De publieke omroepen moeten fiks bezuinigen. Dat geldt ook voor de lokale en regionale omroepen. Ze willen dat onder meer doen door meer samenwerking. Momenteel proberen ze uit te vinden met wie en hoe ze dat kunnen doen. In de tweede aflevering van deze serie bespreekt Annelies Waterlander wat samenwerking met de NOS kan betekenen voor de regionale omroepen.

Eén van de mogelijkheden die al langere tijd wordt besproken is de samenwerking tussen de dertien regionale omroepen en de NOS. Al in het regeerakkoord van het kabinet Rutte I werd de suggestie voor een samenwerking geopperd. “Het kabinet wil de banden tussen de twee lagen sterk aanhalen”, schreef Marja van Bijsterveldt, destijds minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, in de uitwerking van het regeerakkoord. “Integratie vindt plaats zodat er één omroep ontstaat met zowel landelijke als regionale taken. Het doel is een versterking van de programmering. Doel is dat de integratie in 2016 een feit is.”

Samenwerken voor kwaliteitsverbetering

Hoewel de samenwerking wordt ingegeven door bezuinigingen, zijn er volgens NOS-directeur Jan de Jong wel degelijk nog andere redenen te noemen waarom het interessant is om de handen ineen te slaan. Zo onderschrijft hij de inhoudelijke kwaliteitsverbetering , zoals die in de uitwerking van het regeerakkoord wordt besproken: “De nieuws- en informatiefunctie van de gehele publieke omroep wordt versterkt. Door het maken van gezamenlijke producties ontstaat daarnaast een gevarieerder aanbod, waardoor het Nederlandse publiek beter wordt bediend.”

Ook Gerard Schuiteman, directeur van de stichting Regionale Omroepen Overleg en Samenwerking (ROOS), benadrukt de kwalitatieve verbetering die een samenwerking zou moeten opleveren. Schuiteman: “De regionale en landelijke omroep zijn bedrijven met dezelfde genen. Nu staan we naast elkaar en overlappen we deels, maar we moeten elkaar gaan aanvullen en versterken. Het is onze doelstelling om de regionale redacties en de NOS-redactie dichter bij elkaar te brengen waardoor betere journalistieke producties ontstaan.”

Het bereik van regionale omroepen verhogen

Ook hier zou een synergievoordeel in het terugbrengen van overlap en het gezamenlijk optrekken bij ontwikkelingen in distributie of techniek kunnen optreden. Tevens zou de samenwerking het bereik van de regionale omroep verbeteren. “Als zij een plekje krijgen bij de landelijke publieke omroep zou dat de vindbaarheid van de regionale spelers ten goede komen”, aldus De Jong.

Nu is het per provincie verschillend, of een regionale omroep op nummer tien of nummer honderd in het zenderpakket zit. Door een integratie in de publieke omroep zouden ‘de regionalen’ voortaan standaard op Net 1, 2 of 3 terecht kunnen komen. Goed voor de kijkcijfers en de adverteerders.

CNN van de lage landen

“De contouren voor een plan zijn er”, vertelt De Jong. “In mijn ideale plaatje zou je van zeven uur ‘s ochtends tot zes uur ‘s avonds nieuws brengen. Een soort CNN van de lage landen.” Waar hij snel aan toevoegt dat dat wellicht wat ambitieus is. “Het zou een soort bereikzender zijn waar we niet de hele dag nieuwe items brengen, maar een soort nieuwscarrousel met het belangrijkste landelijke en regionale nieuws. Maar ik kan me ook voorstellen dat we een persconferentie of evenement live uitzenden.”

Dit idee staat los van de vensterprogrammering – een suggestie die ook in diverse beleidsstukken terugkwam. Bij een dergelijke programmering zou het NOS Journaal gevolgd worden door een blok regionieuws. Dit blok zou locatie-afhankelijk zijn waardoor elke nieuwsconsument berichten uit de eigen provincie krijgt.

Meer flexibiliteit

Volgens Schuiteman biedt de CNN-constructie de regionale omroepen en NOS de gewenste flexibiliteit: “Je kunt het publiek bedienen op het moment dat het nodig is. Als je vastzit aan zendblokken in een landelijk uitzendschema dan kan er niet of heel lastig vanuit de regio geschakeld worden. Terwijl dat juist wel interessant is voor de NOS en ons. Zo profiteer je dus optimaal van de samenwerking.”

De NOS zou dan bijvoorbeeld niet meer naar alle persconferenties hoeven, omdat er dan een regionale omroep is die dat voor zijn rekening neemt.

“Sander Dekker is op de hoogte van dit voornemen”, voegt De Jong toe. “Ik lieg niet als ik zeg dat er bij de staatssecretaris wel enig enthousiasme is voor dit plan. Ik weet niet wat voor tempo hij aan wil houden bij de doorvoering van de integratie, maar wij zijn er klaar voor. Eventuele obstakels op het gebied van techniek zijn allemaal oplosbaar. Dat zal natuurlijk wel even ingewikkeld zijn, maar het moet inhoudelijk en technisch mogelijk zijn om samen te werken. Dat is althans hoe de NOS in de wedstrijd staat. U treft een enthousiasteling die erin gelooft.”

Lees ook de eerste aflevering van deze serie: Lokale en regionale omroepen werken steeds meer samen


Dit artikel is afkomstig uit 609, het blad van het Mediafonds.

Wie alle artikelen van de nieuwste editie van het blad wil lezen: een pdf van 609 is te vinden op de website van het Mediafonds.nl.

Al 3 reacties — discussieer mee!