Het IDFA FORUM, dat dit jaar plaatsvindt van 25 tot 27 november, is de grootste Europese co-financieringsmarkt voor documentaires. Ook andere festivals hebben tegenwoordig zo’n forum, waar makers hun idee pitchen in de hoop een buitenlandse tv-eindredacteur te strikken voor hun project. Hoe werkt deze internationale documentairemachinerie? Leidt het systeem ertoe dat niet de beste maker, maar de beste pitcher er met de buit vandoor gaat? Werkt het systeem braafheid en eenvormigheid in de hand? Zeven ervaringsdeskundigen geven hun mening.

1. Jos de Putter, filmmaker

De Putter is kritisch over internationale coproducties en pitchplatforms, zo blijkt uit zijn recente artikel in de essaybundel Onaf: Over de zin van onafhankelijkheid in cultuur en media.

Wat is er mis met dat pitchsysteem?

“Documentairemakers moeten vechten om de gunst van een clubje ‘commissioning editors’ van de verschillende internationale tv-zenders. De films worden er niet beter van, want de wetten van de tv werken eenvormigheid in de hand.”

“Vroeger beperkten tv-zenders zich tot het uitzenden van een documentaire, nu bepalen zij hoe de film gemaakt moet worden. Originaliteit komt daardoor onder druk te staan. Na twee minuten wil zo iemand al weten ‘waar hij naar zit te kijken’. Alles draait om het onderwerp; gewaagdheid in de vorm is uitgesloten. Er moet een sympathieke hoofdpersoon zijn, een dramatische ontwikkeling. Zó moet je een film pitchen om kans te maken, en daaraan conformeren makers zich. Het is de omgekeerde wereld. De tv gaat niet langer op zoek naar talent en vernieuwingsdrift, maar iedereen danst naar het pijpen van dezelfde mensen die de wereld over reizen en overal ‘interesting, interesting’ zeggen. Terwijl je meestal nooit meer iets van zo iemand hoort.”

Hoe reëel is het dat je iets maakt met hún geld zonder dat zij er wat over te zeggen hebben? Als je een reclame voor Renault moet maken kom je toch ook niet met een arthouse film aanzetten?

“Het is grappig dat u dat zegt, want een ondernemer is juist iemand die risico durft te nemen. Met een artistieke reclame kun je veel auto’s verkopen. Bij de publieke omroep daarentegen wordt steeds minder risico genomen. Ik vind dat de publieke omroep dat wél zou moeten doen, in Nederland en in het buitenland. Er zijn ook kijkers die verrast willen worden.”

Waarom houdt u niet van internationale coproducties?

“Het nadeel daarvan is: hoe meer partijen meedoen, hoe meer mensen ook de inhoud van de film willen bepalen. Dat leidt tot wat we vroeger ‘europudding’ noemden: een kleurloos product waar alle scherpe kantjes vanaf gevijld zijn. Kijk naar die film over het Joegoslavië-tribunaal van een aantal jaar geleden, waar allemaal Europese landen aan meebetaalden. Je wist al van te voren wat voor film dat zou gaan worden. Waarom zou je hem dan nog maken?”

Maar er worden toch nog steeds dwarse films gemaakt, zoals Enjoy Poverty of De regels van Matthijs?

“Gelukkig wel, maar dat is ondanks het systeem, niet dankzij. Renzo Martens vonden ze maar een rare snaak, die had geen schijn van kans op het FORUM. Mijn eigen documentaire Knuckels’ Last Tape heb ik twee jaar geleden gepitcht, met een ogenschijnlijk groot succes. Iedereen stak zijn hand op. Daarna heeft niemand van die mensen ooit nog op een e-mail gereageerd.”

2. Hetty Naaijkens-Retel Helmrich, producent Scarabeefilms en filmmaker

Naaijkens had twee mooie films geproduceerd in dezelfde stijl, Stand van de zon en Stand van de maan, maar op een pitchplatform had ze geen succes met het voorstel voor Stand van de sterren. Die film ontving uiteindelijk de hoofdprijzen op IDFA en Sundance en werd ingezonden voor een Oscar.

“Dat klopt. Omdat de maker, Leonard Retel Helmrich, zijn verhalen vertelt door middel van zijn eigenhandig ontworpen ‘single-shot-cinema-stijl’. Prachtig camerawerk, de tijd nemen. Dat sloeg totaal niet aan op dat forum. Kijk, als je Paul McCartney geregeld hebt voor een film over The Beatles, dan krijg je de handen wel op elkaar. Maar niet met een film als Stand van de sterren. Bij het forum telt het onderwerp, niet de vorm. Als je een mooie film wilt maken, zeggen ze op z’n best dat het een goede ‘festivalfilm’ kan worden, maar geld krijg je niet.”

“Als ze wél enthousiast doen, heeft dat nog steeds niets te betekenen. Ze lijken op het pitchplatform in vuur en vlam te staan voor je project, maar een maand later worden je mailtjes en telefoontjes onbeantwoord gelaten. Daarentegen kunnen de loze loftuitingen van buitenlandse eindredacteuren er wél voor zorgen dat de Nederlandse investeerders minder geld gaan geven dan ze van plan waren. Dat is bij ons gebeurd. Dus ik heb mezelf ermee in de vingers gesneden door naar zo’n forum te gaan. 75.000 euro heeft me dat gekost. Gelukkig heeft HBO de film gekocht, anders was ik failliet gegaan.”

3. Frank van den Engel, producent Zeppers Film & TV en maker

Hoe verklaart u de wildgroei aan pitchplatforms?

“Die pitchplatforms zoals het FORUM van IDFA en andere festivals zijn een rondreizend circus. En een manier voor festivals om geld te verdienen. Want om te pitchen moet je betalen. Je hebt ze tegenwoordig overal. Niet alleen op IDFA maar ook in Malmö, Leipzig, Nyon, Sheffield… Het kan vernederend zijn voor makers omdat toezeggingen van omroepen lang niet altijd worden waargemaakt, maar ik denk dat de toekomst van de documentaire voor een deel wel in internationale coproducties ligt. Dit is de weg die we moeten bewandelen. Pitchplekken zijn daar een onderdeel van, maar het kan ook op andere manieren. Tegelijk vind ik dat sommige films hier niet geschikt voor zijn. Je wilt ook iets van een nationale documentairecultuur behouden.”

Maak je kans met een gewaagd, artistiek idee?

“Zeker, waarom niet. Ik vind dat Jos de Putter chargeert, want er is geen vaste lijst van criteria waaraan projecten moeten voldoen. Met een film als Boris Ryzhy van Aliona van der Horst, over een dode Russische dichter, moet je wellicht niet aan komen zetten. Maar er worden heel veel verschillende filmstijlen gehanteerd, ook in films die uit pitchplatforms voortkomen. Er is geen sjabloon, dat is echt te kort door de bocht. Ik vind ook dat Jos een karikatuur schetst van tv-eindredacteuren. Ik heb nog nooit meegemaakt dat ze echt dwingend werden. Ze geven gewoon hun mening. Ze zitten echt niet met de stopwatch om te zeggen dat een shot te lang duurt voor tv. Eerder klagen ze zelf vaak dat de makers te weinig originele dingen leveren!”

4. Boris Gerrets, filmmaker

Gerrets is wat je een ‘artistieke documentairemaker’ zou kunnen noemen.

Maken uw projecten kans op pitchplatforms?

“Ik heb mijn project Shado’man over daklozen in Sierra Leone (competitie IDFA 2013) gepitcht in Nyon. Ik heb daar constructieve input gekregen. Ook als je geen geld krijgt van een tv-zender kan het helpen om een zekere buzz rond het project te creëren. De IKON was al aan boord en ARTE, die ook in het project is gestapt, heb ik buiten de pitch om benaderd. Maar wat de pitch wel gedaan heeft, is mij te helpen om een beeld te krijgen van wat er in de industrie speelt: waar zijn mensen naar op zoek? Het was dus interessant te zien dat distributeurs heel andere dingen zoeken dan ‘commissioning editors’ of ‘sales agents’ en dat ook beredeneren tijdens de sessies na de pitch.”

Leidt het pitchsysteem tot eenvormigheid?

“Ik houd zelf van films die het idee van een documentaire willen herdefiniëren. Dat past inderdaad niet zo goed in de internationale documentaire-industrie, die toch projecten in een bepaalde vorm dwingt. Je ziet dat vooral bij de mid-length documentaires. Je moet bedenken dat ze in de angelsaksische wereld een andere opvatting hebben van documentaire: veel met voice-overs werken, veel met muziek, en alles wordt uitgekauwd.”

“Verder is er een grote hang naar storytelling. Wat is de dramatische ontwikkeling? Zelf vind ik dat de emotionele intensiteit van een film niet staat of valt met een verhaallijn. Een van te voren uitgedachte verhaallijn staat haaks op de gedachte dat in documentaire plaats moet zijn voor het onverwachte. Tijdens het draaien gebeuren dingen die je niet had voorzien. Documentairemakers maken wel eens de fout dat ze niet kijken naar wat ze werkelijk gefilmd hebben maar vooral naar wat ze wilden hebben.”

In People I Could Have Been and Maybe Am heeft u seks met een vrouw die u in de metro hebt ontmoet. Is dat ‘het onverwachte’?

“Dat wordt in de film gesuggereerd maar niet expliciet verteld. Of het waar is heb ik ook nooit bevestigd of ontkend en dat ga ik ook niet nu doen. Het is wel waar dat de hele film gebaseerd is op onverwachte en onvoorspelbare dingen en dat een dergelijk project met een volledig open agenda onpitchbaar is.”

5. Bruno Felix, producent Submarine en maker

Makers uit kansarme landen volgen tegenwoordig workshops om zich op een pitch voor te bereiden. Er wordt ze als het ware verteld ‘hoe het moet’.

Streeft het systeem daarmee zijn doel voorbij?

“Dat vind ik niet. Als je in Hongarije of Estland woont ben je blij dat er internationale coproducties bestaan. Daar heeft de publieke omroep misschien een paar miljoen budget, in Nederland 800 miljoen. Zij willen daar ook kritische burgers opleiden, dus het is mooi dat ze geld hiervandaan kunnen halen. En het is geen kolonialisme, maar een uitwisseling van ideeën. Iedereen wordt er beter van.”

“Ik heb zelf een positieve ervaring met het IDFA FORUM. Wij hebben de film Poor Us gemaakt in het kader van Why Poverty? Die film heeft miljoenen mensen bereikt, via 160 omroepen in allerlei landen. Voor zo’n film moet je iets internationaler werken dan veel Nederlandse makers gewend zijn, maar ik vind dat juist goed. Ik leer veel van ‘commissioning editors’ uit andere landen. Je zou kunnen zeggen dat het er iets eenvormiger van wordt, maar de algehele kwaliteit wordt tegelijk hoger.”

“Zoals jij nu in dit stuk hoor en wederhoor pleegt over dit onderwerp, dat doen ze in Engeland ook in een documentaire. In Nederland lang niet altijd. Daar staat het in de mediawet dat je dat moet doen. In de VS ligt een grote nadruk op fact checking. Ik vind het prima dat je erover nadenkt hoe je een iets breder publiek kunt aanspreken met je film. Als je bepaalde dingen iets explicieter maakt lukt dat al. Als je een goed verhaal hebt, is het toch zonde om daar geen publiek mee te bereiken? Documentaire komt in Nederland uit een auteursnest en nu zie je inderdaad dat tv steeds bepalender wordt. Maar het is niet: Godard of tv. Er zijn honderden stijlen.”

Klopt het dat die enthousiaste eindredacteuren later niks meer van zich laten horen?

“Dat is niet mijn ervaring. Maar niks is makkelijk in het leven. Internationale coproducties zijn geen pinautomaat.”

6. Barbara Truyen, hoofd documentaire VPRO

Wat vindt u van de kritiek van Jos de Putter?

“Je moet je voorstellen: als er een maker uit Finland hier komt om geld op te halen voor zijn film over apen, dan trek je ook niet zo maar je portemonnee. Dus dan zal hij met een goede pitch en een sterke trailer moeten komen. In Nederland besteden we niet genoeg aandacht aan trailers. Waar Jos de Putter geen succes had met zijn apenfilm-idee, lukte het Marc Schmidt met een andere apenfilm, Het Chimpansee Complex, wél om de mensen enthousiast te maken. Omdat dat gewoon een fantastische pitch was, heel straightforward en een glashelder verhaal: hier wil ik naartoe. Dus dat maakt het verschil.”

“Bij internationale pitchfora is er een gevaar dat je letterlijk en figuurlijk een andere taal spreekt, dus je moet goed je best doen om te communiceren. Wat ook belangrijk is, is de follow-up. Ik was net in Malmö op een pitchforum en daar heb ik tegen tien makers gezegd: stuur me vanavond nog even een mailtje. Ik kreeg er maar drie. Je moet bedenken dat tv-eindredacteuren vaak met zoveel dingen tegelijk bezig zijn. Ik ben nu voor acht films in montage, dus op zo’n moment heb ik weinig aandacht voor projecten die nog in ontwikkeling zijn.”

Is het belangrijk om flink te slijmen bij die eindredacteuren tijdens zo’n pitch en na afloop?

“Nee, je hoeft niet te slijmen. Je moet ze wel serieus nemen. Ik merk vaak dat makers blijven vasthouden aan hun eigen ideeën en niet open staan voor de feedback van commissioning editors.”

Komt het voor dat een goed idee helemaal niet aanslaat?

“Natuurlijk. Ik kan me herinneren dat Renzo Martens zijn film Enjoy Poverty pitchte. Dat was geen succes. Men vond het ‘intellectueel mindfucken’.”

Is het niet jammer dat de fora alles overnemen?

“Dat is überhaupt niet het geval: op IDFA worden zo’n veertig projecten gepitcht, terwijl wij er hier 800 per jaar binnen krijgen. Dus het is maar een klein deel.”

Zijn internationale coproducties vaak braaf en voorspelbaar?

“Het europudding-argument vind ik grote onzin. Dat is echt achterhaald. Só eighties…. Nu zeggen we: wie neemt de lead? Ik werk vaak met dezelfde twee of drie ‘commissioning editors’ uit het buitenland, en wij zijn het meestal eens, en we zorgen dat een maker de ruimte krijgt. Dus geen stukgecompromitteerde films, niks daarvan. Kijk naar Return to Homs (openingsfilm IDFA 2013) of ¡Vivan las Antipodas!… die zijn allemaal internationaal gecoproduceerd via IDFA FORUM. Searching for Sugarman was ook gepitcht maar heeft het niet gehaald. Dat is een maker die wel kan filmen maar niet kan pitchen. Omgekeerd komt ook voor: een maker die zijn idee prachtig kan opschrijven en pitchen, maar filmen kan hij niet. Tsja.”

Klopt het dat de tv-eindredacteuren op de stoel van de maker gaat zitten?

“Mijn taak is om uit de filmmaker en het materiaal de beste film te halen, maar ik ga niet op de stoel van de maker zitten. Ik heb in de loop van de tijd 140 films begeleid. Dat zouden dan 140 Barbara-films zijn? Onzin. Ik geloof in een groepsproces. De film is voor tachtig procent van de maker maar ook voor vijf procent van de eindredacteur. Dat is hoe de verhoudingen liggen. Als die vijf procent te veel voor je is, moet je geen film met geld van de tv willen maken.”

Klopt het dat de tv-wetten alles bepalen?

“Kijk, als ik na vijf minuten nog steeds niet weet waar ik naar kijk… dan kan de maker wel zeggen: ‘Op minuut twintig worden al je twijfels opgelost!’ maar dan is iedereen al weggezapt. Dit is de ‘art of television’. Je moet in het begin wel even weten wie-wat- waar. En daarna kun je alsnog zo extreem gaan als je wilt! Tv is een massamedium en ik ben een broadcaster, geen narrowcaster.”

Is er sprake van een koloniale houding jegens makers uit niet-Westerse landen?

“Ook dat is onzin. Het is een uitdaging: hoe kun je je verhaal zó vertellen dat ze er in een ander land wat mee kunnen?”

7. Nick Fräser, eindredacteur BBC

Deelt u de kritiek op die pitching sessions?

“Uiteraard niet. Het is een heel moeilijke tijd om je film gefinancierd te krijgen. En wij van de tv hebben ook een beperkt budget. We kunnen maar een paar films financieren. Dus als het niet lukt, moet je niet de pitchfora of de eindredacteuren de schuld geven. Ik heb geen enkele sympathie voor makers die klagen over de pitching sessions. Je kunt ook klagen over het weer, dat is net zoiets.”

Klopt het dat er minder goede films worden gemaakt tegenwoordig?

“Nee, integendeel. Er worden betere films gemaakt dan tien jaar geleden.”

Bent u een uitzender of een producent?

“Ja, je kunt wel zeggen dat ik een producent ben. Maar ja, ik werk gewoon heel hard om te zorgen dat al die films gemaakt kunnen worden. Om de budgetten rond te krijgen. Dat moet gewoon, tegenwoordig. En ja, er is zoiets als the economics of broadcasting. We kunnen niet toveren, helaas.”

Wat is uw smaak?

“Documentaires zijn voor mij journalistiek, geen kunst. Ik houd niet van Godard en nee, ik houd ook niet van Depardon. Ik vind zijn films saai. En nee, ik zie niet waarom je een film zou moeten maken vanuit het perspectief van een aap. Ik hou van makers die iets te zeggen hebben en die een goed verhaal kunnen vertellen. Lees mijn stuk Why docs matter anders maar eens.”

Zijn er documentaires die u wél interessant vindt vanwege de vorm?

“Ja, Shoah, van Lanzmann.”

Denkt u dat de wetten van de tv bepalen hoe documentaires gemaakt worden?

“Je moet je verhaal wel op een aantrekkelijke manier vertellen. Maar er is nog steeds een groot verschil tussen The X Factor en een documentaire die wij aan het einde van de avond uitzenden.”

Komt het vaak voor dat eindredacteuren valse verwachtingen wekken?

“Ik ben zelf altijd eerlijk. En tsja, als je met iemand praat wil dat nog niet zeggen dat je zijn of haar film gaat financieren.”

Klopt het dat Nederlanders het belang van een goede trailer en een goede pitch onderschatten?

“Ik kan niet voor anderen spreken, maar voor mij telt alleen het idee. Niet een gelikte pitch met een flashy trailer, maar de kwaliteit van het project, daar gaat het om.”

Hebt u een advies aan makers die mee willen doen aan een pitch?

“Denk erover na waar mensen naar willen kijken.”


Dit artikel is afkomstig uit 609, het blad van het Mediafonds.De nieuwste editie is volledig gewijd aan IDFA.

Wie alle artikelen van de nieuwste editie van het blad wil lezen: een pdf van 609 is te vinden op de website van het Mediafonds.nl.

Nog geen reactie — begin de discussie!