Afgelopen week heeft de documentaireserie ‘Het nieuwe Rijksmuseum’ van de NTR de Zilveren Nipkowschijf gewonnen, de prijs voor het beste Nederlandse tv-programma van 2012. De heropening van het museum werd live uitgezonden op televisie. NRC-redacteur Pieter van Os ergert zich aan de kritiekloosheid van dit soort evenemententelevisie. Terwijl de verbouwing zich juist zo goed leent voor kritische en interessante commentaren, zoals ‘Het nieuwe Rijksmuseum’ laat zien.

De eerste keer dat ik van de afdeling ‘evenementen’ hoorde, was in het bedrijfsrestaurant van de AVRO, aan de ’s Gravelandseweg in Hilversum. Ik werkte destijds zelf in een uithoek van het gebouw, bij Opium, toen nog alleen een radioprogramma.

Dieuwke Wynia zat tegenover me aan tafel. Zij was van televisie. Ze vertelde me hoe ze na een jaar Karel van de Graaf tijdelijk redacteur was bij ‘evenementen’. Ik vroeg maar niet wat het was, of om welke evenementen het bij de afdeling evenementen ging. Daarvoor klonk het bestaan van zo’n afdeling als te van- zelfsprekend en ik was, 24 jaar oud, nog niet zo zeker waar de grens tussen nieuwsgierigheid en onnozelheid lag. Was Sterrenslag bijvoorbeeld een evenement? Of was het vooral wachten op een troonswisseling, wat toen, midden jaren negentig, nog in een verre toekomst leek te liggen.

Huwelijk van Willem-Alexander en Maxima

Een jaar later wist ik meer. Ik werd uit het Siberië van de radio geroepen (één seizoen Opium kostte de helft van één evenement op tv) om mee te helpen bij een werkelijk groots evenement. De trouwdag van Maxima en Willem-Alexander.

Roeland Kooijmans, destijds AVRO-coryfee, zou live in beeld komen voor, na en in de pauze van een concert ter ere van het paar. Een paar woordjes over het concert. Nee, niet dat concert met de traan. Dat was tijdens de huwelijksplechtigheid. Dit was in het Concertgebouw.

Ik mocht Kooijmans’ spreekteksten schrijven en zou hem ter plaatse helpen met het uit het hoofd leren van die teksten: want in de gangen van het Concertgebouw was geen autocue. Enkele dagen voor die dag, nam Kooijmans mij mee naar de eerste vergadering voor deze uitzenddag, ergens op het Mediapark, verderop in Hilversum.

De NOS had de leiding over de uitzending: de AVRO deed alleen de klassieke muziek. De collega’s van de NOS gniffelden over mijn aan- wezigheid: Kooijmans bleek de enige die een redacteur had meegenomen. Maartje van Weegen en Umberto Tan maakten er een terloopse opmerking over, een evenement deed je kennelijk zelf, autocue of niet.

Een paar dagen later begreep ik wel waarom: het mocht nergens over gaan. Zelfs weetjes waren uit den boze. Gewoon beschrijven wat je op de monitor zag of had gezien. Kortom, wat de kijker ook zag. Bij tv wisten ze kennelijk – en wie was ik om dat te betwisten – dat de kijker gewoon wil horen wat hij toch al ziet. “Maak je er niet druk over”, zei Kooijmans. Ik maakte me er niet druk over: ik zag mijn werk destijds louter als een manier om mijn vrije tijd te bekostigen. (En om mijn ouders een goed gevoel te geven natuurlijk, maar voor welke werkende twintiger gold dat niet?)

Elke wedstrijd is spannend

Maar al was ik niet verontwaardigd, ik realiseerde me die dag wel dat het bevel ‘luchthartigheid’ gevolgen heeft. Kritiek belandde bij een kleine elite van schrijvende journalisten. Bij een evenement had het Concertgebouworkest op tv nooit meer ‘een mindere dag’. Het orkest had nooit betere afspraken moeten maken over de tempi in het poco allegretto in de derde van Brahms en de hoornist, hoe hard hij er ook naast toeterde, zou nooit van te laag niveau zijn voor de absolute top. Zoiets werd niet gezegd en werd zelfs niet gedacht.

Het was erger dan bij de voetbalverslaggeverij bij SBS6 en RTL: iedere wedstrijd was meeslepend, spannend of tenminste interessant. De logica was van ijzer: mensen hebben geen zin om naar een slechte wedstrijd te kijken en dus zei de presentator nooit dat de wedstrijd slecht of saai was, wat bij voetballen overigens geregeld voorkomt, ook voor de liefhebbers.

Kritiekloze dagen

Dit zijn evenementvolle dagen. 125 jaar Concertgebouworkest, 175 jaar Artis, 400 jaar grachtengordel, een abdicatie zelfs. Kritiekloze dagen dus.

Waar zich die kritiekloosheid het hardst doet voelen, is bij de heropening van het Rijksmuseum. “Eindelijk is het zover”. Als u dit leest, is dat zinnetje al eindeloos voorbij gekomen. Ook alle zinnen daarna moeten opluchting en tevredenheid uitstralen. Ik weet het, dat is ‘the way of the world’, ik wind me er niet over op.

Interessante commentaren

Toch kan ik het niet laten te bedenken hoe juist deze verbouwing zich leent voor kritische en interessante commentaren. Deze 375-miljoen-euro- verbouwing, ‘verder met Cuypers’, schreeuwt er zelfs om, net als het gebouw erom riep toen het in 1885 werd opgeleverd. Destijds klonken enkele keiharde kritieken, waardoor er een levendig cultureel debat ontstond dat het spraakmakende deel van de samenleving weken bezighield.

Centrale vraag: deed de katholieke architect Pierre Cuypers met deze museumkathedraal wel recht aan het protestantse verleden van de natie? Of, om in de taal van de spotprenttekenaars van die tijd te blijven: was hier niet een paaps wangedrocht ontstaan?

Nu is de vraag te stellen: hadden al die museumdirecteuren in de twintigste eeuw ongelijk? Was het verkeerd geweest de wanden wit te laten kalken, de wandschilderingen in de hal voor de eregalerij weg te halen en de overdadige ornamentiek terug te brengen tot een enkel krulletje hier en daar?

Lelijk

In 1995 organiseerde het museum nog een tentoonstelling met de titel De Lelijke tijd. Een van de belangrijkste producten van die lelijke tijd: het Rijksmuseum zelf. Op de tentoonstellingen waren ondermeer meubels te zien die Pierre Cuypers had ontworpen. De verbouwing brengt het museum terug naar juist die tijd. Vindt niemand die dan nog ‘lelijk’? Nee, want de heropening is een ‘evenement’. Is er dan geen modernist meer over die zegt: “het is lelijk!” Of nog beter: “het is een schande!”

Het gebouw van het Guggenheim in Bilbao, Spanje, wist mensen nog echt woedend te krijgen. Het is sindsdien een van de best bezochte en meest geprezen museumgebouwen van Europa geworden.

Belachelijk gebouw

Het Stedelijk heeft in dit opzicht geluk gehad: de recensent van de New York Times kon zich niet herinneren “ooit een belachelijker gebouw gezien te hebben”, dan de nieuwbouw van het Stedelijk. Alsof hij Bach luisterde, schreef hij, “gespeeld door een man in een clownspak”. Maar dat was in de krant. Op tv was de opening opnieuw een evenement. Geen wanklank gehoord.

O nee, toch, één keer, toen Marlene Dumas woedend voor een televisiecamera de voorpagina van het NRC Handelsblad in de lucht hield. De krant had gedurfd mensen aan het woord te laten die twijfelden of het Stedelijk een budget had dat toereikend was om mee te spelen met de internationale topmusea. Zure krant! Schandalig. “Wees nu eens blij”. De tv zond het graag uit, maar zonder ook maar een begin van een discussie. Begrijpelijk: een kritisch oordeel is de vijand van het evenement.

Daar komt bij dat de evenementmakers op verjaarsvisites krediet proberen te krijgen voor hun zendingswerk. Zij proberen kunst voor zoveel mogelijk mensen behapbaar te maken. Maar het is een vergissing dat zoiets kan zonder kritiek. Zij die de nobele taak op zich hebben genomen kunst te promoten, vergeten dat juist ruzie, veront- waardiging en reuring betrekt. Politici begrijpen dat: ze weten dat ze een conflict moeten creëren als ze de kijker willen boeien. Met andere woorden: zolang reaguurders niet op het vernieuwde Rijksmuseum reageren, staat de volgende verbouwing al weer snel voor de deur.

Documentaire ‘Het nieuwe Rijksmuseum’

Eind 2003 sloot het Rijksmuseum haar poorten  voor een grootscheepse verbouwing. Tien  jaar later nadert het project zijn voltooiing.  Filmmaker Oeke  Hoogendijk heeft de renovatie vanaf het begin  gevolgd met haar camera. Dit resulteerde  in 2008 in de tweedelige documentaire Het  nieuwe Rijksmuseum, die niet alleen over de  verbouwing en de kunst van het museum ging,  maar ook over de dwangmatige overlegcultuur  in Nederland.

Omdat de verbouwing jaren langer  duurde dan gepland besloten de makers van  de film een vervolg te maken. De twee nieuwe  delen zijn vertoond rond de opening van het  Rijksmuseum op 13 april. De documentaires zijn mogelijk gemaakt door  het Mediafonds. Afgelopen week won de documentaireserie de Zilveren Nipkowschijf. De serie is hier terug te kijken:

Deel 1:

Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.

Deel 2:

Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.

Deel 3:

Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.

Deel 4:

Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.


Dit artikel is afkomstig uit 609, het blad van het Mediafonds.

Wie alle artikelen van de nieuwste editie van het blad wil lezen: een pdf van 609 is te vinden op de website van het Mediafonds.nl.

Al 2 reacties — discussieer mee!