Waar journalisten als eigenzinnig bekend staan geldt dat in nog hogere mate voor mensen uit de kunstwereld. Dat dit niet automatisch leidt tot onderling begrip bleek uit de zesde aflevering van De Verkenners, over de verhouding tussen kunst en media. De journalistiek geeft kunstenaars te weinig aandacht en de publieke omroep moet vaker creatieve cross-overplekken verzorgen, zo luidde min of meer de uitkomst. Er werd daarbij flink voor eigen parochie gepreekt en dat leidde niet altijd tot eenduidige conclusies. Moderator Lennart Booij moest in een volle grote zaal van De Balie dan ook flink aan de bak om de antwoorden van de panelleden binnen de context van deze aflevering te plaatsen.

Directeur Mieke Gerritzen van het Museum of the Image (MOTI) in Breda is één van de drie panelleden. Ze toont een bekende LuckyTV met Geert Wilders uit De Wereld Draait Door en vertelt dat ze een selectie van de satirische filmpjes tentoonstelt in haar museum. Dat ze daarmee populaire massacultuur bombardeert tot kunst deert haar niet. ‘De LuckyTV-filmpjes nam ik op vanwege de diverse rollen en impact ervan: maker Sander van de Pavert is zowel journalistiek als grafisch bezig en bereikt een groot publiek. Hij lijkt soms zelfs in staat het politieke spel in Den Haag  te beïnvloeden.’ De filmpjes zijn bovendien vaak internationaal en daardoor ook te begrijpen door buitenlandse bezoekers.

Tot anderhalf jaar geleden stond het MOTI nog bekend als museum voor grafische vormgeving, maar die naam deed volgens Gerritzen geen eer aan de uitgestrektheid van ‘beeld’. Ze wil juist een platform zijn dat verschillende disciplines binnen beeld verbindt. In de praktijk blijkt dat een behoorlijk bureaucratisch gevecht, veroorzaakt door alle aparte instanties, fondsen en gescheiden subsidiestromen. Gerritzen: ‘Wanneer ik een aanvraag doe móet ik kiezen binnen welk hokje het project valt. Onmogelijk, in de meeste gevallen.’

Publieke omroep experimenteert wel degelijk

Bestuurder Gerard Timmer is aanwezig om vanuit de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) toe te lichten hoe het de samenwerking zoekt met de beeldende kunstwereld. Dat gebeurt zo nu en dan op festivals of andere bijeenkomsten, vertelt de directeur tv-programmering. Hij noemt ook de LuckyTV’s als voorbeeld en het tv-programma ‘De Beste Singer-Songwriter van Nederland’. ‘Dat is een perfect podium om kunstenaars een toekomst en artistieke vrijheid te bieden.’ De NPO probeert altijd zo veel mogelijk budget vrij te maken voor experimenten, vertelt hij. ‘Het kan ongetwijfeld prikkelender, maar de ruimte die er is proberen we optimaal te benutten.’

Het derde panellid is Dana Linssen, filmcriticus van het NRC Handelsblad en hoofdredacteur van De Filmkrant. Op de vraag of de kunstwereld niet veel te conservatief is lacht ze bevestigend. ‘Ja en nee. Film is natuurlijk een kolos: er is veel tijd en geld mee gemoeid om een film in de bios te krijgen.’ Er wordt echter genoeg geëxperimenteerd gaat ze verder, maar dat bereikt zelden een groter publiek. ‘Het is tegenwoordig gewoon erg ingewikkeld om een vernieuwende of zelfs gewaagde film van de grond te krijgen.’ Eén van de redenen dat mainstream filmmaker Steven Soderbergh zijn nieuwste film ‘Behind the Candelabra’ over Liberace liet financieren door betaalzender HBO, onafhankelijk van keuringen en reclame-inkomsten.

Soderbergh onthoudt zich sowieso steeds vaker van Hollywoodiaanse gewoonten. Hij wil de tijd tussen het idee en de uitvoering zo kort mogelijk maken en schiet daarom bijvoorbeeld met simpeler digitale camera’s, vertelt hij in de door Linssen uitgekozen ‘video-essay’ van filmvaksite IndieWire. Met de mediale vorm van dat filmpje wil Linssen overigens evenveel benadrukken: het kan ook anders. ‘Beeld zegt vaak zo veel meer dan woorden. Jammer dat er nauwelijks meer ruimte is voor filmprogramma’s op televisie.’

Kunst op dramatische wijze uitgehold

Het is sowieso een hele klus om kunst op mensen over te brengen vertelt Rutger Wolfson, directeur van het Internationaal Film Festival Rotterdam en naar eigen zeggen al zo lang geïnteresseerd in kunst dat hij als kind sliep onder een Mondriaan-bedsprei. Wolfson werkte onder meer als curator en was directeur van Stichting Beeldende Kunst Middelburg. ‘Kijken naar kunst is een persoonlijke ervaring en dat maakt het overbrengen op anderen heel moeilijk.’ Hij spreekt daarnaast van een ‘ondoordringbaar discours’: kunstenaars leven misschien te veel in hun eigen wereld.

In 2003 schreef Wolfson het spraakmakende essay ‘Kunst in crisis’ over zijn angst dat kunst en massacultuur op een gegeven moment zó op elkaar gaan lijken dat ze niet meer te onderscheiden zijn. Dat zijn doembeeld zo snel en op zo’n spectaculaire manier werkelijkheid zou worden had hij echter niet verwacht. Wolfsen geeft de schuld aan het moderne sociale klassenstelsel, waar kunst de type mensen niet langer onderscheidt – ‘De hogere klasse luistert nu ook naar André Hazes’. En aan telefoon-apps zoals Instagram en Hipstamatic, die foto’s er kunstig uit laten zien maar de status van kunst alleen maar verder uithollen. Maar Wolfsen is vooral niet te spreken over de rol van de traditionele media, die zich volgens hem te veel laten leiden door bizarre, opzienbarende projecten. ‘We lezen over opgezette katten en foto’s van een kunstenares haar eigen kruis, maar wat meer complexe kunstwerken komen er niet aan te pas.’

Faciliteren van crossovers

Museumdirecteur Mieke Gerritzen beaamt de overmatige aandacht voor kaskrakers, zelfs musea worden nu afgerekend op bezoekersaantallen. ‘Het zijn altijd dezelfde kunstenaars die een podium krijgen. Ik vind het belangrijk dat er ook aandacht is voor mensen die niet bezig zijn met geld verdienen.’ Dana Linssen pleit voor meer creatieve speelplaatsen die verschillende disciplines samenbrengen. Volgens haar is kunst noodzakelijk als ‘kernfusie’ die dingen teweeg brengt in de samenleving.

Gerard Timmer vraagt zich af of er werkelijk sprake is van te weinig van dat soort plekken. Wel ziet hij wat in een constant lijntje tussen de beeldende kunstwereld en de media, en niet alleen wanneer dat zo uitkomt bij bepaalde programma’s of andere mediaproducties. ‘Zo bereiken nieuwe ontwikkelingen veel sneller een groter publiek.’ Uit de zaal klinkt daarop direct de aantijging dat kunst niet per se gezien hoeft te worden door veel mensen. Dit lijkt inderdaad een heet hangijzer binnen de publieke omroep. Aan de ene kant wil het zo veel mogelijk Nederlanders bereiken met haar drie zenders en acht themakanalen, en aan de andere kant wil Timmer niches vermijden uit angst niet meer relevant te worden gevonden.

Uiteindelijk bleek het thema wellicht te breed voor een eensluidende conclusie, maar dat er diverse creatieve ideeën bestaan over de toekomst van kunst binnen de media werd wel duidelijk.

Lees ook de verslagen over eerdere afleveringen van De Verkenners, de debatserie van De Balie en het Mediafonds over de toekomst van de media.

Nog geen reactie — begin de discussie!