Afgelopen week verschenen her en der kritische stukken over de kwaliteit van de Belgische internetjournalistiek. Hoog tijd om het clichébeeld over de webredacteur bij te stellen, vindt Stefan Grommen, internetjournalist bij DeMorgen.be.

Het gaat niet goed met de webjournalist, tenminste als je mag afgaan op het aantal opiniestukken en blogs dat dezer dagen over onze job is verschenen. Drie jonge mensen voelden de voorbije dagen de noodzaak om in hun pen te kruipen, om de toestand op de grote Vlaamse nieuwssites, voor en achter de schermen, aan te kaarten.

1. “Het lijkt erop dat web journalisten (sic) vandaag de dag naïeve volgelingen van Mark Zuckerberg geworden zijn in plaats van het wakende oog over de samenleving”, klaagt Sofie Marguillier.

2. “Met een mix van triviale roddels, onnozeligheden en non-nieuws gaat men duidelijk voor de ‘clicks’ en niet langer voor de kwaliteit”, oordeelt Thomas Smolders op zijn beurt.

3. Eenzelfde geluid bij Pieterjan Van Leemputten: “Politieke of economische berichtgeving is er op de meeste sites wel, maar ze wordt amper aangeklikt en dus staat de twerk van Miley Cyrus prominenter dan de beslissing over wetsontwerp X dat het voorsorteren van plastic botervlootjes moet vereenvoudigen.”

De webredacteur als kritiekloze copypaster, belegen Belga-zetter, kinderachtige klikjager. Een mens zou zich voor minder beginnen afvragen waarom zo iemand een perskaart krijgt en zich überhaupt ‘journalist’ mag noemen.

Sjarels

Ik lees die kritiek, moet zelfs grinniken met geslaagde passages en besef meestal pas helemaal op het laatste moment dat het eigenlijk over mij en mijn collega’s – of tenminste onze job – gaat. Maar zelfs na grondige introspectie en zelfkritiek herken ik noch mezelf, noch mijn collega’s van DeMorgen.be in hoger opgesomde clichés. Het is alsof je alles wat potentieel zou kunnen mislopen op een nieuwssite op een hoop zou gooien en vervolgens creatief in ons jobprofiel zou verwerken.

Eerlijk is eerlijk, er zijn ‘sjarels’ in onze sector. Zoals in eender welke andere sector trouwens. En soms maken we fouten. Soms staan die – gezien het grote online bereik – ook pijnlijk hard in de kijker. Maar daarmee krijg je de clichés over onze job nog altijd niet verantwoord. Het beeld van de webjournalist als het kneusje van de hoop is bijzonder hardnekkig, maar het klopt gewoon niet.

Joligheid

Ik zie geen copypasters rondom mij. Ik zie wel mensen die nieuws direct herkennen wanneer het zich manifesteert en vervolgens in een mum van tijd moeten en kúnnen beslissen wat ze ermee doen en hoe ze het gaan brengen. Moet dit snel en kort of wat later en meer doorwrocht? Hoe krijgen we dit gecheckt? Waar vinden we beeldmateriaal? Kan een kaart of infografiek helpen om het nieuws te duiden?

Dat alles zonder de voortdurend voorbijstromende brij aan berichten van persagentschappen als Belga uit het oog te verliezen. Soms in zelden geziene multitaskmodus of crisismanagementstijl. En immer in – naar krantennormen – minuscule teams met beperkte budgetten.

En ja, ook leukigheid, onnozelheden en trivialiteiten passeren soms de revue, maar nooit als doel op zich. We willen als nieuwswebsite een product afleveren dat voor onze lezer de ideale mix zou moeten zijn tussen hard nieuws, analyses, opinies en ontspanning. Geen enkele van mijn collega’s is erop uit om een site vol joligheid te lanceren, integendeel. Maar ieder van hen beseft dat een fractie daarvan wel helpt om de ernstige en relevante nieuwsberichten mee op sleeptouw te nemen.

Allrounders

Uiteraard zijn wij bezig met de ‘kliks’ – we hebben systemen om ze live in het oog te houden – maar die zullen er ons nooit ofte nimmer van weerhouden om belangwekkend, doch vermoedelijk weinig ‘populair’ nieuws te brengen. Het voordeel van die systemen is dat wij – beter dan eender welke printjournalist – snel leren wat leeft bij mensen. En belangrijker nog: dat we leren hoe we erg relevante stukken, die misschien op het eerste gezicht wat ‘zware kost’ zijn, toch aan lezers kunnen helpen, mits een kleine aanpassing in de kop of het beeld. Het ene onderwerp verkoopt zichzelf, het andere heeft wat duwtjes in de rug nodig.

Wij doen niet ‘zomaar wat op’. We beseffen ten volle het belang van onze rol. In feite zijn het gouden tijden voor online journalisten. Nooit waren er meer mensen online, achter hun pc dan wel mobiel. Via sociale media worden nieuwsberichten in geen tijd ettelijke keren gedeeld. Iedereen wil almaar sneller het nieuws in zijn fuik krijgen. Het is onze taak om dat te doen: snel én correct.

Journalistieke allrounders

De online journalisten die ik ken, denken in eer en geweten na over hun berichtgeving. Discussies over of, waarom en hoe we nieuws moesten publiceren zijn dagelijkse kost en beheersen onze vergaderingen. Evenals de zoektocht naar het precaire evenwicht met wat De Morgen op papier aanbiedt. We willen geen concurrent zijn voor, maar wel complementair zijn met en een exponent zijn van de krant. Met vallen en opstaan leren we elke dag bij over hoe ons medium werkt en hoe het zeker niet werkt.

Hoewel hoger genoemde opinies en blogs vermoedelijk met de beste bedoelingen geschreven zijn, weiger ik het beeld van de webredacteur als kneusje te aanvaarden. Ik zie in de eerste plaats journalistieke allrounders met een scherpe pen en een neus voor nieuws als basisgereedschap, aangevuld met een mix van grafische kwaliteiten, technisch vernuft en minstens noties van data- en onderzoeksjournalistiek. Kort, puntig nieuws of een grondige analyse? Ze draaien er hun hand niet voor om. Geen schande voor de beroepsgroep dus. Integendeel: de toekomst. Tot spijt van wie het benijdt.

Dit stuk verscheen eerder op DeMorgen.be.

Nog geen reactie — begin de discussie!