De winnende foto van World Press Photo was een verrassende. En dus was er kritiek op de keuze van de jury. Ten onrechte vindt fotograaf Bas de Meijer. Deze foto is in zijn ogen juist een uitstekende winnaar.

Syrië, daar zou de winnende foto van de World Press Photo overgaan dacht men. De jury besloot anders en daar hebben ze erg goed aangedaan. Dat de foto van John Stanmeyer wint is niet alleen verrassend, het is ook een juiste keuze van de jury.

In de eerste plaats omdat het gewoon een erg mooi beeld is. Een sterke compositie, een mooi verlichte scène en technisch goed uitgevoerd. Maar vooral omdat het een foto is die je aandacht trekt. Het is een beeld van de moderne tijd, waarin mobiele communicatie een belangrijke rol speelt. Je gaat, ik althans, vanzelf verhalen bedenken waar de foto over gaat, het beeld zet je aan tot nadenken en dat is goed.

Er is echter ook kritiek te horen op de keuze van de jury. Zonder bijschrift is de foto niet te begrijpen, zeggen critici. Begrijpelijke kritiek, maar tegelijkertijd is die onterecht.

Duizend woorden

Een algemene opvatting is nog steeds dat een foto meer zegt dan duizend woorden; het is maar de vraag of dat ook echt zo is. Het klopt dat de foto van Stanmeyer niet gelijk laat zien dat het om vluchtelingen gaat, je weet eigenlijk niet eens wat ze nu precies aan het doen zijn.

Welke foto laat echter wel in één keer zien wat er allemaal gebeurt en wat de context is? Zoals Jorg Colberg in een goede blogpost ook zegt, is het de vraag of een foto dat sowieso kan.

Tekenend is dat tijdens de persconferentie een foto van Goran Tomasevic werd getoond. Een foto die laat zien hoe moedig oorlogsfotografen zijn en waar je nauwelijks kunt voorstellen hoe moeilijk het is om die te maken, zei juryvoorzitter Gary Knight tijdens de presentatie. “Maar kun je ook vertellen waar we eigenlijk naar kijken?”, vroeg iemand in de zaal. Daarmee raakte hij de kern van het probleem.

Goran Tomasevic, Serbia, Reuters

 

Ook bij een van de gedoodverfde winnaars van de World Press Photo, de foto van Taslima Akhter, kun je je afvragen wat je nu precies ziet en waar het over gaat. Voor velen is die foto dé foto van de tragedie in de kledingfabriek in Bangladesh. Maar dat is alleen maar omdat we al weten dat die foto daar gemaakt is. De foto is verspreid in combinatie met het nieuwsbericht over de kledingfabriek.

Als je gewoon droog naar de foto kijkt, zie je twee mensen die elkaar omarmen die tussen puin liggen. Aan de foto zelf kun je niet zien dat het in Bangladesh is, laat staan dat het om een ingestorte kledingfabriek gaat. Het kan net zo goed een aardbeving zijn, of een bomexplosie. We dénken dat de twee elkaar liefdevol omarmen, maar misschien houden ze elkaar alleen maar vast om tevergeefs te voorkomen dat er brokstukken op hun vallen.

Taslima Akhter, Bangladesh

 

Daarentegen is de foto van Akhter wel een foto die directe emoties oproept, je voelt dat er geleden is. Dat er verdriet en ellende is. Het is tevens ook het ‘zwakke punt’ van de foto en maakt des te meer dat de foto van Stanmeyer een terechte winnaar is. De foto van Akhter is heftig, je denkt even hoe verschrikkelijk het is en gaat weer verder.

Foto roept vragen op

Bij Stanmeyer weet je dat nog helemaal niet. De foto dwingt je tot langer kijken. Je gaat je afvragen wat je ziet, wat de foto je wil vertellen. Je wordt nieuwsgierig naar de achtergrond, waardoor je je wel moet verdiepen en het bijschrift lezen. Pas dan pakt de foto je bij de strot. Op een subtiele manier heb je al veel meer nagedacht over de problematiek dan je zou denken.

Wat in eerste instantie misschien lijkt als een groep mensen die een foto van een mooie avond maakt en dat wil delen met anderen via social media (ik maak maar even een associatie), blijkt een groep mensen te zijn die te maken heeft met een van de ergste scenario’s die je je als mens kunt voorstellen: op de vlucht, ontheemd en zonder contact met je familie en/of vrienden. Helemaal alleen op de wereld, ook al staan er anderen om je heen.

John Stanmeyer, USA, VII for National Geographic

 

Sinds mensengeheugenis migreren mensen, al dan niet gedwongen, op zoek naar een betere toekomst. Dat gaat nooit zonder pijn. Je moet er vaak veel voor achterlaten en je gaat een tijd van grote onzekerheid tegemoet. Van oudsher heeft de mens ook de behoefte om te communiceren. Ging dat vroeger met schilderingen op de muur, nu hebben we daar moderne telecommunicatie voor. De foto van Stanmeyer vertelt daarmee ook het nodige over de mensheid in het algemeen. Het is een foto met veel lagen, ook dat maakt het een goede winnaar.

Langer kijken

De jury heeft dit jaar sowieso veel foto’s gekozen waar je langer naar moet kijken om ze te begrijpen. Neem de serie van Fred Ramos. Het enige wat je ziet is kleding. Het lijkt bijna kunst. Tot je de kleren wat beter ziet en merkt dat het hier om geweld gaat. Juist door het geweld niet te laten zien, wordt het aan de kaak gesteld.

Fred Ramos, El Salvador, El Faro

 

Vertellen de foto’s daarmee het hele verhaal? Nee, natuurlijk niet, maar net als bij Stanmeyer word je gedwongen goed te kijken en na te denken.

Veel van de winnende foto’s gaan veel verder dan een platte registratie. Daarmee onderscheidt de World Press Photo zich ook met de Zilveren Camera, uitzonderingen daargelaten. Er zijn intelligente foto’s gekozen, die veel vragen van het publiek. Dat is goed.

De jury wilde geen statement maken, niet op onderwerp en niet op fotografie. Maar de keuzes laten wel zien tot wat fotografie in staat is en moedigen fotografen aan om verhalen te maken die verder gaan dat wat je aan de oppervlakte ziet. Zoals Susie Linfield mij vertelde: “Foto’s moeten verder gaan dan alleen het beeld. Ze moeten vragen oproepen, je moet onderzoeken wat het verhaal is, wat de achtergrond is etcetera.” Daarin is de foto van Stanmeyer zeker geslaagd.

Deze blogpost verscheen eerder op het weblog van fotograaf Bas de Meijer.

Bas de Meijer

Bas de Meijer is freelance fotograaf.
Profiel-pagina
Al 2 reacties — discussieer mee!