Het regionale mediagebouw vertoont al tijden structurele gebreken, maar nu acuut instortingsgevaar dreigt komen bewoners, gebruikers en instanties in actie om in ieder geval de boedel te redden. De boedel, dat is de journalistieke verslaglegging van de regionale actualiteit. En het gebouw, ach, dat zou wel eens geheel virtueel kunnen worden, en waarom ook niet? Jan Bierhoff, coördinator van het Programma Regionale Samenwerking, doet verslag van de beginnende herinrichting van het kleinschalige medialandschap.

Het Stimuleringsfonds voor de Pers (lees: voor alle media) maakt de komende jaren ruimte om oplossingsrichtingen te verkennen met het Programma Regionale Samenwerking. In proefprojecten, pilots, worden diverse scenario’s op waarde getoetst. Het programma is een trendbreuk met eerdere steunacties. Uitgangspunten zijn: stoppen met geklaag over teloorgang, geen marginale innovatie maar fundamentele en niet langer ad hoc-projecten maar structurele, organisatorische wijzigingen.

[Lees ook op DNR: De teloorgang van regionale van de regiojournalistiek is een ramp op vele vlakken]

Centraal staat het gegeven dat versterkte samenwerking een gemeenschappelijk kenmerk is van alle opties. Ambitie is de realisatie van regionale mediacentra als ankerpunt voor journalistieke kwaliteit. Verder mikt het fonds volledig op toekomstige digitale distributie en accepteert dat met minder middelen een hogere prestatie geleverd moet worden. Ook hier geldt: ophouden met handje ophouden en aan de slag. Bij de transformatie van fysiek, analoog, naar virtueel, digitaal, kunnen budgetten zodanig worden herschikt dat dit geen onredelijke eis is.

5 projecten geselecteerd

Het programma, van start sinds begin dit jaar, is behoorlijk selectief. Van de reeks aanvragen zijn er uiteindelijk 15 inhoudelijk beoordeeld. Daaruit zijn vijf projecten geselecteerd die in aanmerking kwamen voor steun. Van die vijf lopen nu drie meerjarige pilots, twee zijn afgevallen.

De NDC Mediagroep (noordelijke dagbladen) heeft zich zelf teruggetrokken. Jammer, want het experiment met commerciële samenwerking tussen krant (Leeuwarder Courant) en Friese hyperlocals had nuttige inzichten kunnen opleveren. De aanvraag van een groep lokale omroepen in de Peel (Noord-Brabant) is door het fondsbestuur afgewezen omdat aan enige voorwaarden op het gebied van cofinanciering en beleidskracht niet kon worden voldaan.

Maar drie pilots komen nu op stoom. Ze hebben ieder een specifieke samenwerkingsvariant en schaalgrootte.

Pilot Amsterdam

Op grootstedelijk niveau opereert de Amsterdamse lokale omroep AT5, in samenwerking met de andere media die samenwerken in het ARPA-verband (naast AT5 Het Parool, RTV Noord-Holland, AVRO) aan een platform voor dataverzameling, debat en publiciteit. Het platform heeft in eerste instantie een fysieke uitdrukkingsvorm: vertegenwoordigers van media, markt en overheid bundelen hun expertise en bezien gezamenlijk de ontwikkellijnen op het gebied van bouwen en ruimtelijke ordening. Centrale doelstelling is het voorkomen van fragmentatie en het inzichtelijk maken voor bewoners van de bebouwde en te bouwen omgeving. Uiteindelijk geschiedt dat op een nieuw, digitaal, interactief platform.

Interessant aan deze pilot is, behalve de combinatie van pers en omroep, vooral het samengaan van lokaal en regionaal (zelfs nationaal) en de structurele samenwerking tussen journalistiek, overheid en sectororganisaties. Ieder op eigen titel en verantwoordelijkheid, dus ook met waarborging van de journalistieke onafhankelijkheid.

Pilot West-Brabant

De tweede pilot speelt zich af op regionaal niveau, de regio Breda / West-Brabant. Wegener-titel BN-De Stem en Omroep Brabant bundelen nu de krachten om een gemeenschappelijke nieuwsdienst in te richten die voor beide media het zogeheten primaire nieuws gaat verzorgen, de berichtenstroom naar aanleiding van aankondigingen, persconferenties en evenementen die vooral feitelijk van aard is en weinig ruimte biedt voor profilering van welke aard dan ook.

Dit project is om twee redenen van belang. Allereerst omdat zo daadwerkelijk verkend wordt of samenwerking synergievoordelen heeft en journalistieke werkkracht vrijkomt voor meer diepgaander verslaggeving. Minstens zo belangrijk is het termijndoel, de realisatie van een Brabants mediacentrum met vier, betrekkelijk autonoom opererende journalistieke kernen in de diverse subregio’s.

Pilot Zeeland

De derde pilot heeft een hele provincie, Zeeland, als oefenterrein. Omroep Zeeland, samen met de Zeeuwse Bibliotheek en onderzoeksinstituut SCOOP, werkt nu aan de lancering van een gezamenlijk digitaal platform voor Zeeuwse berichtgeving, waarop ook burgers en maatschappelijke organisaties een prominente rol spelen.

Uitgangspunt is de vaststelling dat in de netwerkmaatschappij vrijwel iedereen nieuws produceert. Structureel, zoals provincies, regelmatig, zoals zorgkoepels, of incidenteel, zoals ooggetuigen van een bijzondere gebeurtenis. Op papier, op YouTube, in blogs of met incidentfoto’s. Dat stuwmeer aan verslaggevingscapaciteit wordt nog maar matig benut door de professionele media, en de Zeeuwse pilot wil met de start van een publiek digitaal platform daar verandering in brengen. Het stelt ook de regionale omroep voor de uitdaging om nieuwe beroepsrollen te verkennen: informatiemanagement (bundelen van divers materiaal in betekenisvolle collecties), editing, platformbeheer.

Zoeken naar optimale schaalgrootte

Wat de drie pilots bindt is het hernieuwd zoeken naar de optimale schaalgrootte voor regionale journalistiek. Door technologische vooruitgang en daarop geënt mediabeleid hebben we de afgelopen decennia een drielagenstructuur gekregen die vooral gedefinieerd wordt door de politieke inrichting van het land: nationale, provinciale en lokale media.

Handig in het kader van vergunningverlening en publieke financieringsstromen, maar in geen enkel opzicht uitdrukking van de informatiebehoefte van burgers. Die ligt veel eerder in de historisch, sociaaleconomisch en cultureel samenhangende regio’s. Soms zijn dat grote stadsagglomeraties (Eindhoven bijvoorbeeld), soms delen van een provincie (denk aan Zuid-Limburg), soms hele provincies (als Friesland). In veel gevallen worden stads- en provinciegrenzen, soms zelfs landsgrenzen, overschreden.

Nu door het primaat van internet en digitale communicatie een herschikking onvermijdelijk is, en die omschakeling minder door de politiek en meer door particulier initiatief gestuurd wordt, zullen deze regio’s met een herkenbare identiteit en gedeeld saamhorigheidsgevoel de beste kansen bieden voor de regionale journalistiek. Zowel organisatorisch, redactioneel als commercieel.

Positionering van regionale omroepen

Uiteraard is dit geen gelopen race, innovatie gaat van ‘au’ en gevestigde structuren hebben niet de gewoonte snel te wijken. Dat blijkt het duidelijkst bij de nu ter discussie staande positionering van de provinciale omroep. De staatssecretaris ziet wel wat in samenvoeging met de landelijke publieke omroep, en die op zijn beurt is maar wat blij met deze nieuwe partners in het kader van het halen van de bezuinigingsdoelstelling.

[Lees ook op DNR: “Regionale omroepen worden beter van samenwerking met de NOS”]

Ondertussen raken de professionele organisaties (ROOS, OLON) bekneld omdat ze moeten kiezen tussen continuïteit (het publieke bestel) en identiteit (binding aan de regio), en gaat de voorkeur van steeds meer regio-omroepen uit naar dat laatste alternatief. Ook provinciebesturen gaan zich inzetten voor het blijvend decentraal organiseren van de regionale omroep.

Binnen de hier genoemde pilots ligt de focus nadrukkelijk op regionale identiteit en het laten ontstaan van een natuurlijke habitat voor digitale informatie-uitwisseling, die voor alle partijen, makers, consumenten en instellingen, vanzelfsprekend en relevant is. Werkt dat? Wordt de kwaliteit van regionale berichtgeving in de pilotgebieden beter, gevarieerder, toegankelijker?

Het Stimuleringsfonds begeleidt het pilotprogramma met diverse vormen van kwantitatief en kwalitatief onderzoek. De eerste resultaten worden besproken op een themacongres, begin september. Doorlopende verslaglegging over voortgang van de pilots is te vinden op Persinnovatie.nl.

[Lees ook de andere artikelen die in deze serie over samenwerkingen bij lokale en regionale omroepen]


Dit artikel maakt deel uit van een serie over samenwerking tussen regionale en lokale omroepen. De eerste twee delen zijn eerder gepubliceerd als artikel in 609, het blad van het Mediafonds.

Nog geen reactie — begin de discussie!