Een bericht in een lokaal medium dat het schopt tot landelijk nieuws. Heel mooi natuurlijk. Maar hoe gaan andere media om met het vermelden van de bron van dit nieuws? Vaak heel kinderachtig, door niet te linken of bronvermelding achterwege te laten. Dat ondervond Gerard de Jong, journalist van de Bildtse Post, aan den lijve.

Vorige week zaterdag zag ik een tweet met daarbij een foto van een door het CDA verspreide huis-aan-huis folder in de Friese gemeente het Bildt:

“Als het voor u niet mogelijk is zelf uw stem uit te brengen kunt u contact opnemen met Nel Haarsma (wethouder en lijsttrekker, gevolgd door haar 06-nummer, red.). Uw eventuele machtiging kan in overleg worden geregeld.”

Stemmen ronselen

Een kandidaat-raadslid uit een andere gemeente vroeg zich op Twitter af: mag dit? Is dit op of over de rand van de Kieswet? Gezien de recente commotie rond machtigingen en het ronselen van stemmen geen onterechte vraag. Ik besloot erin te duiken.

Raadpleging van de Kieswet bracht geen duidelijke uitkomst. Ik belde het hoofd stembureau, de burgemeester van het Bildt. Hij zocht het samen met de gemeentesecretaris uit, en belde later terug om te zeggen dat de oproep zich – hoe goed bedoeld ook wellicht – in een grijs gebied bevond. Hij wilde de maandag erop het oordeel van de Kiesraad om dit te kunnen beoordelen. Dat was voor mij reden erover te berichten.

Om 17.45 uur publiceerde ik mijn artikel op de website van Bildtse Post. Gezien het onderwerp wist ik wel dat het nieuws in ieder geval provinciaal zou worden opgepikt, en misschien ook landelijk. Voor mij zat het er voor dat moment even op: ik kon kijken of en hoe het nieuws zou worden overgenomen.

De journalistieke keten

De lokale journalistiek is het plankton van de journalistieke keten. Een niet te onderschatten hoeveelheid nieuws wordt door lokale media gemaakt. Het wordt ’gegeten’ en aan een groter publiek gepresenteerd door regionale media, en hetzelfde gebeurt daarna vaak met landelijke media, die het van de regionale media oppikken.

Dat is kort gezegd de machinatie van de journalistieke keten. Dat nieuwtje waar je zoveel tijd en energie in hebt gestopt vliegt uit – als volwassen geworden kinderen die het nest verlaten. Je voelt een zekere trots, wenst ze alle goeds, weet dat ze nu vrij zijn. Maar ondertussen hou je hun handel en wandel natuurlijk wel goed in de gaten.

NRC.nl is de eerste

Bij de provinciale media bleef het zaterdagavond stil. Het was NRC.nl dat zondagochtend rond 10.00 uur de eerste was die het nieuws oppikte. Op de website verscheen een artikel dat geheel voldeed aan de eigen regels uit het NRC Handelsblad Stijlboek: royale bronvermelding. Dat wil zeggen: noem de naam van het medium waar je dit nieuws hebt opgepikt en link naar het oorspronkelijke artikel.

Daarna ging het los. Rond het middaguur nam Telegraaf.nl het bericht over. De Bildtse Post werd bij naam genoemd, al werd er niet terug gelinkt naar ons of NRC.nl.

Pas daarna kwam Omrop Fryslân, als eerste uit onze regio, met een bericht: geen bronvermelding. Hoofd nieuws en sport van de Omrop, Sybren Terpstra, liet me een week eerder – na een soortgelijk geval waarbij ik ook om bronvermelding vroeg – via e-mail het volgende weten:

“Op het moment dat wij het nieuws zelf checken en bevestigd krijgen, hoeven wij natuurlijk niet meer aan bronvermelding te doen.”

NOS.nl verzuimt bronvermelding

Even voor 16.00 uur was daar een bericht op NOS.nl. De NOS noemde ons niet als bron. Ze kopieerden een citaat uit mijn artikel, maar schreven het toe aan ‘lokale media’. Daarnaast gebruikte de NOS de foto van de folder die ik bij mijn artikel had geplaatst, eveneens zonder bronvermelding.

Via het reactieformulier verzocht ik de NOS vriendelijk aan bronvermelding te doen, zeker omdat ook onze foto werd gebruikt. Een verzoek via twitter aan @NOScommunicatie leverde eenzelfde antwoord op: we geven uw verzoek door. Nooit meer iets gehoord.

Het meest absurd – ik kan het niet anders omschrijven – was de Franeker Courant, zondagavond laat. De krant (die tien kilometer verderop van me zit) plaatste een bericht met de kop: Telegraaf: ‘CDA ronselt stemmen in het Bildt’. Onder de zin dat de Telegraaf zich ‘baseert op een artikel uit de Bildtse Post’ staat een hyperlink, maar die verwijst niet naar ons, maar naar de Telegraaf.

De Leeuwarder Courant plaatse het hele weekend niets op de website. Maandagochtend kwam de krant wel met een artikel, geen bronvermelding maar wel een geheel zelf samengesteld bericht. Het Friesch Dagblad (sinds vorig jaar net als de LC onderdeel van NDC Mediagroep) had ook een eigen bericht maar noemde onze krant weer wel.

Het is een janboel

Alles zo overziend kan ik wat bronvermelding betreft maar één conclusie trekken: het is een janboel. We doen maar wat. Waarom gaan journalisten zo verschillend met de regels van het vakgebied om? Aan de regels zelf ligt het niet. Die zijn duidelijk genoeg. En ik denk dat nagenoeg alle journalisten de Code voor de Journalistiek van het Genootschap van Hoofdredacteuren en de Code van Bordeaux zullen onderschrijven.

Waarom passen we de meest basale regels van ons vak dan niet toe? Omdat het “op internet” is? Waarom krijg ik van de NOS op mijn vriendelijke verzoek om bronvermelding geen antwoord, anders dan een “dank voor u e-mail”-e-mail en een “we spelen uw tweet door”-tweet? Om het er vervolgens maar bij te laten?

Blijkbaar vinden we het niet belangrijk genoeg. Niet interessant. Een lokaal medium dat om bronvermelding vraagt? Gezeur. We hebben wel wat beters te doen. Of we vinden het alleen belangrijk als het om ons eigen nieuwtje gaat, niet om dat van een ander…

Journalistieke regels slachtofferen?

De bedreiging voor de journalistiek is anno 2014 een veelkoppig beest. De transitie van papier naar digitaal is één van de grootste uitdagingen. Maar moeten we daarom deze basisregels slachtofferen?

De lezer schaden we er niet (direct) mee: de NOS-lezer interesseert het niet of het nieuws van de NOS komt of van de Bildtse Post. We hebben vooral onszelf ermee. Door zo slordig en verschillend met bronvermelding om te gaan dragen we bij aan de uitholling van de journalistiek als vakgebied.

De wijze waarop uitgevers reageren op nieuwe, digitale journalistieke initiatieven als bijvoorbeeld Dichtbij.nl, laat in ieder geval zien dat het ons wel degelijk nog aan het hart gaat. Uitgevers reageerden soms zelfs verbeten, uit vrees dat deze nieuwkomer er misschien een wat al te losse journalistiek-ethische moraal op na zou houden. Als journalistiek willen we dat nieuwe spelers zich aan de regels houden als het om auteursrecht, linken en bronvermelding gaat. We zijn er in ieder geval als de kippen bij om ze daar op te wijzen. Maar die houding is nauwelijks te rechtvaardigen als de journalistiek zélf de regels niet eens goed of volledig toepast.

Pleidooi voor ruimhartige bronvermelding

Voor het CDA liep het met een sisser af. De Kiesraad oordeelde later dat er van actief ronselen geen sprake was, al vond men de folder “zeer ongelukkig”. Diezelfde kwalificatie durf ik na deze ervaring wel te plakken op de omgang van de (online) journalistiek met bronvermelding.

Ik hoop dat ruimhartige, royale bronvermelding weer wordt toegepast waar dat gerechtvaardigd is. Ik kan geen redenen bedenken waarom we af zouden wijken van een van onze meest rudimentaire regels. Regels die even eenvoudig als van groot belang zijn, voor de journalistiek als geheel.

======================

HET GROTE JATDEBAT

Omdat het soort kwesties dat hierboven beschreven is, vaker voorkomt, organiseert de NVJ een debat over het overnemen van nieuws van concurrerende media. Linken en bronnenvermelding zullen daar zonder twijfel ook aan de orde komen. Kijk voor meer informatie in de DNR-agenda.

Al 9 reacties — discussieer mee!