Het is een schrikbeeld voor velen: webredacteuren die zich laten leiden door klikcijfers. De taak van de journalist om in de eerste plaats burgers in de samenleving te informeren over ‘echt belangrijke’ nieuwsgebeurtenissen, zou het hierdoor weleens kunnen afleggen tegen het commerciële belang om vooral nieuws over beroemdheden en rare voorvallen te brengen.

De Nederlandse Nieuwsmonitor heeft onderzocht of de angst terecht is dat webredacties vooral op jacht zijn naar hoge klikcijfers. Laten redacteuren zich bij de nieuwsselectie leiden door de populariteit van bepaalde nieuwsberichten bij sitebezoekers? Vorige week verschenen de uitkomsten in het rapport ‘Seksmoord op horrorvakantie’. De onderzoekers analyseerden de online en offline berichtgeving van vijf Nederlandse krantentitels (Trouw, Volkskrant, NRC, Telegraaf en AD) en hielden interviews met de nieuwschefs.

Klikverslaafde journalisten?

De conclusies van het rapport nemen de angst voor klikverslaafde journalisten deels weg. De journalist treft in ieder geval minder blaam dan het publiek dat de nieuwssites bezoekt. De nieuwsconsumenten gedragen zich in een online omgeving namelijk zeker niet als voorbeeldige burgers op zoek naar het meest ‘relevante’ en ‘belangrijkste’ nieuws. De onderzoekers constateren dat het online publiek juist prat gaat op celebs en criminaliteit:

“Als het aan het internetpubliek ligt bestaat hun interesse uit nieuws over criminaliteit en entertainment en nieuws over de bekenden der aarde, BN’ers incluis. Oftewel, de bezoekers van nieuwssites willen “seksmoord op horrorvakantie” zoals Michiel van der Geest het samenvatte in een van de interviews.”

Een wellicht treurige constatering, maar dit is maar deels op het conto te schrijven van de redacteuren die deze berichten publiceren. Want volgens de onderzoekers hebben de journalisten hun taak als waakhond (nog) niet aan de wilgen gehangen. Zij hebben zeker oog voor hun rol als ‘informatieverstrekker’.

De webredacteuren houden wel rekening met kliks, maar staren zich niet blind op bezoekersaantallen. De sites bieden ook volop ‘ander’ nieuws aan. Ook de verhalen op de voorpagina’s van de kranten laten zich niet leiden door nieuws dat ‘interesting to the public’ is, maar ‘in the publics interest’.

De verleiding van trivialisering

Ondanks de redelijk optimistische conclusies met betrekking tot de waakhondfunctie van (online) journalisten, zijn de onderzoekers niet helemaal gerust gesteld. De verleiding van trivialisering van het nieuws zal vermoedelijk alleen maar groter worden met oog op de dalende oplages van kranten, de opmars van online nieuws en toenemende kennis van de wensen van het publiek. Of de redacties onder invloed van die ontwikkelingen hun professionele rug recht kunnen blijven houden is nog maar de vraag.

Geen onbelangrijke conclusies, en ook geen onterechte zorgen. Toch gaan de onderzoekers van dit rapport in mijn ogen voorbij aan een cruciaal aspect, namelijk het ontbreken van een duidelijke doelstelling met betrekking tot het online platform, zoals de geïnterviewde journalisten uit dit rapport zelf ook aangeven.

Doelstellingen van krantensites

Het rapport beschrijft dat de doelstellingen van de krantensites uiteenlopen. Trouw geeft aan dat het doel van de site niet is gebaseerd op het maken van winst, zij willen online vooral reclame maken voor de papieren krant. Bij Trouw zal je dan ook geen nieuws vinden in de categorie entertainment. NRC mikt op het break-even draaien en wil om dat te bereiken wel zoveel mogelijk bezoekers trekken. Het doel van de sites van De Telegraaf, AD en de Volkskrant is ‘minder duidelijk’, zo meldt het rapport. Ze willen veel bezoekers trekken, maar tegelijkertijd een goede vertaling zijn van de krant op internet. De webredacteuren zouden overigens zelf niet eens weten of hun site winst moet maken.

Omdat het AD en De Telegraaf het ‘geluk’ hebben dat de meer populaire koers van de berichtgeving in hun kranten goed scoort in een online omgeving, is die vertaling van de koers van krant naar online én het bereiken van veel bezoekers makkelijker dan bijvoorbeeld voor de Volkskrant en NRC. De kwaliteitskranten zien, met het oog op de doelstelling om hoge bezoekersaantallen te genereren, zich genoodzaakt om ook dat type verhalen te maken die vooral goed worden gelezen. Gezien het online consumentengedrag komt dat dan vooral neer op de zogenaamde talk-of-the-town-onderwerpen:

“De [Volkskrant] wil naast het belangrijkste nieuws ook de artikelen brengen die de bezoekers graag willen lezen. Net als NRC.nl probeert Volkskrant.nl het lichtere nieuws van meer diepgang te voorzien. Bij de scheiding tussen Rafaël en Sylvie van der Vaart vonden beide sites dat ze er niet omheen konden, maar waren zij terughoudend in het geven van details en probeerden zij door te beschouwen waarom zoiets nieuws is, om zo een verdiependere invalshoek te kiezen, maar ook de talk-of-the-town te hebben.”

Hieruit maken we op dat de doelstelling om hoge bezoekersaantallen te trekken (om zo eventueel winst te kunnen maken), dus vooral moet worden bereikt door een verdiepende invalshoek te kiezen bij het doorgaans lichtere en trivialere nieuws.

Koers van de krant

Terwijl die benadering haaks staat op de koers van de eigen krant. Op basis van de koers van de krantenmerken zou je verwachten dat het ‘belangrijke’ nieuws dat ook te vinden is in die kranten juist op een aansprekende, toegankelijke en multimediale manier wordt vertaald naar een online omgeving. En dat ze met díe verhalen hoge bezoekersaantallen proberen te krijgen.

Rekening houden met je lezers in een online omgeving hoeft niet te betekenen dat je ander en dus vaak trivialer nieuws selecteert. Zo is ook Katharine Viner, adjunct-hoofdredacteur van de The Guardian en de editor-in-chief van The Guardian Australië van mening. Zij geeft aan dat je met deze waardevolle bezoekersstatistieken er juist voor kan zorgen dat de verhalen die er wel degelijk toe doen, een breder publiek bereiken:

Watching the traffic isn’t about clickbait – it’s about finding out how your readers behave and what they are interested in, and if they’re not, working out why not. I use our measurement tools to push for greater traffic for things we know are good. If a story is important, and it’s not getting many readers, then I want it to get more. So we might promote it to a more prominent position, or we might change its headline for something that might work better for Google’s mysterious algorithms. We might send it to a relevant person on Twitter, or to a broadcaster, or post it on our Facebook page. This is us, trying to get more readers for something that matters. In the print world, you never knew what was really being read, despite all those readership surveys. And you had no way to try to get it read more, because once the paper was out, that was it. You kissed it goodbye at last edition.

Deze benadering gaat ervan uit dat je de online statistieken vooral gebruikt voor relevante berichtgeving, zodat het profiel van je nieuwsmerk zowel on- als offline hetzelfde blijft. Viner merkt namelijk terecht op deze merkbewaking ervoor heeft gezorgd dat een krant in eerste instantie groot en bekend is geworden. De Volkskrant heeft haar huidige oplagecijfers van de krant tenslotte niet te danken aan de verdiepende berichtgeving rondom scheidingen van bekend Nederland.

Losraken van je publiek

Wanneer kwaliteitsmerken online een andere (trivialere) koers gaan varen dan ze doen met hun oorspronkelijke product, lopen ze juist het risico dat ze losraken van hun trouwe lezers, kijkers of luisteraars.

Een goed voorbeeld daarvan is de brief die UvA-student Job Hulsman deze week schreef aan hoofdredacteur van NOS Nieuws, Marcel Gelauff. Hulsman windt zich in toenemende mate op over de grote hoeveelheid ‘lullige en troosteloze’ nieuwsberichten op de site van de NOS, die in zijn ogen alleen worden gepubliceerd om te scoren. Hierdoor is hij steeds minder geneigd om de website van de publieke omroeporganisatie te bezoeken. De site die hij ooit zo serieus nam.

Het probleem dat aan de benadering van Katharine Viner ten grondslag ligt, is natuurlijk het feit dat er voor de (kranten)sites geen lucratief verdienmodel voorhanden is. The Guardian heeft met een internationaal publiek en dus een veel groter bereik dan de Nederlandse nieuwssites, makkelijk(er) praten.

Berichtgeving weggeven

Wanneer NRC, de Volkskrant en Trouw kwalitatief inhoudelijke en voor een online omgeving aantrekkelijke berichtgeving zouden ‘weggeven’ op hun sites, wat ze in het verleden al min of meer hebben gedaan, dan zouden ze hun eigen duurbetaalde krant kannibaliseren. Ze trekken dan misschien wel meer online bezoekers, maar de krantenoplagen zouden dan dusdanig dalen dat ze de journalisten die deze berichtgeving verzorgen, niet meer kunnen betalen. Zo redeneert in ieder geval menig hoofdredacteur of uitgever.

Nu schipperen de krantenorganisaties dus met een model waarbij zij wel gratis nieuws weggeven, maar waarvan de kwaliteit niet te hoog mag zijn. Dan snijden zij zichzelf in de spreekwoordelijke vingers. Zolang die visie op online berichtgeving ambigue is en de businessmodellen nog niet zijn uitgevent, zijn webredacteuren belast met een bijna onmogelijke taak. Zij functioneren als een waakhond zonder tanden. In een omgeving waar de klant maar deels koning is.

Hoofdredacteuren zijn verantwoordelijk

Tegenover de ‘seksmoord op horrorvakantie’ staat het ‘pensioendebat in Europees Parlement’. Het eerste bericht sluit niet aan bij het profiel van de lezer van de krant. Het tweede bericht is niet aantrekkelijk genoeg voor een krantenlezer in een online omgeving.

De kwaliteit van online journalistiek valt of staat dus met een duidelijk inkomstenmodel. Daarmee vertel ik natuurlijk niets nieuws. Maar bij een onderzoek naar online berichtgeving en de vraag of journalisten gaan voor de grootste gemene deler, moet er niet voorbij worden gegaan aan het feit dat het niet de webredacteuren en journalisten zijn die eventueel de waakhondfunctie naast zich neerleggen, maar juist de leidinggevenden en hoofdredacteuren die verantwoordelijk zijn voor het bepalen van een online strategie.

Het volledige onderzoeksrapport is te vinden op de site van de Nederlandse Nieuwsmonitor.

Nog geen reactie — begin de discussie!