Tanzania’s overheid heeft een goede reputatie en persvrijheid in het land lijkt – voor Afrikaanse begrippen – redelijk in orde: het land staat op de 69e plek in de jaarlijkse Press Freedom Index van Reporters Without Borders. In werkelijkheid worden Tanzaniaanse journalisten dagelijks belemmerd in hun werk.

Een buitenlandse journalist zoals ik dient zich in Tanzania te melden bij het Ministerie van Informatie, afdeling Information Services. Afhankelijk van je plannen moet je tussen de 400 en 10.000 dollar neertellen voor accreditatie. Uiteraard moet je ook een compleet plan van aanpak overhandigen. Het zal je niet verbazen dat weinig buitenlandjournalisten, en dan zeker freelancers, de moeite nemen.

Ik ook niet, in eerste instantie. Maar na een maand reizen in het land bleek ik vanwege een onwillig overheidsbedrijf toch behoefte te hebben aan accreditatie. Een bevriende Tanzaniaanse journalist regelde een audiëntie bij de directeur van de afdeling Information Services. De bevriende journalist, die dikke maatjes bleek te zijn met de directeur, regelde binnen no time een Tanzaniaanse perskaart voor me. Dankzij mijn vriend kostte dat papiertje nu slechts 50 dollar, over te maken op de persoonlijke rekening van de directeur. Dat laatste vond ik best grappig; boven het hoofd van de directeur hing immers een A4’tje met de tekst ‘this is a corruption free zone’.

Door dit voorval raakte ik geïnteresseerd in persvrijheid in Tanzania. En wat bleek: voor Tanzaniaanse journalisten schuilt onder het oppervlak van dit relatief rustige Oost-Afrikaanse land een cultuur van terreur. En dat is al enige tijd het geval. Vrijheid van meningsuiting mag dan wel verankerd zijn in de grondwet, persvrijheid wordt actief belemmerd door een aantal wetten. De grootste boosdoener is de Newspaper Registration Act van 1976. Dankzij deze wet kan de minister van informatie te allen tijde een krant, tv- of radiostation sluiten. Een reden hoeft de minister niet te geven. Alles ‘in the interest of peace and good order’.

Newspaper Registration Act

De minister van informatie, Fenella Mukangara, maakte de afgelopen jaren goed gebruik van de Newspaper Registration Act. In juli 2012 werd het weekblad MwanaHalisi voor onbepaalde tijd in de ban gedaan vanwege ‘het verspreiden van onwaarheden en opruiing’. Om welke artikelen het precies ging, is nooit duidelijk gemaakt. De hoofdredacteur van het weekblad vermoedde destijds dat de straf werd opgelegd vanwege hun berichtgeving over de mishandeling van een demonstrant. Een journalist suggereerde in dit stuk dat de autoriteiten bij de mishandeling betrokken waren.

Hoofdredacteur Mike Mande van dagblad The African heeft in november/december 2013 een soortgelijke sluiting meegemaakt. “We verloren daardoor veel omzet”, vertelt Mande. “Nu proberen de autoriteiten ons nog steeds te vervolgen, maar wij staan achter ons verhaal. We vragen de overheid: ‘waarom ondervragen jullie ons, terwijl jullie je tijd kunnen besteden aan het oplossen van de problemen die wij hebben aangekaart?’”

Mande is absoluut niet op zijn gemak in Tanzania, vertelt hij. Zeker niet na de aanval op collega-journalist Absalom Kibanda in maart 2013. In vijf minuten tijd werd Kibanda beroofd van een stuk van zijn rechter ringvinger, zijn linkeroog, verschillende tanden en vingernagels. Zijn paspoort en telefoon namen de folteraars mee, zijn iPad en portemonnee lieten ze opmerkelijk genoeg liggen. De politie beweert dat ze de zaak onderzoeken, maar een journalist die de zaak in de gaten houdt, zet daar vraagtekens bij.

 

Opiniepagina van het Tanzaniaanse dagblad The Citizen, 12 april 2014. De auteur van het stuk schrijft over The Daily Monitor, een krant uit buurland Uganda. Ook daar is persvrijheid ver te zoeken.

17 onderdrukkende wetten

Naast de Newspaper Registration Act heeft de Tanzaniaanse overheid andere manieren om de media te controleren. Zo is er de National Security Act, die de overheid in staat stelt om ‘actie te ondernemen’ tegen journalistieke stukken met gerubriceerde informatie. Zonder opgave van reden materiaal confisqueren op redacties behoort ook tot de mogelijkheden. Daarnaast bestaan er verschillende wetten die de toegang tot informatie beperken.

Maar het kan ook subtieler. Godfrey Dilunga, redacteur bij dagblad Raia Mwema, vertelt over zijn aanvaring met de overheid. “Twee jaar geleden publiceerden we een verhaal over de illegale uitvoer van ruim honderd wilde dieren naar de Verenigde Arabische Emiraten. We konden bewijzen dat ambtenaren van het ministerie van grondstoffen en toerisme hierbij betrokken waren. Na de publicatie verloren we alle advertenties van de overheid, dat was toen 70 procent van onze inkomsten.” Pas nadat een nieuwe minister werd aangesteld werd de boycot opgeheven.

Onderzoek van het Committee to Protect Journalists (CPJ) wees uit dat er minstens 17 onderdrukkende wetten zijn voor journalisten in Tanzania. Niet al deze wetten worden gebruikt door de overheid en dat hoeven ze ook niet: ‘Het louter bestaan van deze wetten is al genoeg ontmoediging’, aldus het CPJ. Minister Mukangara heeft verschillende malen beloofd om de rechtspositie van journalisten te verbeteren, maar tot nu toe blijft het bij woorden.

Hopeloze situatie?

Ondertussen zitten de journalisten niet stil. Er ligt al tien jaar een amendement voor de Newspaper Registration Act, maar de behandeling van het amendement in het parlement wordt steeds uitgesteld. Sinds 2011 ligt er ook enkele door de journalisten opgestelde wetsvoorstellen die hun positie zou moeten verbeteren, maar de directeur van de afdeling Information Services – dezelfde man van wie ik voor 50 dollar een perskaart heb gekocht – zei tegenover CPJ dat het ministerie niet van plan was om deze wetsvoorstellen over te nemen.

“Sommige mensen in het parlement doen hun best om de Newspaper Registration Act te houden zoals hij is”, vertelt hoofdredacteur Mande. “Zo voorkomen ze dat de media vrij spel hebben om hen onder de loep te leggen. Het is een publiek geheim dat veel parlementariërs stemmen – en dus hun zetel in het parlement – hebben gekocht.” Joyce Shebe, redactiechef bij Clouds FM, voegt daaraan toe dat journalisten zelf soms ook te koop zijn “Een journalist die voor ons op pad is kan omgekocht worden door de persoon of het bedrijf waar de journalist over zou gaan schrijven. Ze verdienen immers niet veel.”

Echte persvrijheid – voor zover dat geen utopie is – lijkt ver te zoeken in Tanzania. De Tanzaniaanse media zullen manieren moeten vinden om met de huidige situatie om te gaan – en dat doen ze ook. Zo vertelt Shebe dat het voorkomt dat een klein medium een scoop weggeeft aan een groter medium, omdat zij sterker staan tegenover de overheid of een groot bedrijf. Shebe: “Waarom? Het gaat niet om het geld. Het gaat om Tanzania en Tanzanianen.”

Verder lezen:

Freedom House: Tanzania

CPJ: The Invisible Plight of the Tanzanian Press

Press Freedom Index 2013

Nog geen reactie — begin de discussie!