbeelden gevonden van burgerjournalistieke blogs van goede kwaliteit?

“Jazeker. Met name waar het gaat om onderwerpen die op het niveau van lokale politiek spelen. Vaak zijn het mensen met persoonlijke contacten in de politiek of groepen van burgers die zich als belangenvereniging hebben georganiseerd. Het zijn de bloggers die gemeenteraadsvergaderingen bijwonen, lokale krantjes doorspitten, in staat zijn helder te formuleren en zich vaak vastgebeten hebben in specifieke dossiers. Daarnaast zijn er ook flink wat wetenschappers, ex-politici of andere experts die interessante blogs bijhouden. Maar ook voor hen geldt dat het aantal bezoekers, op een aantal uitzonderingen na, vaak laag blijft, waardoor de kans op invloed op de politiek of mediaberichtgering gering is.”

Zijn er andere terreinen, dus niet politiek, waar wel sprake is van burgerjournalistiek die een bedreiging vormt voor professionele journalisten?

“Ik heb dit niet onderzocht in mijn proefschrift. Maar om eerlijk te zijn, nee, ik heb daar geen aanwijzingen voor gezien. Natuurlijk is het zo dat er eindeloos veel kwalitatief hoogwaardige blogs zijn die inhoudelijk gezien concurreren met, en in veel gevallen beter zijn dan, meer traditionele media. De bloggers van iPhoneclub of Beautygloss zijn professionals die zo’n goed product maken dat ze zichzelf kunnen betalen met advertentie- en affiliate-inkomsten. Maar ja, ik zou hen niet bepaald het labeltje ‘burgerjournalist’ opplakken.”

Hoe kwalificeer jij nu boeken als We Media? Totale onzinboeken?

“Dit soort boeken zijn vaak vlot geschreven, niet te dik, gratis te downloaden van het web en schetsen toekomstbeelden die sterk tot de verbeelding spreken. Zou het niet geweldig zijn als we met z’n allen elke avond en elk weekend online gaan en dan samen met duizenden anderen gratis geweldige journalistieke producten afleveren? Mijn kritiek op dit soort boeken zou kunnen zijn dat ze behoorlijke normatieve standpunten innemen en een sterk geloof hebben in de invloed van technologie op het gedrag van mensen.”

“Maar tegelijkertijd: het zijn geen wetenschappelijke boeken en dat pretenderen de meeste ook niet te zijn. Ik vind het vooral naïef wanneer nieuwsorganisaties op basis van dit soort ‘pamfletten’ zonder een doordacht plan dure en ingewikkelde user-generated-content-platforms uit de grond stampen, stiekem hopend dat je publiek je gratis en regelmatig hoogwaardige content gaat aanleveren. Je zou je geld ook ergens anders in kunnen steken.”

En wat moeten we met de veel geciteerde uitspaak van Jay Rosen: ‘The people formerly known as the audience’?

“Die uitspraak veronderstelt dat individuen, enkel door de beschikbaarheid van digitale publicatietools, fundamenteel ander gedrag gaan vertonen dan ze de afgelopen paar duizend jaar hebben gedaan. Dat lijkt me onwaarschijnlijk. Ik ontken niet dat er verschuivingen zijn, maar ze zijn niet zo groot en disruptief als velen hadden verwacht. In landen waar politiek gezien de situatie niet optimaal is en media met censuur te maken hebben – denk aan China of Egypte -, zie je, ondanks de gevaren, af en toe flink veel activiteit op sociale netwerken en blogs. De relatief lage participatiegraad in Nederland zou best een teken kunnen zijn dat men in Nederland best tevreden is met het niveau van de politiek en de journalistiek.”

Tom Bakker (2013). Citizens as political participants. The myth of the active online audience? ISBN 978-94-6191-613-6.

Alexander Pleijter

Hoofdredacteur

Alexander Pleijter is hoofdredacteur van De Nieuwe Reporter. Hij werkt als universitair docent Journalistiek en Nieuwe Media aan de …
Profiel-pagina
Al 10 reacties — discussieer mee!