Pieter van Os, voormalig parlementair verslaggever van NRC Handelsblad, schreef een vermakelijk boek over de dagelijkse omgang tussen journalisten en politici in Den Haag. Het is een poging tot zelfreflectie over de relatie tussen politici en journalisten. Maar de lezer wordt er niet heel veel wijzen van, meent Chris Aalberts.

Wat hebben de volgende gebeurtenissen van de afgelopen weken met elkaar gemeen?

  1. Alexander Pechtold wordt geen burgemeester van Utrecht.
  2. D66 had een zomerse flirt met het kabinet.
  3. Diederik Samsom doet pogingen het belgedrag van fractieleden te achterhalen.

Deze nieuwsberichten zijn allemaal grotendeels gebaseerd op informatie uit de wandelgangen van politiek Den Haag. Er is formeel weinig over deze kwesties bekend, maar er is wel informeel tussen politici en journalisten over gepraat en het is vervolgens in de media gekomen. Niemand kan deze kwesties controleren omdat alle informatie off the record aan journalisten is verstrekt. Burgers kunnen er niet of nauwelijks achter komen of deze verhalen waar zijn.

Al met al: we weten niet of Pechtold ooit solliciteerde als burgemeester of dat wilde doen, we weten niet of D66 echt bij het kabinet wilde aanschuiven en ook de pogingen van Samsom om het belgedrag van fractieleden te achterhalen zijn onbevestigd.

Belangrijk nieuws?

Zo bezien gaat het bij al deze verhalen om waardeloze informatie over politiek Den Haag. Maar zo wordt er nooit naar deze verhalen gekeken: in de praktijk zijn deze verhalen juist heel belangrijk. De belangrijkste bezigheid van parlementair journalisten is praten met politici en collega’s en verhalen uitwisselen om zo een beeld krijgen van wat er achter de schermen gebeurt. Deze informatie is vaak belangrijker dan informatie met een formele status: beleidsvoorstellen van de regering of individuele Kamerleden en uitkomsten van stemmingen.

Veel politiek nieuws is het gevolg van talloze onderonsjes en niet van wat er daadwerkelijk in de plenaire zaal van de Tweede Kamer gebeurt. Oud-parlementair verslaggever van NRC Handelsblad, Pieter van Os, schreef er een boek over: Wij begrijpen elkaar uitstekend.

Zijn beschrijving van de dagelijkse gang van zaken in Den Haag is vermakelijk. Het boek is een poging tot zelfreflectie over de relatie tussen politici en journalisten. Dat is nodig. Er wordt veel geklaagd over de parlementaire journalistiek, met name dat journalisten en politici te vriendschappelijk met elkaar omgaan.

Lofprijzingen

Van Os’ boekpresentatie van afgelopen week illustreert het probleem. SP-Kamerlid Ronald van Raak en VVD-Kamerlid Ard van der Steur namen het boek in ontvangst en spraken prijzende woorden over de journalist die hen jarenlang kritisch volgde. Intuïtief is dit onlogisch: Van Os had hen juist het bloed onder de nagels vandaan moeten halen. Dat bleek nergens uit.

Deze praatjes waren nog niet afgelopen of Pieter Hilhorst stormde binnen om ook een woordje te doen over het boek. Van Os had Hilhorst uitgenodigd voor als Van Raak en Van der Steur zouden afbellen. Dat deden ze niet, en dus was het lijstje complimenten aan het adres van de auteur langer dan ooit. Van Os is niet de bekendste naam uit journalistiek Den Haag, maar zeker wel een van de beste, zo hielden de politici het publiek voor. Uit hun mond wederom een twijfelachtig compliment.

Losse verhalen

Wat is eigenlijk de boodschap van Van Os? Hij kwam in Pauw & Witteman waarin hij uitgebreid inging op zijn concept ‘salonpopulisten’. Dit zijn journalisten en politici die even populistisch, negatief en cynisch over politiek praten als het volk. Het verschil is echter dat salonpopulisten niet van buitenaf tegen Den Haag aanschoppen zoals burgers dat doen, ze maken juist integraal onderdeel uit van het door hen zo verfoeide systeem.

Dit gesprek suggereert dat Van Os in zijn boek concludeert dat het concept salonpopulisten de synthese is van al zijn inzichten en de beste beschrijving van de Haagse politiek van nu. Dat is echter niet zo. Dit idee is er een van de vele. Het boek van ruim 280 pagina’s bevat slechts een hoofdstuk over salonpopulisten. In de dertien andere hoofdstukken worden vele andere thema’s aangesneden van de rol van spindoctors, lobbyisten en wetenschappers tot de mythes over de relatie tussen parlementair journalisten en politici.

Verwarring

Van Os komt met veel voorbeelden en dat is prachtig om te lezen: het geeft allerlei inkijkjes in een wereld die we nooit in de media tegenkomen. Maar het is ook onbevredigend, want na alle ideeën, voorbeelden en anekdotes is de vraag wat de grotere les is die we uit het boek moeten trekken. Nergens volgt een synthese van de inzichten waardoor lezers nu scherper kunnen kijken naar alle politieke verslaggeving zonder duidelijke bronnen. Lezers krijgen geen overzichtelijk begrippenkader aangereikt om kritischer naar dit soort journalistiek te kunnen kijken.

De enige conclusie die uit dit boek getrokken kan worden is dat het vooroordeel over parlementair journalisten en politici waar is: er zijn inderdaad veel onderonsjes en dus kun je twijfelen hoe goed al die wandelgangenverslaggeving daadwerkelijk is. Soms is deze journalistiek goed maar soms ook niet. Het probleem is dat alleen de insiders weten welke kwalificatie het beste past. De burger kan daar niet of nauwelijks achter komen, ook niet na het lezen dit boek.

Pieter van Os (2013). Wij begrijpen elkaar uitstekend. Uitgeverij Prometheus Bert Bakker. 296 pagina’s. ISBN: 9789035138919. € 16,95.

Deze recensie verscheen eerder bij ThePostOnline.nl.

Chris Aalberts

Journalist

Chris Aalberts schrijft over politiek voor onder meer The Post Online en Noordhollands Dagblad. Hij is auteur van onder meer Palermo aan …
Profiel-pagina
Al 2 reacties — discussieer mee!