Wat doen journalisten met persberichten? Letterlijk overnemen? Of bewerken tot een eigen productie? Dat varieert nogal per redactie, zo blijkt uit onderzoek van Anne Kroon. Vooral bij het ANP worden regelmatig persberichten zonder enige toevoeging overgenomen. Ook opvallend: hoe hoger de nieuwswaarde van een persbericht, hoe groter de kans dat het bericht letterlijk wordt overgenomen door nieuwsmedia.

Het verhaal is bekend: door de slinkende nieuwsredacties is de werkdruk voor journalisten flink gestegen. Bovendien is het door internet nog belangrijker geworden om nieuws zo snel mogelijk te publiceren.

Ontwikkelingen in de communicatiebranche staan daarmee in schril contrast. Niet alleen zijn PR-professionals getalsmatig in de meerderheid, ook hun budgetten zijn toegenomen en hun werkwijzen geprofessionaliseerd. Tel daar de haastige nieuwsdeadlines en overvolle agenda’s van journalisten bij op, en het is duidelijk dat de omstandigheden gunstig zijn voor spindoctors en voorlichters om hun grip op de inhoud van het nieuws te verstevigen.

Deze ontwikkeling baart menigeen zorgen. Als journalisten geen tijd meer hebben om persberichten en ander PR-materiaal te checken en het klakkeloos overpennen, betekent dit immers weinig goeds voor de onafhankelijkheid van de nieuwsberichtgeving. Om de ernst van de Britse situatie te schetsen, introduceerde journalist Nick Davies de alarmerende term churnalism, ofwel het massaal copy-pasten van persberichten.

Toch moeten we voorzichtig zijn met het trekken van conclusies. Berichtgeving op basis van persberichten hoeft immers niet per definitie de journalistieke kwaliteit aan te tasten. Nieuwsberichten die volledig zijn overgetikt van een persbericht kunnen geenszins gelijk gesteld worden met artikelen die geïnspireerd zijn op een persbericht, maar door de investering van tijd, professionele nieuwsgaring en het toepassen van hoor en wederhoor zijn vervaardigd tot een eigen journalistieke productie. Ofwel, veel hangt af van de vraag wat journalisten met een persbericht doen.

Het onderzoek

Om hier wat meer duidelijkheid over te krijgen, heb ik onderzocht (a) hoe journalisten persberichten behandelen en (b) of dat afhankelijk is van de nieuwswaarde van persberichten.

Het onderzoek was gericht op nieuws afkomstig van universiteiten, meer specifiek de Universiteit van Amsterdam, Universiteit van Utrecht, Rijksuniversiteit Groningen en de Vrije Universiteit. In totaal werden 287 berichten geanalyseerd. Enerzijds zijn nieuwsartikelen geselecteerd, door te zoeken naar referenties naar de universiteiten in de dagbladen Trouw, de Volkskrant, NRC Handelsblad, Algemeen Dagblad en De Telegraaf, het persagentschap ANP en de nieuwssites NU.nl en NOS.nl. Anderzijds werden de persberichten opgespoord waarop de gevonden nieuwsberichten waren gebaseerd, door te zoeken op de websites van de hierboven genoemde universiteiten.

De verwerking van persberichten door nieuwsmedia

Om na te gaan in hoeverre journalisten persberichten rechtstreeks overnemen dan wel uitbreiden of veranderen, zijn persberichten en corresponderende nieuwsberichten inhoudelijk met elkaar vergeleken. Hierbij werd onderscheid gemaakt tussen:

  1.  inhoudelijk overnemen
  2. overnemen met toevoeging van informatie
  3. het maken van een eigen journalistieke productie

In onderstaande tabel is te zien dat er verschillen zijn in de behandeling van persberichten door journalisten van dagbladen, nieuwssites en persbureau ANP. Dagbladjournalisten investeren de meeste tijd en journalistieke expertise in persberichten, om er zodoende een eigen journalistieke productie van te maken (60 procent). Van de onderzochte persberichten kwam slechts 11 procent onbewerkt in de krantenkolommen terecht.

Voor de nieuwssites (30,8 procent) en vooral het ANP (13 procent) vormde de onderzochte persberichten minder vaak inspiratie voor een eigen productie. Ongeveer een kwart van de persberichten belandde onbewerkt op de onderzochte nieuwssites, terwijl bijna 40 procent zonder toegevoegde informatie werd overgenomen door het ANP.

Deze laatste bevinding is zorgwekkend, omdat uit eerder onderzoek blijkt dat journalisten informatie van persagentschappen niet consequent controleren. Het is dus mogelijk dat PR-kopij via persagentschappen in de nieuwsmedia terecht komt. Verontrustende noties van massale copy-paste-journalistiek lijken wat betreft universitair nieuws echter niet op te gaan voor Nederlandse kranten.

Nieuwswaarde beïnvloedt journalistieke verwerking

Vervolgens is onderzocht of de nieuwswaarde van persberichten van invloed is op de beslissing om al dan niet tijd, expertise en andere hulpbronnen te investeren in het persbericht, om er zodoende een eigen journalistieke productie van te maken.

Hiertoe heb ik de nieuwswaardigheid van persberichten vastgesteld door – net als in een ander deelonderzoek waarover eerder op DNR een verslag verscheen – de scores op de nieuwsfactoren verrassing, controverse, omvang en invloed op te tellen.

Een hoge score op nieuwswaarde bleek vaker te resulteren in volledige overname van persberichten, terwijl bij een lage nieuwswaarde persberichten eerder aanleiding gaven tot het schrijven van een eigen journalistiek verhaal. Met andere woorden: hoog nieuwswaardige persberichten belanden vaker onbewerkt in de nieuwsmedia, terwijl persberichten met een lage nieuwswaarde doorgaans inspireren tot het maken van een eigen journalistieke productie.

Investeren in een eigen gezicht

Mogelijk komt dit doordat persberichten met een geringe nieuwswaarde zich goed lenen voor het maken van een onderscheidende nieuwsproductie, omdat de kans dan klein is dat andere nieuwsmedia hetzelfde verhaal ook zullen uitdiepen. Groot nieuws, waar alle nieuwsorganisaties over berichten, is mogelijk minder geschikt om concurrentievoordeel mee op te doen. De journalistieke expertise wordt dus vooral geïnvesteerd in die onderwerpen die de journalist of het medium de kans geven zich te onderscheiden van de concurrentie.

Daar komt bij dat het bij onderwerpen met een hoge nieuwswaarde voor nieuwsmedia vooral belangrijk is om het nieuws zo snel mogelijk te publiceren. Dus zullen redacties dan minder de tijd nemen om het een en ander uitgebreid te gaan bewerken. Om toch onderscheidend te kunnen zijn, lijkt het er dus op, dat journalisten persberichten met een lagere nieuwswaarde juist wel uitgebreid bewerken.

[Lees ook op DNR de kritiek van ANP-hoofdredacteur Marcel van Lingen op bovenstaand artikel]

Dit artikel is een bewerkte versie van het stuk dat verscheen op het weblog ‘Dit wordt het nieuws’, waar verslag wordt gedaan van het onderzoek ’Dit wordt het nieuws: De nieuwswaarde van PR als voorspeller van journalistieke verwerking’.

Al 2 reacties — discussieer mee!