De macht van het getal. Dat is dit jaar het thema van het elfde VVOJ Congres in Zwolle. Twee dagen lang komen driehonderd onderzoeksjournalisten uit Nederland en België bij elkaar om van elkaar te leren. Jerry Vermanen en Ruby van der Meijden doen verslag van enkele workshops en sessies.

‘Should you do journalism to make money of make money so you can do journalism?’ Mark Briggs kiest voor het laatste. Hij zette dit standpunt uiteen in zijn workshop ‘Marketen van onderzoeksjournalistiek.’ Volgens hem kun je prima in zee gaan met een commerciële opdrachtgever, zolang je maar transparant bent.

‘Ik ga dus echt geen commerciële teksten schrijven’, zegt Hannes Cattebekes, freelance journalist.  ‘Als een bedrijf waar je iets voor doet twee weken later zelf in het nieuws komt, zit je met een probleem.’ Een andere freelancer uit de zaal zegt: ‘Dan schrijf ik gewoon niet over dat nieuws. Ten opzichte van de opdrachtgever vind ik dat ook niet netjes.’

Voorzichtig vertel ik dat ik naast mijn schrijfwerk bij de bank werk voor vier dagen per week om rond te komen. Ik ben wel benieuwd hoe men daar over denkt. ‘Dan weet jij dus geheimen’, zegt iemand. ‘Klopt’, zeg ik, ‘maar daar doe ik niks mee.’

Blijkbaar voelt een meisje zich gesteund door mijn verhaal. In de wandelgangen zegt ze me: ‘Ik doe er ook niet moeilijk over, hoor. Zo schrijf ik voor een uitgever van middelbare schoolboeken. En dan schrijf ik dus gewoon niets over middelbare scholen in het algemeen.’

Je kwaliteiten verkopen

Is het wel zo simpel? Kun je zeggen: ‘Daar schrijf ik niets over’, als je je journalistieke voelsprieten voelt rinkelen. En je geweten zegt: ‘Waar ben je mee bezig? Dit kan echt niet, hoor.’ Het lijkt er op dat je niet echt meer vrij bent, als je werkt voor een bedrijf.

Briggs moedigt journalisten aan toch vooral door te gaan met het aanbieden van onze journalistieke kwaliteiten aan commerciële opdrachtgevers. Neem een wereldwijd platform als Elance. ‘Deze site biedt je een financiële basis. Vanuit daar kun je dan de dingen doen die je echt leuk vindt.’

Scheidslijnen vervagen

Zo staat het niet geschreven, toch? ‘Vroeger’ had de krant nog een afgescheiden advertentieafdeling. Toen was er geen sprake van een vermenging van journalistiek en commercie.  En zoals ik Briggs nu hoor is deze scheidslijn blijkbaar aan het vervagen. ‘Maar alleen zo red je het’, is zijn mening. ‘Journalisten moeten ondernemers zijn.’

Toch durf ik te wedden dat veel freelancers met lange tanden reclametekstjes of webteksten tikken. En ik heb natuurlijk ook het liefst een journalistieke baan. Tijdens het congres kom ik ook mijn oud-klasgenoot Vincent Moes weer eens tegen. Het lukte hem ook niet een baan te vinden in de journalistiek.

Daarom is hij nu zijn eigen mediabedrijfje gestart: Trias Media. En hij werkt parttime voor een uitzendbureau. Ook hij krijgt veel commerciële opdrachten aangeboden. ‘Ik maak nu vooral promotiefilmpjes voor bedrijven, dat verdient gewoon makkelijk. Het liefst doe ik natuurlijk iets journalistieks, maar het is nog zoeken naar de juiste vorm.’

Er is nog hoop

Er is blijkbaar een steeds grotere groep journalisten die ‘omdat het moet’ commercieel te werk gaat. Dit is maar tijdelijk, verzekert Briggs ons. ‘Blijf ondertussen werken aan een specialisme. Laat weten op Twitter dat jij veel weet van een onderwerp. Dan weten mensen je vanzelf te weten.’

Dat biedt dan toch weer hoop. Gewoon doorgaan. Een specialisme zoeken en dan op een dag ben je dan echt een ‘onafhankelijke journalist’. Tot die tijd moet je soms toch nog even dansen naar de pijpen van de opdrachtgever. Briggs sluit af met één van zijn favoriete quotes. En daarmee is voorlopig even alles gezegd:

Make something people want. They will be happy and you can translate that happiness in to money – Paul Graham.

Al één reactie — discussieer mee!