De informatievoorziening over Europa moet beter, stelde Jürgen Habermas in zijn toespraak ter aanvaarding van de Erasmusprijs die hij vorige week ontving. Opmerkelijk genoeg repte hij daarbij met geen woord over de rol die de media zouden kunnen spelen.

Afgelopen woensdag kreeg de Duitse filosoof en socioloog Jürgen Habermas de Erasmusprijs 2013 uitgereikt. De commissie had dit jaar ‘de toekomst van de democratie’ als onderwerp gekozen en, zoals commissielid Maria Grever in haar laudatio stelde, als je op zoek gaat naar een, zo niet dé toonaangevende denker op dit gebied, kom je al snel uit bij Habermas.

In een eerder interview zei Habermas zelf dat de democratie de rode draad is in zijn oeuvre. Of het gaat om de ‘kommunikative Rationalität’ of meer actuele onderwerpen als de omgang met religie en de discussie rondom de vrije wil, steeds komt het (normatieve) pleidooi voor het belang van de democratie terug.

Onverschillig over Europa

Zo ook in zijn recente publicaties over de toekomst van het ‘project Europa’. In zijn toespraak ter aanvaarding van de Erasmusprijs pleitte hij dan ook voor een ‘transnationale democratie’. Volgens hem is de tegenwoordige groei van nationalisme en populisme in Europa te wijten aan de slinkende invloed die burgers kunnen uitoefenen op beleid en politiek. Doordat zij zich niet gehoord voelen, worden ze onverschillig ten opzichte van de politiek. Het maakt niet uit wat wij stemmen, ze doen toch niets voor ons, is de teneur op straat.

Tegelijkertijd constateert Habermas een steeds luidere roep om meer directe vormen van democratie. Er zijn meer referenda en demonstraties, met name over specifieke onderwerpen die de deelnemende burgers direct raken.

Verdere integratie van Europa is nodig

Vaak wordt er daarom gepleit voor een kleinschaligere politiek, een terugkeer naar het regionale niveau en een kleinere overheid, zo niet door Habermas. Hij ziet juist in een verbreding de toekomst. Alleen een transnationale democratie, dus een verdere integratie van Europa kan volgens hem uitkomst bieden, mits dit op een transparante manier gebeurt.

Hij hekelt de toenemende technocratische beleidsvorming die achter gesloten deuren plaatsvindt. Burgers hebben hierdoor niet alleen geen invloed op besluiten, maar weten niet eens wat er precies gaande is in Europa. Politici maken hier handig gebruik van door wat er op nationaal niveau mis gaat te wijten aan Europees beleid. Hierdoor wordt het Europese project zowel onbegrijpelijker als ongeliefder.

Pas als er openheid is over de onderlinge afhankelijkheid en verstrengeling tussen de lidstaten en over wat er precies speelt in Europa, kunnen burgers op een democratische manier beslissen of ze dit geheel willen of niet, aldus Habermas.

Theorie van de publieke sfeer

Dit raakt aan zijn vaak besproken en bekritiseerde theorie van de publieke sfeer. Al in 1962 stelde de filosoof dat er een publieke sfeer nodig is waarin burgers open en vrij hun mening over politiek en andere zaken kunnen vormen en uitwisselen. Juist in een complexe gemeenschap als de EU waarin zoveel verschillende belangen, culturen en opvattingen vertegenwoordigd zijn is het noodzakelijk, zo stelt Habermas, dat de controverses die in andere landen spelen in de eigen, nationale publieke sfeer aan de orde komen.

Tegenwoordig krijgen burgers echter alleen informatie over Europese gebeurtenissen of wetgeving, zodra ze een nationale betekenis krijgen. Voorbeeld: Volgens EU-regels mag het begrotingstekort niet groter zijn dan drie procent van het BBP, dus moet Nederland nu bezuinigen om aan deze eis te kunnen voldoen. Pas op het moment dat dit Nederland raakt, komt er aandacht voor deze Europese regel.

Dan is het echter al te laat, waarschuwt Habermas. De wetten zijn dan al aangenomen, het beleid besloten en de burgers kunnen er niets meer aan doen. Dit leidt tot frustratie en teleurstelling in de democratie. Pas als de lijnen korter worden, de informatievoorziening beter en het beleid transparanter, kan men tot een democratische besluitvorming komen over de grenzen van de natiestaat heen.

Waar is de journalistiek?

Een gedurfde visie, gezien de alomtegenwoordige kritiek op de EU en de roep om afschaffing van de Euro. Maar één grote speler ontbreekt zowel in dit verhaal als in het hele symposium dat rondom de uitreiking van de Erasmusprijs werd georganiseerd: de journalistiek. Want wie moet al die informatie verstrekken? Wie zorgt ervoor dat de debatten uit de verschillende publieke sferen naar elkaar worden vertaald? Dit is van oudsher de vaak als normatief en paternalistisch bekritiseerde taak van de journalistiek.

Het is daarom jammer dat deze speler door Habermas vrijwel wordt genegeerd. Pleit hij bijvoorbeeld ook voor transnationale media? Moet er een overkoepelende pers komen die het Europese gebeuren verslaat?

Ontevredenheid over de media

Dat is volgens hem niet nodig. Bestaande instrumenten zouden voldoende zijn voor een ‘European arena for the public sphere’. Als de ‘oude’ media maar hun agenda bijstellen en tegenstrijdige onderwerpen op een eerlijke en afgewogen manier presenteren. Dit zijn de enige, redelijk abstracte uitspraken die hij erover doet.

Dat hij niet tevreden is met de huidige stand van de journalistiek blijkt uit eerdere uitlatingen van hem. Daarin hekelde hij de volgzame media die klakkeloos verhalen van politici overnemen en kennelijk niet meer aan hun primaire taak voldoen: voldoende informatie verstrekken zodat de burger in staat is een wel overwogen beslissing te nemen. Ze zouden alleen nog een illusie van participatie creëren en daardoor de kloof tussen burgers en politiek alleen maar vergroten. Maar hoe moet het dan wel?

Europese taak voor de journalistiek?

Habermas’ opvattingen over de Europese taak van de media werden slechts impliciet duidelijk. Zo sprak hij zich niet alleen uit voor meer transparantie van beleid en politiek, maar pleitte hij ook voor het vaker bekijken van gebeurtenissen vanuit het perspectief van een ander. Hier ligt bij uitstek een taak voor de journalistiek.

Jammer genoeg ging de Erasmusprijswinnaar hier niet dieper op in. Zou zijn pleidooi niet ook voor de journalistiek kunnen gelden? Meer over de grenzen heen kijken, de discussie rondom Europa vanuit een ander of het liefst meerdere perspectieven beschouwen? Wat zou er moeten veranderen zodat de media een (andere) rol kunnen spelen in een transnationale democratie?

Vragen die Habermas tot nu toe niet heeft beantwoord, maar die op het moment van Europese crisis en aan kracht winnend nationalistisch gedachtegoed zeker aan de orde zijn. Een bevlogen visie zou juist in tijden waarin de media in veel Europese landen worstelen met identiteit en (financiële) onafhankelijkheid het debat een nieuw impuls kunnen geven.

Debat: Sociale media – verrijking van politiek en journalistiek?
Dinsdagmiddag 12 november vindt aan de Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg een debat plaats in het kader van het Erasmusfestival Brabant, dat dit jaar als thema heeft De Week van de Democratie. Dit debat gaat over de vraag of sociale media een verrijking zijn voor het publieke debat. Kijk voor meer informatie op de website van Fontys.

Al één reactie — discussieer mee!