Je hoort nogal eens dat sociale media een steeds belangrijkere bron zijn voor journalisten. Maar is dat ook echt zo? Voor parlementair journalisten in elk geval niet, zo blijkt uit onderzoek van Lisa den Oudendammer en Chris Aalberts.

Hoe kijken parlementair journalisten aan tegen het belang van diverse bronnen? Dat was de vraag die we wilden onderzoeken. Daarvoor hebben we in maart en mei 2013 veertien interviews gehouden met Haagse journalisten die werken voor uiteenlopende media (radio, televisie, kranten, tijdschriften en internet).

Wat is nieuws?

Parlementair journalisten vinden vooral ‘grote thema’s’ interessant. Dit zijn onderwerpen die door regeringspartijen geagendeerd worden. Of onderwerpen die op een andere manier op een meerderheid in de Tweede Kamer kunnen rekenen. Plannen van individuele Kamerleden zijn voor parlementair journalisten een stuk minder interessant; het liefst negeren ze die.

Een ander belangrijk principe is: als andere media een onderwerp belangrijk vinden, vinden concurrenten het ook belangrijk. Hoewel parlementair journalisten andere media liever niet imiteren, kunnen ze in de praktijk vaak niet anders. Ze proberen dan met nieuwe aanvullingen of eigen analyses te komen. De thema’s waarover ze schrijven zijn dan echter nog steeds hetzelfde.

Politici en voorlichters

Parlementair journalisten zeggen dat hun belangrijkste bronnen bestaan uit: politici en hun voorlichters. Met hen hebben ze intensieve contacten en zij zijn goed bereikbaar en benaderbaar. Vaak zoeken Kamerleden ook zelf media-aandacht.

Parlementair journalisten en politici spreken vaak met elkaar. Voor journalisten is dat belangrijk om aan tips te komen voor mogelijk nieuws. Vaak weten journalisten al door hun contacten welke uitspraken politici gaan doen en welke voorstellen eraan komen.

Parlementair journalisten vinden dat hun relatie met politici meestal constructief is en er niet of nauwelijks sprake is van conflict. Journalisten hebben hun bronnen steeds weer nodig en politici zijn steeds weer op zoek naar publiciteit. Geen van beide is gebaat bij conflicten. Journalisten investeren dan ook in goede relaties met politici. Dit zijn vooral offline relaties waarin sociale media nauwelijks een rol spelen.

Anonieme bronnen

Parlementair journalisten hebben veel te maken met anonieme bronnen: deze willen niet met hun naam in de krant en verstrekken alleen informatie als de herkomst geheim blijft. Deze bronnen komen nooit in de media en dus blijven ze voor het publiek onbekend. Parlementair journalisten citeren deze bronnen met termen als ‘Haagse bronnen’ of ‘ingewijden’.

In politiek Den Haag vinden veel van dit soort gesprekken plaats. Dit gebeurt in Nieuwspoort, maar ook in het Tweede Kamergebouw zelf. Iedereen kan op een bepaald moment informatie verstrekken met de mededeling dat men niet geciteerd wil worden. De meeste parlementair journalisten honoreren zulke verzoeken omdat ze anders in de toekomst informatie mislopen.

Vrijwel iedereen kan een anonieme bron zijn. Anonieme bronnen kunnen op andere momenten dienst doen als formele bron en dus wel met naam en toenaam in de krant komen. Anonieme bronnen komen uit alle bestuurslagen en vervullen uiteenlopende functies. Zonder dit soort bronnen is er volgens journalisten niet te werken: je bent dan simpelweg niet meer op de hoogte. Parlementair journalisten gebruiken sociale media nauwelijks om dit soort informatie te verkrijgen.

Persberichten

Een belangrijk voorbeeld van formele bronnen zijn persberichten. In het verleden waren persberichten een belangrijke bron voor journalisten, maar tegenwoordig is dit minder belangrijk geworden. Persberichten bevatten volgens journalisten vaak informatie die ze al kenden uit de wandelgangen of eerder van voorlichters hadden gehoord.

Persberichten van ministeries zijn soms nuttig omdat er grote besluiten in worden aangekondigd en er achtergronden in zijn opgenomen. Toch geldt dit maar voor een klein deel van de berichten. Als politieke partijen persberichten versturen zijn deze volgens parlementair journalisten eveneens vaak overbodig omdat ze betrekking hebben op acties van individuele Kamerleden. Deze berichten zijn pas zinvol als er bruikbare quotes in staan over reacties op aangenomen wetsvoorstellen.

Een belangrijk probleem van persberichten is vooral dat ze geen primeurs opleveren. Alle media ontvangen immers deze informatie en dus heeft niemand een informatievoorsprong. Dit maakt informatie uit de Haagse wandelgangen voor media interessanter. Sociale media hebben last van hetzelfde fenomeen.

Twitter

Veel parlementaire journalisten beschikken over een Twitter-account om politici, voorlichters en collega-journalisten te volgen. Twitter is voor hen een manier om erachter te komen wat er speelt en wat andere media en journalisten belangrijk vinden. Twitter geeft dus een beeld van belangrijke politieke thema’s en de activiteiten van Kamerleden.

Twitter is tevens een middel om de meningen van politici snel te kunnen peilen. Tijdens debatten zetten Tweede Kamerleden hun mening vaak al op Twitter over voorstellen of andere politici. Journalisten krijgen zo een beeld van wat Kamerleden van allerlei kwesties vinden. Dat geldt ook voor wat er in de samenleving speelt. Bij het Marokkanendebat in april 2013 begonnen journalisten hier pas aandacht aan te besteden toen ze op Twitter zagen dat het leefde.

Maar ook Twitter is nauwelijks een aanleiding om een nieuwsbericht te maken. Twitter kan journalisten vooral inspiratie opleveren over mogelijke onderwerpen, maar niet meer dan dat. De reden is dat ook op Twitter alle informatie al openbaar is en beschikbaar voor iedereen. Het aantal voorbeelden waarbij Twitter direct tot nieuwsberichten leidt is dus zeer beperkt.

Conclusie

Volgens velen vormen sociale media een interessante bron voor nieuwsverhalen van journalisten. Bij parlementaire journalisten is het duidelijk dat sociale media nauwelijks van belang zijn. Deze journalisten zijn op zoek naar primeurs en halen die uit hun Haagse netwerk.

Sociale media spelen hooguit een rol bij het opdoen van nieuwe ideeën en het snel peilen van meningen. Als basis voor nieuwsverhalen is een middel als Twitter niet geschikt, omdat parlementair journalisten geen voorsprong op hun collega’s kunnen opbouwen door op basis van tweets nieuws te vergaren.

Hooguit de tweets van Geert Wilders zijn een uitzondering op dit patroon, omdat Wilders via andere kanalen relatief weinig van zich laat horen. Maar voor de tweets van andere politici geldt dit zeker niet.

Dit artikel is gebaseerd op de masterthesis van Lisa den Oudendammer: Een politiek spel? Onderzoek naar de verhouding tussen parlementaire journalistiek en voorlichting.

Al één reactie — discussieer mee!