Herman Sandman was redacteur bij huis-aan-huiskrant Kanaalstreek. Journalistiek mag je dat werk eigenlijk niet noemen. Veel meer dan knippen en plakken is het niet. ‘Positieve stukjes maken’, heet dat in jargon. Een inkijkje in het reilen en zeilen van de huis-aan-huiskrantredacteur.

De ijsvereniging in Gasselternijveen wilde een nieuwe ijsbaan. Dat werd de redactie van de Kanaalstreek meegedeeld in een persbericht, inclusief artist impression. Zoals het een huis-aan-huis-bladjournalist betaamt, maakte ik er met Control C Control V een stukje van en plaatste het in de eerstvolgende editie. Met één wijziging. De afbeelding was rechthoekig, terwijl ik alleen ruimte had voor een vierkante.

Een dag later ontving ik een mail van de secretaris: Hoe haalde ik het in mijn hoofd om slechts de helft van de tekening te plaatsen? De mail besloot met: “Gasselternijveen telt zeker niet mee bij de Kanaalstreek?”

Gewend als ik ben aan het feit dat dorpen als Gasselternijveenschemond, Drouwenermond, Eerste Exloërmond en Tweede Exloërmond naar Stadskanaal kijken zoals de rest van Nederland naar Amsterdam en aan het feit dat je bij een huis-aan-huisblad nergens van moet opkijken was mijn eerste reactie: “Val lekker dood met je ijsbaan.”

Tenminste, dat dacht ik. Ik kon niks terugmailen, want elke secretaris in elk dorp is een sleutelfiguur, ook naar de lokale middenstand. En lokale middenstand betekent advertenties, betekent inkomsten voor de krant. In de woorden van een acquisiteur: ‘Ook jouw brood.’

Droom om journalist te worden

Ik had een droom. Journalist worden. Dat is een droom gebleven, want in plaats van in de voetsporen te treden van Nate Thayer, Woodward en Bernstein, David Halberstam, Oriana Fallaci, Seymour Hersh en David Remnick werk ik al zeventien jaar op de huis-aan-huisbladredactie.

Ik zit niet achter Brother number Two tot en met Five van de Rode Khmer aan, schrijf geen biografie over Thomas Pynchon of het definitieve verhaal over gas, dat me als Slochtenaar buitengewoon interesseert; ik vul mijn dagen met het schrijven van wat in vaktermen ‘een positief stukje’ wordt genoemd.

In de wereld van de huis-aan-huisbladjournalistiek, mijn wereld dus, hebben weinigen een journalistieke opleiding en dat is maar beter, want al het aangeleerde kun je vergeten du moment dat je gaat schrijven voor het plaatselijke sufferdje of het bokkeblad. In Slochteren heet het bokkeblad trouwens echt ’t Bokkeblad. Een gerespecteerd medium, want er staan veel positieve stukjes in.

Afvoerputje

Een huis-aan-huisblad draait op advertenties. Des te meer advertentiepagina’s des te meer redactiepagina’s en aangezien elke inwoner in elk verspreidingsgebied op de een of andere manier gerelateerd is aan de adverterende slager, bakker, transportbedrijf, kledingwinkel voor grote maten, snackbar of supermarkt, kun je beter niet hardop “val dood met je ijsbaan” roepen.

Sterker, je kunt helemaal niks. Je bent niks. De huis-aan-huisbladredactie is de sluitpost op de begroting, het met lange zwarte haren verstopte afvoerputje van de journalistiek.

Ik heb een manager gekend die één redacteur voor alle 20 Groningse en Drentse titels meer dan genoeg vond. Waarbij moet opgemerkt dat een redacteur per krant gemiddeld acht tekstpagina’s per week vult, interviews doet, zelf de foto’s maakt, de lay-out van die acht pagina’s verzorgt en de website bijhoudt en van websites is bekend dat ze zeven dagen per week, 24 uur per dag in de lucht zijn. Dat lukt alleen met Control C Control V.

In die zeventien jaar heb ik één opleiding gehad die je ‘op inhoud’ zou kunnen noemen. Dat ging over Search Engine Driven Journalism. Oftewel: zet in elk stukje heel vaak: Vakantieparken in Denemarken. Daar wordt veel op gegoogled. Dat was het. Er wordt niet geïnvesteerd in mensen, er is geen visie, geen verdieping.

Verbouwing bij de Beddenboer

Daarom ook hebben we geen goed antwoord als de acquisiteur vraagt: ‘De Beddenboer is net verbouwd. Kun jij daar een positief stukje over maken?’

Die verbouwing betreft doorgaans het verschuiven van een toonbank. Als je daar wat van zegt krijg je als antwoord: ‘t Is een goede adverteerder.’

Een antwoord dat kant noch wal raakt, want we plaatsen net zo veel zakennieuwtjes van adverteerders, als van niet-adverteerders. In het laatste geval is het argument: “Ze gaan misschien adverteren.”

Maar een slimme ondernemer adverteert bij de goedkope concurrent en krijgt redactionele aandacht bij ons.

Nieuws over gewone dingen

David Bernstein zei: Nieuws is alles wat ongerijmd is. Oftewel: als iedereen normaal doet komt er nooit meer een krant uit. De redactie van een huis-aan-huisblad wordt echter doodgegooid met persberichten van gewone mensen over gewone dingen:

“Onze groep 4 is bezig met een project over de Middeleeuwen, we dachten wel dat daar een mooi positief stukje van in de krant kon.”

“Onze judoka’s zijn twee weken geleden zesde en zevende geworden op een toernooi. Ze hebben erg hun best gedaan. Een vermelding waard vonden wij.”

“Sinds mijn pensioen doe ik aan speksteen bewerken. Ik exposeer drie maanden in mijn garage. Hierbij een persbericht. Liever niks in de tekst veranderen. Ik lees het volgende week wel.”

Alles, maar dan ook alles, komt binnen, al dan niet doorgestuurd door de redactie van het Dagblad van het Noorden. Om de haverklap word je gebeld door die man met de beschermde steenmarter in de schoorsteen terwijl de gemeente niet wil komen. Om er vanaf te zijn vroeg ik of hij een jachtgeweer had.

Control C Control V

‘Wat ben jij voor journalist?’

Die vraag stel ik me vaak. Je wordt door niemand vol aangezien. Door de lezer niet, door het bedrijf niet, door de Dagbladcollega niet. Ook voorlichters van gemeentes, provincies, samenwerkingsverbonden en belangenorganisaties weten dat het Control C Control V is en leveren kant en klare, als persberichten vermomde ‘positieve stukjes’ aan.

Zoals die van 2 april 2013 van de provincie Drenthe. Ging over 19,5 miljoen euro voor grote Drentse natuurprojecten. Daarin zei de door de eigen voorlichting geïnterviewde gedeputeerde Rein Munniksma: “De insteek van de staatssecretaris zorgt er voor dat de natuur weer in een positief daglicht komt.”

Ik dacht: ‘Hoezo ‘weer in een positief daglicht?’ Wat heeft de natuur in vredesnaam gedaan waardoor ze zo negatief in het daglicht is gekomen?’

Uiteraard wilde ik er achteraan bellen. Ik wil altijd bellen. Daarvoor was echter geen tijd. Het volgende persbericht kwam binnen. Van de ijsvereniging Gasselternijveen. De ijsbaan ging toch niet door. De gemeente weigerde te betalen. Ik schreef er een positief stukje over.

Deze column las Herman Sandman maandag 14 april 2014 voor in het Groninger Forum, bij de uitreiking van de Groninger Persprijs 2013. Meer mooi verhalen van Herman Sandman lees op je op zijn weblog.

Al 27 reacties — discussieer mee!