Hoewel het format documentaire ooit uitgebreid de tijd nam om “in te zoomen op volle asbakken”, zoals Koot en Bie zeiden, de moderne interactieve documentaire, ook wel webdoc genoemd, zet het begrip tijd weer helemaal op zijn kop. Marco Raaphorst doet verslag van de Interactive Reality Conference op IDFA.

Zondag 24 november 2013 hield het IDFA de Interactive Reality Conference over “films die je kunt aanraken” en “wat er gebeurt als documentairemakers aan de haal gaan met onze Facebook-profielen”. Een internationaal gezelschap van specialisten op dit vlak mocht in de Expozaal van de Brakke Grond haar verhalen komen vertellen. Opvallend want waar zijn toch die Nederlandse specialisten als je ze nodig hebt? Zaten ze in de zaal te luisteren?

Het belangrijkste kenmerk van de webdocs is misschien nog wel dat ze niet-lineair verlopen. In tegenstelling tot producties op video of in audio, want deze lopen op tijd vanaf het moment dat wij als kijker of luisteraar op play hebben gedrukt. Bij een webdoc, door toegevoegde interactiviteit, bepaalt de gebruiker zelf welke onderdelen er gelezen, beluisterd of bekeken gaan worden en in welk tempo en in welke volgorde dat gebeurt.

In de webdoc is de factor tijd variabel.

Het zet de documentairewereld op zijn kop. Niet langer kan deze documentairemaker afdwingen hoe zijn of haar documentaire bekeken gaat worden. Het produceren van webdocs vergt een eigentijdse visie en inbreng van een nieuw type makers die niet vies is van computercode. Of zeg maar gerust: een boel computercode. Daar waar de bediening van een audio- of een videorecorder dankzij de bekende controls van play, stop en pauze voor iedereen als bekend mag worden beschouwd, is die van de webdoc geheel variabel. Een webdoc wordt voorzien van eigen controls waarmee de onderdelen te kiezen, te starten, te stoppen en te combineren zijn. En die controls moeten door een programmeur geprogrammeerd worden.

Het is zaak te experimenteren

Volgens Marianne Levy-LeBlond (ARTE, kunstkanaal Franse publiek omroep) is iedereen is op zoek naar een geschikt format om de webdoc in te kunnen gieten. Maar dat format is er nog (lang) niet. En dus is het zaak om te experimenteren met zijn allen.

Marianne Levy-LeBlond

Maar wacht eens even… ziet ARTE zichzelf dan niet langer als een publieke omroep waarbij televisie op de eerste plaats komt? Net als in Nederland wordt ook in Frankrijk televisie (te vaak) als het heiligste middel weggezet. Marianne vraagt zich af of dit wel klopt. In tv-land zijn de kijkcijfers immers slechts gebaseerd op schattingen in tegenstelling tot de kijkcijfers online die juist exact gecalculeerd worden. Aangenomen kan worden dat de kijkcijfers voor beide typen media juist behoorlijk aan elkaar gewaagd zijn, ze bedienen immers beiden de massa en zijn toegankelijk voor iedereen. En dus zijn ze beiden belangrijk voor de massa.

Playlists van documentaires maken

Sarah Wolozin van MIT lanceerde tijdens de conferentie een nieuwe platform voor de documentaire: _DOCUBASE. Het is een initiatief van het Open Documentary Lab van MIT. Dit online platform verzamelt en beheert de meta-informatie van internationale documentaires. Curatoren kunnen op dit platform playlists aanmaken van reeksen van interessante documentaires.

De site host zelf geen documentaires maar slaat enkel de meta-informatie op en toont links naar de documentaires zoals ze online te vinden zijn en presenteert deze op een aansprekende manier. Het gaat hierbij om meta-informatie zoals synopsis, taal, jaar, auteur, producent, team, festivals, budget, techniek etc. _DOCUBASE is een open website die voor iedereen toegankelijk is.

Participatieproject over vervallen gebouwen

Een van de aanraders die je op _DOCUBASE zult aantreffen is de webdoc ‘Highrise: Out My Window’. De documentairemaakster die hem produceerde, Katarina Cizek, sprak ook op de conferentie. Highrise kwam voort uit haar idee om iets met de vervallen hoge gebouwen in Toronto doen, alleen wist ze niet precies hoe en wat. Door burgers, architecten en animators bij elkaar te brengen ontstond een groots participatieproject over de wederopbouw van een stad die vervormd was door jarenlange leegstand.

Katarina kwam in contact met programmeurs en ontwikkelaars van Mozilla, wat uiteindelijk resulteerde in de interactieve documentaire ‘Highrise: Out My Window’, een documentaire die ons als buitenstaander betrekt in de levens van mensen uit 13 wereldsteden die wonen in zo’n hoge skyscrapper. Een documentaire die op het interactieve docu-platform van het NFB (National Film Board of Canada) verscheen.

Ergernis over gesloten formaten

Nu is deze NFB een groter speler in de wereld van de webdocs. Haar interactieve documentaires vallen dank ook regelmatig in de prijzen. Zo won bovengenoemde Highrise een International Digital Emmy Award. Ook uitvoerend producent van NFB, Loc Dao, gaf op de conferentie acte de présence en hield een betoog met vooral veel voorbeelden van het bekende werk van NFB.

Hij kon het niet nalaten om zijn ergernis over gesloten formaten uit te spreken. Dit zorgt ervoor dat sommige producties niet langer te bekijken zijn. Zo heeft het NFB in het verleden vaak Flash ingezet omdat het een combinatie van geanimeerde objecten en een krachtige programmeertaal combineert. Helaas besloot wijlen Steve Jobs jaren geleden na een ruzie met de fabrikant van Flash, Adobe, deze techniek op mobiele apparaten van Apple te boycotten. En aangezien Flash een gesloten formaat is kan een webdoc die in Flash gemaakt is niet simpelweg omgezet worden naar een ander platform.

Samenwerken met programmeurs

Dat techniek een uitermate belangrijke rol speelt bij het produceren van een webdoc mag duidelijk zijn. Dit vereist dus dat als de documentairemaker zelf niet over deze kennis beschikt hij of zij nauw zal moeten samenwerken met programmeurs. De programmering is nodig voor de besturing van de webdoc, voor de interactiviteit, voor de animaties, voor de dynamische aansturing van het geluid en ga zo maar door. De documentairemaker van de toekomst schrijft in computercode.

Zo’n moderne codeklopper is Vincent Morrisset. En om te laten zien dat dat een serieuze bezigheid is toonde hij tijdens zijn presentatie een foto van een medewerker die de output van de applicatie van de interactieve webdoc Bla Bla had uitgeprint. Een stapel van ongeveer 10 centimeter lag als een dik manuscript in zijn handen.

Vincent Morrisset

Wat Vincent maakt is zeer creatief en tegelijkertijd heel warm en menselijk van karakter. Hij zoekt de menselijkheid op door de interactie die tussen mens en computer ontstaat zo ver mogelijk op te zoeken en uit te buiten. Door zijn vernieuwende benadering zocht Google hem op en ging een samenwerkingsverband met hem aan. Samen zoeken zij naar nieuwe manieren om de computer, smartphone en tablet te laten reageren op de bewegingen van de gebruiker. Het hele lichaam wordt hierbij als invoerapparaat gebruikt in tegenstelling tot de gebruikelijke vingers die een toetsenbord of muis bedienen.

Filmmaking as software

Hoe flexibel de hedendaagse techniek ook lijkt, door de beperkingen dicteert ze de content, zo predikte Jason Brush: “Technology dictates the form of art.” Zijn lezing had hij ‘Filmmaking as Software’ gedoopt. Op de beamer toonde hij een treffende oude uitspraak van Jean Luc Godard:

Elk verhaal heeft een begin, een middenstuk en een einde maar de volgorde daarvan hoeft niet altijd lineair te zijn. En dat geldt dus niet alleen voor een moderne webdoc maar ook voor het aloude format film.

Werken met foto’s en video

Nieuwe documentairemakers zijn dus op zoek naar nieuwe formats, zoveel is duidelijk. Kira Pollack van TIME magazine ziet vooral veranderingen in de fotografie. Zij begon haar lezing aan de hand van het project Beyond 9/11 waarin portretten van diverse betrokkenen zowel in stilstaand beeld, foto’s dus, als in bewegende beelden werden vastgelegd door fotograaf Marco Grob.

Het project betekende voor de fotograaf een uitbreiding van zijn ambacht door de toevoeging van video. Door als fotograaf zowel met fotografie als video te werken krijgen die, van origine, totaal verschillende formats, eenzelfde soort karakter. Volgens Kira maken veel fotografen heden ten dage die overstap naar video. Een logische stap volgens haar al is het maar omdat op alle fotocamera’s ook de mogelijkheid zit om ermee te filmen in dezelfde hoogwaardige kwaliteit als waarmee je foto’s maakt.

Met Beyond 9/11 won ook TIME een Emmy. En het resulteerde bovendien in een documentaire voor HBO. TIME heeft recentelijk zelf een eigen filmafdeling onder de naam Red Border Films opgestart met als een van de belangrijkste wapenfeiten de korte online docu Healing Boddy over een sterk verminkte soldaat die diende in de missie in Irak. Ook voor deze videodocumentaire werden juist fotocamera’s ingezet voor het vastleggen van de videobeelden.

Interactiviteit om aandacht vast te houden

Het produceren van deze films is kinderspel vergeleken met het maken van interactieve websites, zo vertelde Kira. TIME is zoekende en onderzoekt de mogelijkheden van interactiviteit om zo de aandacht van de gebruiker langer vast te houden. Iets waar ze overigens via hun Beyond 9/11 project achter kwamen, want de aandacht voor dat project online was niet alleen groot, men bleef ook langer dan normaal op de website hangen.

Het meten van die aandacht wordt vandaag de dag steeds vaker uitgedrukt in de tijd dat de gebruiker kijkt, luistert of leest. De diepgang van de aandacht. Niet langer is het aantal views het ijkpunt, maar de diepgang van die views is waar het om draait tegenwoordig. Zo kun je de tijd van de beluisterde audio gaan vastleggen, of de tijd van bekeken video. Of de lengte van het gelezen deel van een pagina zoals Medium.com dat uitdrukt in Read Ratio, een percentage van de totale tekst. Tip: lees het artikel ‘Medium’s metric that matters: Total Time Reading’.

Maar hoe hou je die aandacht nu vast? Zonder inhoud kom je er niet. Jonathan Harris verdedigde die stelling op het podium met verve. Als kind al maakte hij schetsboeken vol tekeningen en handgeschreven teksten. Zijn schetsboeken sleepte hij met zich mee tot de dag dat hij op straat in de loop van een pistool keek. Hij gaf zijn tas met schetsboeken af aan de bewapende gek en besloot voortaan geheel digitaal te gaan werken, online. Data werd zijn inkt.

Persoonlijk verhaal

Na diverse interessante online projecten, zoals onder meer het welbekende We Feel Fine, begon er toch iets aan Jonathan te knagen. Waarom was hij toch vooral geïnteresseerd in andermans verhalen? Hoe zat het met zijn eigen leven? Niet verwonderlijk dus dat hij op zijn 30-e koos voor een rituele bezigheid: hij zou elke dag een foto maken met daarbij een bijpassend persoonlijk verhaal. Hij noemde het Today. Een persoonlijk blog zou je het kunnen noemen. Toen hij daar weer mee ophield stroomde zijn inbox binnen een uur vol met meer dan 500 berichten van mensen die zijn besluit betreurden. Zijn persoonlijke verhalen hadden bij velen een snaar gerakt.

Een klein deel van zijn lezing nam ik in audio op en monteerde ik terug naar een kort fragment, luister daar naar:

Wat Jonathan deed, doen wij dat tegenwoordig niet allemaal? Documenteren we op Facebook onze persoonlijke verhalen, ja toch? We laten zien wie we zijn, waar we zijn en wat we doen. En hoe we ons voelen. Op die manier maken we allemaal ons eigen document. Ook al zijn de meesten van ons zich daar niet bewust van, omdat die delen om het delen. Want iedereen doet het.

Data delen

Wie zich daar wel heel bewust van is, is media artiest Paolo Cirio. Hij is blij met al die data die wij op Facebook openlijk delen met de rest van de wereld. Zo verzamelde deze Italiaanse vriend 1 miljoen profielen van Facebook via de webscraping techniek en kon hij er een volledig geautomatiseerde datingsite mee opbouwen. De “slachtoffers” ontvingen vervolgens dating verzoekjes in de trant van “you’re looking sexy!”. Vond Facebook overigens niet zo leuk. Facebook sloot het account direct voor eeuwig af. En Paolo constateerde dat Facebook wel graag wil dat we alles met elkaar delen maar dat die gedeelde informatie niet opnieuw met de rest van de wereld gedeeld mag worden.

Zijn project verkent de tegenstelling van die alom zichtbare aanwezigheid, die van de anonimiteit. Met dank aan de Kaaimaneilanden want deze eilandengroep vormt een van de grootste belastingparadijzen ter wereld. Hier wordt aan banken anonimiteit beloofd. Niemand weet wie er achter deze banken zit. De site loophole4all biedt de mogelijkheid om de belastingnummers van deze bedrijven op officieel gedrukt papier te kopen (vanaf 99 dollarcent) om zo ook van het belastingparadijs gebruik te kunnen maken. Anoniem betekent immers dat niemand weet wie erachter zit. Dus dat kunnen net zo goed jij of ik zijn.

De tijdsgeest vatten

Tot slot de quote die Jonathan Harris op het scherm toverde:

Een quote uit de muzikale biopic I’m Not There over het leven van singer-songwriter Bob Dylan. Een uitspraak die de carrière van Bob een vlucht zou geven omdat Bob in het begin van zijn carrière niet zijn eigen muziek schreef maar het werk van anderen zong. Totdat een ouder persoon hem vaderlijk toesprak met die woorden: “sing about your own time, kid”.

De tijdgeest moeten we zien te vatten. En of we het nu willen of niet, code is daarbij een noodzakelijke taal om die moderne verhalen te kunnen vertellen. Niet zo gek dus dat in de footer van de website van de populaire weblogsoftware WordPress sinds jaar en dag de tekst ‘code is poetry’ is te vinden.


Dit artikel is tot stand gekomen dankzij samenwerking met 609, het blad van het Mediafonds.De nieuwste editie is gewijd aan IDFA.

Een pdf van 609 is te vinden op de website van het Mediafonds.nl.

Nog geen reactie — begin de discussie!