“Je wilt toch geen journalist worden om ergens op een redactie te gaan zitten?” De nieuwe UvA-hoogleraar journalistiek, Mark Deuze, liet er in een interview geen misverstand over bestaan: werken op een redactie moet niet de ambitie zijn van journalisten. Klaske Tameling is het daar niet mee eens en breekt een lans voor de journalisten die werkzaam zijn op redacties: “Laten we ze vooral aanmoedigen om goede, mooie en inspirerende journalistiek te blijven bedrijven.”

Bij dezen wil ik een lans breken voor de ouderwetsche redacteur! U weet wel, zo’n loonslaaf die zich elke dag op vaste tijden naar een willekeurige nieuwsvloer begeeft en daar geheel passief en passieloos zijn journalistieke taken vervult. Zo’n journalist die niet de vrijheid van een zzp’er kent en zich daarom niet voortdurend in koffietentjes kan begeven om te werken aan spannende en inspirerende journalistieke verhalen waarvoor hij de hele wereld over vliegt. Nee, gewoon zo’n werknemer die geen tijd heeft om de hele dag door te twitteren, te bloggen of te pinnen omdat hij nou eenmaal acte de présence moet geven op de redactie.

Beide typeringen zijn natuurlijk volstrekt over de top en de gemiddelde redacteur én freelancer zal zich niet in deze beschrijving herkennen. Omdat freelancen nou eenmaal echt niet alleen over rozen gaat en het vooral keihard werken is om je hoofd boven water te houden, en omdat werken op een redactie ook heel waardevol en inspirerend kan zijn.

Maar ik wil hiermee het beeld van een redacteur zonder enige ambitie, zoals geschetst door de nieuwe hoogleraar Journalistiek en Media aan de UVA, Mark Deuze, nuanceren. De kop van dit interview luidt:

‘Werken op een redactie moet geen einddoel zijn’.

Deuze vraagt zich af wat er nou helemaal te doen is op een hedendaagse redactie. Een student journalistiek die de ambitie heeft om op een dagblad- of omroepredactie te willen werken, roept vragen bij hem op. In zijn ogen moet je journalist worden omdat je een bepaalde passie hebt, of omdat je over de hele wereld wilt reizen. Of omdat je, zoals Deuze eerder al aangaf, het optimisme, de passie, energie en opwinding hebt van iemand zoals dj Armin van Buuren.

Maar als journalist in spe mag je kennelijk niet langer hardop uitspreken dat je einddoel het liefste een redactie is. Los van het feit dat iedereen weet dat zo’n einddoel gezien de huidige omstandigheden ook weinig realistisch is.

Nieuwe generatie journalisten

Dat Deuze zich daarom tijdens zijn hoogleraarschap juist wil focussen op de grote bulk freelancers, zzp’ers en parttime journalisten die in groten getale het medialandschap bestormt, is interessant en het belang van dergelijk onderzoek is groot en noodzakelijk. Vaste of zelfs tijdelijke contracten zijn nou eenmaal schaars geworden en voor ambitieuze journalisten zit er vaak niks anders op dan je in te schrijven bij de Kamer van Koophandel.

We krijgen te maken met een nieuwe generatie afgestudeerde journalisten die zich gaan ontwikkelen als zelfstandige ondernemers die zelf hun mediaproducties aan de man zullen moeten brengen. Passie en gedrevenheid zijn daarbij ongetwijfeld doorslaggevende factoren voor de jonge honden die daarin daadwerkelijk zullen slagen. Ook op de Masteropleiding Journalistiek in Groningen leiden we onze studenten op tot freelancers en zzp’ers omdat we inzien dat ze ‘ondernemerschap’ hard nodig zullen hebben.

Passieloos en wereldvreemd

Maar terechte aandacht voor een nieuwe groep, betekent toch niet dat we alle journalisten die nog wel (in vaste dienst) werkzaam voor een nieuwsorganisatie moeten wantrouwen wat betreft hun kwaliteiten en drijfveren? Puur en alleen vanwege het feit dat ze op een redactie werkzaam zijn? Mark Deuze wekt nu enigszins de indruk dat deze journalisten passieloos en wereldvreemd zijn.

Misschien zijn ze inderdaad niet journalist geworden omdat ze een bekende muziekband wilden interviewen, zoals Deuze zelf, maar omdat ze goede journalistieke programma’s of mooie kranten wilden maken. En ja, dat gebeurt vaak nog op redacties waar ‘traditionele’ journalistieke arbeid wordt verricht zoals het checken van feiten, het houden van voorgesprekken, research doen, interviews afnemen, uitwerken of monteren.

De programma’s waar deze redacteuren voor werken, worden ondanks de concurrentie van digitale platformen en mobiele apps ook nog bijzonder goed bekeken en zijn dus nog zeer relevant voor een grote groep kijkers. Een greep uit de kijkcijfers van donderdagavond 30 mei:

  • NOS Journaal: 1,4 miljoen
  • RTL Nieuws: 1,1 miljoen
  • EenVandaag: 910 duizend
  • Nieuwsuur 908 duizend

Laten we ook niet de kranten vergeten, die wellicht op een zeker moment ten dode zijn opgeschreven omdat ze al jarenlang dalende oplagecijfers laten zien, maar die vandaag de dag toch ook nog miljoenen lezers bereiken. Volgens krantenexpert en onderzoeker Piet Bakker (die als ondernemend lector sinds kort ook een zakcentje bijverdient door media-analyses te schrijven voor DNP) zijn dat in Nederland zelfs nog 8,5 miljoen krantenlezers per dag.

Rondgelopen op redacties

Voor mijn promotieonderzoek naar mediaconvergentie en crossmediale journalistiek heb ik de afgelopen twee jaar op diverse nieuwsredacties rondgelopen en gesproken met meer dan 100 journalisten (veelal in loondienst dus) over hun vak en de toekomst daarvan. En ja, natuurlijk ben ik daar ook redacteuren en verslaggevers tegengekomen die je kan scharen onder de categorie ‘uitgeblust’ of ‘weinig ambitieus’ en die zichzelf elke dag met de nodige tegenzin naar een redactie slepen om daar wat zielloze stukjes tekst weg te tikken. Dikwijls onder toeziend oog van een vervelende chef die ‘zelf niet eens weet waar hij het over heeft’.

Ook ben ik het eens met mijn collega Jeroen Smit die onlangs in zijn oratie nog maar eens duidelijk maakte dat de waakhond van de democratie nu eens wakker moet worden en dat zowel nieuwsorganisaties als journalisten zich echt eens druk moeten maken over de toekomst van hun vak. Dat we deze traditionele redacties de afgelopen jaren op weinig echte innovatieve kwaliteiten hebben kunnen betrappen, is absoluut waar. Dat kan een groot deel van de redacteuren en journalisten aangerekend worden. Evenals het hoofdredactioneel management dat gemiddeld genomen meer aandacht zou kunnen besteden aan talentontwikkeling of aan zoiets on-journalistieks als HR-management.

Journalisten met ambitie

Maar op diezelfde redacties werken ook journalisten die aan ambitie geen gebrek hebben, die zich met hart voor de zaak elke dag weer inzetten op een troosteloos mediapark in Hilversum of op een stoffige redactie elders in de provincie. Krantenverslaggevers die dag in dag uit de dagelijkse deadline trotsteren met intrigerende verhalen en inspirerende interviews. Internetredacteuren die ons in alle vroegte al voorzien van het laatste nieuws en ons tot in de late uurtje up-to-date houden met breaking nieuwsalerts. Journalisten die door jarenlange ervaring en veel kennis van zaken enorm waardevol zijn voor onze dagelijkse nieuwsvoorziening.

Er zijn redacteuren die zeker wel nadenken over de toekomst van het vak en ook best bereid zijn om de ingesleten en wellicht wat achterhaalde routines en taken te willen veranderen, maar vaak simpelweg niet weten hoe. Kan je dat deze mensen aanrekenen als zelfs hoofdredacties en uitgevers daar geen heldere antwoorden op hebben?

Onterechte karikatuur

De redactie afschilderen als ouderwets en achterhaald omdat het echte journalistieke werk alleen nog maar buiten die redactionele muren plaats zou vinden, is in mijn ogen dan ook niet terecht. Is De Correspondent, het innovatieve, vrijgevochten en veelbelovende concept van Rob Wijnberg, momenteel ook niet bezig met het vormen van een redactie? Maakte Wijnberg daarbij nou zelf de keuze om de burelen van NRC Next te verlaten omdat hij niet kon wachten met het opstarten van zijn eigen onderneming? Nee, niet helemaal dus.

Deuze heeft zeker gelijk dat er aandacht moet zijn voor een groeiende groep vrije vogels die redactieloos door het leven zullen gaan. Maar laten we de journalisten die behoren tot dat misschien wel ‘uitstervende soort’, redacteuren en verslaggevers die werkzaam zijn binnen nieuwsorganisaties, vooral aanmoedigen om goede, mooie en inspirerende journalistiek te blijven bedrijven.

[Lees ook op DNR het interview met Mark Deuze: “Liever journalisten dan journalistiek”]

Op donderdagavond 20 juni organiseert de Vereniging Online Journalisten Nederland (VOJN) een debatavond over de journalist van de toekomst. Wie is de nieuwe journalist? Wat doet hij, wat moet ‘ie kunnen en voor wie of wat werkt hij? Kijk hier voor meer informatie.

Al 5 reacties — discussieer mee!