Volgens Jeff Jarvis moeten we met andere ogen naar journalistiek gaan kijken. Journalistiek draait niet langer om het maken van verhalen, maar om het organiseren van kennis voor ‘communities’, zodat die zich beter zelf kunnen organiseren. Peter Vasterman plaatst enkele kritisch kanttekeningen bij Jarvis’ benadering.

“Journalism helps communities organize their knowledge so they can better organize themselves. Thus anything that reliably serves the end of an informed community is journalism. Anyone can help do that.”

Aldus Jeff Jarvis op zijn weblog op 30 juni.

Journalistiek in de toekomst
We zijn eruit. Journalisten bestaan niet meer. Eindelijk heeft de bekendste en meest invloedrijke denker, Jeff Jarvis, een nieuwe definitie gegeven van de journalistiek in de toekomst. We waren jarenlang dolende, maar Jeff heeft eindelijk aangegeven waar het heen gaat (of moet?).

Eerst maar even wat journalistiek allemaal niet (meer?) is volgens deze visionair: geen inhoud, geen zelfstandig beroep, geen professioneel beroep, geen industrie, geen schaars goed, geen redactioneel product, geen verhaal. Geen journalisten dus.

Nee, journalistiek is een DIENST: journalistiek helpt ‘communities’ om hun eigen kennis te organiseren zodat ze zich beter zelf kunnen organiseren. Laat die begrippen even inwerken: ‘helpen’, ‘gemeenschap’, ‘organiseren.’

Iedereen kan het
Het zijn woorden die vooral denken aan het klassieke welzijnswerk dat inmiddels in hoog tempo wordt afgebroken om zo de ‘buurt terug te geven aan de bewoners’, zoals dat tegenwoordig in gemeentelijk jargon heet. Geïnspireerd door de ‘Jarvissen’ van het toekomstbestendige welzijnsbeleid.

Want ook Jarvis spreekt over een ‘dienst’, die net als in het welzijnswerk teruggegeven kan (nee, moet) worden aan de buurt. En die dus ook door de buurtbewoners zelf kan worden uitgevoerd, zodat ze zich zelf ook beter kunnen organiseren. En die mogen zich dan journalist noemen. Want professionals zijn niet meer nodig. “Anyone can help do that.”

De echte journalist
Maar ho even, dan spreekt Jarvis toch weer over de ‘true journalist’ die zou moeten willen dat iedereen daaraan mee doet. Hé, er is dus toch nog een echte journalist, maar is dat een professional of een vrijwilliger die tussendoor ook bingo’s organiseert in het buurthuis? Dat is niet duidelijk in zijn betoog.

Op zich is het niet vreemd om het doel van journalistiek te formuleren in termen van een maatschappelijk belang, namelijk zorgen voor een goed geïnformeerde burger. Maar Jarvis beperkt de rol van de journalist  tot het helpen van de gemeenschap bij het organiseren van informatie.

De community helpen
Eerst die community: het klinkt mooi (wie zou niet de gemeenschap willen dienen?), maar wat bedoelt Jarvis met een community: een buurt, een gemeente, een subcultuur, een groep gelijkgestemden, een land? En kun je dan ook voor verschillende communities werken? En wat als die communities met elkaar in de clinch liggen?

Je krijgt het idee dat Jarvis teruggrijpt op de Amerikaanse cultuur van ‘town hall meetings’ in kleine stadjes, zo treffend geschilderd door Norman Rockwell. Op een van die schilderijen (Freedom of Speech, 1943) neemt een arbeider -het gemeentelijk jaarverslag steekt half uit zijn jack- het woord tijdens een townhall meeting ergens in New England.

Naïef idealisme
Jarvis is een romanticus die terugverlangt naar de eenmanskrant in Main Street gerund door een vriendelijke bebaarde hoofdredacteur met halve overmouwen die iedereen in het stadje kent.

De pui van The Herald Democrat (foto: Peter Vasterman)

Uit het woord community spreekt ook een soort naïef idealisme dat ook vaak terug te vinden is in allerlei publicaties die pleiten voor meer participatie van de burger. Alsof de community een gezellige gemeenschap is van burgers die het beste met elkaar voorhebben en die het algemeen belang nastreven.

In werkelijkheid bestaat zo’n ‘gemeenschap’ uit mensen met verschillende maatschappelijke posities, met soms grote inkomensverschillen, met uiteenlopende etnische achtergronden, en in ieder geval met belangen die kunnen botsen met die van anderen.

Kenmerkend zijn tegenstellingen, machtsverschillen en vooral veel strijd. Om die maatschappelijke tegenstellingen te pacificeren en het land te besturen is ook de parlementaire democratie uitgevonden. Met als belangrijke pijlers: openbaarheid, vrijheid van meningsuiting en een onafhankelijke professionele pers.

Bij Jarvis niets van dat alles, geen tegenstellingen, geen strijd, geen bovenliggende partij, alleen maar burgers die geholpen moeten worden bij het organiseren van hun informatie.

Informatie of nieuws
Er staat ‘knowledge’, er staat niet ‘nieuws’, of liever nog betrouwbaar nieuws; het gaat Jarvis dus kennelijk om een veel breder begrip. Het kan net zo goed gaan om de openingstijden van het buurthuis als om een onthullend verhaal over buurtgenoten die misbruik maken van sociale voorzieningen. Zou Jarvis dat bedoelen? Dat die ‘True Journalist’ zaken gaat onthullen waar die community helemaal niet blij is, zoals misbruik van uitkeringen? Valt dat ook onder het helpen van mensen met het organiseren van hun informatie?

Journalistiek is een dienst zegt Jarvis, maar dat betekent toch hopelijk niet ondergeschikt aan de belangen van die community? Het woord ‘knowledge’ doet afbreuk aan de maatschappelijke opdacht van de journalistiek, namelijk om betrouwbaar nieuws te produceren en de macht te controleren. Dat daar enige afstand voor nodig is van het politieke strijdgewoel, ook lokaal, dat is niet aan de orde bij Jarvis.

Organiseren van informatie
Dan het ‘organiseren van informatie’ zodat mensen ‘beter zichzelf kunnen organiseren.’ Dat organiseren klinkt als de journalist alleen maar hoeft te zorgen voor het beschikbaar maken van allerlei informatiestromen (van de gemeente, van de burger zelf, van de burgerjournalist?). De journalist als informatiemakelaar (ook in het welzijnswerk heb je niet toevallig tegenwoordig ook ‘sociale makelaars’). Maar daar is helemaal geen journalist voor nodig, een handig zoontje (van de voorzitter van de biljartvereniging) met enige digitale handigheid kan dat prima verzorgen.

Journalisten moeten juist hun eigen verhalen maken zonder hun oren te laten hangen naar de community. Ze dienen juist verhalen te maken waar de community helemaal niet op zitten te wachten omdat het indruist tegen hun belangen.

Zelf organiseren
Dan het laatste punt – en dat komt dicht aan tegen het oude opbouwwerkers ideaal – het uiteindelijke doel is dat mensen beter zichzelf kunnen organiseren. Blijkbaar is er momenteel iets mis met hoe mensen zich organiseren in verenigingen, actiegroepen, politieke partijen of religieuze bewegingen. Doel is emancipatie van de burger, dat gaat dus veel verder dan het klassieke journalistieke ideaal van de goed geïnformeerde burger.

Het is de vraag wanneer het doel van Jarvis (‘zelforganisatie’) bereikt is? Als de buurt via de ‘georganiseerde informatie’ op een ‘georganiseerde manier’ op jacht gaat naar de net vrijgelaten Benno L. om hem met pek en veren de community uit te jagen?

Vrijwilliger
Met zijn nieuwe definitie van journalistiek heeft Jarvis van de professionele journalist een vrijwilliger in het buurthuis gemaakt. Het maatschappelijke belang van een professionele journalistiek is daarmee uit het zicht verdwenen. Volgens Jarvis is dankzij zijn definitie een omschrijving van wie journalist is en wie niet overbodig geworden. Kennelijk hoeft er dankzij de buurtvrijwilliger ook niet meer betaald te worden voor ‘echte’ journalistiek.

Dit artikel verscheen ook het weblog van Peter Vasterman.

Al 16 reacties — discussieer mee!