Artikelpiraterij, knip-en-plakjournalistiek, jatwerk en nieuwskannibalisme. Het zijn niet de minste termen waarmee het werk van veel online nieuwsredacties geregeld wordt omschreven. Uit onderzoek van Jan-Willem van der Mijde op de webredactie van NOS OP 3 blijkt dat de redacteuren vrijwel continu leentjebuur spelen, bij zowel kranten als concurrerende nieuwssites. Het onderzoek biedt echter ook de nodige nuances die ontbreken in veel opvattingen over online nieuwsproductie.

Let op: sommige links in dit artikel verwijzen naar de pdf van het volledige onderzoeksverslag. Deze zijn te herkennen aan de vermelding [pdf].

Ruim vier maanden bevond ik mij op de webredactie van NOS op 3 – eerst als stagiair en daarna als onderzoeker. Een redactie die dagelijks schippert tussen de afhankelijkheid van aggregatie en de professionele behoefte om daar zelf iets ‘eigens’ aan toe te voegen. Met het internet als belangrijkste hulpmiddel zijn de lijntjes naar andere media immers kort. Gecombineerd met een betrekkelijk kleine bezetting – vier redacteuren, waarvan twee stagiairs, in twee overlappende diensten – biedt aggregatie een relatief makkelijke oplossing om de site elke dag te kunnen vullen.

Aggregatie van nieuws

In mijn onderzoek definieer ik aggregatie breder dan het letterlijke kopieerwerk (of jatwerk) van zogeheten nieuwsaggregatiewebsites. In bredere zin is aggregatie het fenomeen waarbij nieuwsmedia hun nieuws weghalen bij andere media, zonder de content letterlijk over te nemen. Een fenomeen dat zich, zoals Piet Bakker terecht opmerkt, zeker niet beperkt tot online media. Wel is het zo dat aggregatie dankzij internet nog nooit zo makkelijk is geweest.

Ondanks dat nieuwsaggregatie wijdverbreid is, is er nog verrassend weinig onderzoek gedaan naar de productie van naar online nieuws dat de oppervlakkigheid van inhoudsanalyses overstijgt, zeker in Nederland. Nieuwsetnografen wagen zich de laatste jaren echter steeds vaker op webredacties. Nauwgezette observaties en diepte-interviews, die dit onderzoeksveld karakteriseren, kunnen opvattingen over online nieuws in een reëler perspectief plaatsen. De etnografische studies in twee bundels van Making Online News (uit 2008 en 2011) getuigen hiervan.

Het onderzoek

Om de nodige nuance in het debat aan te brengen, heb ik na mijn stage van drie maanden op de webredactie van NOS OP 3 nauwgezette observaties gemaakt van 27 artikelproducties door negen redacteuren, in de loop van anderhalve maand. Op één redacteur na zijn daarmee de producties van vrijwel de gehele redactie geobserveerd.

De selectie van de artikelproducties was volledig willekeurig, aangezien ik beoogde om op elke observatiedag zo goed mogelijk de totstandkoming van producties van één specifieke redacteur te volgen. De data bestaan uit onder meer audio-opnames van redactievergaderingen, schermopnames van het daadwerkelijke schrijfproces, en interviews met de redacteuren over de producties.

Andere media als enige bron

Tijdens mijn observaties bleek al snel dat andere media vrijwel de enige bron vormen voor online artikelen. Maar ook werd duidelijk dat hier wel zeker gradaties in bestaan.

Nationale en internationale kranten en hun websites vormen zonder twijfel het voornaamste gespreksonderwerp tijdens de redactievergaderingen van NOS OP 3. Zo begon elke vergadering in de ochtend steevast met een krantenronde en de vraag ‘wat kunnen wij hier nog mee?’.

Uit de onderzochte artikelproducties [pdf] bleken dan ook 15 artikelen (56%) inhoudelijk volledig gebaseerd te zijn op één of twee artikelen van andere media.

Nog eens drie artikelen (11%) waren omgeschreven reportages van de eigen NOS op 3-televisie- en radioredactie. Omroeporganisaties streven vaak synergie na door verschillende journalistieke producties te ‘convergeren’. In de praktijk blijkt dit echter beperkt tot het routinematig omschrijven van bestaande (video- en audio-) content.

Een voorbeeld van de aggregatie-categorie is de productie van een artikel over de ‘foute’ afbeelding op de Gouden Koets die vrijwel geheel is gebaseerd [pdf] op één artikel van Binnenland.nieuws.nl. Dat artikel is overigens toegeschreven aan Novum en refereert zelf aan een open brief in NRC Next. Hergebruikt nieuws wordt dus nog eens dunnetjes hergebruikt. In het uiteindelijke artikel van NOS op 3 wordt in de tekst naar de NRC Next verwezen (het verhaal gaat immers over het artikel zelf), maar dit gebeurt zeker niet altijd.

Linken is relatief

Een artikel uit het AD vormt de aanleiding voor een NOS op 3-artikel over de reactie van politiebonden op de verhoging van de verkeersboetes. In het artikel van NOS op 3 wordt een andere woordvoerder geciteerd dan in het AD-artikel maar er wordt niet meer gelinkt naar het artikel van het AD. Als niet-wetende lezer zou je dus kunnen denken dat NOS OP 3 het gehele nieuwsfeit heeft gegaard.

Een kleine toevoeging aan een nieuwsfeit blijkt voor veel webredacteuren genoeg om niet te linken naar het oorspronkelijke nieuwsverhaal. Webredacteuren worstelen blijkbaar met het imago van ‘nieuwskannibalen’, aangezien een (terug)verwijzing naar het oorspronkelijke artikel gelijk staat aan een erkenning van het (her)gebruiken van andermans nieuws en werk.

Hoe minimaal de eigen bijdrage ook is, redacteuren achten dat genoeg [pdf] om zich het nieuws van een ander medium toe te eigenen. Want, zoals een redacteur verklaarde [pdf], “waar moet ik dan naar linken? (…) als ik gewoon informatie van verschillende plekken haal en verwerk in een artikel, dan hoef ik niet aan bronvermelding te doen.

Kannibaliseren in gradaties

Voor de duidelijkheid: het laatstgenoemde voorbeeld overstijgt het knip-en-plakwerk van veel nieuwsaggregatiewebsites. De aanleiding van het nieuws en de structuur van het artikel komen regelrecht uit het AD, maar er is wel nagebeld voor bevestiging en er is wat extra informatie toegevoegd. Daarnaast is de selectie van bepaalde nieuwsverhalen boven anderen op zichzelf al een journalistieke handeling. Er wordt dus gekannibaliseerd op het nieuws van anderen, maar in gradaties.

Vijf artikelen (18%) uit de analyse zijn eveneens grotendeels op basis van, of in navolging van bestaande artikelen of nieuwsfeiten geschreven. Inhoudelijk zijn ze echter voor een groot deel aangevuld met extra informatie. Zo was het artikel [pdf] (later bijgewerkt tot dit artikel) over een mogelijk faillissement van Griekenland geïnspireerd op berichtgeving van RTL Nieuws de dag daarvoor. Het uiteindelijke artikel is samengesteld [pdf] als een overzichtsartikel en geschreven op basis van vijf online artikelen (waaronder Wikipedia) en navraag bij de economieredactie.

De vier resterende artikelen uit de analyse hadden betrekking op brekend nieuws (15%). Het snel en constant updaten van de site is bij dit soort producties leidend. Wederom zijn andere media een belangrijke bron van informatie. Daarnaast speelt vooral Twitter in dergelijke situaties een belangrijke rol [pdf]. Door het gecoördineerd managen van informatie kan de webredactie een beeld schetsen van een nieuwsgebeurtenis waarover nog veel onzekerheid bestaat.

Nieuwskannibalisme, so what?

Een inventarisatie door Sargasso van alle links op GeenStijl legde al eens bloot hoe afhankelijk dit weblog zou zijn van vooral de ‘dodebomenjournalistiek’. Dat veel webredacties afhankelijk zijn van dagbladen is evident. Ook bij NOS OP 3 zijn de middelen – net als bij  andere internetredacties – immers beperkt. Dan is het niet vreemd dat webredacteuren leunen op content van andere media. De site moet immers toch elke dag weer gevuld worden.

Veel interessanter is de vraag: hoe gaan webredacteuren met die beperkingen om en leidt hun werk uiteindelijk tot een diverser nieuwsaanbod? Bijvoorbeeld door extra informatie toe te voegen, nieuwe perspectieven te bieden of een coherenter beeld van het nieuws te schetsen. De webredacteuren van NOS op 3 slagen hier, zoals blijkt uit het onderzoek, geregeld in, zij het in gradaties.

Het volledige onderzoek is beschikbaar op de website van Jan-Willem van de Mijde.

Al 15 reacties — discussieer mee!