Afgelopen week ontstond er discussie over de onthulling van de woonplaats van de veroordeelde pedoseksueel Benno L. NRC had de primeur, maar zei later de publicatie te betreuren omdat die berustte op een misverstand. Maar was dat wel zo? In deze reconstructie beschrijven de freelance journalisten Elif Isitman en Theresia Schouten die de onthulling op het spoor kwamen, hun kant van het verhaal.

De opschudding die de publicatie van het artikel in NRC Handelsblad over de huisvesting van Benno L. teweegbracht, strekte zich veel verder uit dan een heksenjacht op de man zelf. De publicatie was voor velen een aanleiding om hun vraagtekens te zetten bij de journalistieke ethiek en moraal van zowel het NRC Handelsblad als de twee freelance journalisten die het artikel schreven.

Zowel hoofdredacteuren als individuele journalisten velden een oordeel zonder dat de exacte gang van zaken bij hen bekend was. Hiermee sloeg de discussie jammer genoeg om van het onderwerp van plaatsing van zedendelinquenten naar een debat over journalistiek ethiek. De media grijpen doorgaans elke kans aan om een discussie over zichzelf te voeren, dus dit is weinig verrassend.

Maar hoe kwam het artikel over Benno L. in het NRC Handelsblad nu eigenlijkdaadwerkelijk tot stand? Is het NRC of de freelancers immoraliteit te verwijten of getuigt deze discussie slechts van hypocrisie en morele borstklopperij van hen die het nieuws niet brachten? Hieronder een reconstructie.

Maandag 10 februari

We hebben sterke aanwijzingen die erop duiden dat ontuchtpleger Benno L. zijn intrek in Leiden heeft genomen. Gezien de heftige commotie die er ontstond bij eerdere verzoeken van Reclassering aan andere gemeenten om hem toe te laten, vragen wij ons af – als ons vermoeden klopt – waarom de gemeente Leiden dan wel heeft besloten hem toe te laten. En nog prangender is de vraag waarom de burgemeester heeft besloten dit in alle stilte te doen.

We besluiten hier een nieuwsverhaal van te maken, maar wel een verhaal met een genuanceerde, niet-sensationele inslag. Wij besluiten om het NRC Handelsblad te benaderen met de vraag of zij interesse hebben in dit verhaal.

We bellen de redactie op die ons aanraadt chef Binnenland, Patricia Veldhuis te benaderen met onze vraag. We sturen haar een mailtje waarin we vertellen een interessant nieuwsfeit op het spoor te zijn. Ook vragen wij haar in dit mailtje of de NRC-redactie bereid is om artikelen van ongeregistreerde freelancers over te nemen. Tevens geven wij aan dat de informatie die we hebben van zeer gevoelige aard is en we er op dat moment dus nog niet veel over uit de doeken kunnen doen.

We zeggen ook nog dat we in onderhandeling treden met andere redacties, maar dat we onze primeur het liefste in een kwaliteitskrant als het NRC publiceren. Wij sluiten het mailtje af met de mededeling dat de informatiestroom waarschijnlijk snel op gang komt wanneer de feiten worden bevestigd door overheidsinstanties.

Op onze mail naar Veldhuis krijgen we geen reactie.

Donderdag 13 februari

We komen nogmaals bij elkaar om verdere context over het nieuwsverhaal te verzamelen. Ook bellen wij de redactie van de Volkskrant om daar te peilen of zij interesse in ons verhaal zouden hebben. De bureauredacteur verwijst ons naar Philippe Remarque, de hoofdredacteur. Wij sturen hem een e-mail met dezelfde strekking als onze eerdere mail naar Patricia Veldhuis.

Remarque reageert die avond met de vraag of we specifieker kunnen worden. We antwoorden hierop dat we alleen zullen uitweiden als hij ons belooft dat wij zelf het verhaal mogen maken. Vervolgens belt hij ons om half 11 op donderdagavond op. Aan de telefoon geven we hem de volledige informatie.

Hij reageert dat het zeker interessant is, maar dat hij eerst met zijn redactie moet overleggen de volgende dag. Ondertussen zouden wij het feit dan bevestigd moeten krijgen bij de relevante instanties (de gemeente Leiden en de reclassering). Tegelijkertijd geeft hij aan dat hij geen heksenjacht wil ontketenen. Daarom wordt er gesproken over een stuk met een ethische inslag, een achtergrondverhaal waarin we puur de beweegredenen van de burgemeester aan de orde zouden stellen.

Vrijdag 14 februari

’s Middags rond 13 uur krijgen wij bevestiging van de feiten bij de reclassering en de gemeente Leiden. Hanneke de Korte (woordvoerster Reclassering Nederland) vraagt ons nog of wij willen overwegen de daadwerkelijke woonplaats van L. niet bekend te maken, en een artikel met een anonieme burgemeester en woonplaats te schrijven.

De bevestiging bij de gemeente gaat echter opvallend gemakkelijk. Woordvoerster van de burgemeester, Hennie Castelein blijkt goed op de hoogte te zijn van de woonplaats van Benno L. Op de vraag of zij meer weet als we melden dat het om een zedendelinquent gaat, antwoordt zij met een simpel en helder ‘ja’.

Vervolgens belt de gemeente Leiden ons omstreeks 15 uur terug om te vertellen dat we die avond, om 17.30 uur, uitgenodigd zijn voor een exclusief interview met de burgemeester. We merken op dat we op de luidspreker staan en lachen erom met Hennie Castelein. Zij zegt dat de bestuursfunctionaris meeluistert in dit gesprek en geeft aan dat Reclassering Nederland ook bij het interview aanwezig zal zijn. We hebben het kort over Benno L. Dit is de eerste keer dat zijn naam nadrukkelijk genoemd wordt door de woordvoerster en de bestuursfunctionaris.

We bellen Remarque enthousiast op om hem dit te vertellen en om te vragen hoe we dit interview in moeten gaan. Hij zegt ons dat hij van het artikel afziet, omdat hij zijn vingers hier niet aan wil branden en dat hij het beter vindt als we met dit verhaal naar een andere krant gaan.

Vervolgens bellen we snel de NRC-redactie om het stuk daar alsnog te pitchen. Wij informeren de redacteur in kwestie dat we Patricia Veldhuis de maandag daarvoor al hadden gemaild, nog geen reactie hadden ontvangen, maar dat we nu enige haast hebben omdat de burgemeester ons een exclusief interview wil geven.

De redacteur geeft ons “bij hoge uitzondering” het mobiele nummer van Veldhuis. We bellen dit nummer onmiddellijk. Inmiddels is het tien over vijf en hebben we nog twintig minuten voordat we bij het gemeentehuis moeten zijn voor het interview met Lenferink.

Veldhuis neemt op en we vertellen haar dat we haar al eerder een e-mail hadden gestuurd en dat we een scoop hebben over de woonplaats van Benno L. We leggen uit dat we hier een genuanceerd verhaal over willen maken met als hoofdvraag: wat waren de overwegingen van de burgemeester om hem in Leiden te laten wonen en waarom is dit stil gehouden voor buurtbewoners?

Ook vertellen we haar dat de gemeente Leiden ons een exclusief interview met de burgemeester heeft toegezegd, dat twintig minuten later plaats zou gaan vinden. Veldhuis reageert erg enthousiast en  zegt: “ga het verhaal maar maken”. Ook zegt ze in dit gesprek dat ze net op weg is naar huis en dat ze ons stuk overdraagt aan de avondchef Hans Wammes.

Het interview met de burgemeester

Om 17.30 uur schuiven we aan bij burgemeester Lenferink en zijn woordvoerster Hennie Castelein. We vragen Castelein waarom er geen woordvoerder van Reclassering Nederland aanwezig is. Zij vertelt ons dat de woordvoering vanaf nu puur en alleen aan de gemeente is.

Verrassend genoeg neemt de burgemeester een zeer meewerkende houding aan. Hij geeft netjes en open antwoord op alle vragen en blijft gedurende het hele gesprek benadrukken dat hij deze gelegenheid zal aangrijpen om de motivatie achter het stilhouden bekend te maken aan zowel lokale buurtbewoners als de media. Hij is van mening dat de plaatsing van zedendelinquenten een probleem van Nederland als geheel is en niet van individuele gemeenten. Hij geeft aan dat het plaatsen van Benno L. voor hem een uiting van het nemen van verantwoordelijkheid is.

Woordvoerster Hennie Castelein noemt aan het einde van het gesprek tussen neus en lippen door dat nu het feit al op straat ligt, zij dan ook maar snel een persconferentie voor lokale media zal inlassen. Ook zullen de buurtbewoners van Benno L. officieel op de hoogte gesteld worden.

Het nieuwsartikel

Na afloop van het interview werken we het nieuwsartikel uit. Tussendoor hebben we nog contact met de avondchef van het NRC, Hans Wammes. Hierna ontvangen we ook nog een persoonlijke reactie van Sjef van Gennip, voorzitter van de raad van bestuur van Reclassering Nederland, die we gelijk in het artikel verwerken.

Voordat we het artikel naar de NRC-redactie mailen, sturen we het nog naar Hennie Castelein en Hanneke de Korte voor controle op feitelijke onjuistheden. Hanneke de Korte komt met een aantal punten die we meteen verbeteren. Castelein komt slechts met taalkundige verbeterpunten en noemt een punt datwe al met De Korte hebben kortgesloten. Daarna geeft zij haar akkoord en noemt bovendien dat L. in een seniorenflat is geplaatst. Dit feit werd tijdens het interview nog niet genoemd. Aangezien ‘seniorenflat’ een redelijk aspecifieke classificatie is, nemen wij dit mee in ons artikel.

Wanneer het artikel af en opgestuurd is, neemt Wammes nog contact met ons op om de laatste redactionele veranderingen door te nemen. Het gaat hier voornamelijk om kleine taalkundige veranderingen. Overigens is onze oorspronkelijke kop (‘Wat doe je met mensen die niemand wil?’) geen onderwerp van gesprek. Er staat simpelweg geen kop boven op het moment dat wij ons fiat geven. We gaan er derhalve vanuit dat onze originele kop zal worden gebruikt.

Zaterdag 15 februari

Het artikel verschijnt in de ochtendkrant en op de site van het NRC. We ontvangen bevestiging via het Leidsch Dagblad dat de persconferentie waar Castelein het de avond daarvoor over had, die dag om 12 uur zal plaatsvinden. We besluiten om daar naar toe te gaan om eventuele extra feiten die de burgemeester wellicht bekend zal maken, mee te kunnen geven aan het NRC.

Op de persconferentie wordt weinig nieuws gemeld. We sturen een mailtje met extra informatie naar redacteur Pim van den Dool. We nemen hierin op dat de gemeente Leiden geen andere optie zag dan de buurtbewoners op de hoogte te stellen van de intrek van Benno L. en dat dit volgens de burgemeester inmiddels ook gebeurd is. Daarnaast melden we dat Benno L. vanaf dit moment een andere voornaam gebruikt.

Omstreeks 15 uur gaat op Twitter het specifieke adres van Benno L. rond. We bellen onmiddellijk Castelein op om dit door te geven. Zij reageert hier laconiek op en zegt: “ze zeggen zoveel, er gaat ook rond dat hij een huis heeft betrokken in de binnenstad en in de Merenwijk.” Ze bedankt ons in ieder geval voor de informatie en de bezorgdheid en kapt daarmee het gesprek af.

Vervolgens krijgen wij via een anonieme tipgever door dat er die avond een protestactie bij het flatgebouw van Benno L. plaats zal hebben naar aanleiding van de bekendmaking van de burgemeester. Hierna krijgen we telefoon van Frank Beijen, verslaggever van het Leidsch Dagblad, die aan ons vertelt dat hij zojuist heeft vernomen dat L. in de Apollolaan is gehuisvest. Dat is voor het eerst dat we deze informatie bevestigd krijgen.

Daarop besluiten we naar de (mogelijke) protesten te gaan om hier verslag van te doen. Eenmaal aangekomen, treffen wij daar echter doodse stilte. Er is zelfs geen politie aanwezig. Na een half uur posten, besluiten we de Apollolaan te verlaten.

Zondag 16 februari

Op zondagochtend bellen we elkaar. Naar verluidt is er op die middag een protestactie bij de woning van Benno L. georganiseerd via Facebook. Daarvan stellen we zowel de  verslaggever van het Leidsch Dagblad als de weekendchef van het NRC, Karel Berkhout op de hoogte. Ook vragen we Berkhout of hij geïnteresseerd is in een follow-up bericht over de protesten. Hij antwoordt hier met een ‘ja’ op, mits het protest zich ook daadwerkelijk voltrekt.

Op stel en sprong vertrekken we naar het protest. We arriveren hier om 13.45 uur en het protest staat voor 14.00 uur gepland. Wanneer wij daar aankomen zijn er nog geen signalen te zien van onrust. Er staat een eenzame politiewagen op de hoek van de straat. Een tiental minuten later verschijnen de eerste demonstranten. Er lijkt geen sprake van agressie. Lokale en landelijke media hebben zich inmiddels ook op de Apollolaan verzameld. Het protest loopt niet uit de hand.

Op een gegeven moment komt Lenferink aanfietsen, terwijl de gemeente in eerste instantie haar afkeur jegens het protest had uitgesproken. Lenferink gaat het Vlietland College binnen, een middelbare school op de hoek van de Apollolaan. Hierna krijgt een selecte groep (boze) buurtbewoners de kans om met Lenferink in de school in gesprek te gaan. Dit gesprek is niet toegankelijk voor media. Een uur later is dit gesprek afgelopen en wordt er een ad hoc persconferentie opgezet voor de aanwezige journalisten. Lenferink doet hier verder geen voor ons nieuwswaardige uitspraken.

Hierna nemen we opnieuw contact op met Karel Berkhout, die ons zijn fiat geeft om het artikel daadwerkelijk te maken. We besluiten dan ook hieraan te beginnen. Tegelijkertijd worden we gebeld door Wilmer Heck van NRC.Next. Hij vraagt ons of we ook een sfeerreportage kunnen schrijven van het protest, aangezien een van de NRC.Next verslaggevers al een feitelijk artikel schrijft. We gaan hiermee akkoord.

Vervolgens hebben we contact met Pieter Kos, lijsttrekker van GroenLinks Leiden, die in NRC Handelsblad zijn eerste reactie op de situatie Benno L. wil geven. Daarna spreken we Pieter van der Kruijs, advocaat van Benno L., en Henny Keereweer, fractievoorzitter van PvdA Leiden. Dit is uiteraard relevant omdat Lenferink zelf ook van de PvdA afkomstig is. Wij verwerken alle reacties in een artikel en sturen deze en de sfeerreportage naar de desbetreffende redacties.

Maandag 17 februari

Ons artikel en onze sfeerreportage verschijnen in NRC Handelsblad en NRC.Next. Redactiechef Patricia Veldhuis belt ons om te vragen of er op vrijdagmiddag toen wij haar spraken, al sprake was van een persconferentie op zaterdag. We antwoorden met een ‘nee’, omdat dit pas later bekend werd gemaakt, op het moment dat wij het interview met de burgemeester hielden. Hierna vraagt zij tevens om de eerste tipgever. We beroepen ons hierbij op bronbescherming. Deze ochtend verschijnt er tevens een hoofdredactioneel in NRC Handelsblad waarin de krant haar spijt betuitgt ten aanzien van het publiceren van de woonplaats van Benno L.

Op maandagmiddag wordt Elif gebeld door de Volkskrant. Verslaggeefster Gidi Heesakkers vertelt haar dat zij voor haar krant bezig is met een reconstructie van de totstandkoming van het eerste Benno L. artikel in NRC Handelsblad. Elif stemt in met een interview en vraagt Heesakkers of zij haar stuk ter controle kan opsturen wanneer zij het af heeft. Hierna belt zij Theresia om door te geven dat ze door de Volkskrant is geïnterviewd. Theresia heeft een oproep gemist, maar het nummer staat op privé. Daarom kan zij niet terugbellen.

Feitelijke onjuistheden

Het is avond. Wij hebben contact met elkaar nadat Gidi Heesakkers haar stuk over de gebeurtenissen rondom Benno L. heeft opgestuurd. Het is 20.36 uur als het stuk Elif bereikt. Dit is een luttele anderhalf uur voor de deadline. We beseffen dat er weinig tijd is om het artikel door te nemen.

Omstreeks 21.10 uur belt Elif met Heesakkers om te vertellen dat zij zich niet kan verenigen met hetgeen zij heeft opgeschreven. Er staan wat feitelijke onjuistheden in. Ook wijst Elif Heesakkers erop dat het verhaal nogal eenzijdig is. Zij wordt niet geciteerd in het artikel. Heesakkers biedt hierop aan om alsnog een citaat in het artikel op te nemen. Hoewel het artikel nog steeds onvolledig lijkt en erg eenzijdig door feiten die niet worden genoemd, geeft Heesakkers aan niks meer te willen veranderen omdat zij de gebeurtenissen afkeurt. Ze biedt hierbij wel haar medelijden aan en geeft aan dat ze het naar voor ons vindt omdat zij zelf ook werkzaam is geweest als freelancer en weet dat dit een zwaar bestaan is. Toch verandert dit niets aan haar artikel.

Na het gesprek met Gidi, belt Elif Theresia op. Zij kijkt ook naar het stuk, en belt Heesakkers meermaals op. Na ongeveer 7 minuten belt Heesakkers haar terug. Het is nog 20 minuten voor de deadline.

Theresia geeft aan dat er feitelijke onjuistheden in het artikel staan, en dat zij niet geïnterviewd is terwijl zij wel met naam en toenaam wordt genoemd. Zij wijst Heesakkers er ook op dat het artikel niet geplaatst kan worden op deze manier. In het artikel staat namelijk dat Theresia een beginnende journalist is. Dat is onjuist, want ze is al 6 jaar en 4 maanden werkzaam als freelancer voor uitgeverij HDC Media. Heesakkers geeft aan al in de auto naar huis te zitten, en niks meer te willen en kunnen veranderen aan het artikel.

Dinsdag 18 februari

Het ‘reconstructieartikel’ van Gidi Heesakkers verschijnt in de Volkskrant. We worden beiden gebeld door verschillende media om een reactie te geven maar geven hier vooralsnog geen gehoor aan. We besluiten om Philippe Remarque zelf te benaderen om onze teleurstelling te uiten en om hem te vragen of wij zelf een reactie kunnen geven in de vorm van een geschreven stuk als commentaar op het stuk van Heesakkers. We halen het algemeen bekende principe van hoor en wederhoor aan. We voelen ons namelijk betrokken als pionnen in de concurrentiestrijd tussen de Volkskrant en het NRC.

We schrijven Remarque een uitgebreide brief en sturen hem deze via email. Vervolgens belt Remarque Theresia geëmotioneerd en kwaad op. Remarque zegt in dit gesprek dat alles onze eigen schuld is, dat wij verantwoordelijkheid moeten nemen voor de heksenjacht die we ontketend zouden hebben. Ook zegt hij ons absoluut geen platform te willen bieden om onze kant van het verhaal te doen.

Interviewverzoeken

Remarques beslissing om ons niet persoonlijk aan het woord te laten, vinden we journalistiek en ethisch onjuist. Daarom besluiten we om wel op interviewverzoeken van andere media in te gaan, zodat we daar dan onze kant van het verhaal kunnen doen.

Gedurende de dag wordt er contact met ons gezocht door verschillende media voor een reactie op het stuk van Heesakkers. We grijpen deze kans aan en vertellen onze kant van het verhaal om hiermee te kunnen reageren op de lezing van Philippe Remarque in de Volkskrant van die ochtend. Ook op Twitter wordt heftig gediscussieerd over de ethiek omtrent ons artikel en de publicatie daarvan.

Een dag later is de mediahype over journalistieke ethiek zo goed als over. De discussie over de plaatsing en re-integratie van zedendelinquenten kabbelt echter nog voort, zowel in de journalistiek als binnen de overheid. En dat was precies de bedoeling van het artikel.

Conclusies

De discussie die ontbrandde na publicatie van ons artikel, brengt een aantal zaken aan het licht.

Beeldvorming van freelancers

Naast de stortvloed aan kritiek met betrekking tot de ethiek van de schrijvers van het artikel waren er een aantal oplettende zielen die de morele discussie over fatsoen in twijfel trokken. Inderdaad, het artikel werd geschreven door freelancers. En inderdaad, het artikel hebben we aan zowel de Volkskrant als het NRC Handelsblad aangeboden. Maar is dat niet een van de weinige voordelen dat het freelancerschap met zich meebrengt? Is dat een reden om de auteurs van het artikel op de persoon gespeeld aan te vallen, vooral wanneer het stuk meermaals is gecheckt en uiteindelijk goedgekeurd door een eindredactie?

De Volkskrant grijpt met haar reconstructiestuk de kans aan om het NRC Handelsblad in een negatief moreel daglicht te stellen en daarmee de jarenlange fatsoensvete tussen de twee kranten nieuw leven in te blazen. Het NRC schuift op haar beurt de publicatie af op een ‘misverstand’: de krant beweert niet duidelijk van de freelancers te hebben vernomen dat het hier om een primeur ging en dat zij niet wisten dat de onthullinng van het feit door de freelancers de reden was voor de burgemeester van Leiden om de informatie te verspreiden naar buurtbewoners en lokale media.

De verklaringen van de twee media hebben – afgezien van het feit dat ze gebaseerd zijn op onvolledige informatie cq. ‘misverstanden’ – een negatieve weerslag op freelancers in het algemeen. In de door het NRC geboden verklaring in de Volkskrant wordt geïnsinueerd dat de freelancers in kwestie de chef in dit geval hebben voorgelogen of iets hebben achtergehouden. Ook wordt er min of meer gezegd dat freelancers zich niet met dergelijke onderwerpen bezig dienen te houden omdat zij geen kwaliteit kunnen garanderen. Zij hebben immers geen redactie die hen de hand boven het hoofd houdt wanneer er commotie ontstaat.

Achterhaald fatsoensdebat

De discussie over moraal en fatsoen wordt in dit geval op een nogal doorzichtige manier gevoerd. De redacties zouden zich ook kunnen afvragen in hoeverre de fatsoensdiscussie in deze tijd nog echt relevant is. De media als traditionele ‘gatekeepers’ bestaan niet meer: het nieuws is overal verkrijgbaar. Toch beslissen bepaalde media om hun publiek expliciet niet als eersten in te lichten over bepaalde zaken.

Hiermee plaatst een hoofdredactie zichzelf in feite boven haar eigen publiek: de hoofdredactie acht zichzelf niet in de positie om bepaald nieuws te brengen maar wanneer een ander medium (dat in de ogen van de hoofdredactie wel de kwalificatie ‘sensationalistisch’ of ‘opruiend’ verdient) het nieuws meldt, ziet de hoofdredactie er geen probleem in om met de nieuwsstroom mee te gaan.

En hard ook. De Volkskrant publiceerde op haar website immers eerder ook foto’s van Benno L., alsmede het NRC. Dit is allemaal gerechtvaardigd, zolang zij niet de eersten zijn die dit type nieuws brengen. Dat een hoofdredactie besluit zich af te houden van bepaalde berichtgeving en primeurs is prima. Maar de ontkenning van het meewerken aan een heksenjacht is hiermee geenszins onderbouwd.

Zelfcensuur

Het brengen van nieuws, wat toch wel de essentie is van de journalistiek, wordt door sommigen als moreel minderwaardig beschouwd. Deze houding zou het label ‘moreel verantwoord’ kunnen krijgen, maar zou tegelijkertijd ook als enigszins paternalistisch en achterhaald gezien kunnen worden. We leven niet meer in een tijd waarin de media als enige toegang hebben tot informatie.

In een land als Nederland, waarin zowel burgers als media dankbaar kunnen zijn voor het feit dat er relatief weinig censuur vanuit de overheid bestaat, is het op z’n zachtst gezegd opmerkelijk dat de journalistiek op deze manier aan zelfcensuur doet. Wanneer de lokale overheid na bevraging open wil zijn over een ontrafeld nieuwsfeit, dan kunnen wij niet anders dan onze functie als journalist uitoefenen en de burger daarover inlichten. Ook als freelance journalist.

Lees ook de visie van NRC-ombudsman Sjoerd de Jong: Benno L.: kon de krant niet eerst even tot tien tellen? 

Al 11 reacties — discussieer mee!