Aanstaande vrijdag, 22 maart, organiseert de NTR de expertmeeting  ‘Journalistiek als water uit de kraan’. Op deze dag wil de NTR journalisten inspireren verder te denken over de toekomst van de journalistiek. Voor deze gelegenheid heeft een aantal journalisten hun visie op journalistiek verwoord in een column.

Hoe waarborgen we kwaliteitsjournalistiek in ons land. En welke rol is er daarbij voor de overheid weggelegd? Dat is het vertrekpunt van de expertmeeting op 22 maart, maar het was ook het vertrekpunt van de brief, die de NVJ dit najaar aan de nieuwe staatssecretaris Sander Dekker stuurde. In dit stuk geef ik een vrije vertaling van deze brief. Daarbij staat niet het begrip kwaliteit centraal, maar de vraag hoe de publieke functie van een goede nieuwsvoorziening overeind kan blijven. En op welke wijze alle betrokken partijen kunnen bijdragen aan het behoud van deze functie.

Door een gestaag verlies aan advertentie-inkomsten en betalende abonnees komt de publieke meerwaarde van commerciële nieuwsmedia onder druk te staan. Om de rendementen overeind te houden, wordt er fors aan de kostenkant gesneden. Ook met kleinere redacties komt de krant nog wel vol, alleen het nieuws wordt daarmee veel meer gestuurd door agenda’s van anderen dan de onafhankelijk werkende en onderzoekende journalist.

Kant-en-klare persberichten bereiken vaker de krant, gedegen eigen onderzoek blijft achterwege. Op regionaal en lokaal niveau zien we hier de meest pijnlijke voorbeelden van.

De komst van digitale media heeft voor een belangrijk deel gezorgd voor de teloorgang van deze traditionele nieuwsmedia. Tegelijkertijd hebben de digitale media nog niet voor een volwaardig publiek journalistiek substituut kunnen zorgen. Langzaam beginnen digitaal wel kansen te ontstaan, maar in de sfeer van omzet en redactionele kracht is het nog kruimelwerk.

Een rol voor de overheid?

Moet de markt niet gewoon zijn werk doen, is dan de vraag. Er is toch een enorm aanbod aan websites, gratis (huis-aan-huis-) kranten, tv-kanalen? En er wordt ook nog eens geld mee verdiend, dus waarom zouden we hier publieke middelen aan besteden? Toch is er wel degelijk reden tot zorg. De controlerende, onderzoekende functie van de journalistiek staat met name regionaal en lokaal ernstig onder druk. En de huidige rol van de publieke (regionale) omroep voorziet hierin niet.

De overheid kan een waardevolle ondersteunende rol vervullen. Daarbij moet goed worden bezien welke maatregelen het gewenste effect sorteren. Het ondersteunen van de publieke journalistieke functie zou dichter bij de daadwerkelijke maker moeten komen te liggen. Het kan niet de bedoeling zijn met publieke middelen bij te dragen aan het rendement van (buitenlandse) mediabedrijven zonder dat dit noemenswaardig een publieke functie borgt.

Titels worden lege huls

Na een fusiegolf in de jaren negentig staan de meeste regionale en lokale titels nog wel overeind, maar de huls wordt steeds leger. Het belangrijkste regionale krantenbedrijf Wegener heeft in tien jaar tijd haar redacties gehalveerd, van 2.000 naar 1.000 journalisten en gaat hier de komende periode gestaag mee door. Eindresultaat is nog steeds een regionale krant, maar met minder eigen nieuws, minder aanwezigheid in de lokale politiek en regio. Kortom, de controlerende en signalerende kracht gaat verloren, terwijl deze functie niet wordt overgenomen door digitale substituten. Er zijn wel lokale initiatieven, maar die kunnen nog nergens een professionele redactie bekostigen en blijven hangen in het rondpompen van dezelfde informatie.

Het meest pijnlijk zichtbaar is het probleem in nieuwe steden, zoals Almere, waar een korps van 50 communicatiemedewerkers bij de gemeente werkt, maar geen redactie van enige omvang meer te vinden is. Natuurlijk is zelfs de landelijke pers breed present als er een grote rel is. Maar de vraag is of je lokale politieke keuzes op één grote rel wilt laten baseren.

Het probleem is niet het verdwijnen van titels of papier, maar het verdwijnen van publieke functies.

Basis-infrastructuur

We zitten in een transitiefase, waarbij we de controlerende, onderzoekende rol van de media – zeer arbeidsintensief – met name lokaal en regionaal niet langer cadeau krijgen, als onderdeel van een maatschappelijk betrokken concern en lucratief uitgeefmodel. De publieke omroep zou landelijk en regionaal voor een goede basisinfrastructuur kunnen zorgen, maar los daarvan moet ook de overheid actiever nadenken over de wijze waarop zij deze belangrijke publieke functie kan stimuleren en overeind houden.

De NVJ stelt een aantal oplossingen voor.

1. Onderzoek machtsverhouding digitale distributiepartijen vs. makers.
De kansen om te kunnen verdienen met journalistiek werk moeten worden vergroot. Onder meer door kritisch de geldstromen en machtsverhoudingen in de digitale markt tegen het licht te houden. In de huidige transitieperiode is het weinig lonend om journalistieke inhoud te maken, terwijl het distribueren en verpakken van die inhoud (telcoms, kabelbedrijven, providers, search- en soft-/hardwarebedrijven) zeer lucratief is. Net als in de muziekindustrie zullen makers, uitgevers en omroepen hun krachten moeten bundelen in Spotify-achtige modellen. Concrete maatregelen op het gebied van auteursrecht, mededinging en technologie kunnen creatie en nieuwsvoorziening ook in het digitale domein levensvatbaar maken. Een in te stellen onderzoekscommissie zou hierover binnen een jaar rapport kunnen uitbrengen.

2. Communicatiebudgetten overheid naar advertenties in onafhankelijke media.
Communicatiebudgetten van de overheid gaan nu grotendeels op aan eigen communicatiemedewerkers en -kanalen. Op elke journalist zijn tussen de 5 en 10 communicatiemedewerkers werkzaam, zo hebben onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam in 2010 vastgesteld. Andere allocatie van deze ‘communicatiegelden’ is op zijn plaats. Het is logisch dat de overheid goed moet communiceren, maar zij benut de media onvoldoende. Teveel wordt gedacht dat overheidsoptreden ook gemarket moet worden. Daarmee neemt de overheid de burger niet serieus. Informeer de burger door goede toegang tot overheidsinformatie en geef media de ruimte om hun controlerende taak te vervullen.

Modernisering van de WOB en digitale toegang tot overheidsdata is daarvoor een voorwaarde.

3. Herdefiniëring van de rol van de publieke omroep.
Op cultureel, informatief en maatschappelijk terrein zijn er activiteiten die commercieel gezien niet rendabel zijn. Daar ligt een taak voor een publieke partij. Dat geldt in toenemende mate ook voor het overeind houden van een journalistieke nieuwsvoorziening op lokaal, regionaal en internationaal niveau.

De media zijn fundamenteel veranderd en daarmee ook de rol en meerwaarde van de publieke omroep. Sleutelvraag is op welke wijze de publieke omroep in een goede nieuwsvoorziening zou kunnen voorzien, die voorziet in de lacunes die commerciële partijen – in toenemende mate – veroorzaken. Hoe kan de omroep in haar publieke rol marktondersteunend in plaats van concurrerend worden bij het streven naar een volwaardig en divers journalistiek aanbod, ook op technologisch gebied?

4. Versterk positie van de zelfstandige maker.
De machtsontwikkelingen binnen de media zorgen voor een consolidatieslag en meer machtsconcentratie bij uitgevers en omroepen. Individuele zelfstandige makers zijn het kind van de rekening. In hun streven om rendementen overeind te houden of bezuinigingen het hoofd te bieden wordt de meest kwetsbare groep binnen de mediabedrijven hard aangepakt. Deze ‘marktwerking’ gaat onverbiddelijk ten koste van kwaliteit. Journalistiek, fotografie, documentaires: het is en blijft handwerk, waarvoor een faire prijs betaald moet worden om onafhankelijkheid en kwaliteit te waarborgen.

De overheid speelt hierin een rol, maar ook de redactionele leiding van mediabedrijven. Bodemprijzen leiden tot legbatterij-kwaliteit. De overheid kan helpen de positie van zelfstandigen te versterken met het auteurscontractenrecht en meer ruimte voor adviestarieven, maar hoofdredacties hebben hier ook een verantwoordelijkheid.

5. Meer fondsvorming voor journalistieke projecten.
Gerichte steun voor onderzoeksjournalistieke projecten op lokaal en regionaal niveau, waarvoor individuele journalisten, lokale kleine websites, nieuwsbladen en regionale dagbladen in aanmerking zouden moeten kunnen komen.
Een ‘Stimuleringsfonds voor de Journalistiek’ zou samen met het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten een ruim budget moeten krijgen voor stimulering op het gebied van inhoudelijk journalistiek onderzoek en datajournalistiek – arbeidsintensieve functies met een democratische meerwaarde.

Nu heeft het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten 500.000 euro op jaarbasis t.o.v. het meer dan 100-voudige voor de publieke omroep. Bij innovatie moet niet zozeer worden gekeken naar technologie, maar vooral naar sociale, inhoudelijke aspecten: het via scholing stimuleren van nieuwe vormen van journalistiek werken zoals datajournalistiek en professioneel gebruik van social media.

6. BTW-verlaging ook digitaal.
Een laag BTW-tarief, ook digitaal, is waardevol, want dat maakt informatie goedkoper. Aan dat lage BTW-tarief mag best een voorwaarde van redactionele onafhankelijkheid worden gekoppeld, om de publieke effectiviteit van deze maatregel te waarborgen.

7. Jongereninstroomproject.
De crisis in de media zorgt ervoor dat jong journalistiek talent moeilijk aan de slag komt op redacties. Bestaande redacties vergrijzen door gebrek aan jonge instroom. Dat houdt de noodzakelijke (sociale) innovatie tegen. Wij bepleiten de voortzetting van een instroomproject, zowel binnen cao-afspraken als met hulp van de overheid, dat open zou moeten staan voor alle commerciële journalistieke media, dus ook voor radio-, tv- en internetbedrijven.

Als het gaat om het waarborgen van de publieke meerwaarde van de journalistiek is niet alleen de overheid aan zet, maar nadrukkelijk ook de sector zelf. We zullen de handen ineen moeten slaan om weerwerk te bieden aan partijen, die in het digitale domein nu de dienst uitmaken en het geld verdienen. Of, positiever geformuleerd, gebruik moeten maken van hun kracht. We zullen de meerwaarde van journalistiek moeten blijven erkennen door er behoorlijk voor te betalen en er het publiek een prijs voor te vragen, commercieel of publiek.

Meer informatie over de expertmeeting is te vinden op de website van de NTR.

Nog geen reactie — begin de discussie!