Wie wil weten hoe de journalistiek er na de crisis aan toe is, moet het boek Na de deadline van Bart Brouwers lezen. De hoofdredacteur van Dichtbij.nl en blogger op DodeBomen.nl schetst hoe de journalistiek eruit zal zien als de rook is opgetrokken na de huidige verwarring, verlamming en chaos.

Er staat nogal wat te gebeuren, voorspelt Brouwers. Na de crisis zal het allemaal internet zijn wat de klok slaat. Het kan nog even duren, maar binnen een jaar of tien zal het pleit toch echt wel beslecht zijn. Dan is het gedaan met het vertrouwde papier, het klassieke tv-toestel en de ouderwetse radio.

Dat de journalistiek die turbulente tijd zal overleven, daar is Brouwers wel van overtuigd. De journalistiek is te belangrijk, te essentieel, te onmisbaar voor een democratische samenleving.

Werk aan de winkel

Maar om de journalistiek in veilige haven te loodsen moet er nog wel het nodige gebeuren. De uitgevers moeten rap afscheid nemen van hun oude business. Bij de overheid moet het besef doordringen dat de journalistiek onmisbaar is, net zoals betrouwbare rechtspraak en water uit de kraan. Bovenal moeten journalisten zich aanpassen aan de nieuwe tijd. En dus moeten ook de opleidingen flink op de schop. Want de mentaliteit en vaardigheden van de huidige journalist schieten flink tekort om te kunnen functioneren in de nieuwe tijd.

Wat Brouwers betreft dus geen halve maatregelen. Uitgevers moeten niet uit lijfsbehoud vasthouden aan hun oude vertrouwde producten, zoals het bedrukken van papier.

“Houd ermee op je te concentreren op de huidige business. Wie dat namelijk blijft doen, koopt slechts een dubbele garantie: redding op korte termijn en bankroet direct daarna.”

Kortom, er is geen keuze. Het moet. En liefst een beetje snel.

Adieu, HBO-journalistiek!

Een zelfde lot is de opleidingen beschoren. Ook daarvan zegt Brouwers: houd ermee op. Laat de boel de boel, maak van het huidige curriculum een sterfhuis en richt je op een onderwijsprogramma dat totaal anders is dan wat er was. Met als speerpunten: innovatie en ondernemerschap.

Hij schrijft het niet zo hard, maar de oude vertrouwde HBO-opleidingen kunnen het wel vergeten. In Brouwers’ visie is het volgen van een journalistieke opleiding voorbehouden aan studenten die:

“al een diploma van een basisopleiding op zak hebben. Een bachelor in economie, Nederlands, geschiedenis, design, techniek, rechten of wat dan ook. Elk specialisme heeft zijn waarde, omdat het kan leiden tot de journalistieke verdieping die de maatschappij zo nodig heeft.”

Studenten met zo’n bachelor op zak kunnen doorstromen naar een tweejarige journalistenopleiding. Adieu dus voor de oude scholen voor journalistiek waar scholieren aan beginnen als ze fris en fruitig de middelbare school verlaten.

Bloed op de pagina’s

In Brouwers’ visie is vernietiging de enige weg tot verandering en vernieuwing. De weg naar de toekomst van de journalistiek ligt in zijn boek bezaaid met slachtoffers. Journalisten van de oude stempel, uitgevers van de gedrukte krant, docenten van de oude opleidingen, de grote mediabedrijven; allemaal gaan ze eraan. Het bloed druipt van de pagina’s. Geen boek om vrolijk van te worden dus.

Hoewel? Wie het boek met een optimistische blik bekijkt ziet juist een mooi vergezicht. Van een journalistiek die afrekent met de beperkingen van het verleden. Die zich wil ontwikkelen, beter wil worden, uitgebreider wil worden. Zich niet laat muilkorven door de armoedige eenvoud van papier en deadlines.

Geld!

De ideeën van Brouwers zijn zonder meer prikkelend. Ik deel zijn optimisme over de journalistieke mogelijkheden van internet. Ik deel zijn pleidooi voor meer echte journalistiek. Maar wie gaat dat betalen? Journalistiek op internet is niet echt een money maker. En zal dat waarschijnlijk ook nooit worden.

Brouwers realiseert zich dat terdege en schrijft dat “de kopieerbaarheid en deelbaarheid van journalistieke producten ervoor zorgt dat hun commerciële waarde afneemt.” Er rest daarom niets anders dan de overheid in te schakelen om de journalistiek in leven te houden. Noodzakelijk, omdat journalistiek onmisbaar is voor een democratische samenleving.

Overheidssteun dus. Nee, niet voor de oude journalistiek. Niet de oude mediabedrijven. Maar de nieuwe, moderne journalisten die werken in nieuwe constellaties, vermoedelijk kleine verbanden. Journalisten die met een nieuwe mentaliteit en moderne vaardigheden werken aan ‘pure’ journalistiek. En met die nieuwe aanpak doen waarvoor journalisten ooit uitgevonden zijn: graven, blootleggen, wroeten.

Mediabeleid

Brouwers doet daar een zevental voorstellen voor. Zeven manieren om goede journalistiek mogelijk te maken. Zonder dat het geld bij mediabedrijven of hun aandeelhouders terecht komt. Zonder dat het geld verdwijnt in televisieprogramma’s met leut en jolijt.

Hopelijk komt Na de deadline ook terecht op het ministerie dat gaat over het mediabeleid. Dan kan men deze toekomstgerichte voorstellen serieus bestuderen en de archaïsche commissie die vergadert over het behoud van de huidige publieke omroep stante pede ontbinden.

Rest me nog één uitroep van verbazing: waarom een boek uitbrengen als internet de toekomst is? Waarom geen mooie, innovatieve online publicatie zodat daar het debat kan plaats vinden? Oké, Bart Brouwers trekt het land in om te discussiëren over zijn ideeën en is van plan om op basis daarvan een tweede, herziene editie van zijn boek te maken. Maar toch, het voelt wat onlogisch…

Bart Brouwers (2013), Na de deadline: Journalistiek voorbij de crisis. Een uitgave van Fast Moving Targets. ISBN 9789081875950. Gedrukte editie  € 19,95, e-book  € 9,95.

Alexander Pleijter

Hoofdredacteur

Alexander Pleijter is hoofdredacteur van De Nieuwe Reporter. Hij werkt als universitair docent Journalistiek en Nieuwe Media aan de …
Profiel-pagina
Al 6 reacties — discussieer mee!