De media storten zich vol op de zaak van het juweliersechtpaar en de twee doodgeschoten overvallers in hun zaak in Deurne. Advocaten en Openbaar Ministerie krijgen ruim baan om hun zegje te doen. Dat is onverantwoord, meent jurist Wicher Wedzinga, want dit tast de fundamenten van het strafrecht aan.

Aan het geworstel met duiding, geruchten en feiten komt maar geen einde. De juwelierszaak in Deurne blijft onverminderd de aandacht trekken. Maar tot meer duidelijkheid leidt dat vooralsnog niet en de vraag is wat mij betreft ook of de media daaraan een bijdrage kunnen en dienen te leveren. Vooropgesteld dat het ‘juweliersechtpaar’ wordt vervolgd, zal die duidelijkheid op de terechtzitting moeten plaatsvinden. De plaats waar het hoort.

In de media kan iedereen zijn zegje doen, doet bijna iedereen ook zijn verhaal (vooral advocaten voelen zich vaak niet geremd) en de media, niet gehinderd door kennis van zaken, doen er zelf ook graag een schepje bovenop. De gevolgen zijn dat er te vaak een verkeerd beeld van een strafzaak ontstaat, dat mensen publiekelijk worden geslachtofferd en dat vooral rechters aan gezag inboeten. Dat laatste loopt soms langs een ingewikkelde weg. Een weg die door politiek Den Haag loopt.

Strafzaken in de media

Dat betekent uiteraard niet dat er geen aandacht aan een strafzaak in de media dient te worden besteed. Zo is er in de zaak waarin een ‘juweliersechtpaar’ uit Deurne twee overvallers doodschoot alle reden om bij de commotie stil te staan.

Daarbij worden de media op hun wenken bediend omdat eerst het Openbaar Ministerie bij monde van hoofdofficier van justitie Van Nieuwenhuizen en vervolgens de advocaten van het echtpaar (Kuipers) respectievelijk de nabestaanden van de twee doodgeschoten overvallers (Benedicte Ficq en Peter Plasman) een behoorlijk partijtje meeblazen. Ieder met een bepaald belang voor ogen. Althans waar het de advocaten betreft. Dat alleen al zorg voor verwarring.

Beeldvorming in de media

Door dat ook de hoofdofficier een schimmig beeld schetste, is die onduidelijkheid alleen maar toegenomen. Het verhaal dat hij hield op zijn persconferentie en later tijdens zijn tv-optreden bij Nieuwsuur was zeker niet slecht, maar de inhoud lijkt al lang niet meer altijd centraal te staan in een mediacratie.

Beeldvorming, daar gaat het om. En die beeldvorming was verwarrend. Want waar eerst het accent lag op de zelfverdediging, leek het Van Nieuwenhuizen bij Nieuwsuur er vooral te gaan om dat recht te zetten.

Reconstructie van de NOS

Sinds zondag blaast ook de NOS een duchtig partijtje mee. “Wat gebeurde er in de juwelierszaak in Deurne? Een reconstructie”, zo luidde de aankondiging. Niet zoveel mis mee, zou ik zeggen. Het had wat duidelijker gekund, maar de woorden “een reconstructie” laten nog enige ruimte. Die ruimte wordt echter al gauw weggenomen door de woorden waarmee het filmpje wordt ingeleid.

De verslaggever weet zonder blikken of blozen te melden dat het juweliersechtpaar hun “verhaal” vertellen zoals zij dat “hebben gedaan bij de politie deze week” en “te zien is op schokkerige camerabeelden”.

Een aureool van echtheid

Daarmee verschaft hij de lezing van het echtpaar een aureool van echtheid. Zo is het gebeurd. Of het zo aan de politie is verteld weten we niet en de schokkerige camerabeelden vormen vooral een illustratie bij het verhaal. “Sein” en “sollen” worden hier door elkaar gehaald, iets wat me wel vaker opvalt bij journalisten. Het is een lezing. Niet meer dan dat.

Een lezing die inmiddels door advocate Ficq al weer fel wordt bestreden omdat de door de NOS aangeprezen reconstructie was gebaseerd op het verhaal van advocaat Kuipers, die de videobeelden van de overval niet had gezien en zich louter baseerde op de verhalen van het echtpaar.

En alsof dat nog niet voor voldoende mist zorgde wist advocaat Plasman in RTL Late Night te melden dat er (mogelijk) meer overvallers bij de zaak zijn betrokken.

Geweldig, zoveel voorlichting. Het publiek wordt op zijn wenken bediend. Binnenkort zullen zich wel de advocaten van de ‘nieuwe’ overvallers melden. Zij zijn van harte welkom in de media. Goed voor de kijkcijfers en de oplages.

Meer terughoudendheid

Terug naar de door de NOS gepubliceerde reconstructie. Het verhaal wordt dus zonder voldoende voorbehoud gebracht. Maar het schept wel een beeld dat bij menigeen beklijft. Zeker ook omdat het de NOS is, die de reconstructie onder de aandacht brengt. Wat meer voorzichtigheid, duidelijkheid en terughoudendheid zou gepast zijn geweest. Maak direct duidelijk dat het een reconstructie is die gebaseerd is op het verhaal van twee mensen met een belang bij de zaak. En had de NOS niet moeten verifiëren of de reconstructie op de bewakingsbeelden was gebaseerd?

Bij programma’s als De Wereld Draait Door, Nieuwsuur en Pauw en Witteman ligt het iets anders. Het zijn op zijn best babbelprogramma’s waarin onderwerpen in korte tijd worden afgeraffeld. Diepgang is ver te zoeken om van duiding maar te zwijgen. Hoe meer sensatie, hoe beter. Verantwoordelijkheidsbesef lijkt ver te zoeken. Score-journalistiek. En datzelfde geldt in meer of mindere mate ook voor de schrijvende pers. Het strafproces wordt al gevoerd voordat de rechter zich over de zaak heeft gebogen.

Al die premature beeldvorming in en door de media zorgt niet alleen voor verwarring. In breder verband rijzen belangrijkere vragen. Want het is natuurlijk niet de eerste keer dat de media aan de haal gaat met spectaculair nieuws. Sterker nog: het is schering en inslag. En een klein groepje advocaten doen daar maar al te graag aan mee. Soms om tegenwicht te bieden tegen het Openbaar Ministerie dat er, zoals in de zaak van de overval in Deurne, als de kippen bij is om persconferenties te beleggen en nieuws te lekken. Soms om voor hun cliënt een gunstig beeld te schetsen en ‘en passant’ reclame voor zichzelf te maken.

Ongewenste gevolgen van media-aandacht

Deze ontwikkeling baart grote zorgen. Want de gevolgen zijn niet van de lucht. Gevolgen voor de verdachte, die menigmaal al publiekelijk is veroordeeld en daardoor, los van de uitspraak van de rechter, blijvende reputatieschade ondervindt. Advocaat P.C. Schouten, die het boek Trial by media heeft geschreven, komt nogal eens verdachten tegen die banger zijn voor de media dan voor de strafrechter.

Maar ook het slachtoffer staat vaak niet te trappelen om media-aandacht en kan daardoor schade ondervinden, bijvoorbeeld in de verwerking van het trauma dat hij heeft opgelopen. Daarbij moet bovendien worden aangetekend dat dader en slachtoffer niet altijd strikt te scheiden zijn. De juwelierszaak in Deurne vormt daarvan een treffende illustratie.

Vertrouwen in rechterlijke macht

Wat naar mijn indruk vele journalisten zich niet realiseren is dat door een verkeerde belichting van hetgeen heeft plaatsgevonden, een beeld kan ontstaan dat afbreuk doet aan het vertrouwen in justitie en de rechterlijke macht. Het is tekenend dat nog steeds velen in ons land de mening zijn toegedaan dat rechters veel te laag straffen en dat het erg onveilig is. In werkelijkheid is het totaal anders. Wij hebben de twijfelachtige eer een van de zwaarst straffende landen binnen de EU te zijn en de criminaliteitscijfers bij het CBS dalen al geruime tijd.

Dit scheve beeld zal bij een professionele rechter weinig of geen invloed hebben op zijn beslissing. Al leest ook een rechter kranten, kijkt tv en kan een zekere beïnvloeding in de sfeer van de rechterlijke overtuiging niet worden uitgesloten. Maar aangenomen mag worden dat het beeld bij veel burgers beklijft en vervolgens wordt uitgevent door politici.

In zekere zin is daarvan al sinds jaren sprake. De roep om zwaardere straffen wordt maar al te gretig gehonoreerd, zoals ook die naar meer en ruimere opsporingsbevoegdheden voor politie en justitie in Den Haag op veel bijval mag rekenen. Is het een wonder dat het gezag van de rechter steeds meer afbrokkelt?

Rechtsbescherming

Crime sells en de medialisering van het strafrecht is funest voor de balans tussen het instrumentele denken aan de ene kant en de rechtsbescherming aan de andere kant. Dat de positie van het slachtoffer in het strafproces is verbeterd is een goede zaak, maar dat het slachtoffer straks advies aan de rechter mag geven, is te gek voor woorden. Het leidt alleen maar tot grote frustratie.

Aan de andere kant zijn wij met Ierland het enige land binnen de EU waarin de verdachte nog steeds geen recht heeft op een advocaat bij een politieverhoor. En (bijna) nergens ter wereld worden zoveel telefoongesprekken afgeluisterd als in ons land en is de macht van het Openbaar Ministerie zo verstrekkend, terwijl adequate controle ontbreekt. Niet iets om trots op te zijn, dunkt mij.

Natuurlijk zet ik het wat zwart-wit aan. Het zou te ver voeren om uitsluitend de media hiervan de schuld te geven. Aan de andere kant is het noodzakelijk dat de media zich van haar verantwoordelijkheid en beperkingen bewust worden. De interactie die hierboven is geschetst, heeft een enorme impact. Zeker richting publiek en politiek. Gedegen achtergrondinformatie, gepaste terughoudendheid en op zijn minst enige strafrechtelijke kennis zijn belangrijk. En daaraan ontbreekt het te vaak.

Adviezen aan de journalistiek

Er moet serieus over worden nagedacht hoe dit te verbeteren. Een zekere specialisatie lijkt mij een conditio sine qua non. In de opleiding zou daaraan meer aandacht moeten worden besteed.

En uiteraard zou een journalist zich beter moeten voorbereiden. Raadpleeg onafhankelijke deskundigen. Wetenschappers op de universiteit zijn maar al te graag bereid om gedegen achtergrondinformatie te verschaffen.

En als er te veel onduidelijkheden zijn, moet dat in ieder geval worden benoemd. Een journalist moet zich er terdege van bewust zijn dat zijn verhaal een grote impact kan hebben. Dat lijkt nu maar sporadisch het geval. En het strafrecht is daarmee niet gediend.

Al 4 reacties — discussieer mee!