Een oneindige reeks mannen neemt de kijker bij de hand. Dat is ‘crisistelevisie’, vindt Menna Laura Meijer En het is angstige televisie. Steeds bang dat het te moeilijk wordt, dat we het niet begrijpen en, gotspe, dat we het niet meer leuk vinden en niet meer zullen kijken. De heersende mediacultuur wordt geregeerd door angst om kijkers en lezers te verliezen.

Ik sta in de file op de A4 en kijk omhoog en boven mij prijkt een enorm billboard met daarop een naar de einder turende boer met pet. Hij heeft half dichtgeknepen ogen die zijn blik vorsend en kritisch maken. Hij kijkt voor ons de verte in. En ziet daar wat wij zelf niet zouden zien.

‘VPRO neemt je mee’ staat er boven. Waar naar toe? Naar de grens. Daar is van alles aan de hand. Het is natuurlijk geen echte boer. Dat zou vreemd zijn op Nederland 2. Het is Tommy Wieringa. Schrijver. In de quasi-ouderwetse leader zien we hem kijkend, turend, en met een stok door het slik lopend op weg naar, weer, die einder.

Mannen nemen ons mee

En Wieringa is niet de enige. Bij televisie is ‘hetzelfde’ als een warm bad en nog meer van hetzelfde als wit badschuim en daarom trekt nu wekelijks een oneindige reeks mannen aan ons voorbij en ze nemen ons allemaal mee. Mee naar de Gouden Eeuw. Mee naar de grens. Mee naar de filmset. Mee naar bevolkingsgroepen. Mee naar een schrijver. Mee naar India. Mee naar Turkije. Mee naar de Amazone. Mee op een boot. Mee naar oude en nieuwe rijken. Mee naar België.

En de VPRO is grossier. Bij de inhuldiging van het nieuwe televisieseizoen waarin meer dan de helft van bovengenoemde programma’s werd aangekondigd, speechte de directeur: “Juist nu, in de enorme media- storm waarin we nu zitten, is er behoefte aan OSP. Ons Soort Programma’s”. Ons soort. Dat is wij tegenover zij. Ons soort programma’s voor ons soort mensen. En ons soort, dat ben ik.

Dus: de afgelopen drie maanden laat ik me door Hans Goedkoop mee nemen door de Gouden Eeuw, Tom Barman laat me steden zien waar bijzondere speelfilms zijn opgenomen, Michiel van Erp toont me de oude en nieuwe rijken van Nederland, Abdelkader Benali laat me de blijvende invloed van onze grote schrijvers zien, Michael Schaap analyseert voor mij  Nederlandse  bevolkingsgroepen en Tommy Wieringa toont me de rafelranden van de Nederlandse grens.

Ze hanteren een vorm die de afgelopen jaren door mannen als Geert Mak, Adriaan van Dis, Redmond O’Hanlon, Bram Vermeulen en Jelle Brandt Corstius is beproefd, gekeurd en goed be vonden. Dat laten de kijkcijfers zien. Zoals de  VPRO  directeur  stelt: “Ze  peilen en peuren op de plekken waar het gebeurde, gebeurt  of  gaat  gebeuren. (…) Kritisch maar nooit vooringenomen. De kijker, luisteraar, surfer of lezer de ruimte latend voor zijn eigen conclusies.”

Ons soort mannen

Dat is nou ons soort mannen. Die doen dat. En never change a winning team. De Hokjesman, op safari in ons eigen land, kijkt ook. Door een verrekijker. Hij is verkleed  als  een  19e-eeuwse  antropoloog. In de leader zien we zijn werkkamer. Een foetus op sterk water, een kompas en het handboek De Nederlandse Volkskarakters.

In de Gouden Eeuw-staatsiefoto is Hans Goedkoop geportretteerd als een edelman. Hij kijkt ons aan met om zijn nek een grote witte kraag gemaakt van ventilatieslang.

En Tom Barman? Hij is als zichzelf want hij is een popster. Hij kijkt. En rookt.

De blik van de presentator

Het kijken is een belangrijk vormelement in alle programma’s. Het is de blik van de maker/presentator die ons leidt. The male gaze, zoals Amerikanen dat zeggen, zou een betere omschrijving zijn. Via de specifieke blik, de uitzonderlijke kijk, van deze mannen bezien we de wereld zoals wij die zonder hen niet zouden zien. Zij openen met hun gaze een wereld die voor ons gesloten was.

Het kijken komt in iedere aflevering meerdere keren terug. Het is de touch base van de formule. Bij ieder gesprek, bij het wisselen van locatie, bij het verlopen van de tijd, snijden we terug naar de kijkende maker. Wij kunnen ademhalen, de maker kijkt. Hij overziet. Hij denkt. Hij is daar.

Ook het voortbewegen is cruciaal. Het is de belichaming van het ‘mee met’ format. De maker/presentator loopt van de ene plek naar de andere, ontmoet al lopend, schijnbaar toevallig, de ene persoon na de andere, rijdt in de auto, met de trein, vaart met de boot en wij bewegen mee. Het  lijken  allemaal  onschuldige  tussenshots,  maar  uiteindelijk  laat  de  maker/ presentator ons nooit los. We kunnen niet aan hem ontsnappen. Het is een stevige, warme hand die dirigeert en niet laat gaan.

De presentator leidt ons

De kijker wordt letterlijk langs de grens en subculturen, door de stad, en de geschiedenis geloodst. Wees niet bang. Hij is daar en hij leidt. En hij is enthousiast, vrolijk, onbevooroordeeld en nieuwsgierig. Altijd. Iedere aflevering weer. Zelfs de wat norse Groninger Wieringa laat zich ontroeren. Het zijn de kleine vraagjes, de zuchtjes van verbazing, lachjes van herkenning en de voortdurende bevestiging van de geïnterviewden, die de stijl van de maker/presentator kenmerken en ons voortstuwen en vasthouden in het verhaal.

“Mooi he?” “Wat krankzinnig!” “Ik had me dit heel anders voorgesteld!” “Wat een hanenpoten.” “U vindt het lekker he?” “Hoe voelt dat nou?” “Wat dacht u toen?” “Maar zou je eigenlijk kunnen zeggen dat dit document / de immigranten / de val van Antwerpen, het begin / het succes / het eind van de Gouden Eeuw is?!”

Al dat voortbewegen, kijken, lachen, babbelen kost tijd. Het is niet mogelijk, als een kill your darlings, die shots eruit te snijden. Het is inherent aan het format. Dat maakt het tot dwingende televisie waarin de dynamiek tussen maker/presentator en kijker cruciaal is. De hoeveelheid informa tie wordt in korte blokken geserveerd, in kleine vraaggesprekken waarin de maker/ presentator steeds herhaalt en bevestigt wat we zien en horen, en in een kleine emotie het belang van het moment benadrukt waarna we zogenaamd terloops verder reizen terwijl de voice-over nog eens samenvat wat we hebben gezien en vertelt waar we mee verder gaan.

Er gebeurt altijd wat

Er moet altijd wat gebeuren. Er kan niet niets gebeuren. Dat belooft de leader. Én de maker/presentator. Want op de grens daar worden de verhalen grimmiger. Op leven en dood, belooft Wieringa ons zelfs. Hij ontmoet de boswachter in het tussenland van België en Brabant. De man heeft een dienstpistool en pepperspray want er wordt gesmokkeld en gestroopt.

De man laat de weilanden zien waar stropers in auto’s met honden op hazen jagen. “Maar wat gebeurt er dan als je die stropers snapt?”, vraagt Wieringa.  “Nou”,  zegt  de  man,  “meestal wordt het een botsing want ze proberen zich bijna altijd aan de aanhouding te ont- trekken. Ik heb ook een speciale stalen bumper.” “Maar goed”, peurt Wieringa verder, “dan heb je ze gesnapt. Je hebt die auto klem gereden. En dan? Ze denken: wat hebben we met jou te maken? Wat moet je doen met één lichaam tegen drie lichamen?”

“Dan moet je de brutaalste pakken”, zegt de bos wachter, en, eindelijk, hij pakt Wieringa vast en duwt hem tegen de grond en slaat hem in de boeien. “Ja”, zegt Wieringa, “maar je vindt het ook wel lekker, hè? Even serieus, je vindt het ook echt wel lekker, of niet?”

Klokhuis voor volwassenen

Enthousiast en mee aan de hand. Zo waren vroeger de leukste lessen op school. Het is Klokhuis voor volwassenen. We herkennen ons soort programma’s aan ons soort makers/presentatoren. Ze zijn prominent in beeld. Vertellen bij Pauw & Witteman en De Wereld Draait Door.

“Hoe doe je dat, zo’n programma”, roept Matthijs van Nieuwkerk naar Tom Barman. “Je hebt een waanzinnig idee en dan?” “Nou”, zegt Barman, “Lotje IJzermans, eindredacteur van de VPRO, had me hier jaren geleden al eens voor benaderd. Toen het eindelijk doorging kwam regisseur Britta Hosman erbij. En twee hele goede researchers …” Nou heb je alle namen wel genoemd, wim pelt Van Nieuwkerk hem lachend af. “Ja, maar dat is belangrijk hè, die mensen die het maken”, zegt Barman nog. Nee, eigenlijk is dat niet belangrijk Tom. Het gaat om jou. Dat wil je misschien niet. Maar we draaien op jou. Op jouw blik, jouw nieuwsgierigheid, jouw lach, jouw loopje, jouw sigaretje.

Pauw en Witteman begrijpen dat heel goed. Zij kondigen Wieringa aan als “schrijver, en niet de minste, en nu ook te levisiemaker want je maakte voor de VPRO een zesdelige serie met als titel De Grens. Wat fascineert jou zo aan die grens?”

Formattelevisie

Nog niet zo lang geleden keek Ons Soort Mensen met gepaste minachting naar formattelevisie en energieke presentatoren in beeld. Dat was niet ons soort televisie. Dat was hun televisie. BNN had daar het patent op.  Logisch,  want  jonge  kijkers  moeten nou eenmaal de uitzending door geholpen worden. Vast pakken en niet meer los laten want anders zappen ze god weet waar naar toe. Iemand moet de leiding nemen!

Ons Soort  Omroep  heeft  geen  jonge  kijkers. Wij zijn 55-plussers. We hebben daarom Ons Soort Presentatoren. Geen jongens en meisjes als bij BNN, maar mannen. Want juist nu, ‘in de hevige mediastorm waarin we nu zitten’, hebben we presentatoren nodig die ons, als de bevlogen meesters die we kennen van vroeger, begeleiden door onze roerige wereld: vertrouwenwekkend, vriendelijk, optimistisch en aanwezig. Alles wat de grote mannen in het echte leven niet meer zijn.

Te veel mannen op tv

Er zijn te veel mannen op tv. Maar er zijn vooral te veel mannen op tv die hetzelfde doen. Mannen zeggen “wat is veel?” en “wat ik doe is anders”. Dat is niet waar. Mannen denken vaak dat wat zij doen uniek is, maar dat is een testosterongedreven misvatting. De overeenkomsten zijn groter dan de verschillen. Vroeger maakten de anderen altijd dezelfde programma’s.

Die tijd is voorbij. Uiteindelijk  is  deze  ‘Neemt  Je  Mee  TV’ gewoon formattelevisie die zich herhaalt. Het zijn semi-intellectuele kwaliteitsformules, soms interessant, of mooi gedraaid en mooi gemonteerd, maar vooral bedoeld om bij kijkers zo veel mogelijk herkenbaarheid en zo weinig mogelijk onbeantwoorde vragen op te roepen. Zo weinig mogelijk te verontrusten of te verwarren en ons met zo veel mogelijk enthousiasme en goede moed naar volgende week te leiden.

Mee-aan-de-hand-van-een-man-tv is double dip crisistelevisie. Ze overanalyseert Ons Soort met een bevestigende, naar binnen gekeerde blik. In het oog van de economische storm omlijnt deze televisie ons land, onze mensen, onze gebruiken en geschiedenis en benoemt de bindende factor, het Wij, zodat we ons veilig wanen in een turbulente wereld waarin niet duidelijk is van waar het gevaar zal komen.

Angstige televisie

En het is angstige televisie. Steeds bang dat het te moeilijk wordt, dat we het niet begrijpen en, gotspe, dat we het niet meer leuk vinden en niet meer zullen kijken. De heersende mediacultuur wordt geregeerd door angst om kijkers en lezers te verliezen. Kranten worden opgeleukt, artikelen worden korter, programma’s met een hoog informatiegehalte laten bij de inleiding al zien wanneer personen en quotes later te zien zullen zijn.

“U heeft nog 30 seconden!”, roept de presentator. Tegenover de angst staat het lef. De echte mediastorm moet nog komen. Niet de angst, maar het lef van de omroep en makers, zal dan cruciaal zijn. Het lef om grillige en uitdagende televisie te maken waarin makers ons wakker houden en ons meenemen op de road to nowhere omdat we juist niet weten wat daar op ons pad komt.

Dit artikel is verschenen in de nieuwste editie van 609, het blad van het Mediafonds.

Wie alle artikelen van de nieuwste editie van het blad wil lezen: een pdf van 609 is te vinden op de website van het Mediafonds.nl.

Al 5 reacties — discussieer mee!