De afgelopen jaren heeft de Raad voor de Journalistiek heel wat kritiek te verduren gekregen. Desondanks blijft de Raad trouw klachten behandelen die worden ingediend tegen journalistieke publicaties. Huub Evers heeft voor DNR enkele cijfers uit het jaarverslag 2012 op een rij gezet en bespreekt enkele opvalende zaken uit het afgelopen jaar.

Over gebrek aan aandacht heeft de Raad voor de Journalistiek de laatste jaren niet te klagen. Over de tendens van die aandacht wel, want die is meestal niet positief: gaat het over de Raad, dan gaat het veelal ook over afhakers, gebrek aan gezag en over financiële problemen.

Wie dan opmerkt, zoals ik meestal doe, dat er uiteindelijk toch slechts enkele redacties zijn die de Raad niet erkennen en dat het overgrote deel van de media gewoon meewerkt, naar de zitting komt en de uitspraak publiceert, krijgt steevast als reactie: “dat mag zo zijn, maar het zijn toch niet de minsten die niets met jullie (ik ben zelf lid van de Raad) te maken willen hebben.”

De laatste weken lijkt er een kentering te bespeuren. Nu gaat het (ook) over terugkerende afhakers als Elsevier en RTL Nieuws, over vernieuwingsplannen en over een nieuwe voorzitter (Hans Laroes) die zorgt voor een nieuw elan.

Terwijl dit alles in de media wordt opgediend, gaat het gewone werk door voor het secretariaat en de raadsleden: klachten behandelen van mensen die vinden dat ze door journalisten niet netjes behandeld zijn of over wie publicaties zijn verschenen die niet voldoen aan normen van persethiek, althans volgens de indieners van de klachten.

Jaarcijfers

Ook in 2012 (het jaarverslag is hier te downloaden) lag het aantal in behandeling genomen klachten weer rond de tachtig. 76 klachten werden behandeld op vijftien zittingen. In 65 gevallen deed de Raad een uitspraak die is opgenomen in het jaarverslag. De overige uitspraken zijn in 2013 gepubliceerd.

Van die 65 klachten waren er 15 gegrond, 8 deels gegrond en 28 ongegrond. Daarnaast werd er in 12 gevallen geen uitspraak gedaan, bijvoorbeeld omdat klagers niet direct belanghebbend en dus niet ontvankelijk waren. Twee uitspraken hadden betrekking op klachten die in 2011 werden ingediend, maar die pas in 2012 definitief werden afgehandeld.

Waar de klachten tegen de regionale kranten met de helft afnamen (van 37 in 2011 naar 18 in 2012), nam het aantal klachten tegen de landelijke kranten licht toe (van 12 in 2011 naar 14 in 2012). Ook bij de landelijke publieke omroepen was er sprake van een toename: van 8 naar 13. Het aantal klachten bleef nagenoeg gelijk bij de lokale en regionale omroepen (van 4 naar 5), en bij de commerciële omroepen (van 5 naar 4) en bij de online media (van 7 naar 6).

In een aanzienlijk aantal klachten (16) kon de Raad, ondanks weigering van de aangeklaagde (hoofd)redactie om te reageren, toch uitspraak doen omdat het dossier voldoende aanknopingspunten bevatte om de zaak in behandeling te nemen. Het is nog niet duidelijk of de Raad dit in de toekomst zal blijven doen. Bestuur en leden zijn hierover nog in beraad.

Kijkend naar de inhoud van de klachten luidde de top-5:

  1. Bijna 60% van de klachten ging over onjuiste en/of tendentieuze berichtgeving;
  2. Ongeveer 55% over het achterwege laten van wederhoor
  3. Bijna 40% over het aantasten van de privacy
  4. In circa 20% van de klachten ging het over bronnen. Bij bronnen kan het gaan om het aantal informanten en over de betrouwbaarheid en onafhankelijkheid van bronnen.
  5. In een ongeveer even groot aantal over ‘open vizier’. Bij open vizier gaat het over werken met de verborgen camera of over het zich niet of onvoldoende kenbaar maken als journalist.

In Vlaanderen constateerde de Raad voor de Journalistiek in het verslag over 2012, dat bijna de helft van het aantal klachten op een of andere manier wel iets met privacy te maken had. Het verschil met ons land is op dit punt dus toch niet zo heel groot.

In veel klachten is er sprake van meer dan één kwestie: wanneer iemand klaagt over schending van de privacy, gaat dat vaak gepaard met andere aspecten, bijvoorbeeld tendentieuze berichtgeving of onvoldoende wederhoor.

Enkele uitspraken uitgelicht

Rechtbankverslag in Twentsche Courant Tubantia

Dat was bijvoorbeeld, overigens zonder het aspect privacyschending, het geval in een klacht tegen Twentsche Courant Tubantia. De krant had een rechtbankverslag waarin volgens klager onjuist en tendentieus over zijn zaak werd bericht, zonder deugdelijk onderzoek en zonder wederhoor.

De informatie was afkomstig van zijn ex die niets meer met hem te maken wil hebben. Zij had de journalist haar kant van het verhaal verteld. Klager ervoer dat als tendentieuze en beschuldigende informatie die de journalist had moeten natrekken. De journalist deed dat ook door de perswoordvoerder van de rechtbank te bellen, maar werd op het verkeerde been gezet, want de woordvoerder vermeldde niet dat hoger beroep was ingesteld.

De Raad volgde hier de volgende redenering: je mag als journalist afgaan op de toelichting van de persvoorlichter, maar wanneer deze verkeerde informatie geeft en als gevolg daarvan komt een stuk in de krant waarin onjuistheden staan, dan ligt de verantwoordelijkheid daarvoor bij de redactie. In dit concrete geval hoefde de krant dus niet uit te zoeken of er hoger beroep was ingesteld en of daarin eventueel een ander rechterlijk oordeel was geveld dan in eerste aanleg. Dit zou al te veel gevraagd zijn. Maar het publiceren van onjuiste informatie blijft onzorgvuldig handelen.

Foto van hardlopende vrouwen in het Noordhollands Dagblad

Wanneer een klacht ongegrond wordt bevonden, maakt de Raad toch vaak een kanttekening dat het niettemin beter zou zijn geweest wanneer de journalist zus of zo gehandeld zou hebben. Dat gebeurde ook bij een klacht over een artikel in het Noordhollands Dagblad. Die krant had een verhaal over sportvasten, een combinatie van weinig eten en veel sporten, waardoor mensen afvallen én fitter blijven. Bij het stuk stond een foto van twee vrouwen, hardlopend in een park.

De Raad vond dat geen sprake was van schending van de privacy en evenmin van het schaden van belangen van de vrouwen. Het artikel en de illustraties waren algemeen van aard, terwijl de foto bovendien genomen was in de openbare ruimte. De klacht was dus ongegrond, maar toch had de krant er beter aan gedaan in het fotobijschrift te melden dat de afgebeelde vrouwen niets te maken hebben met sportvasten.

Afspraken maken met Trouw

Ook wanneer een journalist een afspraak nakomt, bijvoorbeeld om een stuk vooraf te laten lezen, kan er sprake zijn van onzorgvuldig handelen. Dat was het geval bij Trouw. Deze krant had weliswaar naar de letter, maar niet naar de geest van de afspraak gehandeld om een artikel vóór publicatie te laten lezen. De krant had een verhaal over twee hoogbegaafde dyslectische broers die (à la het ‘zeilmeisje’) aan een zeiltocht waren begonnen om aandacht te vragen voor hun zoektocht naar goed en passend onderwijs. Het artikel was aan de raadsvrouwe van het tweetal voorgelegd, maar daarna op basis van aanvullende gesprekken met anderen zo drastisch gewijzigd, dat het stuk volgens de Raad nogmaals voorgelegd had moeten worden.

 Nurten Albayrak versus de NOS

Twee zaken trokken breed de aandacht: een klacht van Nurten Albayrak, bestuursvoorzitter van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA), tegen het NOS Journaal en een klacht van ex-PVV’er Hero Brinkman tegen Elsevier.

Het Journaal had in september 2010 een item over de ‘verziekte bedrijfscultuur’ bij het COA, waar Albayrak (‘despoot’, ‘manipulator’ en ‘zonnekoningin’) een waar schrikbewind voerde, waar een angstcultuur zou heersen en waar veel gemeenschapsgeld over de balk gesmeten werd.

De NOS won de klacht op bijna alle punten. De informatie was gebaseerd op gesprekken met anonieme bronnen en op door hen overhandigde documenten. De journalisten hadden dat volgens de Raad op een zorgvuldige en verantwoorde manier gedaan. De betrouwbaarheid van de informatie was afdoende onderzocht. Albayrak kreeg voldoende gelegenheid om op de beschuldigingen te reageren, maar ze weigerde dat. Wel reageerde haar woordvoerder schriftelijk. De NOS had die reactie nadrukkelijker in de uitzending zelf moeten vermelden om een zo evenwichtig mogelijk bericht te maken. Verwijzen naar de website was volgens de Raad niet voldoende om de eenzijdigheden in het bericht zelf ongedaan te maken.

Hero Brinkman versus Elsevier

Veel aandacht trok ook de klacht van Hero Brinkman (tot zomer 2012 lid van de PVV-fractie in de Tweede Kamer) tegen Elsevier. Het weekblad publiceerde op de website een commentaar onder de kop “Rol Hero Brinkman bij Arondeuslezing kwalijk”. De intro luidde: “Blijkbaar vindt PVV-er Hero Brinkman zo’n Twitter-knokploegje stiekem wel handig om z’n politieke doelen te bereiken”. Eén tweet van Brinkman, waarin de spreker een graaier genoemd werd, volstond om de Arondeuslezing opnieuw te saboteren, stelde de commentator.

Brinkman stelde dat ten onrechte werd gesuggereerd dat hij dreigementen zou hebben geuit, dat hij zich schuldig zou maken aan ‘harde straatvechterspolitiek’ en dat hij verantwoordelijk zou zijn voor dreigementen van PVV-sympathisanten aan Boender, de beoogde spreker die daarop besloot af te zien van de lezing.

De Raad vond het commentaar over de schreef. Een commentator heeft weliswaar een grote mate van vrijheid om zijn mening te geven, maar ‘een ernstige en onheuse diskwalificatie’ zonder feitelijke grondslag en zonder wederhoor bij Brinkman was naar het oordeel van de Raad toch een brug te ver. Hoewel Elsevier te kennen had gegeven niet aan de behandeling van de klacht te willen meewerken, werd deze toch in behandeling genomen. Het weekblad had overigens de klacht van Brinkman op de website gezet en de lezers uitgenodigd zelf te oordelen.

Blog van persoonlijke aard

Opmerkelijk vanwege het medium waren klachten over een blog en over teksten op een tickerbalk.

Op het blog Roomsmeisje werd iemand beschuldigd van ‘grievend geraaskal’ en ‘duistere praktijken’. Volgens de klager werden de beschuldigingen niet met feiten en argumenten onderbouwd en werd hem evenmin gevraagd op de aantijgingen te reageren. De Raad moest uiteraard eerst de vraag beantwoorden of hier sprake was van een journalistieke publicatie dan wel van een conflict van louter persoonlijke aard. Dat laatste was naar het oordeel van de Raad het geval, zodat geen oordeel uitgesproken werd.

De tickerbalk van RTL Z

De teksten op de tickerbalk van RTL Z waren wél journalistieke uitingen. RTL wilde niet meewerken aan de behandeling van de klacht, maar stuurde wel de reactie naar de Raad die eerder aan klager (John de Mol en Talpa) was verzonden. ‘Endemol bezwijkt onder schuldenlast’, stond op de tickerbalk. RTL had eerder al toegegeven, dat die mededeling “te zwaar was aangezet”. Ook de Raad vond dat hier van onzorgvuldige journalistiek sprake was, ook al was de tekst korte tijd na plaatsing al gewijzigd. Dat is te prijzen, meende de Raad, maar doet aan de onzorgvuldigheid niet af.

Verder stond er nog “Idee Voice of Holland is gestolen”. Omdat deze uitspraak tussen aanhalingstekens was geplaatst, moest het volgens de Raad voor de kijker duidelijk zijn dat het hier niet ging om een vaststaand feit, maar om een onbevestigd gerucht of om een door iemand geuite beschuldiging. Bovendien weet de gemiddelde kijker naar RTL Z dat hij meer informatie kan vinden op de website of op de teletekstpagina. Op een tickerbalk kun je nu eenmaal geen uitgebreide en genuanceerde berichten kwijt, vond ook de Raad.

Alle uitspraken uit 2012 staan kort samengevat in het jaarverslag. Daar zijn ook meer getallen en grafieken te vinden. Terwijl de discussie over de Raad doorgaat, blijven ontevreden mediaconsumenten ook met hun grote en kleine klachten aankloppen bij het secretariaat. Zo bewijst de Raad zijn waarde voor het publiek én voor de beroepsgroep.

Al 3 reacties — discussieer mee!