SEO Economisch Onderzoek heeft onderzoek gedaan naar de nieuwsvoorziening in Nederland en de rol van de overheid. Het rapport concludeert dat nieuws dat onvoldoende door de markt wordt geproduceerd, financiële steun behoeft. De huidige voorkeursbehandeling voor de publieke omroep is niet van deze tijd. Onderzoeker Rob van der Noll vat het rapport samen.

Nieuws in de krant heeft door met name de opkomst van internet moeite om advertentie-inkomsten aan te trekken. Hierdoor staat het verdienmodel voor journalistieke nieuwsproducties (zoals verslaggeving met duiding en onderzoeksjournalistiek) onder druk. In binnen– en buitenland wordt er volop gedebatteerd over de toekomst van de journalistiek. Deze ontwikkelingen vormen de aanleiding voor dit onderzoek.

Risico van het huidige beleid

De belangrijkste conclusie is dat de huidige overheidssteun aan de publieke omroep niet is gericht op de beleidsdoelstellingen voor nieuws en niet past bij het pluriforme medialandschap. Het risico van het huidige systeem is dat het de consumptiebeslissingen van gebruikers en productiebeslissingen van nieuwsproducenten verstoort. Deze verstoring werkt door in de mate waarin innovaties tot stand kunnen komen en daarmee in de mate waarin nieuwsproductie ook in de toekomst aan de (veranderende) behoeften van nieuwsconsumenten kan blijven voldoen.

Het is welvaartseconomisch gezien beter om op basis van gerichte aanvragen uit de markt financiële bijdragen beschikbaar te stellen voor nieuwsproducties waarvoor geldt dat:

  1. de private (inbare) baten te laag zijn, en
  2. de maatschappelijke baten hoger zijn dan de productiekosten.

Gegeven de trend van convergentie zal de markt naar verwachting niet voorzien in voldoende onderzoeksjournalistieke producties en verslaggeving met duiding. Dit marktfalen zal naar verwachting vooral spelen bij producties met een relatief kleine markt (zoals verslaggeving over kleinere regio’s).

Het onderzoek kan wegens gebrek aan informatie over de maatschappelijke baten niet vaststellen hoe omvangrijk de benodigde financiële bijdrage is. Het rapport geeft criteria op basis waarvan aanvragen geëvalueerd kunnen worden, de verdere uitwerking daarvan is een onderwerp voor toekomstig onderzoek.

De gatekeeper verliest zijn monopoliepositie

Voor de opkomst van internet waren kranten gatekeepers tussen adverteerders en lezers. Op deze tweezijdige markt hadden lezers weinig alternatieven voor nieuws en hadden adverteerders weinig alternatieven voor het bereiken van de lezers. De krant had het makkelijk maar door nieuws op internet, smartphones en tv verloor de krant haar riante positie. Elke week kijkt de gemiddelde Nederlander nu naar gemiddeld zeven tv-uitzendingen, leest hij 2,6 kranten en bezoekt hij 2,7 keer een website voor nieuws. Tweederde van de Nederlanders consumeert dagelijks nieuws, 89% van de Nederlanders informeert zich wekelijks over het nieuws. Internationaal gezien is de nieuwsconsumptie hoog. Het meest gebruikte nieuwsproduct is het NOS Journaal.

De oplage van Nederlandse landelijke dagbladen daalde met 24% tussen 2001 en 2011. De inkomsten uit advertenties zijn gedaald van 1049 miljoen euro in 2001 naar 336 miljoen euro in 2012, een daling van 70%. Als gevolg hiervan wordt nog slechts 29% van de totale omzet van dagbladen behaald middels advertenties, in 2001 was dit nog meer dan de helft. Het aandeel van de totale netto advertentiebestedingen dat door dagbladen wordt ontvangen is tussen 2000 en 2009 gedaald van 46% naar 23%. Met name de toegenomen advertentiebestedingen op internet zijn hier debet aan.

Digitalisering ontbundelt

De productie van nieuws begint bij een gebeurtenis of persbericht. Journalisten verrijken deze input in meer of mindere mate met onder andere hoor en wederhoor, achtergrond, opinie, duiding en feitencheck. Journalistiek verrijkt nieuws kan ook zonder extern signaal beginnen, met een vermoeden of idee op de redactie. De waardeketen eindigt met verspreiding via diverse distributiekanalen aan nieuwsconsumenten.

ICT’s (internet, mobiel dataverkeer, camera’s in smartphones) hebben het mogelijk gemaakt om deze klassieke waardeketen met journalisten, redacties en openbaring op een vaststaand moment te omzeilen. Iedereen kan nu nieuws brengen en consumptie kan on demand. Het onverrijkte of kale nieuws is relatief goedkoop te maken en te verspreiden.

Verdienmodel voor verrijkt nieuws onder druk

Verrijking van nieuws en onderzoek zijn daarentegen relatief duur en het (private) rendement is soms onzeker. Investering in bijvoorbeeld onderzoeksjournalistiek gaat, net als andere R&D, gepaard met onzekerheid en weglekkende baten (spill-overs). Tijdens het uitzoekwerk is niet bekend of een lead een scoop zal worden.

Als het onderzoekswerk al tot een hit leidt, lekken de baten gedeeltelijk weg naar andere mediabedrijven die het originele nieuwsbericht overnemen en vervolgberichtgeving publiceren. Als het onderzoekswerk helemaal geen hit oplevert, heeft het graven en spitten mogelijk wel een tuchtigend effect op bestuurders in overheid of bedrijfsleven gehad. Ook dan kunnen de maatschappelijke baten hoger zijn dan de inbare baten.

Het verdienmodel voor verrijkt nieuws lijkt onder druk te staan. Dit is slechts beperkt te staven met cijfers. Het aantal journalisten (crossmediaal en inclusief freelancers) is in een decennium gedaald met naar schatting ongeveer 20%. Het aantal zelfstandige dagbladen met een eigen hoofdredactie is in dezelfde periode gedaald van 36 naar 30. Over onderzoeksredacties bij andere media is helaas geen informatie beschikbaar. Lokale en regionale onderzoeksjournalistiek en verslaggeving worden door de kleinere afzetmarkt als eerste getroffen door de afnemende inkomsten.

Huidige overheidssteun is eenzijdig

De taakomroep NOS had in 2012 een budget van 170 miljoen euro voor nieuwsvoorziening en overige taken (o.a. sport). Een gedeelte van het budget voor omroepverenigingen wordt ook aangewend voor nieuws en onderzoeksjournalistiek. Het Stimuleringsfonds voor de Pers heeft daarentegen slechts 2,3 miljoen euro beschikbaar voor stimulering van journalistiek. Producties waarvoor de markt structureel faalt hebben structureel te laag rendement en komen niet in aanmerking bij het fonds. Commerciële omroepen of printbedrijven die bijvoorbeeld een documentaire zonder innovatieve aspecten willen maken, vallen buiten de boot.

Deze scheiding naar kanalen is niet gebaseerd op welvaartseconomische overwegingen. Door de activiteiten van de publieke omroep op internet concurreren publiek en privaat gefinancierde nieuwsproducenten met elkaar. Consumenten gebruiken alle kanalen tegelijkertijd en de bekostiging van de publieke omroep leidt daardoor tot marktverstoring.

Naar ideaaltypisch overheidsbeleid

Het onderzoeksrapport schetst vijf randvoorwaarden voor de ideaaltypische rol voor de overheid.

1. Een financiële bijdrage moet ten eerste distributieplatform neutraal zijn; differentiatie naar tv, internet, radio en print sluit niet aan bij de beleidsdoelstellingen voor nieuws, het marktfalen, herverdeling of paternalisme. Differentiatie leidt daarentegen wel tot verstoringen, zoals oneerlijke concurrentie.

2. Ten tweede dienen alle producenten in aanmerking te komen, zolang aan inhoudelijke eisen wordt voldaan. Een voorkeursbehandeling voor publieke omroepen verstoort de concurrentie en remt toetreding van nieuwe spelers en innovatie.

3. Financiële bijdragen van de overheid moeten ten derde gericht zijn op producties die zonder financiële bijdrage niet of niet door voldoende partijen worden aangeboden. Dit lijkt een open deur, maar de praktijk laat zien dat ook producties worden gesubsidieerd waarvoor de markt niet faalt.

4. Ten vierde moet de onafhankelijkheid en betrouwbaarheid van het nieuwsproduct geborgd zijn. De uitdaging voor de overheid is om op afstand te blijven omwille van de onafhankelijkheid van het nieuwsproduct en tegelijkertijd alleen bijdragen te geven aan producenten die nieuws maken dat feitelijk juist is en niet wordt beïnvloed door commerciële belangen.

5. Tot slot moet het publiek gefinancierde nieuwsproduct toegankelijk zijn; alleen als een nieuwsbericht beschikbaar is en mensen het – technisch en financieel gezien – kunnen lezen, horen of bekijken kan het nieuwsproduct een bijdrage leveren aan het functioneren van democratie en bestuur.

Geen onderscheid tussen nieuwsproducenten

De hierboven geschetste overwegingen betekenen dat het deel van de huidige bekostiging van de publieke omroep dat bedoeld is voor nieuwsproductie dient te worden afgeschaft. Daarvoor in de plaats zou een budget komen dat op een non-discriminatoire manier gelden beschikbaar stelt voor elke producent van journalistieke nieuwsproducties waarvan :

  1. de maatschappelijke baten groter zijn dan de productiekosten, en
  2. deze baten privaat niet kunnen worden geïnd waardoor de productie niet door de markt wordt voortgebracht.

Nieuwsproducenten kunnen aanvragen doen voor verslaggeving (inclusief duiding) van bijvoorbeeld een raadsvergadering in een kleine gemeente en voor onderzoeksjournalistieke projecten. De gunningscriteria kunnen worden gespecificeerd door een door de overheid ingestelde doch op afstand geplaatste en onafhankelijke commissie van deskundigen.

Dit zou betekenen dat het onderscheid tussen publieke en private nieuwsproducenten verdwijnt. Er ontstaat een veelheid aan nieuwsproducenten (van grote productiehuizen tot individuele journalisten).

De pluriformiteit neemt toe doordat de kansen voor nieuwe nieuwsproducenten toenemen. Zo zullen waarschijnlijk meer nichespelers met een bepaalde specialisatie op de markt terecht kunnen. Ook kunnen eenvoudiger nieuwe producten en distributiemodellen bestaan door samenwerking tussen tv, print, radio en internet.

Vernieuwing is nodig zodat de nieuwsproducenten ook in de toekomst tegemoet kunnen komen aan de voortdurend veranderende behoeften van de nieuwsconsument. De samenwerking bij innovaties wordt nu nog belemmerd door publieke bekostiging van radio en tv.

Het volledige rapport is te vinden op de website van SEO.

Al 10 reacties — discussieer mee!