Inmiddels nadert het ledental van De Correspondent de beoogde 15 duizend. Als dat aantal bereikt wordt kan het project definitief van start gaan. Maar nog voor De Correspondent is begonnen, steekt her en der kritiek op. Deels terecht, erkent Rob Wijnberg: “Om echt flink aan onderzoeksjournalistiek te kunnen doen, zullen we straks nog door moeten groeien. Daarvoor is dit budget niet genoeg.”

De mensen die nu op de website van De Correspondent staan, gaan zij de redactie vormen?

“Nee, zeker niet, er komt een redactie bij. Je kan niet verwachten dat iemand als Femke Halsema fulltime redactie gaat voeren en andermans stukken gaat corrigeren. Deze mensen gaan bijdragen leveren, verhalen maken en ideeën bedenken voor De Correspondent. Er wordt een redactie samengesteld die verantwoordelijk is voor het uitzetten van verhalen en redigeren van bijdragen. Daar gaan we nu mee aan de slag. Dat kon niet eerder, want je kan niet aan mensen vragen om hun baan op te zeggen als je nog niet zeker weet dat het door kan gaan.”

Zal die redactie vooral bezig zijn met eindredactie?

“Het budget dat we straks zullen hebben, zijn geen gouden bergen. Je weet zelf hoe duur het is om een redactie te onderhouden. We hebben dus geen geld voor een volledig aparte eindredactie die alleen bezig is met het corrigeren van artikelen, zoals dat bij kranten het geval is. Onze redactie zal zoveel mogelijk alles zelf doen. Dus ook zelf voor bijdragen moeten zorgen.”

Hoe groot zal die redactie worden?

“Dat is een goede vraag. Er zijn een aantal plekken die we sowieso moeten invullen: een beeldredacteur voor het beeldmateriaal op de site, een techneut voor alle technische zaken en iemand die zich gaat bezighouden met de communicatie en administratie. Daarnaast denk ik nog aan 7 redacteuren.”

En wat zal jouw rol straks zijn?

“Hoofdredacteur. Dus ik zal verantwoordelijk zijn voor de grote lijnen, de inhoud van de website. En ik zal zelf ook schrijven, bijvoorbeeld toelichtingen bij de keuzes die we maken, net zoals ik deed bij nrc.next.”

[Lees ook op DNR: De correspondent is een gewoon online opinieblad]

Meteen na De Wereld Draait Door was er een stormloop van donateurs op de site. Mensen wilden onmiddellijk lid worden van De Correspondent. Heeft die enorme animo je verbaasd?

“Het was echt wonderbaarlijk. Ook als je kijkt naar vergelijkbare initiatieven in Amerika. Bijvoorbeeld journalistieke projecten op Kickstarter, die haalden allemaal bij lange na niet wat wij hebben gehaald. Zelfs Andrew Sullivan, de bekende blogger van The Atlantic en The Dailly Beast die besloot om zijn blog The Daily Dish betaald te maken, haalde onze aantallen niet. Het is echt buitenaards.”

Tegelijkertijd, als je had gedacht dat het kansloos zou zijn, dan was je er natuurlijk niet aan begonnen.

“Ik heb altijd gezegd: ik schat onze kansen op fifty-fifty. Dus genoeg om het te proberen en te weinig om niks te doen.”

Inmiddels staat de teller op circa 14.500 leden. Maar de grote stormloop is over. Bestaat de kans dat jullie het beoogde aantal donateurs toch niet gaan halen?

“We krijgen veel berichten van mensen die zeggen dat ze wachten tot 14.999, en dan lid gaan worden. Dus ik denk dat als we op dat aantal uitkomen, we er opeens nog een hele hoop leden bij krijgen. Juist aan het eind trekt het weer aan. Want dan denken mensen: het gaat er echt komen, dan word ik ook lid.”

De Correspondent heeft ook een samenwerking met De Groene Amsterdammer, wat houdt die samenwerking precies in?

“Het is onmogelijk om zoiets op te zetten zonder hulp. Van De Groene krijgen we ondersteuning voor administratie, juridische zaken en een plek om te kunnen werken. En later gaan we waarschijnlijk ook wel inhoudelijk samenwerken. We kunnen gezamenlijk gaan publiceren, dus een artikel kan zowel in De Groene als op onze website gepubliceerd worden. Maar hoe de samenwerking er precies uit gaat zien is nog niet zeker.”

Dan worden  jullie dus een soort online variant van De Groene Amsterdammer?

“Absoluut niet. Online journalistiek bedrijven is echt iets anders dan produceren voor een papieren medium en dat vervolgens online zetten. Wij zijn volledig online en dat heeft consequenties voor het soort journalistiek dat we gaan brengen. Als Jelle Brandt Corstius bijvoorbeeld een reportage gaat maken, dan kan hij online om hulp vragen, hij mensen om input vragen. Bovendien kan hij zijn voortdurend tussentijds verslag doen van zijn zoektocht. En ook videos plaatsen. Je volgt dan dus echt de persoon. Dat is echt iets totaal anders dan louter een afgerond stuk van een redacteur publiceren.”

Inmiddels is er ook kritiek opgestoken. Bijvoorbeeld over de ambities van De Correspondent: met het beoogde budget van 9 ton kan je helemaal niet aan diepgravende onderzoeksjournalistiek doen.

“Op zich is het goed opgemerkt dat we niet beschikken over gouden bergen. Onderzoek is duur, en als je het goed wilt doen is het nog duurder. Voor dit budget krijg je dat niet voor elkaar. Dit is genoeg voor een goed begin. We hoeven niet onderaan de ladder met weinig budget te beginnen. Maar om het goed te kunnen doen zullen we moeten groeien. Dan zullen we straks nog meer leden moeten krijgen.”

Gaat dat lukken?

“Ja, waarom niet? Moet kunnen. Misschien ook niet. Maar we gaan het proberen.”

En als dat niet lukt?

“Dan zullen we onze ambities moeten bijstellen. Of scherpere keuzes moeten maken. We zullen ons dan nog steeds richten op onderzoeksachtige journalistiek, maar dan minder frequent. Of meer met studenten dan met bekende namen. Maar het is niet zo dat De Correspondent dan mislukt is.”

Nog een regelmatig gehoorde opmerking: De Correspondent is een elitair project van de Amsterdamse grachtengordel.

“Geen van de mensen die momenteel meedoen met De Correspondent woont in de grachtengordel. Daarnaast: je bent in eerste instantie gebonden aan bekendere namen die het risico nemen om zich aan een nieuw initiatief te verbinden zonder dat ze weten of het een succes gaat worden. Je komt dan al snel bij elite uit. Als je niet met elite begint, dan kom je nergens, dan trek je geen leden aan. Ik vind het ook geen diskwalificatie dat we bekende mensen hebben, dat zijn mensen die hun sporen verdiend hebben. Joris van Casteren is een bekende naam, maar dat is hij omdat hij goede journalistiek maakt. Ik ben me ervan bewust dat het zeker geen ons-kent-ons-clubje moet worden.  Juist omdat we een alternatief geluid willen laten horen, moeten we ook mensen buiten het bekende kringetje zien aan te trekken.”

Jullie willen weg van de waan van de dag. Als ik  straks alleen De Correspondent lees, ben ik dan goed geïnformeerd over alle belangrijke zaken in de wereld? Kan ik dan de andere media gaan mijden, zodat ik geen last meer heb van bultruggen en voetballers die in scheiding liggen?

“Je bent dan zeer beperkt geïnformeerd. Want iedereen die zich informeert via slechts één medium, heeft een beperkt venster op de wereld. Dat geldt voor alle kranten en websites. Als je er maar eentje leest, dan heb je een beperkte blik. Ik zie De Correspondent echt als een poging iets toe te voegen aan wat er is. We hebben niet de ambitie om iets te vervangen of weg te concurreren.”

Alexander Pleijter

Hoofdredacteur

Alexander Pleijter is hoofdredacteur van De Nieuwe Reporter. Hij werkt als universitair docent Journalistiek en Nieuwe Media aan de …
Profiel-pagina
Al 5 reacties — discussieer mee!