Hans Laroes is sinds vandaag de nieuwe voorzitter van de Raad voor de Journalistiek. Het is een onbetaalde functie voor de voormalige hoofdredacteur van NOS Nieuws, want de begroting van de Raad is flink geslonken nadat de subsidie van de overheid afgelopen januari is stop gezet. “Misschien ben ik wel de laatste voorzitter van de Raad voor de Journalistiek.”

Je bent als hoofdredacteur van het NOS Journaal meermaals in het beklaagdenbankje terechtgekomen en twee keer ben je veroordeeld. Kan dat wel, zo’n draaideurcrimineel aan het roer van de Raad?

“De Raad vond kennelijk van wel: tenslotte moet de misdadiger na zijn straf weer een gewone plek in de maatschappij kunnen innemen.”

“Maar to the point: ik herinner me vooral de veroordeling in de zogenoemde Demmink-zaak. Toen hebben we gerectificeerd. Andere belangrijke zaken, zoals de privacy van tbs-er Willem Schippers, wonnen we; net zoals -in indirecte zin- de uitspraak van de Raad in de zaak van Ruben – de jongen die de vliegtuigramp in Tripoli overleefde -, toen ik de Raad had opgeroepen op eigen initiatief een uitspraak te doen. Dat mag best af en toe: op eigen initiatief iets vinden.”

Je bent nu al een bijzondere voorzitter: de eerste zonder juridische achtergrond.

“Ik heb de Raad gezegd dat het tijd wordt voor een puur journalistieke voorzitter. En dat ik ook als voorzitter af en toe zal klieren en opjutten – want dat zit in mijn aard. En ik zal mij niet onthouden van Twitter en opvattingen. Allemaal op verstandige wijze natuurlijk.”

Wat is je motivatie om met deze klus te beginnen?

“Hoewel dat deftig klinkt: ik voel me verantwoordelijk voor m’n vak. Juist de journalistiek wordt beter van debat, stevig debat. En journalisten moeten open kunnen staan voor commentaar en klachten, en soms toegeven dat ze een fout hebben gemaakt, naast al die andere keren dat ze gelijk hadden. Een zelfbewust vak heeft zelfbewust debat en kritiek nodig, niet alleen binnenshuis maar ook de grenzen van de eigen organisatie overstijgend.”

“Bovendien, en dat lijkt een defensief argument maar is het niet, opinievorming in eigen kring voorkomt overheidsingrijpen. Denk aan Brussel en zijn plannen voor een straffende Mediaraad. Wij kunnen dat zelf veel beter – niet dat straffen, maar dat debatteren en oordelen – en het is veel beter dat we dat zelf doen.”

Er zijn aardig wat media die hebben laten weten de Raad niet meer te erkennen. Hoe ga je die ervan overtuigen om weer mee te doen?

“Ik heb wat ideeën over een wat andere werkwijze van de Raad. Meer debat, minder rechtspraak. Minder straf en veroordeling. Ik hoop dat die andere werkwijze en een nieuw gesprek, een nieuwe dialoog, toch gemeenschappelijke uitgangspunten opleveren. De echte haters van de Raad zal ik echter ook niet kunnen plat-charmeren.”

Critici menen dat de Raad hoognodig moet moderniseren. Wat moet er volgens jou veranderen?

“Zoals gezegd: meer debat, minder rechtspraak. Maar ook meer eigen initiatief – wellicht in samenwerking met universiteiten? –  het over de eigentijdse ontwikkelingen en trends in het vak te hebben. Minder deftigheid. Niet-raadsleden betrekken bij debat. Maar ik begin nog maar net en de voorzitter is niet de enige met ideeën. Nu gaat het om het creëren van momentum voor vernieuwing, zonder het oude pseudo-modieus weg te gooien.”

Is de nieuwe aanpak van de Raad logisch, dat wil zeggen, alleen nog klachten behandelen tegen media die de Raad erkennen? Telegraaf journalist Martijn Koolhoven zou volgens die nieuwe aanpak nooit berispt zijn door de Raad.

“Raad en bestuur discussiëren daar nog over; ik moet daarin nog mee gaan doen. Ik zou graag over alle journalistieke thema’s gaan, los van de vraag of een organisatie de Raad erkent of niet.”

De financiële basis onder de Raad is momenteel nogal wankel. Bestaat de Raad over 5 jaar nog wel?

“Ik hoop dat de relevantie van de Raad versterkt wordt, en daardoor het draagvlak, en dat er daardoor enig geld mee komt. Ik denk dat uitgevers en omroepen beseffen hoe belangrijk een goed werkende Raad is – en de staatssecretaris zou dat ook kunnen vinden. Maar als niemand uiteindelijk wil, dan kan niemand bij de Raad toveren en ben ik misschien wel de laatste voorzitter. Ik ga hard werken, met alle anderen, om dat te voorkomen.”

Is het in het huidige internettijdperk eigenlijk nog wel zinnig om de Raad in de lucht te houden? Als journalisten terughoudend zijn met hun publicaties zijn er immers altijd wel anderen die het op internet zetten.

“Juist in de internettijd is er ruimte en behoefte voor professionele journalistiek, gemaakt op basis van normen en uitgangspunten en waarden die deugen, naast de herrie, de opwinding, de hype en de roddel.”

Wat is voor jou persoonlijk je grootste ethische misser geweest in je journalistieke werk?

“Ik zou het eerlijk gezegd niet weten. Ik heb vele fouten gemaakt. Misschien kan de digitale wereld ze me nadragen.”

Alexander Pleijter

Hoofdredacteur

Alexander Pleijter is hoofdredacteur van De Nieuwe Reporter. Hij werkt als universitair docent Journalistiek en Nieuwe Media aan de …
Profiel-pagina
Al één reactie — discussieer mee!