Gisteren publiceerde de Raad voor Cultuur zijn advies voor een toekomstbestendige publieke omroep. Onderdeel daarvan was een voorstudie naar trends in mediagebruik, uitgevoerd door onderzoeker Frank Huysmans. Voor DNR zet hij de belangrijkste trends op een rij.

Het publieke omroepbestel openen voor andere partijen dan de publieke omroepen zelf. Dat is de meest in het oog springende verandering die de Raad voor Cultuur bepleit in zijn advies De tijd staat open: advies voor een toekomstbestendige publieke omroep.

Het advies van de Raad voor Cultuur

Als staatssecretaris Dekker de plannen overneemt, krijgt de NPO voor een aantal thema’s aparte hoofdredacteuren die de helft van hun programmabudget aan de huidige publieke omroeporganisaties besteden en met de andere helft content ook van andere partijen – vrije mediaproducenten – kunnen betrekken, om zo de openheid en verbondenheid met publieksgroepen en de maatschappij een nieuwe invulling te geven. De betrokkenheid met de samenleving moet groter worden; de omslag die moet worden gemaakt is die van ‘representatie van’ naar ‘relatie met’ het publiek.

Aan het advies is een half jaar gewerkt door een commissie onder voorzitterschap van Inge Brakman. De commissie werd ondersteund door twee secretarissen van de Raad en vier focusgroepen over Innovatie, Organisatie (disclaimer: ik was een van de leden), Programma en Samenwerking. Ter onderbouwing dienden gesprekken met een hele reeks geconsulteerden en een tweetal voorstudies. Een ervan (door Saskia Welschen) is in het rapport zelf opgenomen. Over de andere voorstudie gaat dit artikel.

Inventarisatie van cijfers

In opdracht van de Raad heb ik in de periode augustus – oktober 2013 een van die voorstudies verricht. Het betrof een inventarisatie van cijfermatige trends op het terrein van media, informatie en communicatie, oftewel het bredere landschap waarin de publieke omroep zich beweegt. Idee was dat zo’n empirische basis functioneel zou zijn in discussies tussen de betrokkenen. Het komt nogal eens voor dat het tempo waarin media-aanbod, media-uitrusting en mediagebruik veranderen wordt overschat. De cijfers in het rapport zouden hier tegenwicht kunnen bieden.

Toch wel tot mijn verrassing bleek het mogelijk om voor dagbladen, tijdschriften, radio, televisie, web en sociale media cijfers bijeen te harken voor de periode 2005-2012 en niet zelden ook verder terug (vanaf 2000). Deze inventarisatie leidde tot de volgende hoofdlijnen (overgenomen uit paragraaf 3.5; zie voor de achterliggende cijfers het hele hoofdstuk 3 in het rapport).

Trends in mediagebruik

1. Internet is meer en meer de ruggengraat aan het worden van alles wat we doen op de terreinen van media, informatie en communicatie. Niet alles wat digitaal is, verloopt via het Internet Protocol (denk bijvoorbeeld aan digitale ethertelevisie en –radio, het in aanbouw zijnde DAB+), maar het internet is wel meer en meer hét distributieplatform aan het worden, ook voor de traditionele gedrukte en audiovisuele media.

2. Een tweede trend is die van ‘vast’ naar ‘mobiel’. Laptops, smartphones en tablets winnen aan populariteit als ontvangst- en zendtoestellen. De handzaamheid en multifunctionaliteit in combinatie met draadloze verbindingen, inclusief de 3G- en 4G-netwerken, duwen de vaste verbindingen en desktop computers langzaam maar zeker naar de achtergrond.

3. Een derde observatie is dat de gedrukte media nog erg aan papier zijn gebonden. Ze hebben niet in gelijke mate de overstap gemaakt naar het web als distributieplatform als radio en televisie het hebben gedaan. De vergelijking gaat in enkele opzichten mank, maar waar we bij radio en televisie zien dat de apparatuur van dertig jaar geleden nu echt op haar retour is, zien we bij dagbladen en tijdschriften dat het verkoopmodel nog sterk aan het aloude papier is gebonden.

Internetgebruikers zijn in recente jaren wel vaker omroep- en dagbladcontent gaan gebruiken maar dit uit zich vooralsnog niet in het verkopen van digi-only-abonnementen aan nieuwe doelgroepen. Dit terwijl er met de laptops, tablets en smartphones zeker mogelijkheden zijn bijgekomen om de overstap naar digitaal te maken. Kranten die met digitale abonnementen experimenteren, hebben vooralsnog niet de oplages die ze met papier nog wel bereiken.

Hét verdienmodel voor dagbladen en tijdschriften op internet lijkt nog niet te zijn gevonden. Dit uit zich in een gestaag afnemend bereik van ‘print’ en daarmee ook een dalende interesse van adverteerders voor krant en blad als advertentiemedia.

4. Misschien wel de opmerkelijkste observatie is dat de groei bij het web- en socialemediagebruik er een beetje uit lijkt te zijn. De hoeveelheid data die wordt verwerkt groeit nog altijd sterk, maar de websites van de grote aanbieders in Nederland worden – zeer recent – minder vaak bezocht dan voorheen. Per bezoek aan een site neemt de data-intensiteit (de hoeveelheid gedown- en geüploade data) wel toe, maar het aantal bezoeken stijgt dus niet meer.

Dilemma voor omroepbeleid

Over de verhouding tussen publieke en commerciële aanbieders van content zeggen deze trends nog niet zo veel. Duidelijk is wel dat een publieke omroep die op het – mobiele – web zijn vleugels niet kan uitslaan, op termijn gemarginaliseerd zal raken.

Anderzijds kan een te zeer protectionistische benadering van de publieke media fnuikend uitpakken voor nieuwe initiatieven. Bedoeld worden initiatieven die vanuit een publiek ethos worden opgestart met als oogmerk niet uit te gaan van bestaande werkwijzen maar juist op de nieuwe media toegesneden aanpakken uit te proberen.

Toekomst van het mediabeleid

In het afsluitende hoofdstuk probeer ik op een rij te zetten wat de trends betekenen voor de toekomst van de omroep zoals we die nu nog kennen en bijgevolg voor het te voeren beleid. Duidelijk is dat de technische infrastructuren voor de voorheen min of meer gescheiden werelden van media, informatie en communicatie met elkaar aan het versmelten zijn en dat dat met een zekere vertraging ook geldt voor de publiekszijde.

Beleid op deze terreinen kan op termijn niet langer in hokjes als persbeleid, omroepbeleid en telecommunicatiebeleid gevangen worden, maar zal geïntegreerd en distributietechnologie-onafhankelijk geformuleerd moeten worden. Dat werd tien jaar geleden ook al betoogd en het is in zekere zin geruststellend dat de pleidooien van Bardoel en Van Cuilenburg (Communicatiebeleid en communicatiemarkt, 2003), Sociaal en Cultureel Planbureau (Achter de schermen, 2004) en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (Focus op Functies, 2005) nog fier overeind staan.

De rapportage
De rapportage is te downloaden van op WareKennis.nl. Ze wordt gepubliceerd onder een CC BY SA 4.0 Internationaal-licentie. Het rapport en (delen van) de inhoud mogen vrijelijk worden verspreid en hergebruikt, met de aantekening dat op de brongegevens soms wel auteursrecht van derden berust. Vermeld daarom in ieder geval altijd de oorspronkelijke bron (staat direct onder de tabellen en figuren vermeld) wanneer je delen van het rapport wilt gebruiken. (Nagenoeg alle gegevens zijn overigens aan open op het web vindbare publicaties ontleend.) Op aanvraag is een Excel-bestand met de brongegevens voor hergebruik beschikbaar.

Al 2 reacties — discussieer mee!