Wat is verhalende journalistiek? Je hoort die term steeds vaker voorbij komen. Iets met een nieuwsartikel, maar dan in verhaalvorm, toch? Precies wist ik het niet. Daarom bezocht ik de workshop ‘verhalende journalistiek’  van de FreeLancers Associatie (FLA) op 16 april. Conclusie:  kunnen denken als een regisseur is toch wel een voorwaarde.

Arjan Post die de workshop gaf,  is zelfstandig redacteur voor literaire uitgeverijen en auteurs en docent aan de Hogeschool van Amsterdam.  Hij begon met de vraag: Wat is verhalende journalistiek? Om deze te beantwoorden gaf hij verschillende definities van ‘verhalende journalistiek’.  Van de Stichting Verhalende Journalistiek tot aan Geert Mak. Sja. En wie heeft er nu dan de beste definitie?

Het doel achter verhalende journalistiek

Misschien wordt het duidelijker als Post het doel achter deze vorm van journalistiek uitlegt.

‘Journalistiek voorziet in een postmoderne beeldcultuur’, zegt Arjan Post. ‘We hebben genoeg van saaie feiten. Mensen zijn visueel ingesteld en tegenwoordig dag en nacht bezig met beeld.  Verhalende journalistiek is een simpel trucje om informatie wat verhalender te brengen.’

Vergelijking met reguliere journalistiek

Wat is eigenlijk het verschil met traditionele journalistiek? Voor die vergelijking haalt Post socioloog Ervin Goffman (1922-1982) aan die een onderscheid maakte tussen frontstage en backstage.

Post: ‘Ik neem een gewaagde stelling aan, maar ik denk dat traditionele journalistiek vaak niet verder komt dan frontstage. Journalisten beperken zich in hun bericht vaak tot informatie van persberichten, politici of woordvoerders. En ze hanteren de 5 w’s en de h. Bijna een invuloefening zou je zeggen.’

Toch wil Post niet zeggen dat de traditionele journalistiek zijn functie niet heeft: ‘Reguliere journalistiek hoeft niet per se slordig te zijn. En we leven ervan. Toch is sfeer creëren in zulke nieuwsberichten vaak nog een verplicht nummertje. Terwijl de setting niets zegt over de persoon zelf.’

Verhalende journalistiek richt zich meer op de backstage volgens Post. ‘Het is niet zozeer geïnteresseerd in de feiten op zich, maar gebruikt die als grondstof’, zegt Post. ‘Het gaat om de mensenwereld. Wat zijn hun angsten? Hoe zijn ze in de greep zijn van machtsstructuren? Er komt meer research bij kijken waardoor er meer gekeken wordt naar dingen die normaal verborgen blijven.’

Arjan Post (midden) tijdens de workshop (foto: Ruby van der Meijden)

3 Tips om verhalende artikelen te schrijven

Nu alles op z’n plek valt en ik het begin te begrijpen, ben ik benieuwd naar de praktische tips van Post. Want hoe schrijf je nu eigenlijk een verhalend artikel?

1. Pakkende scènes schrijven

Een goede beginscène is volgens Post het belangrijkst. ‘Dan staat al de helft van je verhaal. De eerste scène heeft altijd gevolgen voor de rest van het verhaal. Je laat zien dat er iets gebeurt.’

Wat bedoelt hij met een scène? ‘In een scène zit een persoon die zich bevindt op een locatie. Deze scène moet zo verfilmd kunnen worden. Je schrijft dus de dingen op die je ziet, zonder interpretatie of commentaar.’

Verbeelden en weglaten

Bij scènes schrijven zijn verbeelding en schrappen erg belangrijk. ‘Zet iets in de schijnwerper en schrap de rest. Wees streng. Wat is belangrijk en wat bijzaak? Willekeurig iets laten zien is verboden’, zegt Post. ‘ Iemand helemaal beschrijven lukt nooit. Richt je op één detail. Zorg dat het iets zegt over de persoon. Bijvoorbeeld ‘de man met de gele schoenen’.  En wat je schrijft over de omgeving moet ook echt iets zeggen over de persoon.’

Zo kan je een ruimte als propvol beschrijven, maar beter zijn details: ‘Er stonden een uitpuilende prullenmand en stapels boeken in de kamer.’

Gebruik al je zintuigen

En zintuigen gebruiken zijn volgens hem ook belangrijk. ‘Als je de ruimte van je hoofdpersoon binnenkomt, wat ruik je, hoe ziet het eruit? Wat hoor je? Gebruik al je zintuigen. Blijf wel streng: kies bijvoorbeeld voor de geur, maar schrap de kleur’.

2. Schrijf van scène naar scène (minimaal 3)

Schrijf minimaal 3 scènes en werk daar naartoe. Schrijf liever niet chronologisch, legt Post uit. De feiten domineren dan boven de spanningsopbouw. Geef ook niet alles direct weg aan de lezer. Manipuleer met tijd. Op twee derde van je verhaal moet de spanningsbom tot ontploffing komen.

3.    Vermenselijk je hoofdpersoon

In het verhaal moet de lezer zich kunnen identificeren met de hoofdpersoon, legt Post uit. Hoe je dit doet? ‘Door in te zoomen op de unieke eigenschappen van diegene. Denk eens rustig na over iemand: Hoe ziet iemand eruit? Hoe gedraagt hij zich? Schrijf bijvoorbeeld op dat iemand op cowboylaarzen loopt of praat met een accent. Vergeet ook de psychologie niet: wat zijn iemands drijfveren? Deze zijn belangrijk om je persoon ‘aan te kleden’ en zijn de motor van je verhaal.’

Een voorbeeld:

“Ze stond zodanig krom van de reuma en andere aandoeningen dat ze als een winkelhaak door het leven ging. Ze rookte elke dag een sigaar en sloeg een whisky achterover. Ze had nog één helder oog waarmee ze in de rondte loerde.”
Erwin Morier – Godenslaap

Post: ‘We herkennen allemaal wel zo iemand uit onze omgeving. De auteur heeft haar tot leven gewekt.’

Een deelnemer aan de workshop merkt op dat je weet dat ze oud is terwijl het woord ‘oud’ nergens letterlijk genoemd wordt. Zelf vond ik dit ook een duidelijk voorbeeld.

Conclusie

Deze nieuwe vorm valt te leren, maar kost tijd. Niet voor niets worden er opleidingen voor verhalende journalistiek gegeven. En werkt Henk Blanken aan een handboek ‘verhalende journalistiek’.  Want je doet dit niet zomaar even ‘erbij’.

Dat zegt ook Post: ‘Je moet tijd hebben en scènes kunnen schrijven.’ Al die filmische technieken gebruiken lijken me nog best lastig. Ik denk dat verhalende journalistiek makkelijker is voor journalisten die al eens een roman schreven. Of voor een regisseur die besluit de journalistiek in te gaan. Zijn die er?

Al één reactie — discussieer mee!