Aanstaande vrijdag, 22 maart, organiseert de NTR de expertmeeting ‘Journalistiek als water uit de kraan’. Op deze dag wil de NTR journalisten inspireren verder te denken over de toekomst van de journalistiek. Voor deze gelegenheid heeft een aantal journalisten hun visie op journalistiek verwoord in een column.

“Not what someone says, not what somebody wished were true, but what is so, beyond all our opinions, constitutes the touchstone of our sanity,” schreef Walter Lippmann een eeuw geleden. Het is de crux waar journalistiek om draait. De rest is versiering en ontspanning.

Voor wie het even vergeten is: journalistiek is er voor het publiek, voor controle op ‘the powers that be’, om te voorzien in de behoefte aan informatie over onderwerpen die er maatschappelijk toe doen, voor het bieden van een platform voor discussie. Journalistiek kenmerkt zich door onderzoek te doen naar de feiten, door zijn onafhankelijkheid en onpartijdigheid, door een heldere scheiding van feiten, analyses en meningen.

Dat is professioneel werk. Het voldoet, als het goed is, aan vakmatige kwalificaties, waar je talent voor kan hebben en voor kan leren. Het idee, de uitwerking, het onderzoek, de presentatie van het resultaat zijn even zovele professionele onderdelen van het journalistiek proces. Burgerjournalistiek is daarom een met amateurkunst vergelijkbaar begrip: soms een mooie voedingsbodem of vruchtbare bron, maar geen alternatief. Journalistiek is een professie, het is een vak en het kost geld. Het product – via welk medium dan ook verspreid – is dus ook niet gratis. Ook niet als je het weggeeft.

Free lunch

De grootste fout die uitgevers en journalisten de afgelopen vijfentwintig jaar hebben gemaakt is dan ook het gratis ter beschikking stellen van hun waren via op webgebaseerde elektronische media. Een hele generatie nieuwsconsumenten is opgegroeid met de misvatting dat journalistieke producten voor niks zijn, en als dat bij de Volkskrant niet zo is, dan bij NU.nl wel.

De ‘crisis in de journalistiek’ is de ramp die zich voltrokken heeft door de economische, bedrijfsmatige grond onder het vak weg te trekken. “There is no such thing as a free lunch.” Wie een paar honderd euro per jaar betaalt voor zijn dagelijkse krant, krabt zich ernstig achter de oren als hij dezelfde of vergelijkbare inhoud gratis op zijn pc, tablet of smartphone kan krijgen. Daarmee loopt het lezersbestand van de krant leeg en, in min of meerdere mate als gevolg daarvan, de basis om krantenadvertenties te verkopen.

Vaak was de afdaling van de dagbladen onder invloed van bijvoorbeeld de televisie al lang begonnen, en waren er nog wel lezers maar langzamerhand geen adverteerders meer. En overal was het een kwestie van afwachten voordat ook andere media op het journalistieke vlak, zoals radio en televisie, een vergelijkbaar onheil over zich heen zagen komen.

Jong geld

De gemiddelde Nederlander besteedt, volgens onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau, al decennia ongeveer twintig uur per week aan ‘de media’. Meer tv-kijken impliceert dus minder boeken en kranten lezen. Meer internetgebruik gaat dus ten koste van tv-kijken. Oudere generaties houden nog aan oude patronen vast, maar de toename in leeftijd van het kijkerspubliek van programma’s als Nieuwsuur en P&W is zowel onvermijdelijk als spreekt boekdelen (gemiddelde leeftijd boven 60 jaar). Die zijn weliswaar vermogend, maar reclamemakers hebben liever jong geld dan oud geld.

Minder lezers, minder advertentieomzet leidt vrijwel onvermijdelijk tot bezuinigingen op redactionele kosten – waar zijn de tijden dat de Sulzbergers van de New York Times bij tegenvallende advertentie-inkomsten het redactiebudget verhoogden “to put more tomatoes in the soup”?

Een proces van bezuinigen heeft zich ook in Nederland op grote schaal voltrokken. Regionale kranten verdwenen of werden samengevoegd, dagbladen verschenen met een vermagerde inhoud, op goedkoper formaat, met minder mensen gemaakt, met minder ruimte voor verhalen waarvoor veel voorbereiding vereist is, met meer opgeleukte kost in een wanhopige poging de jongere lezer met lifestyle, relatierubrieken en ‘Lieve Lita 21e eeuw’ bij de krant te houden.

Vox pop

Televisienieuwsrubrieken stopten er méér aandacht voor ‘de man in de straat’ in, minder buitenland, en voedden het beeld dat het infotainment van Barend & Van Dorp, Pauw & Witteman of DWDD eigenlijk het summum van journalistiek is. NOS Nieuws, producent van het Journaal, jaren een baken van degelijke, betrouwbare, zij het wat saaie nieuwsgaring, herkauwt op radio, televisie en het web 24 uur per etmaal hetzelfde ‘verhaal van de dag’.

Door een facebookende, twitterende en bloggende internetcultuur gestimuleerd is ook de journalistiek sterk gericht geraakt op de vox pop, op emoties en meningen en een opgewonden papagaaienen herhaalcircuit dat, ondersteund door de sociale media, voor vierentwintig uur per dag ‘nieuws’ moet doorgaan. Een aanstaande regenbui kan het land toch gauw een hele dag bezighouden. De pro formazitting van Jasper S. scoort een dag voorbeschouwingen en een dag achter de schermen extra. Aan meningen en emoties geen gebrek, wel aan feiten.

Voetenwerk

Journalistiek moet het grotendeels hebben van het simpellijkende maar cruciale voetenwerk. De raadsverslaggever in Veendam, de politieverslaggever in Utrecht, journalisten die in Den Haag een of meer departementen volgen of weten wat en wie er speelt in vakbondskring of ondernemersorganisatie, AIVD of Raad voor de Rechtspraak. Correspondenten die een buitenland kennen, de taal spreken, weten wat wat betekent, geen parachutisten die per brandhaard gedropt worden onder het motto: ‘Anyone here being raped and speaks English?’

Dat voetenwerk, zoals voor Engeland door Nick Davies perfect beschreven in Flat Earth News, bestaat bijna niet meer of staat onder grote druk. Terwijl die kleine mannetjes en vrouwtjes zonder byline, zonder column met fotootje of hoofd op de buis de basis vormen waarop kranten-, televisie- en internetjournalistiek hun nieuws, achtergronden en analyses zouden moeten baseren. Doordat het bedrijfsmatig vloerkleed onder de journalistiek is weggetrokken, is ook het fundament van het vak in de feiten ondergraven.

Gefragmenteerd

Juist nu de wereld onder de voet gelopen wordt door een elektronische vloedgolf van websites, politieke, commerciële en maatschappelijke campagnes, van lawaaiïge bloggers, twitteraars en facebookers, is er niet minder maar méér behoefte aan kwalitatief goede journalistiek. In een medialandschap dat verregaand gefragmenteerd is – er zijn op NU.nl na nauwelijks op zichzelf staande, journalistieke internetsites of twitteraccounts die meer bezoekers hebben dan een slechtbeluisterde radiouitzending – blijft er vraag naar betrouwbare locaties op het web die in staat zijn enige ordening in de chaos aan te brengen.

Merken, namen, reputaties, imago’s zijn ook op het web cruciaal. Naam krijgen in de digitale wereld is nog moeilijker dan in de wereld van ‘bricks and mortar’; de oude media of zelfs de kranten hebben een naam en spelen daarin dus nog een belangrijke rol.

Dagblad-, weekblad-, radio-, televisie-, internetjournalistiek zijn allemaal anders, maar de kern is hetzelfde. Ze hebben ook allemaal een bedrijfsmatig fundament nodig om hun werk te kunnen betalen. Waar moet dat dan vandaan komen? In ieder geval niet door te verdunnen of op te leuken; wie daaraan begint heeft bij voorbaat verloren en goede journalistiek is moeilijk genoeg.

  • netto reclamebestedingen verdubbelden tussen 1990 en 2012 van € 2 miljard naar € 4 miljard
  • het aandeel van printmedia nam af van ruim 80% in 1990 tot ruim 30% in 2012; televisie en radio groeiden van minder dan 20% naar ruim 30%; internet van 0% in 2005 naar 30% in 2012
  • kranten hadden in 1990 een marktaandeel in advertenties van 31%, in 2012 is dat 11%; televisie nam 17% voor zijn rekening in 1990, dat groeide tot 25% anno 2012
  • de betaalde oplage van landelijke kranten was in 1990 ongeveer 1,9 miljoen; in 2012 was dat 1,6 miljoen
(Zie hier de grafieken met genoemde trends)

Voor een journalistiek product moet betaald worden. Dat is geen voldoende voorwaarde voor de journalistiek om te overleven, wel een noodzakelijke. Dus omhoog met de betaalmuren, betaalde abonnementen en artikel/fragment-gewijze bijdrages op het web! En is er dan een reden om de journalistieke productie van de Publieke Omroep daarvan uit te sluiten? De BBC geeft zijn series of documentaires toch ook niet weg? Zo kan ook de NOS met een bereik van 30% van de Nederlanders per maand bijdragen aan het herstel van de normale verhoudingen: journalistiek kost geld.

Meer informatie over de expertmeeting is te vinden op de website van de NTR.

Al 2 reacties — discussieer mee!