Journalisten, schrijvers en kunstenaars krijgen er regelmatig mee te maken: opdrachtgevers die geen geld hebben om een honorarium te betalen. In plaats daarvan worden ze gepaaid met de belofte van roem. “Als je het nu gratis doet, wordt je misschien ooit beroemd!” Hoe kan je het beste reageren op zulke verzoeken, vraagt Ebele Wybenga zich af.

‘We willen een podium bieden aan talent’, ‘dit is een kans’, ‘we zijn een springplank, een kweekvijver’. Komen zulke zinnen je bekend voor? Grote kans dat je een maker bent in de creatieve industrie.

Je herkent de uitspraken waarschijnlijk uit onderhandelingen met een opdrachtgever. Bij de uitnodiging werd niets genoemd over een honorarium en jij hebt al gezegd dat je vereerd bent. Als je informeert naar de vergoeding voor je werk blijk jij opeens de vragende partij.

Sprong naar beroemdheid

Je opdrachtgever antwoordt door je te wijzen op zijn nobele doelstellingen. Het stimuleren van de kunsten, de cultuur of de journalistiek. Dat alles door jou de ruimte te bieden om te doen wat je het liefste doet: jezelf uiten voor een publiek. Een honorarium zit er, ook gezien de krappe tijden, dan ook niet in. Als je eenmaal beroemd bent – en is deze opdracht niet een waardevolle sprong op weg daarheen? – dan verdien je genoeg.

Zo laten kunstenaars, componisten, scenarioschrijvers en andere auteurs zich keer op keer overhalen om voor niets te werken. Nate Thayer, een ervaren Amerikaanse journalist, kreeg een opmerkelijk verzoek van het gerespecteerde tijdschrift The Atlantic. Een redacteur vroeg hem om een bewerking te maken van zijn elders gepubliceerde artikel ’25 Years of Slam Dunk Diplomacy’.

“We kunnen je niet betalen”, mailde de redacteur, “maar The Atlantic heeft dertien miljoen lezers per maand”. Met andere woorden: het blad bood aan te betalen met publiciteit. Thayer pikte dit niet en zette zijn mailwisseling online, waarna het zich als een lopend vuurtje verspreidde onder freelance journalisten en bloggers.

De beroemdheidsval

Klinkt zo’n verzoek redelijk? Vraag iets dergelijks dan eens aan een andere professional. Aan een advocaat bijvoorbeeld. ‘Wil je voor niets werken? Het is goed voor je bekendheid.’ Je zult hartelijk worden uitgelachen.

Makers laten zich al te makkelijk vangen in de beroemdheidsval. Dat betekent werken met als enige beloning de kans op grotere bekendheid. Hoe sexier en creatiever de industrie, hoe hardnekkiger deze praktijk. In de accountancy komt het niet voor, in de mode is het endemisch.

‘Tegenover professioneel werk staat een behoorlijke vergoeding’ is een uitstervend principe in de creatieve industrie en de mediawereld. Het is veranderd in: ‘je krijgt onredelijk veel betaald als je beroemd bent en anders moet je het doen met de kans, de eer of de kruimels’.

Als populariteit in plaats van professionaliteit de voorwaarde is om behoorlijk betaald te krijgen wordt het voor elke maker belangrijk om naar beroemdheid te streven. Een systeem dat buitensporige beloningen voor ‘uitzonderlijk talent’ zoals bekende tv-presentatoren in stand houdt terwijl het startende freelancers tegenwerkt.

Slachtoffer van eigen ijdelheid

Het probleem ligt niet alleen bij opdrachtgevers die voor een dubbeltje op de eerste rij willen zitten: makers zijn het slachtoffer van hun eigen ijdelheid. Doordat hun kunstenaarsziel leeft van aandacht en bevestiging blijven ze gevoelig voor het ‘podium voor talent’ argument.

Wanneer de waarde van creatief werk gerelateerd is aan beroemdheid wordt het essentieel om eerst en vooral je persoonlijkheid op je kaart te zetten. Elke aanstormende journalist wil een eigen column, als het even kan met foto. Vroeger zou hij of zij er genoegen mee genomen hebben om verstopt te zitten achter ‘onze verslaggever’ of ‘deze krant’.

Het pijnlijke is dat narcisme tegenwoordig niet meer een beroepsrisico is maar een voorwaarde voor succes. Dat ‘ieder voor zich op weg naar beroemheid’ de heersende geest is verhindert bovendien dat makers zich organiseren om betere voorwaarden te onderhandelen voor zichzelf en hun vakgenoten.

Betalen voor publicatie

Het dieptepunt is wellicht nog niet bereikt. Piloten betalen low-cost airlines om de vlieguren te mogen maken die onmisbaar zijn om hun beroep te blijven uitoefenen. Zichtbaarheid is tegenwoordig even cruciaal voor een maker als vlieguren voor een piloot.

Zou er een moment komen dat professionele auteurs gaan betalen om hun werk op te voeren, uit te zenden of te publiceren? Door voor niets te werken gebeurt dit in feite al: dezelfde uren zouden besteed kunnen worden aan acquisitie van opdrachten die wel iets opleveren of het scheppen van onschatbaar eigen werk waar niemand iets over te zeggen heeft.

Hoe te reageren op onbetaalde opdrachten?

Hoe valt de beroemdheidsval te omzeilen? Om te beginnen helpt het makers om over zichzelf te denken als een professional, een bedrijfje, en niet als een aandachtsafhankelijke celebrity-in-de-dop. ‘Nee’ durven zeggen tegen opdrachten zonder opbrengsten wordt zo een stuk makkelijker. Dat betekent misschien dat het vrijblijvende culturele aanbod iets beperkter wordt. Ik denk dat we best toe kunnen met een festival, een zender en een tijdschrift minder.

Maar er zijn vast meer oplossingen. Wat is de beste respons op de mededeling dat een opdracht onbetaald is? Weet je een beleefd maar krachtig antwoord dat jou als maker weer de bovenhand geeft? Ik hoor het graag.


Dit artikel is afkomstig uit 609, het blad van het Mediafonds.

Wie alle artikelen van de nieuwste editie van het blad wil lezen: een pdf van 609 is te vinden op de website van het Mediafonds.nl.

Al 12 reacties — discussieer mee!