Schitterende multimediale producties kwamen maandag voorbij tijdens de avond over multimediale journalistiek van World Press Photo en de Fotografenfederatie. Maar zitten mensen wel te wachten op dit soort producties, vraagt Martijn Kleppe zich af.

‘Multimediale producties’. ‘Interactieve documentaires’. ‘Hybrid visual stories’. De termen vlogen je om de oren afgelopen maandag in Pakhuis De Zwijger tijdens de avond die World Press Photo en de Fotografenfederatie organiseerden in het kader van de multimediawedstrijd waarvan de jurering momenteel gaande is.

Prachtige producties kwamen voorbij maar twee zaken bleven helaas onbesproken. Wegen de kosten en moeite op tegen het aantal gebruikers? En bovenal: zijn mensen wel geïnteresseerd in dit soort nieuwe journalistieke producties? Of zijn het speeltuinen voor (foto) journalisten die nieuwe technische mogelijkheden verkennen?

Multimediaproducties

Bij World Press Photo worden sinds 2011 niet alleen prijzen uitgereikt voor de beste (stilstaande) foto’s. Met de multimediawedstrijd volgt de organisatie de ontwikkelingen in de fotografische wereld waarin al langer geëxperimenteerd wordt met verschillende manieren om journalistieke verhalen op een visuele manier te vertellen en verbeelden. Samen met de Fotografenfederatie liet de organisatie in 2013 bijvoorbeeld nog door een onderzoek uitvoeren naar multimediaproducties.

Hoewel de prijs al een poosje wordt uitgereikt (en al eens gewonnen is door Nederlanders) lijkt het erop dat in 2012 en 2013 de aandacht voor dergelijke producties gegroeid is, mede door het ogenschijnlijk populaire Snowfall van de New York Times en Firestom van the Guardian. In Nederland experimenteerde NRC met een soortgelijke opzet rond Berry van Aerle, Lehman Brothers en de Kunsthalroof.

Internationale experimenten

Bezoekers kregen maandagavond een mooi overzicht van de reikwijdte van internationale experimenten. Van de Reuters-app The Wider Image – waarin context wordt gegeven rond persfoto’s – tot een game over een Canadese oliestad, gemaakt door het Franse Arte.

Van de iPhone-foto’s en videoproducties van VII fotograaf Ed Kashi tot de interactieve productie over de NSA files van The Guardian.

Met name de laatste is interessant, niet in de laatste plaats omdat Gabrial Dance, interactive editor bij the Guardian VS, stelde dat tekst nog steeds de beste manier is om verhalen te maken. Daarom is de productie ook lineair. Je scrolt door het verhaal maar krijgt veel meer dan alleen tekst aangeboden. Korte video’s met quotes van hoofdrolspelers spelen automatisch af. Je kunt inloggen met je Facebook account waarna je op basis van jouw vriendenaantal ziet hoeveel mensen de NSA kan traceren (via mijn 496 ‘vrienden’ van ‘vrienden’ zijn dat er ruim 13 miljoen!) en een gifje legt uit hoe een TOR-netwerk werkt.

Te overweldigend en te lang

Hoewel ik deze productie al kende, ben ik echter nooit bij het prachtige gifje aangekomen. En de reden is simpel: de producties zijn voor mij te overweldigend en te lang. Net zoals ik Snowfall nooit heb uitgelezen, ben ik ook niet zo ver gekomen met de NSA files.

Jammer genoeg durfde geen van de sprekers zich te wagen aan het aantal gebruikers van hun producties. Want laten we eerlijk zijn: hoeveel mensen zullen dit soort prachtige producties echt helemaal bekijken? De producties worden duidelijk gemaakt vanuit het perspectief van de techniek en beginnen zelden bij de gebruiker.

De NSA Files van The Guardian is daar nog het beste voorbeeld van. Alle toeters en bellen zitten erop maar 1 ding ontbreekt: het perspectief van de lezer die wellicht geen tijd wil vrijmaken om het rustig helemaal door te nemen.

Kostbaar en arbeidsintensief

Het was dan ook jammer dat er maandagavond g een uitgever was die kritisch durfde te zijn of toegaf dat het maken van dit soort producties (te?) veel kosten met zich mee brengt en (nog?) niet opweegt tegen het aantal bezoekers. Tot nu toe is dat namelijk het belangrijkste probleem geweest met dit soort producties: ze zijn ongelooflijk kostbaar en arbeidsintensief om te produceren.

En dat is niets nieuws onder de zon. In 2009 schreef Stefan van de Kamp voor World Press Photo een scriptie over multimediaproducties en samen schreven we een artikel erover voor Villamedia Magazine. Uitgangspunt voor dat artikel waren de webspecials die de Volkskrant destijds maakte maar die helaas gestopt zijn en allemaal offline gehaald zijn. Destijds kon je dat al zien aankomen door de woorden van Jan ’t Hart van de Volkskrant: “het zijn geen moneymakers”.

Pioniersgevoel

Desalniettemin krijg je als foto- en medialiefhebber een goed gevoel bij dit soort avonden.  De sfeer is positief en er ontstaat een pioniersgevoel. Hoewel er nog geen verdienmodel is, experimenteren deze mensen met alles wat mogelijk is.

Het wachten is nu op onderzoek naar de gebruiker van dit soort producties. Een eerste aanzet hiertoe ondernemen de Vrije Universiteit en Rijksuniversiteit Groningen in het onderzoeksproject ‘The New News Consumer’, onder leiding van de hoogleraren Irene Costera Meijer en Marcel Broersma, waarbij ook dit soort producties onderzocht zullen worden, juist vanuit het perspectief van de gebruiker.

De winnaars van de multimediawedstrijd van World Press Photo worden maandag 24 maart om 14.00 uur bekend gemaakt via de website van World Press Photo. Eens kijken of het me dit keer lukt om in ieder geval de winnaars helemaal af te kijken.

Bekijk de presentaties van deze avond op Vimeo.

Lees ook het verslag van deze avond op het weblog van fotograaf Bas de Meijer.

Al 5 reacties — discussieer mee!