Nieuwe technologie maakt de journalistiek sneller, goedkoper en efficiënter. Alexander Pleijter hield afgelopen donderdag (3 oktober) tijdens zijn installatie als lector ‘journalistiek en innovatie’ aan de Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg een pleidooi om technologie ook vooral te gebruiken om tot betere journalistiek te komen: laat innovatie toch ook vooral ‘journalism first’ zijn. 

[Voorafgaand aan de rede van Pleijter is een documentaire vertoond over datajournalistiek: Big Data – de Shell Search. Deze documentaire wordt maandag 21 oktober om 21 uur uitgezonden op Nederland 2 als aflevering van VPRO Tegenlicht.]

Zojuist hebben we naar een ontwikkeling gekeken die een enorme impact kan hebben op de journalistiek. De beschikbaarheid van enorme databestanden – big data – levert ongekende nieuwe mogelijkheden op om journalistiek onderzoek te doen naar de handel en wandel van overheden, multinationals, politici, etc.

Technologie en journalistiek

Het is vaker voorgekomen in de geschiedenis dat technologie een enorme invloed had op de journalistiek. Als je mensen vraagt: “welke technologie heeft in het verleden de meeste impact gehad op de journalistiek?’, krijg je meestal als antwoord: de boekdrukkunst.

Maar niets is minder waar. Dankzij de boekdrukkunst werd het weliswaar mogelijk om papier te bedrukken, maar van kranten met hoge oplages was in de 15e eeuw nog geen enkele sprake. Dat had er onder meer mee te maken dat het drukproces enorm arbeidsintensief was. Vellen papier werd een voor een handmatig bedrukt.

Dat veranderde pas halverwege de negentiende eeuw dankzij de uitvinding van de rotatiepers en de stoommachine. De uitvinding van de boekdrukkunst zorgde dus in feite nauwelijks voor een verandering in de nieuwsvoorziening.

Impact van de telegraaf

Veel meer impact had de uitvinding van een andere technologie, namelijk de elektrische telegraaf. Die heeft daadwerkelijk in korte tijd voor een enorme omwenteling in de nieuwssector gezorgd. Het is niet voor niets dat over de hele wereld kranten bestaan die hun naam ontleend hebben aan deze uitvinding; zo kennen we in Nederland natuurlijk De Telegraaf, en in zowel Engeland als Australië vinden we The Daily Telegraph.

Maar waarom is de telegraaf zo ontzettend invloedrijk geweest? Dat kan je terugvinden In het prachtige boek Covering America, waarin Christopher Daly de geschiedenis van de Amerikaanse journalistiek beschrijft. In het hoofdstuk over de telegraaf noemt hij een aantal ontwikkelingen die halverwege de negentiende eeuw in gang gezet werden door deze nieuwe technologie:

1. In de eerste plaats kon door de aanleg van telegraaflijnen het nieuws veel en veel sneller rondgestuurd worden. Aan het einde van de negentiende eeuw was er een mondiaal netwerk van telegraaflijnen, waardoor nieuws uit den vreemde in rap tempo de hele wereld rond ging. Het effect daarvan was dat kranten veel actueler werden. Voorheen waren berichten die van verder weg kwamen, vaak weken zo niet maanden oud. Dankzij de telegraaf konden kranten eindelijk echt nieuws gaan publiceren. Kranten gingen zich toen pas echt focussen op actuele berichtgeving.

2. Bovendien groeide dankzij de telegraaf het nieuwsaanbod enorm. Daardoor konden kranten veel makkelijker dagelijks verschijnen. Voordien waren dagelijks verschijnende kranten een zeldzaamheid, de meeste kranten verschenen 1 of 2 keer per week, maar dankzij de telegraaf groeide het aantal dagbladen enorm.

3. In de derde plaats ontstond een nieuw type journalistieke organisatie. Door de telegraaf ontstond de mogelijkheid voor kranten om onderling snel kopij uit te wisselen. Slimmeriken besloten daarop om ‘persbureaus’ op te richten. die zich specialiseerden in de uitwisseling en verspreiding van nieuwsberichten. Het is niet voor niets dat de oprichting van de oudste persbureaus samenvalt met de opkomst van de telegraaf.

4. Ten vierde ontstond een nieuw journalistiek genre, namelijk het oprolbare nieuwsbericht. Dat houdt in dat het belangrijkste nieuws in de eerste alinea moet staan, de zogeheten harde nieuwslead. Voorheen was het gebruikelijk dat journalisten hun verhaal in chronologische volgorde opschreven, met de clou – dus het nieuws – op het einde.

Maar voor het doorseinen van berichten via de telegraaf, betaalden kranten per woord of ze kochten tijd om gebruik te mogen maken van de telegraaf, en dus was het van essentieel belang om het nieuws kort en krachtig op  te schrijven. Zo ontstond de gewoonte om het nieuws kernachtig in een beginalinea te verwoorden.

5. Tot slot wil ik vermelden dat het ontstaan van het journalistieke streven naar objectiviteit ook kan worden toegeschreven aan de telegraaf. Het was destijds gebruikelijk dat kranten een hele duidelijke politieke kleur hadden en dat die ook tot uiting kwam in hun berichtgeving. Maar toen kranten dankzij de telegraaf via persbureaus kopij met elkaar gingen uitwisselen, was die gekleurde berichtgeving niet handig. Een links krant wil geen berichten met rechtse standpunten, en andersom. Dus ontstond het gebruik om in nieuwsberichten louter feiten te brengen en deze zo neutraal mogelijk op te schrijven. Hoewel de term ‘objectiviteit’ toen nog geenszins gebruikt werd, liggen hier wel de wortels van het journalistieke objectiveitsideaal.

Dit zijn in een notendop vijf prominente innovaties die in gang zijn gezet door de telegraaf.

Innovatie

Voor de goede orde: de elektrische telegraaf zelf was niet de innovatie. De telegraaf was een nieuwe technologie. Een uitvinding. Het kenmerk van uitvindingen, van nieuwe technologie, is dat ze een verbetering zijn van een bestaande technologie. Uitvindingen vervangen dus iets bestaands, en kunnen hetzelfde als de oude technologie, maar dan op een snellere, goedkopere of efficiëntere manier.

Zo verving de telegraaf oude technologiën zoals postkoetsen, rooksignalen, stoomtreinen, postduiven en paarden. Voorheen werd het nieuws met die transportmiddelen vervoerd. En dat had bepaalde nadelen. Het duurde bijvoorbeeld dagen voordat het nieuws vanuit San Francisco in New York arriveerde.

En er zaten gevaren aan. Dat was bijvoorbeeld de reden dat de Pony Express bij voorkeur magere weeskinderen in dienst nam: die waren licht zodat ze meer post mee konden nemen, en het was handig als ze geen ouders meer hadden want dat scheelde een hoop verdriet en schadeclaims als het mis ging.

De elektrische telegraaf was dus eigenlijk niets meer dan een verbeterde versie van die oude technologieën. Met bepaalde voordelen: sneller, goedkoper en veiliger.

De innovatie zit hem in de toepassing van nieuwe technologie. Dus bijvoorbeeld door te bedenken dat je met een speciale organisatie kan handelen in de snelle verspreiding van nieuws via de telegraaf. En dat het dan handig is om met neutrale, feitelijke nieuwsberichten te komen zodat elke krant – ongeacht politieke kleur of religieuze identiteit – ze kan publiceren. Innovatie zit hem dus in feite in het bedenken van nieuwe vormen, nieuwe organisaties en nieuwe toepassingen die verder gaan dan met de nieuwe technologie precies hetzelfde doen als met de oude technologie, alleen dan sneller en efficiënter.

Snelheid en efficiëntie

Dat laatste – snelheid en efficiëntie – is per definitie een effect van nieuwe technologie, beide zijn immers een belangrijke reden om nieuwe dingen uit te vinden. En dat effect trad ook duidelijk op bij de telegraaf: nieuws verspreidde zich sneller dan ooit tevoren. Terwijl daar minder mensen bij kwamen kijken. De weeskinderen van de Pony Express waren niet langer nodig om het nieuws van San Francisco naar New York te transporteren.

Die effecten zien we natuurlijk ook in de huidige tijd optreden met moderne technologie: snelheid en efficiëntie zijn nog belangrijker geworden in de journalistiek.

Het summum van efficiëntie is volledig computergestuurde journalistiek. Dat klinkt bizar, maar is het niet. In de Verenigde Staten wordt gewerkt aan robots die nieuwsberichten schrijven. Bijvoorbeeld over sportwedstrijden. Simpel gezegd: je stopt statistieken van een wedstrijd in de computer en er rolt een wedstrijdverslag uit. Uiteraard komt er wel wat meer bij kijken, zo’n computer moet bijvoorbeeld verstand van taal hebben. Maar de ontwikkelingen op dat vlak zijn vergevorderd: het Amerikaanse bedrijf Narrative Science slaagt erin om computers nieuwsberichten te laten schrijven die niet te onderscheiden zijn van berichten die door journalisten zijn geschreven. Nieuwsproductie zonder journalisten komt dus steeds dichterbij.

De moderne technologie heeft ook een enorme impact op de omloopsnelheid van nieuws. Nieuws verspreidt zich tegenwoordig sneller dan ooit tevoren. We volgen het nieuws terwijl het nieuws zich nog afspeelt. Denk aan de aanslagen in 2001, toen miljoenen mensen live op televisie zagen hoe een vliegtuig zich te pletter vloog in een van de torens van het WTC in New York.

Soms is het nieuws zelfs al live voordat het heeft plaatsgevonden. Of is het live zonder dat het nieuws ooit plaats vindt. Zoals vorige week, toen RTV Noord-Holland live verslag deed van een aanslag die nooit plaats vond op de V&D in Haarlem. Compleet met een klok in beeld die aftelde naar het moment supreme dat nooit kwam.

Inmiddels is nieuws dankzij internet vrijwel per definitie live. Er wordt voortdurend en onmiddelijk verslag gedaan van wat er zich afspeelt in de wereld. Dat is een van de belangrijkste veranderingen die internet in de journalistiek tot stand heeft gebracht: nieuws is sneller dan ooit tevoren.

Twee nieuwe genres op internet

Het is wat dat betreft typerend dat de internetjournalistiek met name 2 nieuwe journalistieke genres heeft opgeleverd:

1. In de eerste plaats het bericht dat steeds wordt aangevuld. Een nieuwsbericht op internet is bij publicatie niet af; het nieuws wordt zo snel mogelijk gepubliceerd in een nieuwsbericht en zo gauw zich nieuwe ontwikkelingen voordoen, wordt het bericht aangevuld. Zo zijn nieuwsberichten veranderd van statische eindproducten in de krant naar elastische producten in ontwikkeling op internet.

2. Het tweede genre dat zich op internet heeft ontwikkeld is het liveblog waarin live verslag wordt gedaan van het nieuws. Dat kan breaking news zijn, zoals een aanslag, maar een liveblog kan ook gaan over de algemene politieke beschouwingen of een voetbalwedstrijd. In een liveblog worden zo snel mogelijk updates van het nieuws gegeven.

Beide genres kenmerken zich door de drang om nieuws zo snel mogelijk te publiceren. Opmerkelijk is eigenlijk dat het best lang geduurd heeft alvorens deze genres gangbaar werden voor mainstream nieuwssites. Zo is 2011 de boeken in gegaan als het jaar van de doorbraak van liveblogs. Let wel dat is pas 2 jaar geleden. Zo’n 16 jaar nadat de internetjournalistiek ter wereld kwam.

1995 was namelijk het geboortejaar van de internetjournalistiek. Ook in Nederland. Het Eindhovens Dagblad kwam dat jaar als eerste Nederlands krant met een website. NRC Handelsblad volgde al snel.

De grootste nieuwssite van dit moment zag in 1999 het levenslicht: NU.nl. Innovatief, want NU.nl had bedacht om al het nieuws meteen te publiceren, zo gauw het op de redactie binnen kwam moest het online. Dat klinkt nu voor de hand liggend, maar het was ongekend voor die tijd. Kranten deden dat niet, want vonden het onverstandig en onbeleefd tegenover hun betalende abonnees om het nieuws onmiddelijk gratis op internet te publiceren.

Qua journalistiek was NU.nl verder eigenlijk nog tamelijk ouderwets: men publiceerde voornamelijk de klassieke nieuwsberichten. U weet wel, dat journalistieke genre dat bedacht is ten tijde van de telegraaf, halverwege de negentiende eeuw.

Dit was tekenend voor de beginjaren van de internetjournalistiek. Internet werd door nieuwsorganisaties voornamelijk gebruikt voor het doorplaatsen van content die eigenlijk gemaakt was voor een ander medium. Krantenberichten werden op internet gezet, kopij van persbureaus werd op internet gezet, televisie-uitzendingen werden op internet gezet.

Horseless carriage syndrome

Zo gaat het vaak met nieuwe technologie: mensen zijn geneigd om nieuwe technologie op een ouderwetse manier te gebruiken,  namelijk op dezelfde manier als de oude technologie. Dat is niet zo verwonderlijk, want – zoals ik eerder vertelde – in feite komen uitvindingen tot stand om een bestaande technologie te verbeteren en te vervangen.

Dus met de uitvinding van de verbrandingsmotor gebruikten we die om paarden te vervangen. Er kwamen dus koetsen met een motor erin. Het heeft enige tijd geduurd voordat er auto’s kwamen die niet meer deden denken aan een koets zonder paarden. Dit fenomeen is door de Canadese mediafilosoof Marshall McLuhan treffend getypeerd als het ‘horseless carriage syndrome’. Oftewel het paardeloze-koetssyndroom. Waarmee McLuhan aanduidt dat mensen geneigd zijn om nieuwe technologie te zien in termen van het bestaande, in termen van het oude.

Dat zien we telkens opnieuw, ook als het gaat om media. Televisienieuws was in de beginjaren van de televisie bijvoorbeeld een kopie van ofwel het bioscoopjournaal, ofwel een kopie van een radionieuwsuitzending, met als grote vernieuwing dat de nieuwslezer in beeld was te zien, zittend achter een desk terwijl hij het nieuws voorlas. Het heeft de nodige jaren gekost voordat het televisienieuws zich ontwikkelde tot een eigen genre, met een eigen gezicht en een eigen vormgeving.

Hetzelfde zien we ook nu weer met krantenapps op tablets: dat zijn in feite digitale kopieën van de papieren krant. Een oud, reeds lang bestaand product op een nieuw apparaat. Inderdaad, het paardeloze-koetssyndroom. Of in dit geval het papierloze-krantsyndroom.

Dit syndroom is overigens niet per se toe te schrijven aan het conservatisme van uitgevers. Want er is wel degelijk gewerkt aan het maken van moderne eigentijdse, op de tablet toegesneden varianten van kranten en tijdschriften. Veronica en Autoweek maakten een vooruitstrevende app, speciaal voor tablets, met multimediale toeters en bellen, zoals extra foto’s, video’s, animaties, etc. Maar geen hond kocht deze fraaie digitale magazines.

Ook in het noorden van het land werd aan de weg getimmerd met redelijk vooruitstrevende krantenapps. Leeuwarder Courant en Dagblad van het Noorden maakten apps die meer waren dan een pdf van de krant. Maar de klant kocht ze niet. Toen Dagblad van het Noorden de nieuwerwetse app deze zomer verving door een ouderwetse pdf-app, nam het aantal downloads opeens flink toe.

Je kunt als uitgever dus ook te ver voor de troepen uitlopen, want ook de consument is vaak ouderwets en conservatief.

En.nl en Skoeps.nl

Ook in het verleden is er door nieuwsorganisaties zeker wel geïnnoveerd op internet. Maar regelmatig met teleurstellend resultaat. Ik wil twee opvallende initiatieven noemen.

1. Op het moment dat NU.nl lekker aan de weg timmert en steeds populairder wordt, besluit krantenuitgever PCM dat deze nieuwe speler weerwerk geboden moet worden. De directie besluit om met een concurrerende nieuwssite te komen: een soort van kopie van NU.nl, met eveneens een tweeletterige naam: En.nl. Op 26 juni 2001 gaat de site online. Om 3 maanden later al weer te verdwijnen, omdat de PCM-directie tot het inzicht was gekomen dat er op internet met een nieuwssite geen geld valt te verdienen. Bij NU.nl lacht men zich nog altijd een kriek over dat inzicht.

2. Op het moment dat iedereen spreekt over de opkomst van burgerjournalistiek besluiten krantenuitgever PCM en televisiebedrijf Talpa een website te lanceren waar burgerjournalisten hun foto’s kwijt kunnen. Met als credo: 16 miljoen reporters. Oftewel: elke Nederlandse burger kan verslaggever zijn. In september 2006 wordt Skoeps.nl gelanceerd. Na anderhalf jaar – in mei 2008 – is het al weer over met de pret omdat er te weinig toekomst zou zitten in een site voor amateurfotojournalisten.

Ondertussen liet wederom NU.nl zien dat dit onzin was. In 2007 start NUfoto, een website waar – net zoals op Skoeps.nl – amateurs hun nieuwsfoto’s kunnen publiceren. De site is nog altijd succesvol en levert de redactie uniek beeldmateriaal – inmiddels is zo’n 30% van de nieuwsfoto’s bij binnenlandse nieuwsonderwerpen op NU.nl afkomstig van NUfoto. Bovendien is de redactie regelmatig op de hoogte van nieuws omdat foto’s op NUfoto al binnenkomen voordat persbureaus het nieuws gemeld hebben.

De truc zit hem in de koppeling tussen NU.nl en NUfoto. Laatstgenoemde is niet zomaar een dumpplek voor nieuwsfoto’s, zoals Skoeps.nl dat was. Wie een foto op NUfoto zet kan die foto later mogelijk terugzien bij een nieuwsbericht op NU.nl. Voorwaar, dat is natuurlijk een mooie beloning voor een amateur die al dan niet toevallig getuige is van een nieuwsgebeurtenis en daar een foto van maakt.

Deze twee voorbeelden laten goed zien hoe ondoordacht innovaties vaak gelanceerd worden. “O, een nieuwssite is populair, laten we dan ook maar een zo’n nieuwssite maken.” “O, burgerjournalistiek is de toekomst? Laten we daar dan ook maar iets mee gaan doen.” En net zo ondoordacht worden ze ook weer gestopt. Als er niet snel resultaat wordt geboekt, is het al gauw weer einde oefening. Terwijl zulke initiatieven natuurlijk ook tijd nodig hebben om te groeien, om zich te bewijzen, om bekendheid te krijgen, om populair te worden. Net zoals tv-programma’s. DWDD was ook niet meteen een kijkcijferhit.

Defensieve innovatiecultuur

Journalistieke organisaties staan dan ook niet bekend om hun innovatieve kracht. Verandering en vernieuwing gaan vaak schoorvoetend. Er is vaak weerstand. Anders gezegd, journalistieke organisaties hebben nog al eens last van een zogeten defensieve innovatiecultuur. Wat zoveel wil zeggen als: er heerst verzet tegen vernieuwing.

Dat verzet uit zich op twee manieren.

De eerste manier is: Kill them. Dit houdt in dat de nieuwe ontwikkeling wordt gemarginaliseerd en wordt weggezet als irrelevant. Zo reageerde de journalistiek op de opkomst van bloggers en burgerjournalisten met: dat is geen journalistiek, journalistiek is een vak. Nu gaat het mij er hier niet om of dit waar is of niet, maar ik wil ermee aangeven dat op die manier zo’n ontwikkeling meteen de kop in wordt gedrukt. In plaats van te kijken wat de mogelijkheden zouden kunnen zijn voor de journalistiek om er gebruik van te maken, om ervan te profiteren, wordt het fenomeen meteen afgeserveerd.

De tweede manier waarop de journalistiek vaak reageert op nieuwe ontwikkelingen is: Join them. Dat betekent dat journalisten of nieuwsorganisaties mee gaan doen aan een nieuwe ontwikkeling, maar niet uit enthousiasme. Maar omdat het moet. Omdat ze die nieuwe ontwikkeling als een bedreiging zien en dan kan je maar beter mee doen, anders wordt je wellicht uit de markt gedrukt. Meedoen om niet achter te lopen, meedoen uit angst om verdrongen te worden of overbodig te worden. Maar niet uit oprechte belangstelling voor nieuwe mogelijkheden. Geen innovatie uit enthousiasme of nieuwsgierigheid.

‘Journalism first’

Innovatie is inmiddels wel een belangrijk credo geworden voor nieuwsorganisaties. ‘Innovatie’ lijkt momenteel het toverwoord in de journalistiek. Zo hoor je vaak uitspraken als: nieuwsmedia moeten innoveren anders zijn ze ten dode opgeschreven. Innoveren omdat het moet dus. Innoveren om te overleven. Innoveren uit noodzaak. Uit angst.

Zoals iedereen weet is angst niet de beste raadgever. Dat geldt ook zeker voor innovatie. Angst is niet de beste motivatie om na te denken over nieuwe mogelijkheden.

Bovendien: innoveren om het innoveren dient geen enkel doel. Dat leidt tot kretologie, ondoordachte ideeën en bovenal: wat schiet de journalistiek ermee op? Denk aan kreten als ‘internet first’ en ‘digital first’. Mooie ambities, maar laat het toch ook vooral ‘journalism first’ zijn. Waarmee ik bedoel: laten we ook vooral kijken hoe we de nieuwe technologie kunnen gebruiken om de journalistiek nog beter te maken, en niet louter sneller, goedkoper en efficiënter.

De Digitale Loep

Dat er op dat terrein nog een wereld valt te winnen bewees onlangs de Loep, de prijs die de Vereniging van Onderzoeksjournalisten jaarlijks uitreikt voor de beste onderzoeksjournalistieke producties. Afgelopen jaar besloot de vereniging om niet alleen – zoals te doen gebruikelijk – prijzen uit te reiken voor tekstuele en audiovisuele producties, maar ook voor digitale producties.

Helaas zonder resultaat: de jury kon geen digitale onderzoeksjournalistiek vinden die een prijs verdiende. Het niveau was volgens de jury van onvoldoende niveau.

Het lectoraat ‘journalistiek en innovatie’

Kortom, er is nog wel wat werk aan de winkel voor de internetjournalistiek. En daar wil het lectoraat ‘journalistiek en innovatie’ graag een bijdrage aan leveren.

Ik zie voor het lectoraat 3 speerpunten of aandachtsgebieden weggelegd. De cruciale vraag voor elk aandachtsgebied is: hoe kunnen we behulp van nieuwe, digitale technologie een bijdrage leveren aan het verbeteren van de journalistiek. Met oog voor nieuwe mogelijkheden en het oprekken van de journalistieke kaders, als dat nodig is.

1. Het eerste aandachtsgebied zijn digitale producties

Ik noemde al dat liveblogs en nieuwsberichten die voortdurend aangepast worden twee nieuwe journalistieke generes zijn op internet. De afgelopen tijd trok een ander genre in de internetjournalistiek de aandacht: lange artikelen met een bijzonder fraaie vormgeving. Hoewel het zeker niet de eerste productie binnen dit genre was, was Snowfall van de New York Times de eerste die de aandacht trok; vandaar dat het maken van zulke producties op redacties aangeduid wordt als ‘snowfallen’.

Een ander bekend voorbeeld is Fire Storm van The Guardian. De eerste Nederlandse snowfall-achtige productie staat op naam van NRC met een terugblik op het EK voetbal in 1988 onder de titel ‘De dag dat Berry van Aerle Europees kampioen werd’.

Kritiek op deze producties is dat het wel heel erg om de vorm gaat en dat de verhalen gekozen zijn vanwege hun dramatische lading en niet zozeer vanwege hun maatschappelijke relevantie.

Wat mij betreft is de uitdaging vooral om te onderzoeken welke vernieuwende vertel- en presentatievormen gebruikt kunnen worden om relevante onderwerpen inzichtelijk en begrijpelijk te maken. Een mooi voorbeeld van zo’n type productie is de animatie die Le Monde op internet publiceerde van de situatie in Mali, nadat het land afgelopen januari door een staatgreep in een grote chaos veranderde. Deze uitleganimatie kan op de website van Le Monde steeds weer gebruikt worden bij nieuwsberichten over Mali om lezers de gelegenheid te geven om zich te informeren over de achtergronden van het conflict. In mijn ogen een goed voorbeeld van vernieuwing om tot betere journalistiek te komen.

Binnen het lectoraat ga ik graag verder op zoek naar andere aantrekkelijke manieren om actuele kwesties uit te leggen, toe te lichten en inzichtelijk te maken.

2. Het tweede aandachtsgebied is de journalistiek werkwijze

Nieuwe technologie kan immers ook ingezet worden om op andere manieren journalistiek onderzoek te doen. Eerder vanmiddag hebben we in de documentaire daarvan een voorbeeld gezien: hoe big data nieuwe mogelijkheden bieden voor het onderzoeken van maatschappelijk relevante kwesties.

Ik wil hier nog een ander voorbeeld noemen, namelijk de inzet van je publiek om aan onderzoeksjournalistiek te doen. Voorheen was dat lastig, dankzij internet is dat een stuk makkelijker geworden. Een bekend en goed voorbeeld vind ik nog altijd het onderzoek van de Guardian naar de declaraties van Britse politici. Het ging om duizenden documenten. Die had de redactie nooit allemaal zelf kunnen doorvlooien. Dus besloot de redactie om de hulp van lezers in te schakelen. De documenten werden online gezet en iedereen kon de declaraties van de eigen afgevaardige in het parlement bekijken. Bevindingen werden vervolgens gerapporteerd aan de redactie, die er verder mee aan de slag ging als er sprake was van rare zaken, zoals het declareren van hondenvoer of seksvideo’s. Een onderzoek dat zonder internet niet mogelijk zou zijn geweest.

Binnen het lectoraat zouden we kunnen onderzoeken hoe ‘crowdsourcing’ – zoals het inschakelen van je publiek ook wel wordt genoemd – ingezet kan worden in de journalistiek. Hoe pak je zoiets aan, wat zijn de valkuilen, wat zijn de trucs om aan gemotiveerde deelnemers te komen, etc.

3. Het derde aandachtsgebied is ondernemerschap

Om tot nieuwe initiatieven, producties en werkwijzen te komen is ondernemerschap nodig. We hebben journalisten nodig die het aandurven om met vernieuwende ideeën te komen, die het aandurven om met nieuwe initiatieven te komen. Met de drive om tot betere journalistiek te komen. Het doet me vreugd dat we daar diverse voorbeelden van hebben in Nederland.

  • Follow the Money is een club journalisten die uit overtuiging zijn begonnen aan het bouwen van een onderzoeksredactie die zich richt op financieel-economische onderwerpen.
  • Achter de Feiten is een recentelijk gestart initiatief van jonge journalisten die vinden dat er meer aan onderzoeksjournalistiek moet worden gedaan en om dat voor elkaar te krijgen zijn ze een eigen onderzoeksredactie begonnen.
  • Verder verdient Vers Beton een vermelding, omdat zij in Rotterdam op lokaal niveau tot onderzoeksjournalistiek proberen te komen. Dat is hard nodig op lokaal niveau. Stuk voor stuk initiatieven die getuigen van lef en die onze waardering verdienen.

Op de opleiding hier in Tilburg zijn ‘ondernemerschap en innovatie’ inmiddels een belangrijk onderdeel van het onderwijsprogramma. We vinden het essentieel dat we studenten leren om over innovatie in het vak na te denken en ondernemend te zijn. Dat is nodig om tot mooie en belangrijke, nieuwe journalistieke initiatieven te komen.

Journalistiek is meer dan nieuws

Tot slot van deze rede zou ik ervoor willen pleiten om nieuws niet langer te beschouwen als de core business van de journalistiek. Journalisten hebben nogal eens de neiging om iets louter relevant te vinden als het nieuws is, als je er bij wijze van spreken een kop boven kan zetten. Die benadering vind ik te beperkt, te benauwend.

Ik sluit me graag aan bij de visie zoals Bill Kovach en Tom Rosenstiel die verwoord hebben in The Elements of Journalism, wat mij betreft de bijbel voor journalisten. Elke journalist zou dit boek elk jaar opnieuw moeten lezen. In dit boek staat geschreven:

“The purpose of journalism is to provide people with the information they need to be free and self-governing.”

Journalistiek draait er dus om burgers informatie te geven die ze in staat stelt om zelfstandig en vrij te kunnen functioneren in de samenleving.

De huidige technologie stelt ons in staat om meer te doen dan nieuwsberichten en artikelen maken. Om informatie die voor burgers relevant is op andere manieren te ontsluiten. Informatie kan ook nuttig zijn als je het niet kan verpakken in een nieuwsbericht.

Zo zou ik willen beweren dat bijvoorbeeld Buienradar ook journalistiek is. Want Buienradar geeft mensen informatie die ze in hun dagelijks functioneren kunnen gebruiken. Dit soort informatiediensten past prima in journalistieke organisaties.

Tot mijn vreugde gebeurt dit ook al steeds meer. Deze week verscheen op NOS.nl bijvoorbeeld een tool die uitrekent op welke leeftijd je met pensioen gaat als de plannen van het kabinet doorgaan. Ook RTL Nieuws heeft dergelijke nuttige tools, bijvoorbeeld om uit te rekenen hoeveel meer belasting je gaat betalen of hoeveel je kinderbijslag omlaag gaat.

We gaan gouden tijden tegemoet voor de journalistiek op internet. Er is nog een wereld te winnen, er is nog een hoop te verzinnen om de journalistiek beter en beter te maken. Laten we dat maar snel gaan doen. Aan de slag!

Alexander Pleijter

Hoofdredacteur

Alexander Pleijter is hoofdredacteur van De Nieuwe Reporter. Hij werkt als universitair docent Journalistiek en Nieuwe Media aan de …
Profiel-pagina
Al 2 reacties — discussieer mee!