De verhalende journalistiek is in opkomst, ook in Nederland. Dagbladen en nieuwssites publiceren steeds vaker ‘longreads’. Het Centrum voor Communicatie & Journalistiek (onderdeel van Hogeschool Utrecht) biedt een cursus Narratieve Journalistiek aan voor schrijvers en journalisten. De cursus wordt gedragen door Jutta Chorus. Zij gaat in zes vragen in op narratieve journalistiek en de kracht van het waargebeurde verhaal.

Wat is in jouw ogen verhalende journalistiek?

“Je hebt aan de ene kant de strikt feitelijke journalistiek. Beatrix kondigt aftreden aan. Rabobank-medewerkers manipuleren Libor-rente. Goudprijs daalt. Daar staat de mededeling centraal, dat is een concentraat van gebeurtenissen. In een bericht komen de wie-, wat-, wanneer-, waaromvragen allemaal keurig langs, vaak ook nog in die volgorde, beetje context en daar blijft het verder bij. Heel belangrijk, maar hooguit boeiend door de inhoud van het bericht.”

“Verhalende journalistiek kan dezelfde gebeurtenissen als uitgangspunt nemen, maar dan niet als mededeling, maar als vertelling. Wie is die vrouw die haar aftreden als koningin aankondigt? Wat vertelde ze tegen haar hofdames nadat ze dat had gedaan? Die medewerkers van de bank, hoe spraken die met elkaar over hun oplichting? Wat is hun taal, hoe leven ze? Zo maak je van nieuws een verhaal.”

“Verhalende journalistiek boeit de lezer niet noodzakelijkerwijs of niet in de eerste plaats door de nieuwsachtige relevantie van het onderwerp, maar door de manier waarop het wordt verteld. Daar komen vaak literaire technieken bij kijken: kies een ongewoon standpunt, bouw je stuk op met een bijzondere constructie, beschrijf de gebeurtenissen in scènes.”

Wat is de kracht van een waargebeurd verhaal?

“Zo’n vraag hoor je natuurlijk te beantwoorden met Gerard Reve en zijn uitspraak ‘waargebeurd is geen excuus’. En dat klopt, een boek is niet beter omdat het op historische gronden is geschreven. Maar voor mij voegt non-fictie wel een extra dimensie toe. Het is net alsof ik me meer kan concentreren op de kracht van de vertelling als ik weet dat wat er in het boek staat echt gebeurd is. Als schrijver van non-fictie voel ik me gesteund door de feiten, daar kun je altijd op terugvallen. Als lezer van non-fictie ben je in zekere zin ook minder afhankelijk van de schrijver dan bij literatuur. Je kunt je eigen kennis stellen tegenover wat je leest en de gepresenteerde feiten controleren. Dat wil zeggen: als dat niet kan, is het hoe dan ook een waardeloos boek.”

Hoe belangrijk is goede research voor je verhaal?

Jutta Chorus

“Goede research is alles. Als je niet weet hoe iets in elkaar steekt, kun je er ook niet over schrijven. Zo simpel is het. Dat betekent dat je getuigen moet zoeken van de gebeurtenissen die je wilt beschrijven. En zoveel mogelijk. Als het om een bijeenkomst gaat met zeven mensen, dan wil ik ze liefst alle zeven spreken. En toch op zijn minst vier van de aanwezigen. Dan ben ik pas overtuigd van mijn materiaal en dan kan ik pas opschrijven wat ik wil vertellen.”

Met welke technieken trek je de lezer het verhaal in en hou je de aandacht vast?

“Ik probeer altijd scènes te maken. Liever dan dat ik mensen in mijn stukken en boeken in citaten laat vertellen hoe iets is gegaan, beschrijf ik hoe het ging op basis van de interviews die ik houd of van documenten die ik vind. Voor mij begint het verleden pas te leven als ik het kan beschrijven alsof ik er bij heb gestaan. Vandaar dus ook zoveel mogelijk bronnen. Via hun ogen en oren zie en hoor ik wat ik wil weten. Ik vergelijk mezelf wel eens met een helikopter die boven zo’n scène hangt en alles opneemt.”

Wat is de rol van de verteller in je verhaal?

“De verteller is door de jaren heen belangrijker geworden in mijn boeken. Ik zeg het maar even neutraal, omdat ik er nog altijd niet helemaal aan ben gewend. Want eigenlijk betekent het dus dat ikzelf belangrijker ben geworden in mijn eigen boeken. Maar het is wel zo. De eerste boeken die ik schreef, over de opkomst van Pim Fortuyn en over de moord op Theo van Gogh, waren nog helemaal vanuit een neutraal perspectief geschreven, als door een alwetende verteller die alles wist van de mensen die beschreven werden. Bij mijn derde boek, Afri, een onderzoek naar de oudste migrantenwijk van Nederland, kon ik er niet omheen: ik moest in het verhaal uitleggen wat ik daar in die ontoegankelijke wijk deed en waarom juist ik juist deze mensen had uitgekozen.”

“Ook in het voorwoord van Beatrix. Dwars door alle weerstand heen heb ik mezelf opgevoerd. Ik vond het belangrijk om uit te leggen hoe ik mezelf tot de koningin verhield, omdat nu eenmaal alle Nederlanders zich al die jaren tot haar hebben verhouden. Het voorwoord heeft mij bovendien geholpen het boek richting te geven. Daarom was het functioneel. Dat wil zeggen dat ik mezelf bij een volgend boek ook weer helemaal kan weglaten, als mijn aanwezigheid daarin niet functioneel is.”

Door welke goede verhalenvertellers laat je je inspireren?

“Ik laat me door zowel journalisten als literaire schrijvers inspireren. Toen ik Afri schreef, had ik steeds White Teeth van Zadie Smith in mijn hoofd. Een geweldige roman over twee oudere vrienden, een Pakistaan en een Engelsman in Londen, die het hele multiculturele drama beleven. In dat boek laat Zadie Smith zoveel verschillende stemmen klinken, alle personages in haar boek, en dat zijn er nogal wat, krijgen een heel precieze, eigen klank van haar mee. Dat wilde ik ook in mijn boek.”

“Toen ik werkte aan mijn boek over Beatrix, was Annejet van der Zijl mijn voorbeeld, vooral met haar boek over prins Bernhard. Om verschillende redenen. Haar onafhankelijke toon vond ik een verademing in het koor van Oranje-schrijvers. Daar zitten toch een hoop lakeien tussen. Maar het meest werd ik geïnspireerd door haar grondige research. Haar boek is in feite één grote weerlegging van de mythologie die Bernhard zelf van zijn leven had gemaakt. Ze heeft voor haar beweringen zoveel bewijzen gevonden dat ze die laag voor laag kan opstapelen tot haar conclusie onontkoombaar is geworden. Dat is zo knap.”

Centrum voor Communicatie & Journalistiek (onderdeel van Hogeschool Utrecht) biedt een cursus Narratieve Journalistiek aan voor schrijvers en journalisten. De cursus begint 20 januari en telt 12 bijeenkomsten. Naast Jutta Chorus doen de volgende gastdocenten mee: Annejet van der Zijl, Joris van Casteren en Frank Westerman. Meer informatie op de website van CCJ.

Nog geen reactie — begin de discussie!