Er is nogal wat mis met de sites van veel kranten. Zozeer zelfs dat het afbreuk doet aan hoe het publiek nieuwsmerken waardeert, stelt Aron Pilhofer. De kersverse executive editor digital van The Guardian deelde begin deze week in Amsterdam zijn visie en recepten voor het verbeteren van de presentatie van online journalistiek.

Foto: Nicky Maas

Kranten zouden eens moeten kijken naar de website van Harry’s, hield journalist en data-expert Aron Pilhofer z’n publiek voor tijdens de Grote Expertisedag Nieuwe Media op 17 juni. Pilhofer was chef digitale strategie van de New York Times, maar gaat binnenkort bij The Guardian aan de slag in een soortgelijke rol van eindverantwoordelijke voor de digitale transformatie van de krant.

Volgens Pilhofer is Harry’s een interessant voorbeeld. Het is een online winkel die goedkope scheermesjes levert, maar ook een bedrijf met een verhaal. De makers vertellen dat heel overtuigend met een fraaie video uit de fabriek en ze weten de juiste atmosfeer te creëren met hun online magazine Five O’Clock. De stijl en kwaliteit van site stralen af op de kwaliteit van de mesjes.

Aron Pilhofer en z'n ongeschoren kin: "The product isn't just news."

Online plempen

Kijk met deze kennis eens naar de websites van kranten, zegt Pilhofer. “The product isn’t just news.” De manier waarop nieuws meestal online wordt aangeboden vertelt ook een verhaal over de inhoud en de makers. En dat verhaal is ronduit slecht. Vergelijkbaar met een louche autohandel die onbewust iets communiceert over de kwaliteit van de wagens in de showroom. Hoe kranten online nieuws presenteren stamt uit het tijdperk dat internet het verplichte sluitstuk was van het uitgeefproces. “Je kunt de dagkrant niet online plempen”, aldus Pilhofer.

Inmiddels is dat wel aan het veranderen door experimenten met nieuwe online vormen, zoals het beroemde Snowfall, maar ook het minder bekende Giant Slalom of The Ballad of Geeshie and Elvie, een verhaal over twee mysterieuze zangeressen, dat fraai begint met een oude pick-up die hun vergeten muziek laat horen.

Maar toch, in de alledaagse nieuwsvoorziening regeert de copy-paste confectie. Bij wijze van experiment plakte Pilhofer de tekst van Snowfall in het standaard “crappy CMS” van The New York Times. Het resultaat was een verhaal van 19.000 woorden, doodgeslagen over meer dan veertig pagina’s. Met her en der een foto bovenaan. Pilhofer: “Het ziet eruit als elk ander stuk journalistiek op de site, met in de kantlijn zo’n treurige lijst met related content.”

Testen op publiek

“Design matters”, wil Pilhofer met die exercitie aantonen. Tenminste, als je online meer wilt zijn dan een krant met een plichtmatige website, die het nieuws matig presenteert. Hij haalt graag Steve Jobs aan: “Design is how it works”.

Wie een nieuwe site wil bouwen doet er goed aan om zich vooral te richten op de toekomstige gebruikers en alle ontwerpvragen daarop af te stemmen. Het is volgens Pilhofer zaak de Design Hero modus te vermijden, waarin een briljante ontwerper in afzondering een meesterlijk ontwerp maakt, en terloops alle belangrijke beslissingen neemt. “De kans dat design hero alle aannames en gebruikersvoorwaarden juist heeft gekozen is astronomisch klein”, stelt Pilhofer.

Voor de nieuwe app NYT Now werd gekozen voor user-centered design, waarin ontwerp, redactie en marketing samenwerken aan kleine onderdelen van een nieuwe app. Zo’n cyclus heeft vijf stappen:

  • Opstellen van aannames
  • Creëren van een minimaal testontwerp
  • Experiment met ontwerp bij doelgroep
  • Feedback analyseren
  • Aanpassen / herhalen

Stem van de redacteur

Een van de aannames voor de nieuwe app, vertelt Pilhofer, was dat consumenten overstelpt worden met nieuws: een beperkte selectie uit die overvloed zou dus cruciaal zijn. Maar het testpubliek gaf aan daar absoluut geen behoefte aan te hebben, want die keuze konden ze zelf wel maken. Een ander ontwerpidee werd juist wel enorm gewaardeerd.  Bij de keuze tussen een robotachtige RSS-feed of een presentatievorm waarbij de stem van een redacteur doorklinkt, koos het testpubliek massaal voor het laatste.

De NYT Now app heeft nu een ochtend- en avondeditie met een korte boodschap (“Goodmorning message”) van een redacteur waarmee een update van de nieuwsselectie wordt gebracht. De app kost twee dollar per week en biedt voor dat geld veertig artikelen per dag.

Pilhofer: “De stem van de redacteur klinkt door in de app. Het zijn maar een paar persoonlijke zinnen, maar ze maken een verschil. Zonder te testen, kunnen kleine beslismomenten in het ontwerp van een app optellen tot een grote vergissing. Als oefening in user centered design is NYT Now een succes gebleken; of dat in commercieel opzicht ook zo zal zijn moeten we afwachten.”

Arno van 't Hoog

Redacteur

Arno van ’t Hoog is freelance wetenschapsjournalist.
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin de discussie!