Hoe kun je als journalist je werk nog doen als je zelfs een burgemeester niet meer kunt vertrouwen? Bloedlink waren de hoofdredacteuren van NOS, NRC, ANP en Omroep Brabant omdat burgemeester Noordanus van Tilburg hen had wijsgemaakt dat er in zijn stad een aparte wijk voor homo’s in de maak was. Het was een grap, bekende de organisatie Roze Maandag na een dag. Inderdaad, burgemeesters mogen niet jokken. Maar nieuwsmedia die klagen over dit soort hoaxes, hebben boter op hun hoofd.

Gay Village: een bosrijk homoresort met een kookstudio, op een steenworp afstand van de Efteling. Het was een grap met een serieus doel: aandacht vragen voor discriminatie en reclame maken voor de viering van Roze Maandag in Tilburg.

Zelfs GeenStijl en ThePostOnline, allebei toch behoorlijk streetwise, trapten erin, maar reageerden laconiek: ‘Hoaxes en internet, je kunt nou eenmaal niet zonder’, vond Bert Brussen (TPO).

De hoofdredacteuren van ANP, NRC, NOS en Omroep Brabant konden er niet om lachen. Ze klaagden dat de makelaar, de projectontwikkelaar en de voorlichters van de gemeente Tilburg hen een dag lang aan het lijntje hadden gehouden en beriepen zich op de ongeschreven regel dat grappenmakers moeten bekennen zodra journalisten vragen: ‘Is dit een hoax?’

Boze brieven

In boze brieven aan de gemeente Tilburg klagen NOS en NRC Handelsblad over schade: ‘het gaat om onze geloofwaardigheid en de kwaliteit van onze merken.’ Ze dreigen vaag met ‘consequenties’: komt er nu voor straf geen reportage over de Tilburgse kermis? Het ANP heeft al maatregelen genomen en de gemeente Tilburg op de interne lijst van dubieuze bronnen geplaatst: ‘Dat betekent dat voor persberichten van Tilburg eerst ook een tweede bron gevonden moet worden.’ Dat zal die kruikenzeikers leren.

Ik vind die verontwaardiging kleinzerig en hypocriet. Inderdaad, burgemeesters horen niet te jokken. Maar door strenger te selecteren en te checken zouden nieuwsmedia minder onzin publiceren en minder vaak als spreekbuis dienen voor commerciële en ideële belangen. Dat zou ‘de geloofwaardigheid en de kwaliteit van onze merken’ meer ten goede komen.

Geloofwaardigheid repareren

Als media in een hoax zijn getrapt, loopt de nieuwsmachine vast en snelt personeel toe om het beschadigde vertrouwen bij het publiek te herstellen. De verklaringen en verontschuldigingen zijn telkens dezelfde. Journalistiekonderzoekers vatten ze samen met de term ‘nieuwsreparatie’ (news repair of paradigm repair).

De redactie bezweert dat het ongeval in ieder geval niet te wijten is aan de journalistieke procedures, want die zijn dik in orde. Iets of iemand anders moet de schuld krijgen: de stagiaire die het stukje tikte, de concurrent die het niet zo nauw neemt met de normen, of, in dit geval, de bron. Wat als je zelfs burgemeesters niet meer kunt vertrouwen?

Toch was daar wel reden voor. Ik was niet de enige die al woensdagochtend twitterde dat Gay Village wel een hoax zou zijn, bijvoorbeeld omdat de professionele website van projectontwikkelaar Blauwhoed het nieuws niet meldde. De NRC-redactie, die de zaak wel checkte bij betrokkenen, liet de terechte argwaan te snel varen, oordeelt NRC-ombudsman Sjoerd de Jong. De les, volgens hem: ‘als er eerst zoveel twijfel bestaat, beschrijf dan in elk geval zo concreet mogelijk hoe en bij wie er is gecheckt: het citaat van de burgemeester stond op de site van Gay Village en werd die ochtend bevestigd door zijn woordvoerder. Verder kwam er geen commentaar.’

Onbetwiste autoriteiten

Belangrijker dan gesteggel over de vraag of journalisten deze hoax hadden kunnen doorzien, is de vaststelling dat autoriteiten volgens hen in principe te vertrouwen zijn. Nu is het normaal om ervan uit te gaan dat je gesprekspartner de waarheid spreekt (het ‘Spinoza-effect‘), maar juist van journalisten zou je een kritischer benadering verwachten. Ondanks retoriek over de pers als waakhond van de macht is hun defaulthouding eerder die van braaf apporteren dan van dreigend grommen.

Dat de Tilburgse homowijk de media haalde, is eerder regel dan uitzondering: nieuws wordt sterk bepaald door bronnen die actief de publiciteit zoeken, dat is een robuust gegeven uit decennia onderzoek naar journalistiek. Niet die incidentele hoax is het probleem, maar de dagelijkse praktijk waarin commerciële en ideële boodschappen worden witgewassen en verkocht als objectief nieuws.

Checken is uitzondering

De verontwaardiging over de homowijkhoax zou overtuigender zijn als redacties meer feiten checkten. In een enquête uit 2010 kruiste 99 percent van de Nederlandse journalisten factchecken aan als belangrijk of zelfs zeer belangrijk, een score die het belang van onafhankelijkheid, objectiviteit en toepassen van hoor en wederhoor overtrof.

De praktijk is anders, zo bleek onlangs weer uit een onderzoek naar brongebruik bij het ANP door Vicki Blansjaar (voor de volledigheid: ik was haar scriptiebegeleider). Zes van de tien berichten uit haar steekproef was gecheckt, maar in 38 procent van de gevallen betekende checken niet meer dan: de bron nabellen. Slechts 21 procent van de berichten werd aan een of meer andere bronnen voorgelegd. Sinds deze week horen persberichten van de gemeente Tilburg dus bij deze streng gecontroleerde categorie.

Checken is eerder uitzondering dan regel. Liever vertrouwen journalisten op bronnen die ze vaker gebruiken en die ze (dus) niet hoeven te checken – zelfs als ze wel de tijd hebben om dat te doen. Een van de excuses die de Tilburgse en Leidse student-factcheckers bij herhaling horen als ze journalisten op een fout wijzen, is: ‘Maar dat was nieuws van de politie / een wetenschapper / het ANP …, dus dat hoeven we niet te checken.’

Corrigeren is uitzondering

De verontwaardiging van de hoofdredacteuren zou ook overtuigender zijn als ze ander nieuws dat onjuist blijkt even alert zouden corrigeren. Dat gebeurt echter vooral bij grote ophef, zoals pas geleden nog bij de orgaanroofhoax van het AD of het onzinnieuws over inktvisringetjes van varkensanus vorig jaar.

Het merendeel van de missers die door de vele factcheckrubrieken en -sites worden gesignaleerd, wordt niet rechtgezet. Zodat bijvoorbeeld nonsens zoals die over de piranha-achtige vis die het voorzien heeft op menselijke testikels nog steeds ongewijzigd op de NOS-site staat.

Spijt

Burgemeester Noordanus van Tilburg heeft inmiddels spijt betuigd, net als de bedenker van de stunt, stichting Roze Maandag.

Dat had ook de reactie moeten zijn van al die verontwaardigde hoofdredacteuren: sorry, lezers en kijkers, we zijn er ingetuind. Voortaan staan bij ons alle autoriteiten op de lijst van dubieuze bronnen en hangen we een bordje boven alle bureaus: ‘Pas op, het is elke dag 1 april.’

Peter Burger

Peter Burger is docent journalistiek aan de Universiteit Leiden en mede-oprichter en coördinator van Nieuwscheckers.
Profiel-pagina
Al één reactie — discussieer mee!