Vorige week presenteerde het Stimuleringsfonds voor de Pers een onderzoeksrapport over de nieuwsvoorziening in de regio. Hoe staat het met de waakhond op lokaal niveau? Alexander Pleijter las het rapport en plaatst enkele kanttekeningen bij de conclusies.

Vorige week dinsdag, 3 september, presenteerde het Stimuleringsfonds voor de Pers de resultaten van een groot onderzoek naar de kwaliteit van de lokale nieuwsvoorziening in Nederland. Een belangrijk onderzoek, want er bestaan ernstige zorgen over de staat van de lokale berichtgeving. Die zorgen richten zich vooral op de politieke berichtgeving, met als hamvraag: kan de lokale journalistiek zijn rol van waakhond nog wel waarmaken?

De metafoor van de waakhond is een geliefde, geen wonder dus dat het Stimuleringsfonds de waakhond ook laat opdraven in het persbericht dat werd verspreid. Lokale waakhond laat minder vaak tanden zien, luidde de enigszins onheilspellende kop.

Onheilspellend genoeg in elk geval om mij te doen besluiten om het onderzoeksrapport met veel belangstelling te gaan lezen. Ik heb het uit en moet zeggen dat ik ietwat teleurgesteld ben. Het onderzoek is zeer ambitieus en grootscheeps aangepakt (liefst 80 gemeentes zijn onderzocht), maar levert naar mijn idee wat te weinig relevante inzichten op over de staat van de lokale nieuwsvoorziening.

Mijn teleurstelling richt zich op drie punten.

Teleurstelling 1: Waakhond laat minder vaak tanden zien?

De eerste teleurstelling is eigenlijk de minst erge. Die gaat namelijk over de kop boven het persbericht: Lokale waakhond laat minder vaak tanden zien. Daarmee wordt de suggestie gewekt dat de lokale waakhond vroeger vaker zijn tanden liet zien. Maar helaas weten we dat niet, want, zoals Persfondsdirecteur René van Zanten in het voorwoord schrijft:

“Het is de eerste keer dat een dergelijk onderzoek in deze omvang wordt uitgevoerd. Dat betekent dat de resultaten niet kunnen worden afgezet tegen eerdere bevindingen en er dus geen uitspraken kunnen worden gedaan over trends en bewegingen in het landschap van het lokale nieuws.”

Een ietwat misleidende keuze dus om in de kop van het persbericht iets anders te suggereren. Een slippertje om de aandacht te trekken, zullen we maar zeggen.

Teleurstelling 2: Alleen online media onderzocht

De onderzoekers hebben ervoor gekozen om het onderzoek te richten op websites; kranten en radio- en televisie-uitzendingen bleven buiten beschouwing.

De onderzoekers geven twee redenen, waar ik mijn twijfels over heb. Ik citeer maar even uit het rapport:

Reden 1 (op pagina 33):

“Gegeven de dalende oplagen van regionale dagbladen en de bezuinigen op regionale en lokale publieke omroepen, stelden wij ons de vraag hoe een burger geïnformeerd wordt over lokaal beleid in zijn gemeente indien de nieuwsconsumptie zich grotendeels naar internet verplaatst?”

Natuurlijk is het interessant om te weten hoe de berichtgeving op internet ervoor staat, maar het was toch de bedoeling om de gehele stand van de lokale journalistiek in kaart te brengen? Dat staat althans als doel van het onderzoek vermeld op pagina 31.

Bovendien: wat heeft voor zin om een hypothetische situatie (‘indien de nieuwsconsumptie zich grotendeels naar internet verplaatst’) te onderzoeken als we inzicht willen in hoe het momenteel feitelijk staat met de kwaliteit van de lokale berichtgeving?

Reden 2 (op pagina 51-52):

Bij een offline-analyse zou de organisatorische kant van het onderzoek – het opvragen van rtv-programma’s en papieren kranten – een tijdrovende klus zijn, de analyse daarvan nog daargelaten.

Dat is wat mij betreft een onzinargument, want dat opvragen valt tegenwoordig reuze mee. Uitzendingen van omroepen staan meestal online en kranten hebben vrijwel allemaal e-papers en tabletapps. Je hoeft anno 2013 echt niet met een auto het land in om videobanden en stapels papier op te gaan halen.

Papieren kranten en radio- en televisie-uitzendingen

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat voor een zevental gemeentes de onderzoekers ook de papieren kranten en radio- en televisie-uitzendingen bekeken hebben. Als een soort van check. Daaruit komen best wel wat verschillen naar voren. Zo lees ik op pagina 59:

“Het regionale dagblad bevat offline zelfs aanzienlijk meer nieuwsberichten én berichten over lokaal beleid dan online, drie tot soms vier keer zo veel.”

Het toppunt is Delft, waar online geen enkel bericht over lokaal beleid was te vinden. Maar wie AD Haagsche Courant (editie Delft) leest, krijgt elke week zo’n 18 berichten over lokaal beleid voor zijn kiezen. Dat is best een flink verschil.

Kortom, het weglaten van de offline media was niet zo’n verstandige keuze: het zorgt voor een behoorlijke vertekening van de stand van de lokale journalistiek in Nederland.

Teleurstelling 3: Summiere meting kwaliteit van nieuws

De onderzoekers beogen, zo valt te lezen op pagina 31: “inzicht te krijgen in de kwaliteit van de berichtgeving”. Bijzondere aandacht hebben ze voor nieuws over lokaal beleid, oftewel lokale politiek. Ze willen weten of de waakhond van de lokale democratie nog wel alert is en zijn tanden laat zien. Kwaliteit is in dit onderzoek, als ik het goed begrijp, dus synoniem voor het vervullen van de waakhondfunctie.

Allereerst is dan de vraag: wat wordt eigenlijk bedoeld met de ‘waakhondfunctie’ van de journalistiek? Lector Piet Bakker van de Hogeschool Utrecht legt het op pagina 7 in het inleidende hoofdstuk van het rapport uit:

“Media vervullen verschillende functies. Ze zijn een bron van informatie (nieuws). Ten tweede zijn ze een platform voor discussie en kritiek. Ten derde wordt er van ze verwacht dat ze controle uitoefenen op machthebbers, de zogenaamde waakhondfunctie.”

Die controle vindt vooral plaats met onderzoeksjournalistiek: tegels lichten. Of zoals de directeur van het Stimuleringsfonds het zo mooi verwoordt in het persbericht:

“Voor een goed geïnformeerde burger is het noodzakelijk dat er gewroet wordt in het doen en laten van gemeentebestuurders”.

Maar hoe is die ‘waakhondfunctie’ of dat ‘gewroet’ onderzocht? Eigenlijk heel simpel: door te tellen hoeveel berichten over lokaal beleid of lokale politiek verschijnen in de onderzochte media. Dat is op zijn zachtst gezegd merkwaardig, omdat de onderzoekers zo geen onderscheid maken tussen de informatiefunctie en waakhondfunctie van de media. Als een nieuwssite een persbericht van de gemeente integraal overneemt en publiceert, telt dat als evenveel kwaliteit als een groot artikel dat voortkomt uit wekenlang onderzoek naar malversaties in het gemeentebestuur.

Dat verklaart meteen dat er wat merkwaardige conclusies in het rapport staan. Zo valt te lezen op pagina 58 dat na de regionale dagbladen, de huis-aan-huisbladen en lokale omroepen de waakhondfunctie het best vervullen. Waakhondfunctie en huis-aan-huisbladen? Het klinkt me nogal onlogisch in de oren, aangezien de meeste huis-aan-huisbladen met minimale middelen gemaakt worden.

Hoe komen de onderzoekers er dan bij dat de huis-aan-huisbladen een waakhondfunctie vervullen? Simpelweg omdat ze redelijk wat nieuwsberichten plaatsen over lokaal beleid. Zoals een aankondiging dat de gemeente ergens een speelplaats gaat aanleggen. Inderdaad, het is een beetje kort door de bocht om zulke berichten te zien als wroeten in het doen en laten van gemeentebestuurders.

De onderzoekers stellen vast dat in elke gemeente wekelijks gemiddeld zo’n 10 berichten over lokaal beleid op nieuwssites verschijnen. Dat is niet eens zo’n slechte score. Maar dat zullen zeker niet allemaal waakhondberichten zijn. Als de onderzoekers daar specifiek naar gekeken hadden, dan zouden de cijfers heel wat ontluisterender zijn, vrees ik.

Toekomstig onderzoek

Stimuleringsfondsdirecteur René van Zanten schrijft in het voorwoord dat het fonds nu al nadenkt over toekomstig onderzoek. Hij suggereert om in het voorjaar van 2014 de week van de regionale journalistiek uit te roepen en dat dan studenten en docenten van de vier HBO-opleidingen journalistiek op pad gaan om alles te meten. Dat lijkt me een uitstekend plan.

Maar als het kan wel met wat aanpassingen in de onderzoeksopzet. Met nog iets meer gewroet in het lokale nieuws.

Het volledige onderzoeksrapport Nieuwsvoorziening in de Regio is te vinden op Persinnovatie.nl.

Alexander Pleijter

Hoofdredacteur

Alexander Pleijter is hoofdredacteur van De Nieuwe Reporter. Hij werkt als universitair docent Journalistiek en Nieuwe Media aan de …
Profiel-pagina
Al 6 reacties — discussieer mee!