Van 4-tot 6 april vond in Boston de conferentie The Power of Narrative plaats, met journalistieke mastodonten als Roy Peter Clark, Adam Hochschild, David Carr en Dan Barry – maar ook een jongere generatie die storytelling inzet in nieuwe media.

David Carr van The New York Times (hij is een van de hoofdpersonen in de documentaire uit 2011 over de krant ‘Page One: Inside the New York Times’) zegt al op de eerste dag van de conferentie: ‘Storytelling is noodzaak in ons vak. Op mijn nachtkastje ligt mijn IPad met daarop allerlei boeken, een volle DVD box van House of Cards – so you better bring a big gun.’

Fictie en non-fictie lopen steeds meer uit elkaar, analyseert Suketu Mehta, auteur van het succesvolle ‘Maximum city. Bombay lost and found’ en vaste medewerker van onder meer The New Yorker. Fictie verzandt vaak in prachtige irrelevantie, terwijl veel non-fictie te snel wordt opgeschreven en als gevolg daarvan onleesbaar is. ‘Non-fictie zal beter blijven verkopen dan fictie – maar het zou wel het leesplezier van fictie moeten hebben.’

Aandacht trekken en vasthouden

Veel aandacht is er dus op de conferentie voor hoe topjournalisten de aandacht van hun lezers weten vast te houden – middels verhalende journalistiek. Dat kan in korte, soms in lange vorm zijn. Dan Barry ging voor zijn column in The New York Times alle vijftig staten van de VS langs en schreef daar korte, vaak narratieve columns over. Beroemd is zijn column over de brand en de vrouw met de baby die op het dak stond. Adam Hochschild (mede-oprichter van het blad Mother Jones en auteur van o.m. ‘King Leopold’s Ghost’): ‘Ik bewonder Dan om zijn vermogen om een verhaal te vertellen in 800 woorden. Hij is een meester in het opbouwen van spanning – door informatie achter te houden.’

Barry is, net als Carr, zich ervan bewust dat hij de aandacht van de lezer moet zien te trekken en vast te houden: ‘Daarom probeer ik in de eerste paar alinea’s krachtige werkwoorden te gebruiken.’ Maar lang schrijven kan hij ook: Barry schreef een heel boek over één basebalwedstrijd: ‘Bottom of the 33rd: Hope, Redemption, and Baseball’s Longest Game’. Vooraf doet hij al research over de plaats waar hij heengaat. ‘We leven in de illusie dat alles tegenwoordig online te vinden is. Dat is niet zo, je moet naar bibliotheken en archieven gaan om dingen te vinden.’

Storytelling via Twitter

Het kan nog korter. Zo vertelde Kat Chow, van NPR’s Code switch, een blog over diversiteit, hoe ze verhalen vertelt via Twitter met de bedoeling om een community te bouwen. Ze twitterde een zomer lang over het hoogtepunt van de burgerrechtenprotesten: @todayin63. ‘Twitter is urgent, niet opdringerig en het is het medium dat ons publiek gebruikt. Facebook is moeilijker om mensen betrokken te krijgen.’ David Carr gebruikt zelfs haast uitsluitend nog twitter. ‘Ik heb al lang geen gedachtes meer gehad die niet passen in 140 tekens.’

Amy O’Leary, die bij The New York Times in een commissie zit om de toekomst van lezerschap en haar krant te onderzoeken en juist haar advies heeft afgerond, zei vooraf al: ‘Twitter blijft een steeds belangrijker en noodzakelijk onderdeel van het breaking news ecosysteem. De opkomst van sociale feeds in het algemeen is waarschijnlijk een van de meest transformerende trends in de journalistiek. Sommigen weten daar gebruik van te maken, anderen worden erdoor overvleugeld. Het biedt nieuwe uitdagingen, maar ook nieuwe kansen voor de promotie en distributie van je verhalen. Mensen verwachten tegenwoordig dat het nieuws hen wel vindt – dus hoe zorg je ervoor dat het nieuws hen inderdaad vindt? Dat houdt mij bezig.’

Blijven schrijven

Inspirerend is tot slot de keynote van David Finkel, die zijn boodschap, zoals past op een conferentie als deze, verstopt in een verhaal (hier meer tips). ‘Het soort journalistiek waar ik van hou is niet praten met mensen maar met mensen op stap gaan. Je gaat mee en je blijft schrijven – als er nog helemaal geen verhaal is. Tot het genoeg is.’ Finkel die eerder een Pulitzerprijs won voor een verhaal over Jemen, ging mee met een bataljon Amerikaanse soldaten naar Irak en schreef een boek over hun uitzending.

David Finkel: "Je gaat mee en je blijft schrijven – als er nog helemaal geen verhaal is."

De laatste jaren volgde hij een oorlogsveteraan die na ontslag uit een psychiatrische kliniek in de auto stapt met zijn vrouw en maar blijft rijden. Finkel stapt achterin. Om twee uur ’s nachts valt hij in slaap – wat je natuurlijk nooit hoort te doen als verslaggever, geeft hij onmiddellijk toe. De veteraan wil hem niet wakker maken en blijft daarom doorrijden, ook als hij een volle blaas heeft. Hij plast, zoals hij in het leger geleerd heeft, al rijdende in een leeg waterflesje. Finkel komt erachter doordat hij om een uur of vier wakker wordt, dorst krijgt en op de tast een flesje vindt. ‘Dat was het moment waarop ik besefte: ik heb genoeg reporting gedaan.’

Amy O’Leary komt binnenkort naar Nederland, waar ze zal spreken op de conferentie voor verhalende journalistiek, op 15 en 16 mei in Amsterdam, zie ook www.verhalendejournalistiek.nl

 

Nog geen reactie — begin de discussie!