[Foto: Bart Brouwers]

Gistermiddag promoveerde Harmen Groenhart aan de Radboud Universiteit Nijmegen op een onderzoek naar publieksverantwoording in de journalistiek. Zijn conclusie: er valt nog een wereld te winnen op dit vlak. En dat is hard nodig: “Door je publiek uitleg te geven over journalistieke keuzes wek je vertrouwen.”

Wat is in jouw ogen de essentie van publieksverantwoording?
“Dat journalisten en nieuwsredacties met hun publiek in discussie zijn over de kwaliteit van hun journalistieke producties. Voor een journalist zijn de eigen lezers, kijkers, luisteraars of volgers van primair belang: het is zijn bestaansrecht. Het is dan ook logisch dat de journalist in contact treedt met zijn publiek over hoe hij te werk gaat.”

Als mensen klachten hebben over de journalistiek kunnen ze toch naar de rechter stappen of een klacht indienen bij de Raad voor de Journalistiek?

“De Raad en de rechter zijn lapmiddelen, die komen pas in actie als het kwaad al is geschied. Ik zou zeggen; voer de discussie over journalistieke kwaliteit vooral met je publiek. En niet alleen aan de telefoon als er weer een verontwaardigde lezer belt, maar op een zichtbare plek.”

Maar waarom zouden journalisten dat moeten doen? Wat hebben ze er concreet aan?

“Als een journalist niet goed weet wat zijn publiek beweegt, dan kan hij geen goed product maken. Daarnaast, mensen weten vaak niet zo goed hoe ze journalistieke beweringen op waarde moeten schatten. Publieksverantwoording helpt daarbij. Journalisten maken informatieproducten, geen kant-en-klare gebruiksartikelen. De geloofwaardigheid van het product hangt in grote mate af van wat er om heen wordt verteld. Door je publiek uitleg geven over journalistieke keuzes wek je vertrouwen.”

Je hebt geïnventariseerd aan welke vormen van publieksverantwoording redacties doen, zoals het aanstellen van een ombudsman, het opstellen van een ethische code, het publiceren van een mission statement, enzovoort. De meeste redactie blijken hier eigenlijk maar weinig aan te doen. Waarom is het voor een redactie belangrijk om bijvoorbeeld een ethische code of een mission statement op de website te zetten?

“Daarmee expliciteer je je imago en toon je je professionaliteit. Veel journalisten veronderstellen dat als ze maar goede producten maken, het publiek vanzelf wel blijft. Maar het publiek is onberekenbaar geworden. Je zult meer je best moeten doen om de loyaliteit van het publiek te behouden of te vergroten. Voor nieuwe mediatitels is dat essentieel: als je geen goed verhaal hebt dan is het moeilijk publiek te krijgen. Het initiatief van De Correspondent is illustratief, zij hebben nog geen product geleverd, en al bijna twintigduizend leden geworven met alleen een uitgebreid manifest en enkele opvallende journalisten in wie het publiek vertrouwen heeft. Nieuwsmedia, neem kranten met dalende oplages, die niet goed uit kunnen leggen wat ze te bieden hebben, krijgen het steeds moeilijker.”

Welke nieuwsredactie in Nederland is het beste bezig met publieksverantwoording?

“Dat ligt aan je criteria natuurlijk. Uit mijn inventarisatie blijkt dat bijvoorbeeld NRC Handelsblad, Eindhovens Dagblad, Elsevier en de omroepverenigingen veel beleidsdocumenten en introspectieve rubrieken publiceren. Voor de omroepverenigingen ligt dat nog voor de hand – zij worden via de Mediawet verplicht tot publieke verantwoording – maar voor de genoemde printmedia is het echt een onderscheidend kenmerk.”

Diverse hoofdredacteuren hebben tegenwoordig ook een rubriek of blog, is dat een goede vorm van publieksverantwoording?

“Dat is op zich prijzenswaardig, maar als je daarin alleen maar je eigen straatje aan het schoonvegen bent, gaat er iets niet goed. Alsof er nooit fouten worden gemaakt of moeilijke beslissingen genomen worden. De hoofdredactie van het Eindhovens Dagblad doet dit goed: die steekt af en toe de hand in eigen boezem en benoemen tegelijkertijd de successen. Prima aanpak.”

Je hebt rubrieken van hoofdredacteuren geanalyseerd. Daaruit blijkt dat ze niet gelijkhebberig zijn en open staan voor kritiek en daar serieus op ingaan. Heeft dat je verrast?

“De veelgehoorde kritiek op hoofdredacteuren die zich verantwoorden is dat ze vooral hun eigen straatje schoonvegen. Tegen die achtergrond was ik wel verrast om te zien dat er wel degelijk fouten worden toegegeven en zwakke plekken worden belicht door hoofdredacties zelf. Maar het zegt ook weer iets over de vorm waarin hoofdredacteuren dat doen. Als een hoofdredacteur bij De Wereld Draait Door zit, dan is dat vaak omdat er iets aan de hand is geweest en zie je vooral ‘damage controle’. Hoofdredacteuren die hun eigen rubriek hebben, hebben wat meer controle over hoe ze zich verantwoorden. Dan kun je in relatieve rust met een kritische blik naar het eigen werk kijken. Het publiek waardeert dat.”

Over het publiek gesproken, uit je onderzoek blijkt dat het helemaal niet zo belangrijk is om aan verantwoording te doen, als je het publiek maar de indruk geeft dat je het doet. Maar hoe kan je het publiek het beste die indruk geven?

“Door publieksverantwoording zichtbaar te maken. Veel mensen zien wel eens een verklaring van de hoofdredacteur voorbij komen of zien een code of een mission statement in de marge van de website. Deze lezen ze dan niet per se heel nadrukkelijk, maar het idee dat het er is geeft het publiek vertrouwen. Maar er zijn natuurlijk altijd mensen die het wel heel nauwkeurig lezen; als publieksverantwoording niet helemaal deugt, dan prikken ze daar uiteindelijk wel doorheen.”

Wat verwacht het publiek volgens jouw onderzoek van media op dit vlak?

“Mensen vinden dat publieksverantwoording toegankelijk moet zijn, in proportie en oprecht. Concreet betekent dat je het dus niet ergens op je site moet verstoppen, maar heel zichtbaar moet aanbieden. Uiteraard moet dat het journalistieke kernproduct niet verdringen, maar in sommige gevallen is het al een journalistiek product, zoals een rubriek van de hoofdredacteur en de blogs van een onderzoeksjournalist.”

Wat bedoelt het publiek met ‘oprecht’?

“Dat is natuurlijk een lastig criterium, maar het betekent onder meer dat je af en toe open en eerlijk de hand in eigen boezem moet steken, dat je tegenstrijdigheden in je argumentatie voorkomt en dat je niet teveel naar andere media of actoren wijst als zondebok.”

Als een redactie aan publieksverantwoording wil doen en ze kloppen bij jou aan voor advies. Wat zou jij ze dan concreet adviseren om te doen?

“Bij veel nieuwsredacties is veel meer professionele kwaliteit dan ze zichtbaar maken in hun publicaties. Ik vind dat een gemiste kans. Ethische codes moeten niet in een la liggen, maar op de website prijken als zelf opgelegd keurmerk. Blogs van hoofdredacteuren moeten bijgehouden worden. Bij gebrek aan belangstelling worden blogs wel weer eens opgeheven, maar dat is ook een self-fullfilling prophecy. Gebruik je journalistieke competenties om het verhaal van de eigen redactie over het voetlicht te krijgen. Ook het argument dat ‘de slager niet zijn eigen vlees moet keuren’ is een dooddoener. Mede daardoor heeft de journalistiek zich decennialang niet openlijk uitgelaten over de eigen kwaliteit. Ook verklaringen van redactionele onafhankelijkheid zijn reclame voor de eigen winkel, doen dus.”

Ik vond het opvallend dat uit jouw inventarisatie blijkt dat veel redacties geen redactiestatuut op hun website hebben staan. Wat zit daar achter?

“Veel redactiestatuten zijn verouderd en redacties zijn huiverig om dat ter discussie te stellen bij het mediaconcern waar ze onder vallen, uit angst dat hen redactionele vrijheden worden ontnomen. Ik adviseer elke nieuwsorganisatie om die discussie openlijk aan te gaan met concernhouders en daar vooral de NVJ en de Raad voor de Journalistiek bij te betrekken. Deze discussie verdient landelijke aandacht. Alle nieuwsredacties zouden per definitie moeten kunnen rekenen op redactionele onafhankelijkheid, dus laat maar zien dat het zo is.”

Tegenwoordig maken journalisten veel gebruik van sociale media en hebben op die manier contact met hun publiek. Zijn die sociale media niet een prima manier om aan publieksverantwoording te doen?

“Sociale media zijn bij uitstek geschikt om het publiek op individuele basis aan individuele journalisten te binden. Goed voor de loyaliteit. Ook kunnen journalisten met sociale media beter afstemmen met het publiek of zelfs samenwerking zoeken. Is dat nog verantwoording? Ja, wel als je je daarbij transparant opstelt en echt luistert.”

Raken die oude vormen van publieksverantwoording die jij hebt onderzocht, daardoor niet overbodig?

“Het ene is niet beter dan het andere en beide vormen zijn even hard nodig. Overigens, vind ik het niet zo zinvol om van ‘oude vormen’ te spreken. Een hoofdredacteur die over het eigen werk schrijft is eerder modern dan oud. Dat kwam vroeger niet veel voor. Nu zie je dat steeds meer, en inderdaad,  hij Twittert ook nog eens over zijn stukken. Ook verklaringen over doelstellingen, redactionele onafhankelijkheid en ijkpunten voor kwaliteit lijken me niet per se iets van het verleden.”

De resultaten van het onderzoek van Harmen Groenhart zijn verschenen in het proefschrift ‘Van boete naar beloning: Publieksverantwoording als prille journalistieke praktijk’. Het is verkrijgbaar via de auteur: h.groenhart[@]fontys.nl.

Alexander Pleijter

Hoofdredacteur

Alexander Pleijter is hoofdredacteur van De Nieuwe Reporter. Hij werkt als universitair docent Journalistiek en Nieuwe Media aan de …
Profiel-pagina
Al 2 reacties — discussieer mee!