Foto’s: Felix Kalkman

Vandaag is het de eerst officiële werkdag van de nieuwe professor journalistiek van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Daarmee keert Mark Deuze terug naar de universiteit waar hij in 2002 promoveerde op het proefschrift ‘Journalists in The Netherlands’. Nu krijgt hij de touwtjes in handen van de masteropleiding ‘journalistiek en media’. “Ik wil journalisten opleiden waar nieuwsbedrijven met elkaar om vechten, in plaats van journalisten die met elkaar vechten om de handvol tijdelijke baantjes die de journalistiek hen waardig acht.”

In 2004 vertrok je naar de VS, naar Indiana University. Je hebt enorm veel gepubliceerd en een goede naam en reputatie ontwikkeld in de internationale wetenschappelijke wereld. Volgens mij kan je op vrijwel elke universiteit met een media-afdeling terecht. Waarom nu dan toch weer terug naar uitgerekend de Universiteit van Amsterdam?

“De keuze voor een nieuwe werkplek heeft deels te maken met allerlei persoonlijke motivaties: waar wil je wonen, hoe ver weg zijn vrienden en familie, enzovoorts. Ik ben altijd heel blij geweest met het wonen en werken in Bloomington. Toch voel ik dat ik na negen jaar toe ben aan een nieuwe uitdaging. Nederland is een boeiende plaats om te werken als het gaat om het snijvlak tussen media, cultuur, innovatie, en design. De UvA biedt me daarom een prachtige standplaats van waaruit ik al deze ontwikkelingen kan bestuderen. Los van dit alles: ik speelde in het begin van de jaren negentig in een grunge/rock/metalband: Skinflower, enneh… we’re getting the band back together. Dus.”

Je hebt je de afgelopen jaren steeds breder ontwikkeld. Van je proefschrift over de Nederlandse journalist, via je boek ‘Media Work’ naar ‘Media Life’, een soort cultuurkritsche beschouwing op de moderne mediamens. Nu word je hoogleraar journalistiek; betekent dit dat je met je onderzoek en publicaties ook weer terugkeert naar het specifieke terrein van de journalistiek?

“Op dit moment werk ik aan drie nieuwe boeken, die – ijs en weder dienende – in de loop van de komende vijf tot tien jaar uitkomen. Het gaat hierbij om een nieuwe editie van ‘Media Work’, een media-filosofisch werk samen met Leopoldina Fortunati over de noodzakelijke link tussen media en het hart – gevoel, emotie, passie – getiteld ‘Theory With Heart’, en in ‘Beyond Journalism’ werk ik aan een bespiegeling op nieuwe vormen van journalistieke beroepsidentiteit buiten de traditionele kaders die nieuwsbedrijven bieden. Voor dat laatste boek wil ik graag met collega’s en studenten aan de UvA nieuw onderzoek uitzetten.”

Dat laatste is dus ook jouw onderzoeksagenda voor de komende jaren?

“Klopt. Ik wil vooral aan de slag met onderzoek om het werkveld in kaart te brengen van journalisten die het vak buiten de context van redacties en zonder vast dienstverband uitoefenen. Dat veld bestaat onder meer uit freelancers, ZZP’ers en allerlei andere bedrijfsvormen, formele en informele redactionele collectieven, correspondenten, enzovoorts. De International Federation of Journalists noemde deze groep ooit ‘atypische arbeiders’. Aangezien dit soort journalisten, vooral jongeren, naar verwachting de meerderheid van alle journalisten vormen is het van wezenlijk belang dat we precies weten wie zijn, hoe ze het voor elkaar krijgen hun vak uit te oefenen, en welke opvattingen het werk sturen en betekenis geven. Hierbij moet je denken aan onderzoek op basis van surveys, interviews, en inhoudsanalyses, maar ook juridisch en economisch onderzoek naar de rechts- en marktpositie van atypische arbeiders in de media.”

Mark Deuze tijdens een praatje dat hij donderdag gaf bij de presentatie van de projecten van de masterclass van Sandberg@Mediafonds

Heeft deze ontwikkeling ook gevolgen voor het opleiden van journalisten? Moeten opleiding veranderen?

“Aan de ene kant gaat het met een opleiding zoals de master Journalistiek van de UvA prima: de overgrote meerderheid van onze studenten vinden werk in de journalistiek. Dat zou reden zijn om niet veel te veranderen aan de opleiding – hooguit hier en daar wat meer aandacht voor de zakelijke kant van het vak, misschien iets meer ruimte inbouwen voor sociale media en multimediale producties.”

“Aan de andere kant blijkt dat de meeste jonge journalisten niet in vast dienstverband werken. Toch gaan media-opleidingen over het algemeen uit van het primaat van het mediabedrijf. Het handelen en reflecteren op de journalistiek wordt daarbij al bij voorbaat beperkt door de muren van de redactie, de salarisstrookjes van omroepen en uitgevers, en de opvattingen van een betrekkelijk smalle elite van hoofdredacteuren en bureauchefs. Daar is op zich niets mis mee, maar als wetenschappelijke opleiding en zeker als innovatieve universiteit hebben we een bredere verantwoordelijkheid dan het beroep als bedrijf bedienen.”

Je wilt je studenten niet primair opleiden voor banen bij nieuwsorganisaties?

“Ik wil journalisten opleiden waar nieuwsbedrijven met elkaar om vechten, in plaats van journalisten die met elkaar vechten om de handvol tijdelijke baantjes die de journalistiek hen waardig acht. Mijn stelling: liever journalisten dan de journalistiek.”

Wil je je in dat opzicht gaan onderscheiden van andere opleidingen: de beste journalisten afleveren?

“Aangezien Nederland heel veel uitstekende journalistenopleidingen kent – zowel op HBO- als WO-niveau – zie ik weinig heil in het ‘beter’ proberen te doen dan onze collega’s. Elke school en opleiding levert elk jaar heel veel talentvolle jonge journalisten af. Waar we al dat talent nog veel te weinig op voorbereiden is de realiteit van ‘atypische arbeid’. Met andere woorden: ik wil onze opleiding langzaam maar zeker sturen in de richting van het opleiden van zelfstandige ondernemers, die vanuit een diepgewortelde en zelf-kritische ethiek en esthetiek het prachtige vak van de journalistiek kunnen uitoefenen. Dit is geen ingrijpende innovatie – in feite doen we dit al. Het gaat er om dat mooie werk te vertalen in een visie op de journalistieke toekomst.”

Over die journalistiek toekomst gesproken, je schreef ooit: “Journalism as it is comes to an end.” Wat moeten we ons voorstellen bij de journalistiek van de toekomst?

“Aan de ene kant is de journalistiek de laatste decennia niet echt veranderd. Zeker, er is commerciële televisie bijgekomen, zenders en uitgevers hebben websites, en nu doen alle redacties wel iets met sociale media. Inhoudelijk is er wat meer aandacht voor het persoonlijke verhaal en lifestyle. En er komen zo zoetjesaan meer journalistieke titels en genres bij. Die ontwikkelingen zullen allemaal wel doorgaan.”

“Aan de andere kant is de werkomgeving voor individuele journalisten, zowel op financiële, juridische, culturele en sociale basis radicaal aan het veranderen. Juist op dat gebied – de werkomgeving, de reputatie, het sociale netwerk en de bescherming van de journalist – is alles aan het verschuiven.”

Mark Deuze: "Journalisten zijn altijd nodig, maar moeten ook altijd hun legitimiteit zelf verdienen"

In Nederland maken veel mensen zich zorgen over het voortbestaan van de ‘kwaliteitsjournalistiek’. Hoe kijk jij daar tegenaan?

“Gezien vanuit het perspectief van de dalende budgetten en investeringen in talent door uitgevers en omroepbedrijven, lijkt het inderdaad niet bepaald goed gesteld met kwaliteitsjournalistiek. Aan de andere kant zijn er talrijke initiatieven in binnen- en buitenland die hoopvol stemmen: redactionele collectieven en productiehuizen – voor bijvoorbeeld documentaires of series over bepaalde langlopende thema’s – schieten de grond uit, nieuwe ideeen – zoals bijvoorbeeld bij de innovatiecompetitie van het Stimuleringsfonds voor de Pers en de masterclass van het Mediafonds en Sandberg Instituut – inspireren, en het onderbreekt jonge journalisten niet aan ambitie. Zo lang we ons dus op journalisten en wat minder op het nieuwsbedrijf richten, is er genoeg te genieten van kwaliteit!”

Zijn journalisten in de toekomst eigenlijk nog wel nodig? Informatie wordt immers steeds makkelijker beschikbaar voor iedereen.

“Journalisten zijn altijd nodig, maar die noodzaak geeft niet automatisch autoriteit aan de journalistiek. Die legitimiteit zullen journalisten zelf moeten verdienen.”

Nieuwsorganisaties in Nederland zijn druk bezig met innovatie. Zie jij innovaties in de VS waar de Nederlandse journalistiek nog wat van kan leren?

“Wat vooral anders in Amerika is, is de cultuur van ondernemerschap. Toch zie ik ook op dat gebied veel veranderen in Nederland. Als er beter beleid komt ten aanzien van ZZP’ers en andere vormen van entrepreneurship, en wij – als onderzoekers en onderwijzers – daarbij verantwoordelijkheid nemen en onze opleidingen nog meer richten op de individuele journalist en wat minder uitgaan van de bestaande institutionele kaders van de journalistiek, dan is er nog heel wat moois te verwachten van de Nederlandse journalistiek.”

Alexander Pleijter

Hoofdredacteur

Alexander Pleijter is hoofdredacteur van De Nieuwe Reporter. Hij werkt als universitair docent Journalistiek en Nieuwe Media aan de …
Profiel-pagina
Al 2 reacties — discussieer mee!